Zoekresultaten 1-20 van de 15010 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:237 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9372
- Datum publicatie: 09-10-2026
- Datum uitspraak: 09-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:237
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist GGZ. Klager is op vrijwillige basis behandeld in een ggz-instelling. Klager verwijt de verpleegkundig specialist onder meer dat zij onzorgvuldig is geweest in het verrichten van de diagnostiek en de (medicamenteuze) behandeling en dat zij verplichtingen inzake informed consent en dossiervorming niet is nagekomen. Het college oordeelt dat de verpleegkundig specialist uitvoerig en zorgvuldige diagnostiek en vervolgonderzoek heeft verricht. Van onzorgvuldigheid in de medicamenteuze behandeling is niet gebleken. Haar verslaglegging was adequaat en gaf een objectieve weergave van het beloop van de behandeling en de gemaakte keuzes. Geen aanleiding om te twijfelen aan vereiste informed consent. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond verklaard
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:238 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9934
- Datum publicatie: 09-10-2026
- Datum uitspraak: 09-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:238
Gegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft in een verwijsbrief voor de dochter van klaagster een opmerking opgenomen over klaagsters psychiatrische problematiek. De huisarts had deze informatie niet zonder toestemming van klaagster mogen opnemen in de verwijsbrief. De huisarts heeft zich na het incident toetsbaar en leerbaar opgesteld en heeft adequaat gereageerd. Het college vindt het daarom niet nodig een maatregel op te leggen
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:236 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9844
- Datum publicatie: 09-10-2026
- Datum uitspraak: 09-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:236
Gegronde klacht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd tegen een verpleegkundige, werkzaam in de ggz. De verpleegkundige heeft gedurende ongeveer een maand een persoonlijke en seksuele relatie gehad met een cliënte die werd behandeld in de ggz-instelling waar verweerder destijds als verpleegkundige werkte. Dit contact heeft plaatsgevonden na de klinische opname, waar cliënte op dat moment nog wel ambulant werd behandeld. De verpleegkundige heeft het hem verweten gedrag direct erkend, meegewerkt aan het onderzoek van de IGJ, reflecterend vermogen getoond en zich in alle fasen open en toetsbaar opgesteld. Hij heeft een behandeltraject gevolgd bij een psycholoog en werkt op dit moment niet als verpleegkundige. Afwijking uitgangspunt onvoorwaardelijke schorsing. Geheel voorwaardelijke schorsing voor de duur van twee maanden met een proeftijd van twee jaar, waarbij onder meer als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat de verpleegkundige een supervisietraject dient te volgen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:233 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10212
- Datum publicatie: 08-10-2026
- Datum uitspraak: 08-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:233
Klacht tegen een huisarts. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht. Doordat klager niet heeft geconcretiseerd wanneer de contacten met de huisarts hebben plaatsgevonden is het onduidelijk gebleven of de klacht over handelen gaat dat minder dan tien jaar geleden heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat het klaagschrift niet voldoet aan de daaraan in de wet gestelde eisen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:234 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10393
- Datum publicatie: 08-10-2026
- Datum uitspraak: 08-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:234
Klacht tegen een arts. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster staat onder curatele. De voorzitter is van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat klaagster wilsonbekwaam is terzake het indienen van de klacht nu zowel haar zoon (ook haar gemachtigde) als de curator hebben aangegeven dat dit het geval is vanwege vergevorderde dementie. De curator stemt niet in met de klacht, dit betekent dat klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen. De zoon (en gemachtigde) van klaagster wenst de klacht zelf voort te zetten, maar hij is geen rechtstreeks belanghebbende als bedoeld in artikel 65 lid 1 onder a Wet BIG.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:235 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10394
- Datum publicatie: 08-10-2026
- Datum uitspraak: 08-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:235
Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster staat onder curatele. De voorzitter is van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat klaagster wilsonbekwaam is terzake het indienen van de klacht nu zowel haar zoon (ook haar gemachtigde) als de curator hebben aangegeven dat dit het geval is vanwege vergevorderde dementie. De curator stemt niet in met de klacht, dit betekent dat klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen. De zoon (en gemachtigde) van klaagster wenst de klacht zelf voort te zetten, maar hij is geen rechtstreeks belanghebbende als bedoeld in artikel 65 lid 1 onder a Wet BIG.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:151 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9167
- Datum publicatie: 08-10-2026
- Datum uitspraak: 02-10-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:151
