Zoekresultaten 1-20 van de 14424 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:9 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8064
- Datum publicatie: 22-01-2026
- Datum uitspraak: 16-01-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:9
Klacht tegen een verloskundige kennelijk ongegrond. De verloskundige is betrokken geweest bij de bevalling van klaagster en heeft daarbij ook een vaginaal toucher uitgevoerd. Klaagster verwijt de verloskundige dat zij dit vaginaal toucher heeft gedaan zonder een daaraan voorafgaand gegeven voldoende informed consent van klaagster. Ook verwijt klaagster de verloskundige een onvoldoende rapportage in het partusverslag en van een na de bevalling gevoerd afsluitend gesprek. Het college oordeelt dat klaagster in voldoende mate was geïnformeerd en toestemming heeft gegeven voor het vaginaal toucher. Daarnaast heeft de verloskundige alles genoteerd wat zij moest noteren in de verslagen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8285
- Datum publicatie: 15-01-2026
- Datum uitspraak: 13-01-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:8
Klacht tegen tandarts kennelijk ongegrond. Klager is door de tandarts op consult gezien in verband met een recent afgebroken voortand. Klager verwijt de tandarts dat weigering van zorgverlening tijdens dit consult en het niet op de juiste wijze doorverwijzen naar een andere tandarts.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8197
- Datum publicatie: 13-01-2026
- Datum uitspraak: 09-01-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:7
Klacht tegen een arts kennelijk ongegrond. Verweerster heeft in haar hoedanigheid van anios (zaalarts) de situatie van klaagsters moeder beoordeeld. Patiënte heeft in het buitenland een herseninfarct gehad en werd daarna overgeplaatst naar een ziekenhuis in Nederland. Daar verslechterde haar situatie. Patiënte is in het ziekenhuis overleden. De klacht heeft betrekking op het handelen van verweerster voorafgaand aan het overlijden van patiënte.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8196
- Datum publicatie: 13-01-2026
- Datum uitspraak: 09-01-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:6
Klacht tegen een neuroloog kennelijk ongegrond. Verweerster heeft in haar hoedanigheid van neuroloog de situatie van klaagsters moeder beoordeeld. Patiënte heeft in het buitenland een herseninfarct gehad en werd daarna overgeplaatst naar een ziekenhuis in Nederland. Daar verslechterde haar situatie. Patiënte is in het ziekenhuis overleden. De klacht heeft betrekking op het handelen van verweerster voorafgaand aan het overlijden van patiënte.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:5 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8195
- Datum publicatie: 13-01-2026
- Datum uitspraak: 09-01-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:5
Klacht tegen een arts kennelijk ongegrond. Verweerster heeft in haar hoedanigheid van anios (zaalarts) de situatie van klaagsters moeder beoordeeld. Patiënte heeft in het buitenland een herseninfarct gehad en werd daarna overgeplaatst naar een ziekenhuis in Nederland. Daar verslechterde haar situatie. Patiënte is in het ziekenhuis overleden. De klacht heeft betrekking op het handelen van verweerster voorafgaand aan het overlijden van patiënte.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:4 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8194
- Datum publicatie: 13-01-2026
- Datum uitspraak: 09-01-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:4
Klacht tegen een neuroloog kennelijk ongegrond. Verweerster heeft in haar hoedanigheid van neuroloog de situatie van klaagsters moeder beoordeeld. Patiënte heeft in het buitenland een herseninfarct gehad en werd daarna overgeplaatst naar een ziekenhuis in Nederland. Daar verslechterde haar situatie. Patiënte is in het ziekenhuis overleden. De klacht heeft betrekking op het handelen van verweerster voorafgaand aan het overlijden van patiënte.Klacht tegen een neuroloog kennelijk ongegrond. Verweerster heeft in haar hoedanigheid van neuroloog de situatie van klaagsters moeder beoordeeld. Patiënte heeft in het buitenland een herseninfarct gehad en werd daarna overgeplaatst naar een ziekenhuis in Nederland. Daar verslechterde haar situatie. Patiënte is in het ziekenhuis overleden. De klacht heeft betrekking op het handelen van verweerster voorafgaand aan het overlijden van patiënte.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:35 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/7961
