Zoekresultaten 14301-14350 van de 14371 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8193

    Klacht tegen een neuroloog kennelijk ongegrond. Verweerster heeft in haar hoedanigheid van neuroloog de situatie van klaagsters moeder beoordeeld. Patiënte heeft in het buitenland een herseninfarct gehad en werd daarna overgeplaatst naar een ziekenhuis in Nederland. Daar verslechterde haar situatie. Patiënte is in het ziekenhuis overleden. De klacht heeft betrekking op het handelen van verweerster voorafgaand aan het overlijden van patiënte.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:9 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7643

    Klacht tegen huisarts gedeeltelijk gegrond. De huisarts heeft de zoon van klagers gezien op de HAP. Huisarts wordt verweten dat hij niet tijdig en adequaat heeft gereageerd op de klachten van de zoon en het om zaken heen draaien, ontkennen en leugenachtig reageren tijdens een gesprek met klagers. De huisarts is tekortgeschoten op het gebied van onderzoek en anamnese en heeft nagelaten een deugdelijk vangnetadvies te geven aan klagers. Niet voorschijven antibiotica niet verwijtbaar. College heeft niet kunnen vaststellen dat er sprake is geweest van het om zaken heen draaien, ontkennen en leugenachtig reageren door de huisarts. Waarschuwing. Veroordeling in de kosten.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8567

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster verwijt de psychiater onder meer dat zij haar beroepsgeheim heeft geschonden en dat zij verouderde en niet-geverifieerde medische informatie heeft verwerkt en gebruikt. Het college heeft geen reden om te veronderstellen dat de psychiater zonder toestemming medische informatie heeft gedeeld. De schriftelijke terugkoppeling die de psychiater naar de huisarts heeft gezonden is niet onzorgvuldig. Er was geen aanleiding om de diagnose uit de medische voorgeschiedenis te verifiëren.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:9 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8665

    Klacht tegen een arts deels kennelijk niet ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. Klager verwijt de arts dat hij meerdere malen is opgenomen zonder psychische diagnose en dat zijn klachten over de dwangmedicatie zijn weggewimpeld. Klager is in de klacht over de onterechte opname niet ontvankelijk omdat dit klachtonderdeel onvoldoende concreet is. De overige klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond. Uit het dossier bleek dat er voldoende aandacht was voor de klachten die klager ervoer door de medicatie.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8042

    Deels gegronde klacht tegen arts. Geen maatregel. Vader van overleden patiënte verwijt de arts dat de arts zonder supervisor de schouw heeft verricht en dat sprake is van een onverklaarbare onzorgvuldigheid in het schouwverslag. De arts, die in opleiding tot forensisch arts was, meende dat een andere arts, die bij de schouw aanwezig was, als zijn supervisor optrad. Vaststaat dat dit niet het geval was. In zoverre gegrond. Onjuiste vermelding van de lichaamstemperatuur is een evidente schrijffout. Het meten van de omgevingstemperatuur is in een forensische setting niet gebruikelijk en levert, gezien de vele factoren die van invloed zijn, geen relevante informatie op. Het geschatte tijdstip van overlijden is aannemelijk. Geen opmerkingen op het schouwrapport als zodanig.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8044

    Ongegronde klacht tegen huisarts in PI. Vader van overleden patiënte verwijt de huisarts het voorschrijven van gevaarlijke combinaties van medicijnen, het voorschrijven van morfine terwijl patiënte morfineverslaafd was en het doen van onvoldoende onderzoek naar oedeem. Zeer complexe medische situatie van patiënte. Ondraaglijke lijdensdruk. Alternatieve behandelmethoden waren uitgeput. Geen absolute contra-indicaties. Voorschrijven medicatie is te billijken. Het volgen van het reeds ingezette beleid voor oedeemvorming, was niet onjuist.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:12 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8046

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen huisarts in PI. Waarschuwing. Vader van overleden patiënte verwijt de huisarts een gebrekkige algemene analyse en diagnose van de gezondheidsklachten van patiënte. Klacht gegrond ten aanzien schildklierproblemen, gewichtstoename, oedeemvorming en de controle op de combinatie de gebruikte medicijnen. Ongegrond ten aanzien van de rugpijn. Zeer complexe medische situatie van patiënte. Ondraaglijke lijdensdruk. Alternatieve behandelmethoden waren uitgeput.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8643

