Zoekresultaten 1-50 van de 14546 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:80 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8997
- Datum publicatie: 14-04-2026
- Datum uitspraak: 14-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:80
Gegronde klacht tegen een verpleegkundige, die onrechtmatig – zonder behandelrelatie met patiënten - meerdere keren en gedurende een langere periode patiëntendossiers heeft ingezien. Verpleegkundige erkent onbevoegde inzage. Dat doet niet af aan de ernst van de normschending. Tweede tuchtnorm. Berisping en publicatie.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:81 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8894
- Datum publicatie: 14-04-2026
- Datum uitspraak: 14-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:81
Gegronde klacht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd tegen een verpleegkundige, werkzaam in de GGZ, die een intiem en seksueel grensoverschrijdend contact is aangegaan met een patiënte – met verhoogde kwetsbaarheid. Tijdens de opname van de patiënte en de ambulante behandeling. Verpleegkundige erkent het contact, stelt dat sprake was van een vriendschapsrelatie. Ernstige en langdurige overschrijding van de professionele beroepsuitoefening. Verpleegkundige heeft bewust een grens overschreden. Schorsing voor één jaar, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Tevens gedeeltelijke ontzegging bevoegdheid om als verpleegkundige in de GGZ te werken. Publicatie.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:80 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3134
- Datum publicatie: 13-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:80
Voorzittersbeslissing. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in de klacht omdat klaagster het griffierecht niet (op tijd) had betaald. Het Centraal Tuchtcollege heeft vastgesteld dat het griffierecht wel tijdig is voldaan. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege en wijst de zaak terug.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:76 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2924
- Datum publicatie: 13-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:76
Klacht tegen een tandarts. Klaagster heeft in de praktijk van de tandarts een brug laten plaatsen. Zij is ontevreden over de brug. Klaagster verwijt de tandarts o.a. dat hij haar niet heeft ingelicht over het feit dat de brug niet zonder verdikking kon worden gemaakt. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat klaagster door de tandarts beter geïnformeerd had moeten worden over de mogelijkheden, maar vooral de onmogelijkheden ten aanzien van de door klaagster gewenste brug. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard en de tandarts een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond waarmee de maatregel van waarschuwing komt te vervallen. Gelet op de beperkte rol van de tandarts was het niet zijn verantwoordelijkheid om klaagster te informeren.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:77 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2983
- Datum publicatie: 13-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:77
Klacht tegen een psychiater. De klacht gaat over een door de psychiater opgesteld keuringsrapport rijgeschiktheid van klager, waarin werd geconcludeerd dat klager niet rijgeschikt was. Klager was het daar niet mee eens en liet een onafhankelijke herkeuring doen, daaruit kwam naar voren dat er geen beperkingen waren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de psychiater in het rapport op onvoldoende inzichtelijke en consistente wijze uiteen heeft gezet op welke gronden de conclusies van het rapport steunen. De psychiater heeft in dit geval op meerdere onderdelen onvoldoende blijk gegeven van de vereiste vakkundigheid en zorgvuldigheid, niet alleen bij het afnemen van het onderzoek maar ook bij het opstellen van de rapportage. Gelet op de opstelling van de psychiater in de aan de tuchtprocedure voorafgaande correspondentie tussen hem en klager en ook in de procedure voor het Regionaal Tuchtcollege heeft de psychiater weinig zelfinzicht en -reflectie getoond. Het Regionaal Tuchtcollege acht een berisping daarom passend en geboden. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de psychiater.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:79 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8343
- Datum publicatie: 13-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:79
