Zoekresultaten 51-100 van de 14626 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8693

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Klager verwijt de verzekeringsarts onder meer het gebruik van onprofessionele bewoordingen en een onjuiste verslaglegging. In het medisch onderzoeksverslag beschrijft de verzekeringsarts de observatie ‘theatrale pijnuiting’. Zij voert aan dat dit een vakinhoudelijke benaming betreft voor een geobserveerde wijze van pijnexpressie. Zij begrijpt dat het woord negatief of stigmatiserend kan overkomen en heeft zich voorgenomen de term niet meer te gebruiken. Het college acht de bewoordingen ‘theatrale pijnuiting’ minder gelukkig gekozen. Het college verbindt aan het gebruik van de term door de verzekeringsarts geen tuchtrechtelijke consequenties. Zij heeft niet in strijd met de beroepsnorm gehandeld door de vakterm te gebruiken.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:83 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2866

    Gegronde klacht tegen een tandarts. De tandarts heeft een implantaat bij klaagster geplaatst. Vanaf de plaatsing had klaagster (pijn)klachten rond het implantaat waarvoor zij diverse malen bij de tandarts is geweest. Vier jaar later, na het maken van een driedimensionale foto bleek dat de klachten van klaagster werden veroorzaakt doordat het implantaat scheef stond. Klaagster verwijt de tandarts dat hij het implantaat scheef en zonder sinuslifting heeft geplaatst en dat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de oorzaak van de klachten die klaagster daarna had. Verder verwijt klaagster de tandarts dat hij het dossier gebrekkig heeft bijgehouden, geen klachtenregeling heeft en de zaak heeft gefrustreerd door niet/niet volledig/heel laat te voldoen aan informatieverzoeken van onder andere de tandheelkundige adviseur van de rechtsbijstandsverzekeraar. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard en de tandarts een berisping opgelegd en bepaald dat deze berisping, nadat de beslissing onherroepelijk is geworden, zal worden gepubliceerd in het BIG-register. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege en de door het Regionaal Tuchtcollege opgelegde maatregel.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:84 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2819

    Gegronde klacht tegen een kaakchirurg. De kaakchirurg heeft bij klaagster (in vervolg op een grotere operatie om haar gezicht te vervrouwelijken, een facial feminization surgery) een liplift uitgevoerd. Klaagster verwijt de kaakchirurg dat zij het medisch dossier niet goed heeft bijgehouden, bij de liplift te veel weefsel heeft verwijderd en een daaropvolgende ingreep niet goed met klaagster heeft afgestemd en vervolgens is afgeweken van het afgesproken operatieplan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht voor wat betreft de dossiervoering en het zonder voorafgaand overleg gebruiken van vicryl-hechtdraad gegrond verklaard en de kaakchirurg een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart ook de klacht dat de kaakchirurg bij de liplift te veel weefsel heeft verwijderd gegrond en legt de kaakchirurg een berisping op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:85 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3190 en C2026/3191

    Voorzittersbeslissing. Klager verblijft in een instelling waar de gz-psycholoog werkzaam is en verblijft daar op basis van TBS met dwang verpleging. Klager klaagt over zijn verlofregeling en de tijdsduur van zijn verjaardagsfeest. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht verklaard. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep van klager af. In het tuchtrecht geldt het beginsel van persoonlijke verwijtbaarheid. De gz-psycholoog heeft geen betrokkenheid gehad bij de verlofregeling van klager of het besluit over het verjaardagsfeest.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:72 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8507

    Klacht van huisarts tegen huisarts waarmee zij een maatschapsovereenkomst was aangegaan. Mede wegens arbeidsongeschiktheid heeft de beklaagde huisarts de maatschap opgezegd. Klachtonderdelen die zien op het ondermijnen van de continuïteit van zorg door zonder overleg uitschrijving bij de Kamer van Koophandel te bewerkstelligen en het niet nakomen van de afspraken en verplichtingen binnen een medisch samenwerkingsverband, wat directe risico’s zou hebben opgeleverd voor de veiligheid en toegankelijkheid van zorg kennelijk ongegrond wegens onvoldoende onderbouwing/concretisering. Wat betreft het datalek medische gegevens patiënten heeft de beklaagde huisarts zich voldoende ingespannen om dit op te lossen tevens kennelijk ongegrond. Voor het overige kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:73 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8714

    Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. Klager is terecht verwezen naar GGZ. Het college heeft niet kunnen vaststellen dat de huisarts niet goed heeft geluisterd naar klager of zaken niet goed heeft uitgelegd. Ook is niet gebleken dat de huisarts informatie heeft achtergehouden en niet alle mogelijkheden heeft besproken met klager.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8319

    Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. Huisarts was niet gehouden om wederhoor toe te passen na consult met partner van klager en niet gebleken dat er onjuiste informatie is opgenomen in dossier van partner van klager. Gezien acute situatie met betrekking tot veiligheid van partner en minderjarige kinderen van klager is onthouden van informatie die in verband gebracht zou kunnen worden met hun verblijfplaats niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Niet gebleken dat de huisarts heeft geadviseerd om klager onjuiste informatie te verstrekken. De huisarts is alleen verantwoordelijk voor persoonlijk handelen, onjuiste informatie in dossiernotitie is haar niet aan te rekenen. De huisarts heeft zich ingezet voor de belangen van de kinderen conform de geldende richtlijnen en gecommuniceerd met klager zoals een goede huisarts betaamt. Verwijt dat huisarts geen oog heeft gehad voor impact van handelen kan niet slagen, aangezien het tuchtrecht niet gaat over de (mogelijke) gevolgen van handelen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:75 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7667

    Klacht tegen huisarts ongegrond. Partner en minderjarige kinderen van klager verbleven op geheime locatie. De huisarts was, onder de gegevens omstandigheden, niet verplicht om klager te informeren over verrichtingen (van niet ingrijpende aard) bij zijn minderjarige kinderen. Verrichtingen zijn bovendien niet door de huisarts zelf verricht. Verzoeken van klager om inzage in de medisch dossiers van kinderen zijn niet genegeerd. Communicatie had beter gekund, maar niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De huisarts heeft klager wel serieus genomen en een adequate oplossing geboden. Publicatie.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8427

    Klacht tegen orthopedisch chirurg kennelijk niet-ontvankelijk (ne bis in idem). Klaagster klaagt over hetzelfde feitencomplex als waarover het college in 2024 al onherroepelijk heeft beslist (ontbreken van gegevens in het medisch dossier).

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9332

    Voorzittersbeslissing. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:60 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8607

    Klacht tegen tandarts over verkeerde plaatsing van een brug en over het geven van onvoldoende informatie voorafgaand aan de behandeling.Het college oordeelt dat het plaatsen van de brug volgens de regelen der kunst is geschied. Het college oordeelt verder dat het de verantwoordelijkheid is van verweerder om een goed dossier bij te houden. Nu patiënte stelt dat zij onvoldoende geïnformeerd is over de behandeling en in het dossier hierover niets is genoteerd, komt dit voor rekening en risico van verweerder. In zoverre is de klacht over het verstrekken van onvoldoende informatie gegrond. Het college legt een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8738

    Gegronde klacht van operatie-assistente tegen plastisch chirurg. Klaagster verwijt de plastisch chirurg dat hij tijdens een operatie tegen haar is uitgevaren en haar daarbij ezel heeft genoemd. Tweede tuchtnorm van toepassing. De uitingen zijn niet alleen gedaan tegen de achtergrond van de arts-patiëntrelatie, maar hebben ook direct invloed op de (sociale) veiligheid van de werkomgeving waarbinnen deze zorg wordt verleend. Geen rechtvaardiging voor het gedrag van de plastisch chirurg. De plastisch chirurg is als operateur ook verantwoordelijk voor een veilige werksfeer. Een veilig werkklimaat is essentieel voor een goede patiëntenzorg. Het college heeft niet de overtuiging gekregen dat de plastisch chirurg in staat is tot een grondige reflectie op zijn gedrag. Berisping met publicatie opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9196

    Gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Klager is de IGJ. De fysiotherapeut heeft zich schuldig gemaakt aan seksueel grensoverschrijdend gedrag, door tijdens een consult meerdere seksueel getinte opmerkingen tegen een patiënte te maken. De vastgestelde gedraging is op zichzelf al een ernstige tekortkoming in het handelen van de fysiotherapeut. Wat het handelen van de fysiotherapeut echter des te kwalijker maakt en wat het college – met de inspectie – extra zorgen baart, is de opstelling van de fysiotherapeut tijdens het onderzoek door de inspectie alsmede zijn houding in deze tuchtprocedure. Het college legt aan de fysiotherapeut een voorwaardelijke schorsing op voor de duur van een jaar.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:59 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8744

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts discriminatie, onprofessioneel handelen en nalatigheid. Het college is van oordeel dat een precieze reconstructie van de gesprekken/consulten niet mogelijk is en niet kan worden vastgesteld wat er is gezegd. Ook blijft onduidelijk in hoeverre de herkomst van klaagster in deze situatie een relevant onderwerp was en op welke wijze het is besproken. Duidelijk is wel dat klaagster het refereren aan haar herkomst als kwetsend en discriminerend heeft ervaren. Hiervoor heeft de huisarts zich geëxcuseerd en aangegeven hiervan te hebben geleerd. Daarnaast is van nalatig handelen geen sprake. De huisarts heeft klaagster doorverwezen, telkens te woord gestaan en van advies voorzien, ook omtrent andere zorgvragen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:82 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2656

    .