    De inspectie draagt een fysiotherapeut voor aan het college met het verzoek hem in het BIG-register door te halen. Hij heeft herhaaldelijk opioïden gestolen uit medicatievoorraden van werkgevers en bij patiënten thuis, deze middelen zelf gebruikt en onder invloed zorg verleend. Dit leidde tot meerdere meldingen, inspectieonderzoeken en strafrechtelijke veroordelingen. Uit psychiatrisch onderzoek blijkt dat hij lijdt aan een ernstige opioïdenverslaving en persoonlijkheidsproblematiek, met een aanzienlijk risico op terugval, vooral bij toegang tot medicatie. De fysiotherapeut erkent zijn handelen, voert geen verweer en is het eens met de voorgestelde maatregel. Het college oordeelt dat de fysiotherapeut ongeschikt is zijn beroep uit te oefenen wegens middelenmisbruik. Daarom wordt zijn BIG-registratie doorgehaald en wordt hij geschorst totdat deze beslissing onherroepelijk is.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:14 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8642

    De inspectie klaagt over een fysiotherapeut die herhaaldelijk opioïden (zoals oxycodon en fentanyl) gestolen heeft bij werkgevers en patiënten en onder invloed daarvan zorg heeft verleend. De fysiotherapeut heeft deze feiten erkend en geen verweer gevoerd. Het college acht de klacht gegrond. De fysiotherapeut heeft zowel de eerste als de tweede tuchtnorm van de Wet BIG geschonden. Zijn handelen heeft de patiëntveiligheid in gevaar bracht en het vertrouwen in de zorg ernstig geschaad. Er is sprake van een langdurige verslavingsproblematiek met een hoog risico op terugval. Gezien de ernst, de kans op herhaling en het risico voor patiënten, legt het college de zwaarste maatregel op te weten doorhaling uit het BIG-register en tevens een onmiddellijk ingaand algemeen beroepsverbod in de individuele gezondheidszorg.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8285

    Klacht tegen tandarts kennelijk ongegrond. Klager is door de tandarts op consult gezien in verband met een recent afgebroken voortand. Klager verwijt de tandarts dat weigering van zorgverlening tijdens dit consult en het niet op de juiste wijze doorverwijzen naar een andere tandarts.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8233

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een dermatoloog. Klaagster verwijt de dermatoloog dat zij niet goed geholpen is bij de behandeling van een schimmelnagel (onychomycose). Het college stelt vast dat sprake is geweest van een behandeling volgens gebruikelijke wijze, met daarvoor geschikte medicatie. Dat klaagster te maken heeft gekregen met bijwerkingen is vervelend, maar kan de dermatoloog niet worden verweten. Na het optreden van de bijwerkingen is de behandeling vroegtijdig gestopt. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:16 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8463

    Klacht tegen een dermatoloog. Klager verwijt de dermatoloog dat zij zonder het bespreken van alternatieven een spoedige excisie heeft geadviseerd voor een papel in zijn gezicht, wat achteraf onnodig bleek en heeft geleid tot een blijvend litteken. Het college is van oordeel dat de dermatoloog zonder goede reden is afgeweken van de richtlijn basaalcelcarcinoom van de NVDV. Aanvullend diagnostisch onderzoek was geïndiceerd en de dermatoloog heeft haar verantwoordelijkheid ten aanzien van de informatievoorziening aan klager miskend. Het college vindt het zorgwekkend dat de dermatoloog ter zitting blijk heeft gegeven dat zij nog altijd van oordeel is dat haar handelwijze de enige en juiste weg was, in plaats van de handelwijze die de richtlijn voorschrijft. Het college legt de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8700

    Herstelbeslissing van 16 januari 2026 van de beslissing van 6 januari 2026.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:17 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3022 VZ

    .

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:18 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3041 VZ

    .

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:14 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2948 VZ

    .

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:15 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2992 VZ

    .

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:16 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2993

    .