Voorzittersbeslissing. Klager kennelijk niet-ontvankelijk in klacht. Klager klaagt over een onbekend gebleven zorgverlener die feedback gaf op het pro Justitia rapport. Instelling heeft geweigerd om de naam van de zorgverlener te verstrekken, ondanks formele verzoeken van klager en zijn daartegen ingestelde beroep. Processuele verantwoordelijkheid klager de naam van de zorgverlener te verstekken. Aannemelijke onmogelijkheid voor klager. Klager heeft concrete en bruikbare aanknopingspunten klager aangedragen. Dan beperkte inspanningsverplichting (secretaris) tuchtcollege om te proberen de naam te achterhalen. Belangenafweging als instelling de naam alleen wil verstrekken als die naam niet met klager wordt gedeeld. Zeer uitzonderlijke gevallen besluit voorzitter dat de naam alleen voor tuchtcollege bekend wordt. Mogelijkheid om klacht – zonder bekendheid met en vermelding van naam zorgverlener – in behandeling nemen en uitspraak te doen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:78 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2937
- Datum publicatie: 13-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:78
Klacht tegen arts in opleiding tot psychiater. Klaagster werd in januari 2024 gezien door de arts voor een intake op de polikliniek Psychiatrie. In het kader van de opleiding heeft de arts, werkzaam onder supervisie, zelfstandig de intake gedaan. De bevindingen van de intake werden, na overleg met de supervisor en collega’s, met klaagster besproken. Klaagster verwijt de arts het stellen van een onjuiste diagnose, schending van de informatieplicht, een onzorgvuldige dossiervorming, het schenden van het beroepsgeheim en een gebrekkige voorlichting over verdere behandelmogelijkheden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep gedeeltelijk niet-ontvankelijk en verwerpt het beroep voor het overige.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:79 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3074
- Datum publicatie: 13-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:79
Klaagster is eind 2024 tweemaal op consult geweest bij de tandarts. Over beide consulten is klaagster ontevreden. Zij vindt dat ze beide keren lang in de wachtkamer heeft moeten wachten, dat zij onvoldoende uitleg heeft gekregen over voedingssupplementen en dat de behandeling tijdens het tweede consult (behandeling van cariës) niet zorgvuldig is uitgevoerd. Ook heeft klaagster geen reactie gekregen op de klacht die zij bij de tandartspraktijk heeft ingediend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. In beroep gaat het alleen over het verwijt dat de behandeling van cariës niet zorgvuldig is uitgevoerd. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel als het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:76 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2025/8671
- Datum publicatie: 10-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:76
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts in opleiding tot huisarts. Klager heeft twee weken na een bezoek aan de spoedpoli van een GGZ-aanbieder zijn echtgenote gedood. Klager verwijt de arts dat hij en een collega hebben nagelaten de noodzakelijke medische zorg te verlenen, dan wel niet hebben ingegrepen bij een mogelijk levensbedreigende situatie. Het college is van oordeel dat er voor de arts geen aanleiding was om acuut gevaar te vermoeden. Er was dan ook geen reden om klager op te nemen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:77 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9111
- Datum publicatie: 10-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:77
Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klaagster verwijt de gz-psycholoog dat niet duidelijk was wie de regiebehandelaar was. Het was beter geweest als de wijziging van het regiebehandelaarschap niet alleen telefonisch maar ook schriftelijk aan klaagster was medegedeeld. Achterwege blijven van de schriftelijke mededeling is echter niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:78 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8245
- Datum publicatie: 10-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:78
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een psychotherapeut. Klager verwijt de psychotherapeut onder meer dat zij als regiebehandelaar een brief heeft ondertekend waarin ten onrechte is vermeld dat sprake was van ‘wederkerige mishandeling’, met als gevolg dat klager daarvan nadeel ondervond in gerechtelijke procedures. Dit klachtonderdeel is gegrond. Door het begrip ‘anamnestische’ weg te laten, lijkt sprake te zijn van een vaststaand feit. Dat laatste staat echter niet vast en blijkt echter nergens uit. In de overige klachtonderdelen is klager niet-ontvankelijk. Het college legt een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:72 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8315
- Datum publicatie: 10-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:72
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater, werkzaam als geneesheer-directeur. Klager verwijt de psychiater dat zij zijn medisch dossier niet heeft verstrekt dan wel een onvolledig of gemanipuleerd dossier aan hem heeft verstrekt. Tweede tuchtnorm van toepassing. De psychiater is niet betrokken geweest bij een eerdere afgifte van het dossier en de inhoud daarvan. De psychiater heeft de vragen van klager over zijn dossier zorgvuldig beantwoord.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:73 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8316
