Zoekresultaten 21-40 van de 14552 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8458

    Klacht tegen een arts in een abortuskliniek. Klaagster heeft een intakegesprek gehad met de arts en aansluitend heeft zij een abortus ondergaan. Klaagster verwijt de arts onder meer dat zij een verkeerde inschatting heeft gemaakt van haar mentale toestand en dat er niet is gesproken over mogelijke alternatieven. Het college komt tot het oordeel dat de klacht ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:41 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8743

    Klacht van de IGJ tegen een anesthesioloog-intensivist. De IGJ verwijt de anesthesioloog dat hij in strijd met de Geneesmiddelenwet enoximon in de thuissituatie heeft voorgeschreven terwijl het daar niet voor is geregistreerd. Ook heeft de anesthesioloog volgens de IGJ daarbij de zorgvuldigheidseisen niet in acht genomen door niet (vooraf) te overleggen met de huisarts van de patiënte en haar onvoldoende te monitoren tijdens het gebruik van het middel. Het college komt tot het oordeel dat de anesthesioloog tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en de klacht gegrond is. Het college legt de anesthesioloog de maatregel van doorhaling in het BIG-register met onmiddellijke ingang op.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:40 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8293

    Ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog over de behandeling van klager. Klager was vanwege een depressieve stoornis onder behandeling bij de organisatie waar verweerder werkte. Verweerder was als regiebehandelaar bij de behandeling betrokken. Klager verwijt verweerder onder meer dat niet werd ingegrepen bij tekenen van suïcidaliteit, gemaakte afspraken niet werden nagekomen en dat de begeleiding tijdens het ECT-traject onvoldoende was.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:4 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8194

    Klacht tegen een neuroloog kennelijk ongegrond. Verweerster heeft in haar hoedanigheid van neuroloog de situatie van klaagsters moeder beoordeeld. Patiënte heeft in het buitenland een herseninfarct gehad en werd daarna overgeplaatst naar een ziekenhuis in Nederland. Daar verslechterde haar situatie. Patiënte is in het ziekenhuis overleden. De klacht heeft betrekking op het handelen van verweerster voorafgaand aan het overlijden van patiënte.Klacht tegen een neuroloog kennelijk ongegrond. Verweerster heeft in haar hoedanigheid van neuroloog de situatie van klaagsters moeder beoordeeld. Patiënte heeft in het buitenland een herseninfarct gehad en werd daarna overgeplaatst naar een ziekenhuis in Nederland. Daar verslechterde haar situatie. Patiënte is in het ziekenhuis overleden. De klacht heeft betrekking op het handelen van verweerster voorafgaand aan het overlijden van patiënte.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8291 en Z2025/8292

    Ongegronde klacht tegen een psychiater/psychotherapeut. Klager was vanwege een depressieve stoornis onder behandeling bij de organisatie waar verweerder werkte. Verweerder was bij de behandeling betrokken. Klager verwijt verweerder onder meer dat niet werd ingegrepen bij tekenen van suïcidaliteit, gemaakte afspraken niet werden nagekomen en dat de begeleiding tijdens het ECT-traject onvoldoende was.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:38 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8813

    Klacht tegen een psychiater kennelijk ongegrond. Klager werd verwezen naar de specialistische GGZ vanwege een hoge dosering medicatie bij ADHD en een verslavingsverleden. De psychiater werd betrokken bij het voorschrijven van zijn medicatie en besloot, samen met de betrokken verpleegkundig specialist, de medicatie af te bouwen. Klager verwijt de psychiater, samengevat, het onverantwoord afbouwen van de medicatie zonder overleg met klager, het fouten maken in correspondentie en negeren van het recht op een second opinion. Het college is van oordeel dat de psychiater zorgvuldig heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:37 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8812

    Klacht tegen een verpleegkundig specialist kennelijk ongegrond. Klager werd verwezen naar de specialistische GGZ vanwege een hoge dosering medicatie bij ADHD en een verslavingsverleden. De verpleegkundig specialist werd vanaf april 2025 zijn regiebehandelaar en besloot, samen met de betrokken psychiater, de medicatie af te bouwen. Klager verwijt de verpleegkundig specialist, samengevat, het onvoldoende voeren van regie en onverantwoord en zonder overleg afbouwen van de medicatie. Het college is van oordeel dat de verpleegkundig specialist niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:36 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8625