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:19 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8314

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klager heeft in 2016 onder invloed van een psychose zijn echtgenote gedood. Hij verwijt de verpleegkundige dat zij en een collega (tegen wie klager ook een klacht heeft ingediend, zaaksnummer A2025/8228) de situatie van klager bij een huisbezoek enkele dagen voor deze gebeurtenis niet goed hebben ingeschat en hem niet de juiste hulp hebben geboden. Het college overweegt dat de verpleegkundige correct heeft gehandeld. Dat de verpleegkundige bij klager een paranoïde psychose vaststelde betekent nog niet dat er zich bij klager op dat moment een acute noodsituatie voordeed waarvoor onmiddellijk maatregelen nodig zouden zijn.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8358

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een keel-, neus- en oorarts. Het college komt tot de conclusie dat de KNO-arts de juiste diagnostische stappen ten aanzien van de klachten van klaagster heeft genomen. Het is verder niet gebleken dat de KNO-arts de behandeling van klaagster niet had mogen afsluiten; de KNO-arts heeft meerdere onderzoeken uitgevoerd en de oorzaak van de klachten is niet gevonden. Het college heeft er verder geen enkel aanknopingspunt voor gevonden dat de KNO-arts aan klaagster zorg zou hebben geweigerd of dat klaagster door de KNO-arts het ziekenhuis zou zijn uitgezet. Hoewel het college de verwarring van klaagster ten aanzien van de facturen begrijpt aangezien de facturen niet geheel lijken te corresponderen met de data van de consulten, kan de KNO-arts hier niet persoonlijk verantwoordelijk voor worden gehouden.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:21 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8767

    Voorzittersbeslissing. De kern van de klacht is dat uit diverse internetbronnen zou blijken dat verweerster misleidende informatie verspreidt over de e-sigaret, waardoor zij bijdraagt aan een onjuist en onterecht schadelijk beeld van dit alternatief voor roken. Klacht is onvolledig, niet voldoende onderbouwd. De klacht gaat om uitspraken op verschillende websites en filmpjes, maar deze filmpjes zijn niet bijgevoegd en de hyperlinks zijn niet te achterhalen. Door de filmbestanden, URL’s of geprinte versie van de websites niet bij te voegen kan het college de uitspraken niet beoordelen. Klager kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:18 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8228

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klager heeft in 2016 onder invloed van een psychose zijn echtgenote gedood. Hij verwijt de verpleegkundige dat hij en een collega (tegen wie klager ook een klacht heeft ingediend, zaaksnummer A2025/8314) de situatie van klager bij een huisbezoek enkele dagen voor deze gebeurtenis niet goed hebben ingeschat en hem niet de juiste hulp hebben geboden. Het college overweegt dat de verpleegkundige correct heeft gehandeld. Dat de verpleegkundige bij klager een paranoïde psychose vaststelde betekent nog niet dat er zich bij klager op dat moment een acute noodsituatie voordeed waarvoor onmiddellijk maatregelen nodig zouden zijn.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7767

    Kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. In verband met een gedwongen opname klaagt patiënte over schending van privacy wetgeving en een onterechte opname. Psychiater handelde in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en gemaakte afspraken. De verplichte zorg voldeed aan de criteria van subsidiariteit, proportionaliteit, doelmatigheid en veiligheid.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:16 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7934

    Kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. Rijgeschiktheidskeuring in verband met leeftijd van 75 jaar. Psychiater adviseert CBR om klager ongeschikt te verklaren vanwege alcoholmisbruik. Klager klaagt over onzorgvuldig en ondeskundig onderzoek. Richtlijn alcoholmisbruik in het kader van rijgeschiktheidskeuringen. Laboratoriumwaarden CDT en GGT. Regeling eisen geschiktheid 2000. Onderzoek is volgens de voorgeschreven werkwijze uitgevoerd.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8071

    Klager klaagt erover dat zijn vader vanwege zijn geloof geen volledige sedatie wilde, maar dat de huisarts van de huisartsenpost een te hoge dosis midazolam voorschreef waarna vader langdurig bewusteloos was. Ook kreeg vader methadon en dexamethason toegediend, waarna hij overleed. Het tuchtcollege oordeelt dat voorgeschreven dosis midazolam (7,5 mg) passend is bij de situatie namelijk om onrust te verminderen en niet om het overlijden te versnellen. De medicatie werd bovendien pas later toegediend conform het beleid van de eigen huisarts en was ten tijde van het overlijden, een dag later, uitgewerkt. De huisarts was niet betrokken bij de latere toediening van methadon en dexamethason. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8496