- Datum publicatie: 10-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:73
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater, werkzaam als geneesheer-directeur. Klager verwijt de psychiater dat zij zijn medisch dossier niet heeft verstrekt dan wel een onvolledig of gemanipuleerd dossier aan hem heeft verstrekt. Tweede tuchtnorm van toepassing. De psychiater is niet betrokken geweest bij een eerdere afgifte van het dossier en de inhoud daarvan. De psychiater heeft de vragen van klager over zijn dossier zorgvuldig beantwoord.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8317
- Datum publicatie: 10-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:74
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater, werkzaam als geneesheer-directeur. Klager verwijt de psychiater dat zij zijn medisch dossier niet heeft verstrekt dan wel een onvolledig of gemanipuleerd dossier aan hem heeft verstrekt. Tweede tuchtnorm van toepassing. De psychiater is niet betrokken geweest bij een eerdere afgifte van het dossier en de inhoud daarvan. De psychiater heeft de vragen van klager over zijn dossier zorgvuldig beantwoord.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:75 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8670
- Datum publicatie: 10-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:75
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts in opleiding tot psychiater. Klager heeft twee weken na een bezoek aan de spoedpoli van een GGZ-aanbieder zijn echtgenote gedood. Klager verwijt de arts dat zij en een collega hebben nagelaten de noodzakelijke medische zorg te verlenen, dan wel niet hebben ingegrepen bij een mogelijk levensbedreigende situatie. Het college is van oordeel dat er voor de arts geen aanleiding was om acuut gevaar te vermoeden. Er was dan ook geen reden om klager op te nemen.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8186
- Datum publicatie: 08-04-2026
- Datum uitspraak: 08-04-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:66
Kennelijk ongegronde klacht tegen MDL-arts. Klaagster klaagt over de keuze van verweerder een sigmoïdoscopie uit te voeren en dat hij op 12 en 26 januari 2024 zijn informatieplicht heeft geschonden. Geen schending informatieplicht. Verweerder is voorafgaand aan het verrichten van de sigmoïdoscopie op 12 januari 2024 nagegaan of deze in het geval van klaagster was geïndiceerd. Hij heeft bovendien de voorgeschreven time out-procedure, waarvan het hebben verkregen van informed consent onderdeel is, zorgvuldig en correct doorlopen. Op 26 januari 2024 heeft verweerder klaagster geïnformeerd over het risico van een stoma als bij de ingreep sprake blijkt te zijn van een perforatie. Ook de assistent chirurgie heeft dit risico met klaagster besproken. Klaagster heeft bovendien zelf, tijdens het mondelinge vooronderzoek, erkend dat haar voorafgaand aan de operatie is gezegd dat zij na de operatie wakker kon worden met een stoma. Ook is er voorafgaand aan de operatie bij klaagster een stomastip op haar buik gezet.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8187
- Datum publicatie: 08-04-2026
- Datum uitspraak: 08-04-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:67
Kennelijk ongegronde klacht tegen MDL-arts. Klaagster klaagt over ontslag uit ziekenhuis, het niet-meedelen van een onderzoeksuitslag en over informed consent rondom sigmoïdoscopie. Ontslag uit ziekenhuis navolgbaar. Het ging medisch gezien beter met klaagster. Klaagster gaf verweerster en andere zorgverleners ook meermaals aan naar huis te willen. Dat de toestand van klaagster na het ontslag verslechterde en zelfs tot een heropname van klaagster heeft geleid, maakt niet dat verweerster klaagster niet had mogen ontslaan. Verweerster heeft klaagster telefonisch gesproken en haar de uitslag van het onderzoek meegedeeld. De physician assistant, die de sigmoïdoscopie geïndiceerd heeft geacht en aangevraagd, is in beginsel zelf verantwoordelijk voor het informeren van klaagster over de risico’s daarvan en voor het verkrijgen van informed consent. Dat is niet de verantwoordelijkheid van verweerster.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:68 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7866
- Datum publicatie: 08-04-2026
- Datum uitspraak: 08-04-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:68
Ongegrond klacht over MDL-arts. Klaagster klaagt over onheuse bejegening tijdens een telefoongesprek waarin de MDL-arts de uitslag van een coloscopie aan klaagster meedeelde, over de kwaliteit van de aan klaagster verleende zorg en over de verwarrende communicatie van en namens verweerder. Klaagster heeft aangegeven verweerder niet meer te willen spreken. Ook klaagt klaagster over de brief van verweerder aan de huisarts van klaagster en dat de MDL-arts niet heeft geleerd van een bij zijn polikliniek ingediende klacht.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8219