- Datum publicatie: 25-02-2026
- Datum uitspraak: 24-02-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:35
Klacht tegen een bedrijfsarts gedeeltelijk gegrond. Maatregel: berisping met bekendmaking in het BIG-register. De klacht gaat over een bedrijfsarts die klaagster heeft begeleid in het kader van ziekteverzuim. Klaagster maakt de bedrijfsarts verschillende verwijten over een consult en het naar aanleiding daarvan door hem opgestelde advies. Zo vindt klaagster onder meer dat het advies onzorgvuldig tot stand is gekomen, zij onheus is bejegend, de dossiervoering onvoldoende is en onjuistheden bevat, en dat het stappenplan voor een second opinion en de richtlijnen niet zijn gevolgd. Het college overweegt dat de bedrijfsarts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door onvoldoende diagnostiek te verrichten, een onzorgvuldig advies aan de werkgever uit te brengen, zich niet in te zetten voor het realiseren van de gevraagde second opinion en de richtlijnen van de NVAB niet of onvoldoende te volgen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8747
- Datum publicatie: 25-02-2026
- Datum uitspraak: 24-02-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:34
Klacht tegen huisarts. Klagers hebben zich tot (de praktijk van) de huisarts gewend in verband met toegenomen gedragsproblemen bij hun minderjarige zoon en met het verzoek om herhaling van een in het buitenland voorgeschreven antipsychoticum aan hun zoon. Klagers maken de huisarts uiteenlopende verwijten over onder meer de wijze waarop zij heeft gehandeld naar aanleiding van de hulpvraag voor hun zoon, haar dossiervoering, communicatie, klachtafhandeling en een door haar gedane melding bij Veilig Thuis. Het college verklaart de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:33 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8426
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 20-02-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:33
Klacht tegen verpleegkundige. De (coördinerend) verpleegkundige heeft een verklaring opgesteld over een bezoek van klager aan de woonzorglocatie waar zijn moeder verbleef, en dit verslag aan de mentor verstrekt. Klager verwijt de verpleegkundige dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het opstellen van het verslag en het beroepsgeheim heeft geschonden. De klacht ten aanzien van de zorgvuldigheid bij het opstellen van het verslag is gegrond. De verpleegkundige had deze verklaring niet zelf moeten opstellen en ondertekenen. Ook maakt de verpleegkundige onvoldoende onderscheid tussen waarnemingen van anderen en haar (beperkte) eigen waarnemingen en is het verslag onvoldoende objectief geformuleerd. Het klachtonderdeel dat ziet op schending van het beroepsgeheim is ongegrond. Het college legt een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8993
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 20-02-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:32
Klacht tegen een verzekeringsarts. Klaagster wordt door de voorzitter (kennelijk) niet-ontvankelijk verklaard omdat zij al eerder en klacht tegen de verzekeringsarts heeft ingediend en de nieuwe klacht in de kern op hetzelfde neerkomt. De door klaagster genoemde feiten en omstandigheden zijn in de vorige procedure meegewogen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8801
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 20-02-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:31
Klacht tegen een bedrijfsarts ongegrond. Als superviserend bedrijfsarts van de arbo-arts begeleidde zij klager in het kader van de verzuimbegeleiding. Er vond een (video)consult plaats met klager. Volgens Klager waren onder andere de uitleg en informatieverstrekking over de rol van de arbo-arts en de bedrijfsarts als supervisor niet in orde. Op basis van het dossier en hetgeen ter zitting is besproken acht het college het aannemelijk dat de rollen van de arbo-arts en de bedrijfsarts aan het begin van het consult zijn uitgelegd. Het college kan niet vaststellen dat de arbo-arts zich als bedrijfsarts heeft voorgedaan. Daarnaast staat in de rapportage vermeld dat de bedrijfsarts de supervisor is. Hoewel het beter geweest als de supervisieconstructie van tevoren expliciet was aangekondigd en in het medisch dossier was genoteerd levert dat geen tuchtrechtelijk verwijt op. De bedrijfsarts heeft zorgvuldig gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8675