Klacht tegen een bedrijfsarts kennelijk ongegrond. Klager heeft zich bij zijn werkgever ziekgemeld na een ongeval. De arts in opleiding tot specialist bedrijfsgeneeskunde heeft de verzuimbegeleiding van klager onder supervisie van de bedrijfsarts op zich genomen. Klager verwijt de bedrijfsarts dat zij verantwoordelijk is voor het handelen van de arts betreffende schending van het beroepsgeheim en onzorgvuldige en partijdige verslaglegging. Het college oordeelt dat niet is gesteld en evenmin is gebleken dat met de delegatie van taken door de bedrijfsarts aan de arts buiten de in het Standpunt gegeven kaders of de supervisieovereenkomst is getreden. Ook kan het college niet vaststellen dat de bedrijfsarts tekort is geschoten is haar rol als supervisor of anderszins onvoldoende verantwoordelijkheid heeft genomen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:191 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3153
- Datum publicatie: 07-10-2026
- Datum uitspraak: 07-10-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:191
Klager heeft een aanvraag gedaan op grond van de Wet studiefinanciering 2000. Deze aanvraag is afgewezen. Klager heeft hiertegen geprocedeerd. De Centrale Raad van Beroep heeft DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) opgedragen een medisch adviseur over de zaak van klager te laten oordelen. Verweerder heeft als medisch adviseur op verzoek van DUO medische rapportages uitgebracht. Klager beklaagt zich over deze rapportages. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep. Gelet op het strikte toetsingskader heeft de arts tot zijn conclusies heeft kunnen komen. De redenen die klager heeft aangevoerd dat hij zijn studie heeft moeten beëindigen, rechtvaardigen niet de conclusie dat hem een nieuwe aanspraak op studiefinanciering toekomt.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:192 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3282
- Datum publicatie: 07-10-2026
- Datum uitspraak: 07-10-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:192
In het kader van een strafrechtelijke procedure tegen klaagster heeft het gerechtshof aan de arts de opdracht gegeven een deskundigenrapport te schrijven over de wilsbekwaamheid van de moeder van klaagster ten tijde van het verlijden van de testamentaire akte bij de notaris in 2016. De arts kwam in zijn rappoort tot de conclusie dat met een hoge mate van waarschijnlijkheid kan worden vastgesteld dat de moeder van klaagster niet meer wilsbekwaam was ter zake het nemen van besluiten over haar testament. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht, omdat er geen sprake is van een schending van een belang dat ziet op een handelen of nalaten op het gebied van de individuele gezondheidszorg. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat klaagster kan worden ontvangen in haar klacht, omdat het handelen van de arts wél weerslag heeft op de individuele gezondheidszorg. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep en wijst de klacht terug naar het Regionaal Tuchtcollege voor inhoudelijke behandeling.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:193 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3297 VZ
- Datum publicatie: 07-10-2026
- Datum uitspraak: 19-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:193
Voorzittersbeslissing. Griffierecht niet betaald. Klaagster heeft laten weten dat zij gezien haar financiële situatie het griffierecht niet kan betalen. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk in het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:190 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3149
- Datum publicatie: 07-10-2026
- Datum uitspraak: 07-10-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:190
Ongegronde klacht tegen een arts. De arts werkt binnen de penitentiaire inrichting (PI) waar klager verblijft. Voor zijn verblijf in detentie had klager al een tijd pijnklachten in zijn onderrug. Klager verwijt de arts dat hij heeft nagelaten een juiste behandeling in te zetten voor zijn rugklachten. Daarnaast verwijt klager de arts dat hij ten onrechte niet is doorverwezen.Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van klager verwerpen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:231 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9623
- Datum publicatie: 06-10-2026
- Datum uitspraak: 06-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:231
Deels gegronde klacht tegen een arts. Klaagster werd in het kader van de verzuimbegeleiding begeleid door de arts. Klaagster verwijt de arts onder andere onvoldoende begeleiding bij een second opinion en schending van de vertrouwelijkheid. Het college oordeelt dat ook nadat de verzuimbegeleiding door een collega was overgenomen, de bedrijfsarts de voortgang van het verzoek om een second opinion had moeten controleren en zo nodig zijn supervisor of de arbodienst tot vervolgactie had moeten bewegen. Ook had de arts niet bij de werkgever mogen aangeven dat klaagster geen toestemming gaf voor het opvragen van medische informatie. Dit is niet zonder meer informatie die de werkgever nodig heeft. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:232 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9600
- Datum publicatie: 06-10-2026
- Datum uitspraak: 06-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:232
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager heeft bij het CIZ een aanvraag gedaan voor 24-uurszorg. De arts heeft als medisch adviseur bij het CIZ hierover advies gegeven. Klager meent dat dit advies niet op de juiste wijze tot stand is gekomen en dat hij bovendien zijn blokkerings- en correctierecht niet heeft kunnen uitoefenen. Het college is van oordeel dat klager wel het blokkeringsrecht toekwam, maar dat de arts klager niet in de gelegenheid heeft gesteld daarvan gebruik te maken is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Ook de overige klachtonderdelen zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:230 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9157