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:54
Klacht tegen een internist kennelijk ongegrond. Klager was vanwege een hiv-infectie onder behandeling bij de internist. De behandelrelatie verslechterde, totdat klager uiteindelijk de toegang tot het ziekenhuis werd ontzegd. Klager verwijt de internist, samengevat, dat zij weigerde medicatie voor te schrijven en dat zij hem onvoldoende heeft geïnformeerd over het beëindigen van de behandelingsovereenkomst en onvoldoende tijdig heeft doorverwezen. Het college is van oordeel dat de internist niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en dat het in het belang van goede zorgverlening is dat klager zich laat monitoren.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8220
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:55
Klacht tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige is verpleegkundig expert hiv in het ziekenhuis. Klager heeft al geruime tijd een hiv-infectie en verwijt de verpleegkundige, samengevat, het ten onrechte weigeren van medicatie en bloedonderzoek en het instellen van een toegangsverbod en het doen van melding bij justitie. Het college is van oordeel dat de verpleegkundige de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:75 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2870
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 16-03-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:75
De zoon van klagers is van zijn fiets gevallen, waardoor zijn melkvoortand moest worden getrokken. De tandarts heeft de voortand getrokken. Klagers verwijten de tandarts onder andere dat hij hun zoon onvoldoende verdoofd heeft bij het trekken van de tand, hij klagers en hun zoon niet heeft voorgelicht over de voorgenomen behandeling en dat hij hen onheus heeft bejegend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klagers.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:56 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8974
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:56
Kennelijk ongegronde klacht van een patiënt tegen een tandarts. Klacht gaat over het – volgens klager – onjuiste gebruik van declaratiecode H35 (moeizaam trekken tand of kies met behulp van chirurgie) en onwaarheden in het patiëntendossier van klager.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8217
- Datum publicatie: 07-04-2026
- Datum uitspraak: 07-04-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:53
Klacht tegen een huisarts kennelijk ongegrond. Klager ontving via de huisartsenpraktijk van verweerder zijn hiv-medicatie. Het ziekenhuis was verantwoordelijk voor de medische controles en behandeling van de hiv-infectie. Toen uit de informatie van de behandelend specialist bleek dat klager zich aan de ziekenhuiscontroles onttrok, besloot de huisarts de medicatie niet langer voor te schrijven en verwees klager naar de specialist voor controle en hiv-medicatie. Klager verwijt de huisarts dat hij plotseling en onrechte weigerde deze vervolgmedicatie te verstrekken. Het college oordeelt dat de huisarts geen tuchtrechtelijk verwijt gemaakt kan worden.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8995
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 03-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:70
Gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De Inspectie verwijt de verpleegkundige seksueel grensoverschrijdend handelen jegens een cliënte die verbleef in een instelling waar hij werkte, door het aanleggen, activeren en vasthouden van een seksspeeltje. De verpleegkundige heeft het handelen erkend, maar voert verweer ten aanzien van het grensoverschrijdende karakter. Het college oordeelt dat sprake is van seksueel grensoverschrijdend gedrag en legt een voorwaardelijke schorsing van twee maanden op met als bijzondere voorwaarde het volgen van een cursus met het thema Afstand en Nabijheid in de werkrelatie. Het college merkt daarbij op dat het belangrijk is dat dit thema op de werkvloer wordt besproken met en tussen medewerkers. In een werksituatie, zeker bij een relatief langdurig verblijf van cliënten waarbij een zekere band kan ontstaan tussen cliënten en de zorgverleners, moet voldoende aandacht zijn voor afstand en nabijheid ook als het gaat om kwetsbare behoeftes zoals de behoefte aan intimiteit en seksualiteit.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8971
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 03-04-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:71