    Klacht tegen een tandarts kennelijk ongegrond. Klager verbleef in de PI en bezocht een paar keer de tandarts. Hij verwijt de tandarts, samengevat, ernstige en aanhoudende nalatigheid in de tandheelkundige zorg. Verzoeken om hulp zouden zijn afgewezen met als argument dat klager deze zorg buiten de PI moest organiseren. Het college is van oordeel dat de tandarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:35 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7961

    Klacht tegen een bedrijfsarts gedeeltelijk gegrond. Maatregel: berisping met bekendmaking in het BIG-register. De klacht gaat over een bedrijfsarts die klaagster heeft begeleid in het kader van ziekteverzuim. Klaagster maakt de bedrijfsarts verschillende verwijten over een consult en het naar aanleiding daarvan door hem opgestelde advies. Zo vindt klaagster onder meer dat het advies onzorgvuldig tot stand is gekomen, zij onheus is bejegend, de dossiervoering onvoldoende is en onjuistheden bevat, en dat het stappenplan voor een second opinion en de richtlijnen niet zijn gevolgd. Het college overweegt dat de bedrijfsarts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door onvoldoende diagnostiek te verrichten, een onzorgvuldig advies aan de werkgever uit te brengen, zich niet in te zetten voor het realiseren van de gevraagde second opinion en de richtlijnen van de NVAB niet of onvoldoende te volgen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8747

    Klacht tegen huisarts. Klagers hebben zich tot (de praktijk van) de huisarts gewend in verband met toegenomen gedragsproblemen bij hun minderjarige zoon en met het verzoek om herhaling van een in het buitenland voorgeschreven antipsychoticum aan hun zoon. Klagers maken de huisarts uiteenlopende verwijten over onder meer de wijze waarop zij heeft gehandeld naar aanleiding van de hulpvraag voor hun zoon, haar dossiervoering, communicatie, klachtafhandeling en een door haar gedane melding bij Veilig Thuis. Het college verklaart de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:33 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8426

    Klacht tegen verpleegkundige. De (coördinerend) verpleegkundige heeft een verklaring opgesteld over een bezoek van klager aan de woonzorglocatie waar zijn moeder verbleef, en dit verslag aan de mentor verstrekt. Klager verwijt de verpleegkundige dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het opstellen van het verslag en het beroepsgeheim heeft geschonden. De klacht ten aanzien van de zorgvuldigheid bij het opstellen van het verslag is gegrond. De verpleegkundige had deze verklaring niet zelf moeten opstellen en ondertekenen. Ook maakt de verpleegkundige onvoldoende onderscheid tussen waarnemingen van anderen en haar (beperkte) eigen waarnemingen en is het verslag onvoldoende objectief geformuleerd. Het klachtonderdeel dat ziet op schending van het beroepsgeheim is ongegrond. Het college legt een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8993

    Klacht tegen een verzekeringsarts. Klaagster wordt door de voorzitter (kennelijk) niet-ontvankelijk verklaard omdat zij al eerder en klacht tegen de verzekeringsarts heeft ingediend en de nieuwe klacht in de kern op hetzelfde neerkomt. De door klaagster genoemde feiten en omstandigheden zijn in de vorige procedure meegewogen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8801

    Klacht tegen een bedrijfsarts ongegrond. Als superviserend bedrijfsarts van de arbo-arts begeleidde zij klager in het kader van de verzuimbegeleiding. Er vond een (video)consult plaats met klager. Volgens Klager waren onder andere de uitleg en informatieverstrekking over de rol van de arbo-arts en de bedrijfsarts als supervisor niet in orde. Op basis van het dossier en hetgeen ter zitting is besproken acht het college het aannemelijk dat de rollen van de arbo-arts en de bedrijfsarts aan het begin van het consult zijn uitgelegd. Het college kan niet vaststellen dat de arbo-arts zich als bedrijfsarts heeft voorgedaan. Daarnaast staat in de rapportage vermeld dat de bedrijfsarts de supervisor is. Hoewel het beter geweest als de supervisieconstructie van tevoren expliciet was aangekondigd en in het medisch dossier was genoteerd levert dat geen tuchtrechtelijk verwijt op. De bedrijfsarts heeft zorgvuldig gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8675

    Klacht tegen een verpleegkundige kennelijk ongegrond. De verpleegkundige werkte bij een bemoeizorg-team. Naar aanleiding van een melding dat er veel overlast was door en van klaagster werd besloten een huisbezoek bij klaagster af te leggen. De verpleegkundige ging met een wijkcoach naar de woning van klaagster. Klaagster verwijt de verpleegkundige, samengevat, dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij dit bezoek. Het college oordeelt dat de verpleegkundige niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8193