    Klacht tegen een fysiotherapeut gedeeltelijk gegrond. Klaagster kwam wegens nek-, schouder- en rugklachten bij de fysiotherapeut. Zij verwijt de fysiotherapeut grensoverschrijdend gedrag, door haar tijdens de twee behandelingen te betasten en ongepaste vragen te stellen. De fysiotherapeut ontkent dat hij klaagster tijdens de behandelrelatie op een niet professionele manier heeft aangeraakt. Hij erkent wel dat de gesprekken tijdens de behandelingen te intiem waren. Het college oordeelt dat de fysiotherapeut geen onprofessionele gesprekken had mogen hebben met klaagster. Dat de fysiotherapeut zich met zijn handelingen ook seksueel grensoverschrijdend naar klaagster toe heeft gedragen, kan het college niet vaststellen. Als maatregel legt het college een berisping op.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8335

    Klacht tegen een arts kennelijk ongegrond. Klager is door verweerster gezien in het kader van een arbeidsmedische keuring. Klager maakt verweerster meerdere verwijten over onder meer het verrichte onderzoek, de informatieverstrekking en het door haar opgestelde verslag. Het college oordeelt dat de arts zorgvuldig onderzoek heeft verricht en niet gehouden was de door klager genoemde kwalen in het verslag op te nemen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:12 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8430

    Gegronde klacht tegen fysiotherapeut. Klaagster verwijt de fysiotherapeut dat hij zijn beroepsgeheim en het informed consent heeft geschonden. Verder verwijt klaagster de fysiotherapeut dat hij haar medisch dossier per onbeveiligde e-mail heeft verzonden. Het college oordeelt dat de fysiotherapeut onvoldoende zorgvuldig gehandeld heeft. Daar tegenover staat dat het college ervan overtuigd is dat de fysiotherapeut zich heeft ingespannen om klaagster goede zorg te leveren en gedurende de behandelperiode steeds voor klaagster heeft klaargestaan. Maatregel: waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8731

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat zij op discriminatoire gronden klager heeft geweigerd in te schrijven in haar huisartsenpraktijk. Daarnaast heeft zij zonder toestemming van klager het dossier van klager van een andere huisartsenpraktijk ontvangen. Het college heeft geen redenen om aan te nemen dat er sprake is van een afwijzing op discriminatoire gronden. Het college is verder van oordeel dat de huisarts op het moment van de digitale overdracht van het dossier, niet hoefde na te gaan of klager hier toestemming voor had gegeven. Er was voor de huisarts geen reden om te twijfelen aan de toestemming voor de gegevensoverdracht.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle z2025/8533

    Klacht over schenden van het beroepsgeheim en de privacy tegen een verloskundige deels gegrond. Maatregel: waarschuwing. Klaagster plaatste na de zwangerschapsbegeleiding online een recensie over de praktijk en het handelen van de verloskundige. De verloskundige reageerde door middel van een openbare reactie en deelde daarbij ook medisch inhoudelijke informatie van klaagster. Het college oordeelt dat de verloskundige haar geheimhoudingsplicht heeft geschonden en onbevoegd informatie heeft opgevraagd. De klachtonderdelen over schending van de privacy door het opnemen van een telefoongesprek en het delen van gegevens in het kader van een overdracht zijn ongegrond. De verloskundige was onervaren, heeft uiteindelijk spijt betuigd en verbetermaatregelen genomen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:9 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8064

    Klacht tegen een verloskundige kennelijk ongegrond. De verloskundige is betrokken geweest bij de bevalling van klaagster en heeft daarbij ook een vaginaal toucher uitgevoerd. Klaagster verwijt de verloskundige dat zij dit vaginaal toucher heeft gedaan zonder een daaraan voorafgaand gegeven voldoende informed consent van klaagster. Ook verwijt klaagster de verloskundige een onvoldoende rapportage in het partusverslag en van een na de bevalling gevoerd afsluitend gesprek. Het college oordeelt dat klaagster in voldoende mate was geïnformeerd en toestemming heeft gegeven voor het vaginaal toucher. Daarnaast heeft de verloskundige alles genoteerd wat zij moest noteren in de verslagen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:23 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7792