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 20-02-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:30
Klacht tegen een verpleegkundige kennelijk ongegrond. De verpleegkundige werkte bij een bemoeizorg-team. Naar aanleiding van een melding dat er veel overlast was door en van klaagster werd besloten een huisbezoek bij klaagster af te leggen. De verpleegkundige ging met een wijkcoach naar de woning van klaagster. Klaagster verwijt de verpleegkundige, samengevat, dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij dit bezoek. Het college oordeelt dat de verpleegkundige niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8193
- Datum publicatie: 13-01-2026
- Datum uitspraak: 09-01-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:3
Klacht tegen een neuroloog kennelijk ongegrond. Verweerster heeft in haar hoedanigheid van neuroloog de situatie van klaagsters moeder beoordeeld. Patiënte heeft in het buitenland een herseninfarct gehad en werd daarna overgeplaatst naar een ziekenhuis in Nederland. Daar verslechterde haar situatie. Patiënte is in het ziekenhuis overleden. De klacht heeft betrekking op het handelen van verweerster voorafgaand aan het overlijden van patiënte.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8628
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 20-02-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:29
Klager is door de huisarts gezien in verband met een plek op zijn knie. De huisarts heeft de diagnose verruca seborroica (ouderdomswratje) gesteld en het plekje weggekrabd. Een aantal maanden later heeft de huisarts besloten een excisie te doen en het weefsel op te sturen. Nadien bleek dat sprake was van een melanoom. Klager maakt de huisarts onder meer verwijten over de gestelde diagnose, het wegkrabben en het niet opsturen van weefsel voor nader onderzoek. De huisarts heeft aangevoerd dat hij het betreurt dat achteraf sprake was van een melanoom maar dat hij op basis van de kennis die hij op dat moment had zorgvuldig heeft gehandeld. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:28 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8210
- Datum publicatie: 12-02-2026
- Datum uitspraak: 06-02-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:28
Klacht tegen huisarts. Verweerster is huisarts van de ex-partner en het dochtertje van klager. De klacht heeft onder meer betrekking op een door de huisarts aan de ex-partner afgegeven schriftelijke verklaring waarin gesproken wordt over angst- en paniekklachten bij de ex-partner in verband met agressie/geweld in een eerdere relatie. Het college verklaart de klacht deels gegrond en bepaalt dat aan verweerster geen maatregel wordt opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:27 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8131
- Datum publicatie: 12-02-2026
- Datum uitspraak: 06-02-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:27
Klacht tegen een psychiater. Klager is op vijftienjarige leeftijd na een crisissituatie in behandeling gekomen bij een instelling voor jeugd-ggz. Gedurende de behandeling van klager is de psychiater als regiebehandelaar betrokken geraakt. Klager verwijt de psychiater onder meer het niet tijdig voor het bereiken van de achttienjarige leeftijd verwijzen van klager naar een ggz-instelling voor volwassenen. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gedeeltelijk gegrond is en legt aan verweerder een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8471
- Datum publicatie: 05-02-2026
- Datum uitspraak: 30-01-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:26