    Klacht tegen een neuroloog kennelijk ongegrond. Verweerster heeft in haar hoedanigheid van neuroloog de situatie van klaagsters moeder beoordeeld. Patiënte heeft in het buitenland een herseninfarct gehad en werd daarna overgeplaatst naar een ziekenhuis in Nederland. Daar verslechterde haar situatie. Patiënte is in het ziekenhuis overleden. De klacht heeft betrekking op het handelen van verweerster voorafgaand aan het overlijden van patiënte.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8628

    Klager is door de huisarts gezien in verband met een plek op zijn knie. De huisarts heeft de diagnose verruca seborroica (ouderdomswratje) gesteld en het plekje weggekrabd. Een aantal maanden later heeft de huisarts besloten een excisie te doen en het weefsel op te sturen. Nadien bleek dat sprake was van een melanoom. Klager maakt de huisarts onder meer verwijten over de gestelde diagnose, het wegkrabben en het niet opsturen van weefsel voor nader onderzoek. De huisarts heeft aangevoerd dat hij het betreurt dat achteraf sprake was van een melanoom maar dat hij op basis van de kennis die hij op dat moment had zorgvuldig heeft gehandeld. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:28 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8210

    Klacht tegen huisarts. Verweerster is huisarts van de ex-partner en het dochtertje van klager. De klacht heeft onder meer betrekking op een door de huisarts aan de ex-partner afgegeven schriftelijke verklaring waarin gesproken wordt over angst- en paniekklachten bij de ex-partner in verband met agressie/geweld in een eerdere relatie. Het college verklaart de klacht deels gegrond en bepaalt dat aan verweerster geen maatregel wordt opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:27 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8131

    Klacht tegen een psychiater. Klager is op vijftienjarige leeftijd na een crisissituatie in behandeling gekomen bij een instelling voor jeugd-ggz. Gedurende de behandeling van klager is de psychiater als regiebehandelaar betrokken geraakt. Klager verwijt de psychiater onder meer het niet tijdig voor het bereiken van de achttienjarige leeftijd verwijzen van klager naar een ggz-instelling voor volwassenen. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gedeeltelijk gegrond is en legt aan verweerder een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8471

    Klacht tegen een sportarts kennelijk ongegrond. Klaagster werd in 2024 door haar huisarts verwezen naar het ziekenhuis in verband met aanhoudende knieklachten. Daar werd zij gezien door de sportarts. Hierna werd beleid afgesproken en volgden nog twee telefonische consulten. Klaagster is niet tevreden over de behandeling die zij heeft gekregen en verwijt de sportarts dat zij op verschillende punten onzorgvuldig heeft gehandeld. Afgaande op de verslaglegging heeft het college geen aanleiding te twijfelen aan de door de sportarts gevolgde handelswijze en haar beoordeling. Ook is niet gebleken dat er in de (online) verslaglegging tuchtrechtelijk verwijtbaar fouten zijn gemaakt of zaken onvolledig zijn weergegeven.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8576

    Klacht tegen gynaecoloog deels gegrond. Klaagster was bij verweerder onder behandeling voor secundaire amenorroe. Hij schreef dit toe aan intensief sporten door klaagster en adviseerde om drie keer per jaar een onttrekkingsbloeding op te wekken. Bij bloedonderzoek werd een afwijkende waarde oestrogeen bepaald, maar verweerder heeft niet de waarde, maar “geen bijzonderheden” genoteerd. Klaagster stelt dat verweerder haar had moeten waarschuwen over de kans op verminderde vruchtbaarheid en dat zij door het nalaten van verweerder later dan noodzakelijk is gediagnostiseerd met ernstige osteoporose. Deze klachten zijn ongegrond. Verweerder heeft in 2019 gedaan wat toen van hem verwacht mocht mogen worden, omdat de verwachte waarschuwing toen nog geen standaard was. De klacht over de onjuiste kwalificatie van het bloedonderzoek is wel gegrond verklaard, omdat de geconstateerde waarde wel een bijzonderheid betrof. Het verwijt is van gering gewicht, verweerder is onmiddellijk volledig open en transparant geweest en heeft lering getrokken. Omdat een maatregel daarmee geen redelijk doel dient legt het college geen maatregel op.