Klaagster is niet-ontvankelijk in haar klacht. Verweerster is directeur van de instelling waar klaagster gedeeltelijk verblijft. Klaagster verwijt verweerster onder andere dat zij klaagster heeft verplaatst naar een andere locatie van de instelling. Het college stelt vast dat de beslissing van de instelling om klaagster over te plaatsen is genomen na vele gesprekken en dat daarbij naast de belangen van klaagster ook de belangen van de andere cliënten van de instelling en de belangen van de instelling zelf zijn meegewogen. Daarmee gaat het om een beslissing met een organisatorisch en bedrijfsmatig karakter. Weliswaar is de beslissing genomen door verweerster, maar dat heeft zij gedaan in haar rol van directeur van de instelling en niet in haar rol van verpleegkundige. Het college oordeelt dat klaagster niet-ontvankelijk is in haar klacht.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:74 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2865
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:74
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is in oktober 2014 twee keer door de huisarts op de huisartsenpost gezien. De eerste keer heeft de huisarts een keelontsteking bij klaagster vastgesteld en een antibioticumkuur voorgeschreven. Bij het tweede consult, vier dagen later, bleek de gezondheidstoestand van klaagster verslechterd en heeft de huisarts klaagster ingestuurd naar de spoedeisende hulp. Nadien heeft klaagster verschillende herseninfarcten gehad. Klaagster verwijt de huisarts dat zij het ziektebeeld van klaagster bij het eerste consult niet heeft onderkend en dat zij heeft geweigerd om klaagster te verwijzen naar de spoedeisende hulp. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:68 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2977
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:68
Klacht tegen een huisarts. De echtgenote van klager, patiënte, had diverse klachten en problemen die de huisarts moeilijk kon duiden. Hij vermoedde een maligniteit. Dit werd na onderzoek door de internist uitgesloten, maar hij concludeerde tot een anemie van chronische origine. Na enkele maanden werd patiënte plotseling in het ziekenhuis opgenomen. Daar werd hartfalen en darmischemie vastgesteld, als gevolg waarvan zij is overleden. Klager verwijt de huisarts onvoldoende onderzoek te hebben gedaan, de diagnose hartfalen te hebben gemist, een kokervisie te hebben gehad op een maligniteit en geen regie te hebben gevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:62 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2661
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:62
Klacht tegen een GZ-psycholoog. De GZ-psycholoog heeft onderzoek gedaan naar de geestvermogens van klager en een Pro Justitia rapportage over klager opgesteld. Volgens klager heeft de GZ-psycholoog in strijd met de geldende wettelijke bepalingen en beroepsnormen gehandeld, door op foutieve en nalatige wijze de Pro Justitia rapportage op te stellen en tot een onjuiste conclusie te komen. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat uit de rapportage blijkt dat de GZ-psycholoog zorgvuldig onderzoek heeft gedaan en dat de rapportage voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Niet is gebleken dat de GZ-psycholoog stukken tot haar beschikking had die zij ten onrechte niet of onvoldoende heeft meegewogen in haar overwegingen. Op basis van het uitgevoerde onderzoek heeft de GZ-psycholoog naar het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege in redelijkheid tot haar conclusies kunnen komen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep gedeeltelijk niet-ontvankelijk en verwerpt het beroep voor het overige.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:69 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3020
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:69
Klacht tegen een gz-psycholoog. Klager is door de instelling waar hij verbleef ten behoeve van psychodiagnostiek en mogelijke behandeling/advisering verwezen naar de organisatie waar degz-psycholoog werkt. De gz-psycholoog werd regiebehandelaar. Klager is onderzocht en er is een onderzoeksverslag gemaakt (medeondertekend door de gz-psycholoog als supervisor). Klager verwijt de gz-psycholoog dat (1) er onwaarheden en beledigingen in het onderzoeksverslag staan, (2) niks is overgenomen van wat klager heeft gezegd, maar dat alleen is geluisterd naar medewerkers van de instelling, (3) geen rekening is gehouden met de situatie waarin klager zat (zoals ernstige jeuk, waarin klager niet serieus werd genomen) en (4) er diverse stoornissen in het onderzoeksverslag staan die er niet zijn. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:63 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2662
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:63
Klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft onderzoek gedaan naar de geestvermogens van klager en een Pro Justitia rapportage over klager opgesteld. Volgens klager heeft de psychiater in strijd met de geldende wettelijke bepalingen en beroepsnormen gehandeld, door op foutieve en nalatige wijze de Pro Justitia rapportage op te stellen en tot een onjuiste conclusie te komen. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat uit de rapportage blijkt dat de psychiater zorgvuldig onderzoek heeft gedaan en dat de rapportage voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Niet is gebleken dat de psychiater stukken tot haar beschikking had die zij ten onrechte niet of onvoldoende heeft meegewogen in haar overwegingen. Op basis van het uitgevoerde onderzoek heeft de psychiater naar het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege in redelijkheid tot haar conclusies kunnen komen. Dat de onderzoeksresultaten door de psychiater niet meer met klager zijn besproken omdat klager dit weigerde, doet daar niet aan af. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep gedeeltelijk niet-ontvankelijk en verwerpt het beroep voor het overige.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:70 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3021
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:70
Klacht tegen een psychiater. Klager woonde in een woonvoorziening. Klager was daarnaast onder behandeling bij een instelling voor forensische en intensieve zorg en begeleiding De psychiater was als psychiater/regiebehandelaar betrokken bij klager. In de periode dat de psychiater bij klager betrokken was is er een zorgmachtiging aangevraagd en verkregen. Klager verwijt de psychiater dat zij er bij haar handelen ten onrechte van uitging dat het gedrag van klager het gevolg is van de diagnoses die in de stukken worden genoemd. Dit is volgens klager niet terecht omdat zijn handelen wordt veroorzaakt door het onrecht dat hem door de woonvoorziening en instelling is aangedaan. Dit wordt ten onrechte terzijde geschoven en klager wordt ten onrechte beschouwd als een gevaar voor de maatschappij zodat ten onrechte een zorgmachtiging is aangevraagd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:64 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2868
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:64
Klager heeft zich in 2014 ziekgemeld bij zijn werkgever. Hij was op dat moment opgenomen op een gesloten psychiatrische afdeling. Klager heeft twee weken doorgebracht op de gesloten afdeling en daarna bijna vier maanden op de open afdeling. De bedrijfsarts was werkzaam bij de arbodienst van de werkgever en werd verantwoordelijk voor de begeleiding van klager. Klager verwijt hem dat hij niet op de juiste wijze heeft gehandeld bij de verzuimbegeleiding. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels gegrond verklaard, maar geen maatregel opgelegd. Klager heeft tegen die beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt dat beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:71 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2643
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:71
Gegronde klacht tegen een arts, destijds in opleiding tot specialist (aios chirurg heelkunde). De klacht gaat over de behandeling van klaagster aan haar galblaas. Zij is op 15 november 2022 door de arts geopereerd. Het betrof een kijkoperatie, waarbij de galblaas zou worden verwijderd. Daarbij heeft de arts, in plaats van de afvoergang van de galblaas, de centrale galgang en de rechter leverslagader doorgenomen hoewel meerdere leden van het operatieteam aangaven dat zij twijfelden of de CVS was bereikt. Toen de arts de indruk kreeg dat het niet goed ging, heeft hij zijn supervisor erbij gehaald. Deze heeft de galweg rechtstreeks aangesloten op de dunne darm. Twee dagen later is klaagster opnieuw geopereerd. Klaagster is niet volledig hersteld. Zij ondervindt nog steeds beperkingen in haar dagelijks leven en zal die naar verwachting ook blijven ondervinden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep, verklaart de klacht alsnog gegrond en legt aan de arts de maatregel van berisping op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:65 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2875
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:65
Klacht tegen een huisarts. Patiënte heeft een psychiatrische aandoening en verblijft sinds 2000 in een instelling voor beschermd en begeleid wonen. De huisarts is de vaste huisarts voor bewoners van de instelling. Zij bezoekt de instelling eens per twee weken en daarnaast indien nodig. De huisarts wordt verweten dat zij bij patiënte een heupfractuur over het hoofd heeft gezien, zij ten onrechte uitging van een psychische oorzaak van de klachten van patiënte en dat zij patiënte en haar mentor dagenlang niet serieus heeft genomen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog deels gegrond, verwerpt het beroep voor het overige en legt op de maatregel van waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:72 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2791
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:72