- Datum publicatie: 06-10-2026
- Datum uitspraak: 06-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:230
Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat zij haar klachten niet serieus heeft genomen, niet tijdig medische informatie heeft ingewonnen en druk heeft uitgeoefend om te re-integreren. Het college stelt voorop dat het beter was geweest als de bedrijfsarts klaagster fysiek had gezien. De werkgever waar de bedrijfsarts voor werkte had echter als beleid dat gesprekken telefonisch plaatsvonden omdat de arbodienst landelijk werkt en de reisafstand in veel gevallen te groot is om werknemers op een fysiek spreekuur te beoordelen. Een bedrijfsarts die onder deze omstandigheden moet werken, moet daarop alert zijn door waarborgen te creëren die maken dat toch een zo goed mogelijk beeld kan worden gevormd. Dat heeft de bedrijfsarts voldoende gedaan. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:226 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8846
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 02-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:226
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster heeft een crisismaatregel opgelegd gekregen. Zij verwijt de psychiater onder meer dat zij voorafgaand aan die crisismaatregel niet is onderzocht en gehoord, dat zonder medische onderbouwing tijdelijke verplichte zorg is toegepast en dat er geen volledige verslaglegging is. In deze specifieke situatie is het begrijpelijk en te billijken dat de psychiater, als zorgverantwoordelijke, niet aan de wettelijke verplichting om klaagster opnieuw te beoordelen heeft voldaan. Wel had zij haar gevoerde beleid in het medisch dossier moeten opnemen. Klacht deels gegrond, overige klachtonderdelen ongegrond verklaard. Geen maatregel
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:227 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9254
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 02-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:227
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft een medische verklaring opgesteld in het kader van de aanvraag van een crisismaatregel voor klager. Klager verwijt de psychiater in kwestie met name – samengevat – dat zij in haar medische verklaring feitelijke onjuistheden heeft opgenomen, waarbij zij deze verkeerde informatie heeft ontvangen van de ex-partner van klager. Daarnaast verwijt klager de psychiater dat zij haar diagnose heeft gebaseerd op basis van deze verkeerde informatie en daarnaast haar diagnose ook niet goed heeft onderbouwd. Het college kan de psychiater volgen in haar diagnostische overwegingen en voorlopige diagnose. Overige klachtonderdelen ook ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:228 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9373
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 02-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:228
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager is op vrijwillige basis behandeld door verschillende psychiaters en de zorgmachtiging is uiteindelijk niet aangevraagd. Klager verwijt de psychiater onder meer dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld in de diagnostiek en voorbereiding van de zorgmachtiging. Het feit dat de psychiater PTSS niet als primaire diagnose heeft gesteld acht het college navolgbaar. Van onzorgvuldigheid is niet gebleken. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:229 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9375
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 02-10-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:229
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager is op vrijwillige basis behandeld door verschillende psychiaters. Verweerder heeft een verklaring opgesteld in het kader van de voorbereiding van een zorgmachtiging. Het college kan de psychiater volgen in zijn diagnostische overwegingen om tot de voorlopige diagnose van psychotische stoornis en PTSS te komen. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:152 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9166
- Datum publicatie: 02-10-2026
- Datum uitspraak: 02-10-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:152
Klacht tegen een arts in opleiding tot specialist bedrijfsgeneeskunde kennelijk ongegrond. Klager heeft zich bij zijn werkgever ziekgemeld na een ongeval. De arts (verweerster) heeft de verzuimbegeleiding van klager onder supervisie van de bedrijfsarts op zich genomen. Klager verwijt de arts dat zij haar beroepsgeheim heeft geschonden door informatie zonder toestemming te delen met de werkgever van klager, en dat de verslaglegging onzorgvuldig en partijdig is. Het college oordeelt dat bij de door de bedrijfsarts aan de werkgever doorgegeven informatie geen medische informatie zat en de bedrijfsarts binnen de grenzen van het beroepsgeheim is gebleven. Daarnaast is het college niet gebleken van onzorgvuldig of partijdig handelen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:225 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9862
- Datum publicatie: 01-10-2026
- Datum uitspraak: 21-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:225
Voorzittersbeslissing. Aan de hand van de stellingen van partijen concludeert de voorzitter dat inderdaad niet kan worden vastgesteld dat de huisarts een dergelijke vermelding (dat klaagster een lastige patiënt is) heeft gemaakt in het medisch dossier van klaagster. De stelling van klaagster dat deze opmerking staat vermeld is bovendien niet of althans onvoldoende onderbouwd. De klacht is kennelijk ongegrond.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 751
- Volgende pagina zoekresultaten