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster, een jonge vrouw met borstkanker in de voorgeschiedenis, presenteert zich met rugklachten bij de huisarts. Na onderzoek stelt de huisarts haar gerust en raadt haar fysiotherapie aan. Enkele maanden later worden bij haar meerdere botmetastasen vastgesteld. Klaagster verwijt de huisarts onder meer dat hij haar klachten niet serieus heeft genomen en haar niet tijdig heeft doorverwezen. Volgens de NHG-richtlijn Aspecifieke lagerugpijn komt lage rugpijn frequent voor en is er daarbij in de overgrote meerderheid geen specifieke lichamelijke oorzaak aanwijsbaar. Bij het ontstaan van een chronisch beloop kunnen psychologische en sociale factoren een rol spelen. Daarvoor heeft de huisarts oog gehad en in die zin heeft hij gehandeld conform de richtlijn. Hoewel naar het oordeel van het college een tweesporenbeleid de voorkeur had verdiend (aandacht voor zowel de lichamelijke als de psychosociale kant), is het college van oordeel dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:14 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8660

    Klacht tegen een arts. Klaagster is in verband met een beoordeling op grond van de Ziektewet door de arts op het spreekuur gezien. Klaagster verwijt de arts, samengevat, een onbehoorlijke/onheuse bejegening en onprofessioneel handelen tijdens deze beoordeling. Het college oordeelt dat de arts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft opgetreden bij de wijze waarop hij verslag deed van zijn onderzoek. De klacht is deels gegrond en het college legt de maatregel van een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:24 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8732

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager was patiënt in de praktijk van de huisarts en klaagt onder andere over het overdragen van zijn dossier aan een andere praktijk, zonder zijn toestemming, hetgeen de huisarts erkent. Het college oordeelt dat het onzorgvuldig is geweest dat het dossier van klager zonder zijn toestemming is overgedragen. De huisarts is niet persoonlijk betrokken geweest bij de uitschrijving en de overdracht, maar zij is als praktijkhouder wel eindverantwoordelijk. Het college begrijpt verder dat deze onterechte uitschrijving een incident is geweest, een eenmalige vergissing van een assistente. Er is lering getrokken uit het incident en de werkwijze is geëvalueerd. Het college acht deze maatregelen adequaat. Om die reden is het college van oordeel dat er onvoldoende grond is voor een tuchtrechtelijk verwijt.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8537

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klagers zijn respectievelijk echtgenoot en nicht van patiënte. Patiënte is op 84-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker overleden. Klagers vinden dat de huisarts patiënte passende medische zorg heeft onthouden en in de laatste fase van haar leven te weinig steun en aandacht heeft gegeven. Het college overweegt dat tussen het moment van diagnose en het overlijden van patiënte - een ruim jaar later - er zeker 30 contactmomenten zijn geweest, telefonisch, met een consult of visite. Niet duidelijk is waar en op welk moment patiënte passende zorg is onthouden. Evenmin blijkt uit het dossier dat de huisarts patiënte in de laatste fase van haar leven te weinig aandacht en steun zou hebben gegeven. Uit het dossier spreekt eerder een grote betrokkenheid van de huisarts bij de patiënte en een proactieve houding.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8593

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat zij ondanks meerdere verzoeken het medisch dossier van haar minderjarige dochter niet van de huisarts heeft ontvangen. Het college oordeelt dat het beter was geweest als het dossier direct naar klaagster zou zijn gestuurd nadat duidelijk werd dat klaagster niet op een gesprek zou komen en dat het niet de schoonheidsprijs verdient dat het verzoek van klaagster in de vergetelheid is geraakt. Maar het college oordeelt dat het van zorgvuldigheid getuigt dat de huisarts direct op het verzoek van klaagster heeft gereageerd door haar – gelet op de blijkbaar complexe huiselijke situatie, verschillende misverstanden en klaagsters recente onvrede over de verleende zorg – voor een gesprek uit te nodigen, en haar uiteindelijk het dossier onder vermelding van uitgebreide excuses en uitleg op te sturen. De klacht is hiermee kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:27 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8436