Klacht tegen een arts. Klaagster heeft een klacht ingediend over de zorg die aan haar moeder is verleend tijdens haar opname in een woonzorgcentrum. Zij is kort gezegd niet tevreden over de zorg die haar moeder kreeg, de monitoring van de medicatie en de medische behandeling wat betreft de benauwdheid van haar moeder. De arts was de behandelend arts van de moeder van klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met die beslissing en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:66 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2975
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:66
Klager verwijt de dermatoloog dat hij niet tijdig de diagnose ‘lepra’ heeft gesteld toen klager zich via doorverwijzing van de huisarts bij de dermatoloog meldde met klachten waarvan klager zei dat die dezelfde waren als twintig jaar terug, toen bij klager lepra was vastgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de dermatoloog de maatregel van berisping opgelegd. Klager is het niet eens met die beslissing en heeft beroep ingesteld. Hij is van mening dat aan de dermatoloog een zwaardere maatregel dan een berisping moet worden opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in het beroep, gelet op het bepaalde in artikel 73, eerste lid onder a, van de Wet BIG.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:73 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2792
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:73
Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Klaagster heeft een klacht ingediend over de zorg die aan haar moeder is verleend tijdens haar opname in een woonzorgcentrum. Zij is kort gezegd niet tevreden over de zorg die haar moeder kreeg, de monitoring van de medicatie die werd ingesteld en de medische behandeling wat betreft de benauwdheid van haar moeder. De specialist ouderengeneeskundige was op twee momenten betrokken bij de zorg aan de moeder van klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met die beslissing en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:67 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2976
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:67
Klager verwijt de arts dat zij niet de diagnose ‘lepra’ heeft gesteld en zich bovendien neerbuigend en discriminerend heeft uitgelaten onder meer in de brief aan de huisarts van klager.Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Klager heeft beroep ingesteld tegen die beslissing. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt ook dat de klacht ongegrond is, en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7841
- Datum publicatie: 01-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:61
Kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. Ouders van patiënte die tijdens haar opname op de crisisafdeling van een medisch centrum suïcide pleegde, verwijten de psychiater onzorgvuldig handelen en het stellen van een ongefundeerde foutieve diagnose op basis waarvan patiënte het medisch centrum moest verlaten, zonder adequate opvang elders. Indiening van klacht door nabestaanden. De te veronderstellen wil van de overleden patiënt. Multidisciplinaire richtlijn Diagnostiek en behandeling van suïcidaal gedrag. Geen aanknopingspunten voor onzorgvuldig handelen noch voor het stellen van een ongefundeerde foutieve diagnose.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8047
- Datum publicatie: 01-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:62
Deels gegronde klacht tegen psychiater werkzaam in de PI. Geen maatregel. Moeder en zus van overleden patiënte verwijten de psychiater een gebrek aan communicatie met de andere artsen en het off-label voorschrijven van doxazosine en tamsulosine. Voldoende overleg met de andere artsen. Regelmatige bespreking van patiënte in het PMO. Inzicht in de medicatie die aan patiënte was voorgeschreven. Art. 68 lid 1 Geneesmiddelenwet. Voorschrijven van medicatie voor indicaties waarvoor de middelen niet zijn geregistreerd. Permissieve richtlijn wel voor doxazosine maar niet voor tamsulosine. Geen overleg met apotheker over wenselijkheid en dosering van tamsulosine is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Zoektocht naar onconventionele medicatie vanwege complexe casus en prangende hulpvraag van patiënte.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8616
- Datum publicatie: 01-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:63
Klager klaagt over een tandarts omdat zij tijdens een gebitsreiniging in 2015 zijn tanden en tandvlees opzettelijk zou hebben beschadigd, hem heeft misleid over haar functie en het medisch dossier heeft aangepast. Het tuchtcollege oordeelt dat niet kan worden vastgesteld dat de schade door de behandeling is veroorzaakt, omdat deze meerdere oorzaken kan hebben. Ook de over klachtonderdelen zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7807
- Datum publicatie: 01-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:64