Klacht tegen een sportarts kennelijk ongegrond. Klaagster werd in 2024 door haar huisarts verwezen naar het ziekenhuis in verband met aanhoudende knieklachten. Daar werd zij gezien door de sportarts. Hierna werd beleid afgesproken en volgden nog twee telefonische consulten. Klaagster is niet tevreden over de behandeling die zij heeft gekregen en verwijt de sportarts dat zij op verschillende punten onzorgvuldig heeft gehandeld. Afgaande op de verslaglegging heeft het college geen aanleiding te twijfelen aan de door de sportarts gevolgde handelswijze en haar beoordeling. Ook is niet gebleken dat er in de (online) verslaglegging tuchtrechtelijk verwijtbaar fouten zijn gemaakt of zaken onvolledig zijn weergegeven.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8576
- Datum publicatie: 29-01-2026
- Datum uitspraak: 27-01-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:25
Klacht tegen gynaecoloog deels gegrond. Klaagster was bij verweerder onder behandeling voor secundaire amenorroe. Hij schreef dit toe aan intensief sporten door klaagster en adviseerde om drie keer per jaar een onttrekkingsbloeding op te wekken. Bij bloedonderzoek werd een afwijkende waarde oestrogeen bepaald, maar verweerder heeft niet de waarde, maar “geen bijzonderheden” genoteerd. Klaagster stelt dat verweerder haar had moeten waarschuwen over de kans op verminderde vruchtbaarheid en dat zij door het nalaten van verweerder later dan noodzakelijk is gediagnostiseerd met ernstige osteoporose. Deze klachten zijn ongegrond. Verweerder heeft in 2019 gedaan wat toen van hem verwacht mocht mogen worden, omdat de verwachte waarschuwing toen nog geen standaard was. De klacht over de onjuiste kwalificatie van het bloedonderzoek is wel gegrond verklaard, omdat de geconstateerde waarde wel een bijzonderheid betrof. Het verwijt is van gering gewicht, verweerder is onmiddellijk volledig open en transparant geweest en heeft lering getrokken. Omdat een maatregel daarmee geen redelijk doel dient legt het college geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:24 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7874
- Datum publicatie: 29-01-2026
- Datum uitspraak: 27-01-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:24
Klacht tegen arts werkzaam bij een abortuskliniek. Nadat een collega arts bij klaagster een abortus had uitgevoerd bij een prille zwangerschap, bleek een tweede ingreep noodzakelijk. De collega had bij de nacontrole een vitale zwangerschap (hartactie) waargenomen. De noodzakelijke tweede ingreep werd voor een week later bij verweerder ingepland. Voorafgaand aan de geplande ingreep nam verweerder met een uitwendige echo geen hartactie waar en presenteerde klaagster de mogelijkheid van een tweede ingreep af te zien en het natuurlijk verloop van een spontane miskraam af te wachten. Hiervoor koos klaagster. Een dag later werd door de verloskundige wel hartactie waargenomen. Klaagster heeft daarop besloten de zwangerschap uit te dragen. Klacht over de communicatie gegrond verklaard, te weten de communicatie over klaagster met een derde zonder toestemming van klaagster, de wijze van e-mailen (via een privé e-mailadres) en het uitblijven van een poging tot contact met klaagster zelf. Ook de klacht over het vaststellen dat er geen hartactie was is gegrond. Vanwege de hartactie die een week ervoor was waargenomen was de bevinding onverwacht en de mogelijkheid een spontane miskraam af te wachten zonder nader onderzoek via een was nader onderzoek via een vaginale echoscopie onvoldoende zorgvuldig. De overige klachten over informatievoorziening en het beperken van de keuzevrijheid van klaagster zijn ongegrond. Maatregel berisping vanwege de verschillende tekortkomingen tezamen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:23 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7873
- Datum publicatie: 29-01-2026
- Datum uitspraak: 27-01-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:23
Klacht tegen arts werkzaam bij een abortuskliniek ongegrond. Verweerder heeft bij klaagster een abortus uitgevoerd bij een prille zwangerschap. Hij heeft klaagster het risico voorgehouden dat de ingreep vanwege de korte zwangerschapsduur zou mislukken en haar geadviseerd de ingreep later te laten plaatsvinden. Klaagster heeft de ingreep toch dezelfde dag laten uitvoeren en nadien bleek dat een tweede ingreep noodzakelijk. De klachten over voorlichting, voldoende tijd nemen voor klaagster zijn ongegrond.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 722
- Volgende pagina zoekresultaten