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Na terugkeer van vakantie in het buitenland krijgt klaagster ernstige buikklachten. Klaagster verwijt de huisarts onder meer dat zij niet de juiste diagnose heeft gesteld en niet adequaat heeft gehandeld naar aanleiding van haar klachten. Het college overweegt dat klaagster in een periode van ruim een half jaar meerdere malen is beoordeeld door verweerster en collega’s van verweerster. Er is op meerdere momenten aanvullend (specialistisch) onderzoek gedaan, wat blijkens het medisch dossier geen verdere aanknopingspunten gaf. De enkele omstandigheid dat later een Helicobacter pylori-bacterie infectie is vastgesteld, maakt niet dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Zij had klaagster al eerder op deze bacterie laten testen en de uitslag was toen negatief. Verweerster had naar het oordeel van het college geen redenen om te twijfelen aan de juistheid van het testresultaat. De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:19 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2828

    Klacht tegen een arbo-arts die klaagster heeft begeleid in het kader van verzuimbegeleiding. De arbo-arts werkt onder supervisie van een bedrijfsarts. Klaagster verwijt de arbo-arts in zes klachtonderdelen een onzorgvuldige handelswijze die de re-integratie onnodig heeft vertraagd, en de verhoudingen tussen klaagster en haar werkgever onnodig heeft verstoord, hetgeen niet heeft bijgedragen aan het herstelproces. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:20 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2829

    Klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat hij als superviserend bedrijfsarts van de arbo-arts (C2025/2828) verantwoordelijk is voor de onzorgvuldige handelswijze van de arbo-arts waardoor de re-integratie onnodig is vertraagd, en de verhoudingen tussen klaagster en haar werkgever onnodig zijn verstoord, hetgeen niet heeft bijgedragen aan het herstelproces. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht deels gegrond en legt de bedrijfsarts een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:21 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2851

    Klacht tegen een psychiater. De zoon van klagers is in februari 2023 vanwege een vermoeden van een angststoornis in zorg gekomen bij een GGZ-instelling. De psychiater is betrokken geweest bij de multidisciplinaire behandeling. Hij heeft de zoon drie keer op consult gezien en medicatie aan hem voorgeschreven. Later dat jaar heeft de zoon een suïcidepoging gedaan, aan de gevolgen waarvan hij uiteindelijk is overleden. Klagers maken de psychiater verschillende verwijten over de behandeling van hun zoon en over de aan hen als nabestaanden verleende nazorg. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart het klachtonderdeel over de nazorg deels gegrond, legt aan de psychiater een waarschuwing op en verklaart de klacht voor het overige ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en verwerpt het door klagers over de klachtonderdelen 1 tot en met 4 ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:28 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8403

    Gegronde klacht tegen een huisarts. Het college stelt vast dat de huisarts onjuiste en onvolledige informatie in de brief aan Veilig Thuis heeft opgenomen. Ook heeft hij verzuimd klaagster op voorhand over de inhoud van de brief te informeren. Door dit na te laten heeft hij gehandeld in strijd met de Meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld en klaagster de kans ontnomen hem te wijzen op de onjuiste en onvolledige inhoud van de brief. Volgt een berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8548

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Volgens klager heeft de huisarts onjuiste en onvolledige informatie over de moeder aan Veilig Thuis verstrekt (klachtonderdeel 1). Ook klaagt klager over de inhoud en het verloop van het telefonisch gesprek dat hij met de huisarts voerde (klachtonderdeel 2).

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:18 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7402

    Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde ongegrond. Geen sprake van te zware sedatie van de patiënte, nalatigheid ten aanzien van het algemeen welzijn van patiënte wat betreft inname voeding, toedienen insuline en het wel/niet toedienen van andere medicijnen. Niet gebleken dat de specialist ouderengeneeskunde heeft geweigerd mee te werken aan klachten/verzoeken/bezwaren van familieleden of in bepaalde bewoordingen aan de familie heeft medegedeeld dat patiënte snel zou overlijden en dat de bemoeienissen van de familie haar overlijdensproces alleen maar bemoeilijkten.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:19 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7510