Klager klaagt tegen een tandarts over declaraties die de tandarts heeft gestuurd terwijl een all-in prijs was afgesproken, de behandeling zelf en de communicatie. Het college oordeelt dat de tandarts onvoldoende duidelijk heeft gecommuniceerd over extra kosten buiten de afgesproken all-in prijs, waardoor één factuur onterecht was. Daarnaast zijn de implantaten niet correct (te ondiep) geplaatst, wat in dit geval medisch onzorgvuldig is. De overige klachten zijn ongegrond. De tandarts krijgt mede omdat hij er geen blijk van heeft gegeven dat hij anders had moeten handelen, een berisping.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8867
- Datum publicatie: 01-04-2026
- Datum uitspraak: 01-04-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:65
Klager dient een klacht in tegen de door de tandarts in 2016 geplaatst implantaat. Klager heeft in 2025 last gekregen van een loszittende kroon en dat is volgens hem het gevolg van het feit dat er al sinds 2016 sprake is van een breuk in het tussenstuk. Het college stelt vast dat er op röntgenfoto’s geen breuk te zien is en oordeelt dat het ook zeer onwaarschijnlijk is dat hiervan pas negen jaar na de plaatsing blijkt. De tandarts heeft ook voor het overige niet onzorgvuldig gehandeld. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8772
- Datum publicatie: 31-03-2026
- Datum uitspraak: 31-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:63
Gegronde klacht tegen een arbo-arts. De arts heeft onvoldoende zorgvuldig gehandeld, zowel in zijn medische beoordeling als in zijn professionele opstelling. De arts heeft vastgehouden aan een vooraf ingenomen standpunt, zonder voldoende ruimte te laten voor alternatieve medische verklaringen van de klachten. Diagnostische benadering was beperkt. Onvoldoende gebleken van een open en luisterende houding. Klacht gegrond. Geen blijk van reflectie. Berisping opgelegd met bekendmaking in het register.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8563
- Datum publicatie: 31-03-2026
- Datum uitspraak: 31-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:64
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arbo-arts. Klager verwijt de arts dat zij rapportages heeft opgesteld op basis van een ander ziektebeeld en dat zij niet heeft meegewerkt aan de aanvraag van een second opinion. Niet is gebleken dat de arts zonder aanleiding een medische klacht heeft betrokken bij de beoordeling. Aannemelijk dat klager niet eerder een second opinion had aangevraagd. Overige klachtonderdelen ook kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8455
- Datum publicatie: 31-03-2026
- Datum uitspraak: 31-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:65
Klacht tegen een gz-psycholoog. Klager is voor een deel van de klacht kennelijk niet-ontvankelijk omdat hij geen rechtstreeks belanghebbende is. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond. Klacht niet feitelijk onderbouwd en door de gz-psycholoog gemotiveerd bestreden.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8456
- Datum publicatie: 31-03-2026
- Datum uitspraak: 31-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:66
Klacht tegen verpleegkundige. Klager is voor een deel van de klacht kennelijk niet-ontvankelijk omdat hij geen rechtstreeks belanghebbende is. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond. Klacht niet feitelijk onderbouwd en door de verpleegkundige gemotiveerd bestreden.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8457
- Datum publicatie: 31-03-2026
- Datum uitspraak: 31-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:67
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verwijt de psychiater dat zij - zonder dat zij beschikte over aanwijzingen van gepleegd seksueel misbruik of mishandeling - klager heeft beschuldigd van seksueel misbruik en verkrachting van zijn dochter. Uit de stukken blijkt niet van onzorgvuldig handelen door de psychiater.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:68 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8549
- Datum publicatie: 31-03-2026
- Datum uitspraak: 31-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:68
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verwijt de psychiater een gebrek aan transparantie, het invoeren van een retroactieve diagnose en onprofessioneel en agressief gedrag. Uit het dossier blijkt dat de psychiater klager steeds uitgebreid te woord heeft gestaan en de behandeling heeft proberen toe te lichten. Geen aanwijzingen dat de psychiater zich onprofessioneel of agressief heeft gedragen. Het invoeren van de diagnose in het dossier was een administratieve handeling waarbij de psychiater niet betrokken was. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/7987
- Datum publicatie: 31-03-2026
- Datum uitspraak: 31-03-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:62
Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster heeft een consult gehad bij een bedrijfsarts in opleiding. Verweerder heeft zorgvuldig gehandeld als supervisor van de bedrijfsarts in opleiding. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 291
- Volgende pagina zoekresultaten