    Deels gegronde klacht tegen gz-psycholoog. Klaagster is onvoldoende geïnformeerd over inhoud Individueel Behandelplan (IBP). Geen sprake van gezamenlijke besluitvorming. College heeft niet kunnen vaststellen dat de gz-psycholoog de handtekening van klaagster op het toestemmingsformulier zou hebben vervalst. Geen maatregel.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8161

    Deels gegronde klacht tegen psychotherapeut. Klaagster is onvoldoende geïnformeerd over inhoud Individueel Behandelplan (IBP). Geen sprake van gezamenlijke besluitvorming. College heeft niet kunnen vaststellen dat de psychotherapeut de handtekening van klaagster op het toestemmingsformulier zou hebben vervalst. Geen maatregel.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8603

    Deels gegronde klacht tegen een bedrijfsarts die heimelijk geluidsopnamen heeft gemaakt van consulten van een patiënt en die daarna weigert aan de patiënt te geven. Tevens gegronde klacht over het zich onttrekken aan toetsing door het tuchtcollege en weigering om zich toetsbaar op te stellen. Gezien eerdere tuchtrechtelijke veroordelingen wordt een schorsing voor de duur van een jaar opgelegd, maar voorwaardelijk onder stringente voorwaarden, gericht op persoonlijke en professionele ontwikkeling, in de omgang met cliënten en in conflictsituaties of geschillen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:16 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8328

    Door nabestaande ingediende klacht tegen een anesthesioloog-intensivist over de zorg aan een patiënte die is overleden aan de gevolgen van een pancreatitis (alvleesklierontsteking) na een ERCP-procedure. De intensivist is betrokken geweest bij de zorg aan patiënte op de IC. Klacht gaat over het afzien van een CT-scan. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:23 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7873

    Klacht tegen arts werkzaam bij een abortuskliniek ongegrond. Verweerder heeft bij klaagster een abortus uitgevoerd bij een prille zwangerschap. Hij heeft klaagster het risico voorgehouden dat de ingreep vanwege de korte zwangerschapsduur zou mislukken en haar geadviseerd de ingreep later te laten plaatsvinden. Klaagster heeft de ingreep toch dezelfde dag laten uitvoeren en nadien bleek dat een tweede ingreep noodzakelijk. De klachten over voorlichting, voldoende tijd nemen voor klaagster zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8327

    Door nabestaande ingediende klacht tegen een arts over de zorg na het overlijden van patiënte aan de gevolgen van een pancreatitis (alvleesklierontsteking) na een ERCP-procedure. De klacht gaat over de door de arts gedane lijkschouwing, het door haar gedane onderzoek en de door haar afgegeven verklaring van natuurlijke dood. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:24 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7874

    Klacht tegen arts werkzaam bij een abortuskliniek. Nadat een collega arts bij klaagster een abortus had uitgevoerd bij een prille zwangerschap, bleek een tweede ingreep noodzakelijk. De collega had bij de nacontrole een vitale zwangerschap (hartactie) waargenomen. De noodzakelijke tweede ingreep werd voor een week later bij verweerder ingepland. Voorafgaand aan de geplande ingreep nam verweerder met een uitwendige echo geen hartactie waar en presenteerde klaagster de mogelijkheid van een tweede ingreep af te zien en het natuurlijk verloop van een spontane miskraam af te wachten. Hiervoor koos klaagster. Een dag later werd door de verloskundige wel hartactie waargenomen. Klaagster heeft daarop besloten de zwangerschap uit te dragen. Klacht over de communicatie gegrond verklaard, te weten de communicatie over klaagster met een derde zonder toestemming van klaagster, de wijze van e-mailen (via een privé e-mailadres) en het uitblijven van een poging tot contact met klaagster zelf. Ook de klacht over het vaststellen dat er geen hartactie was is gegrond. Vanwege de hartactie die een week ervoor was waargenomen was de bevinding onverwacht en de mogelijkheid een spontane miskraam af te wachten zonder nader onderzoek via een was nader onderzoek via een vaginale echoscopie onvoldoende zorgvuldig. De overige klachten over informatievoorziening en het beperken van de keuzevrijheid van klaagster zijn ongegrond. Maatregel berisping vanwege de verschillende tekortkomingen tezamen.