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:81 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3182

    .

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:69 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8451

    Klacht tegen een bedrijfsarts. In deze zaak is sprake van een bijzondere situatie, nu de bedrijfsarts ten tijde van de procedure als wilsonbekwaam moet worden aangemerkt. Dit gegeven heeft het college voor de vraag gesteld welke betekenis en gevolgen daaraan in het kader van het Medisch tuchtrecht dienen te worden toegekend. Het college heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8641

    Kennelijk ongegronde klacht van klager tegen een anios bedrijfsgeneeskunde. Klager verwijt de arts onder meer dat zij niet bevoegd was om te oordelen over zijn ziekte in relatie tot het werk, niet onpartijdig en oppervlakkig heeft gehandeld, onvoldoende over haar titel heeft geïnformeerd en de gezondheid van klager niet vooropgesteld heeft. Het college stelt vast dat verweerster als anios bedrijfsgeneeskunde onder een voldoende geborgde supervisieconstructie werkzaam was met een geregistreerd bedrijfsarts als eindverantwoordelijke. Verder blijkt uit het medisch dossier dat verweerster uitvoerig onderzoek heeft verricht en zorgvuldig opbouwende adviezen heeft gegeven met aandacht voor de beperkingen van klager. Daarnaast heeft verweerster zich steeds als arts voorgesteld en ondertekend.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9752

    Voorzittersbeslissing. Het klaagschrift en de ter onderbouwing bijgevoegde bijlagen geven de voorzitter geen aanknopingspunten om te oordelen dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9255

    Voorzittersbeslissing. Het klaagschrift en de ter onderbouwing bijgevoegde bijlagen geven de voorzitter geen aanknopingspunten om te oordelen dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:90 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9753

    Het klaagschrift en de ter onderbouwing bijgevoegde bijlagen geven de voorzitter geen aanknopingspunten om te oordelen dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9256

    Voorzittersbeslissing. Het tuchtrecht is niet bedoeld om mogelijke onjuistheden in een medisch dossier van een dermate licht gewicht aan de orde te stellen. De klacht is kennelijk van onvoldoende gewicht.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9754

    Voorzittersbeslissing. Het klaagschrift en de ter onderbouwing bijgevoegde bijlagen geven de voorzitter geen aanknopingspunten om te oordelen dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9748

    Voorzittersbeslissing. Niet BIG-geregistreerd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:92 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9755

    Voorzittersbeslissing. Het klaagschrift en de ter onderbouwing bijgevoegde bijlagen geven de voorzitter geen aanknopingspunten om te oordelen dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9749

    Voorzittersbeslissing. Klaagschrift voldoet niet aan de daaraan te stellen eisen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:80 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8997

    Gegronde klacht tegen een verpleegkundige, die onrechtmatig – zonder behandelrelatie met patiënten - meerdere keren en gedurende een langere periode patiëntendossiers heeft ingezien. Verpleegkundige erkent onbevoegde inzage. Dat doet niet af aan de ernst van de normschending. Tweede tuchtnorm. Berisping en publicatie.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9756

    Voorzittersbeslissing. Het tuchtrecht is niet bedoeld om mogelijke onjuistheden in een medisch dossier van een dermate licht gewicht aan de orde te stellen. De klacht is kennelijk van onvoldoende gewicht.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9750

    Voorzittersbeslissing. Niet BIG-geregistreerd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:81 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8894

    Gegronde klacht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd tegen een verpleegkundige, werkzaam in de GGZ, die een intiem en seksueel grensoverschrijdend contact is aangegaan met een patiënte – met verhoogde kwetsbaarheid. Tijdens de opname van de patiënte en de ambulante behandeling. Verpleegkundige erkent het contact, stelt dat sprake was van een vriendschapsrelatie. Ernstige en langdurige overschrijding van de professionele beroepsuitoefening. Verpleegkundige heeft bewust een grens overschreden. Schorsing voor één jaar, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Tevens gedeeltelijke ontzegging bevoegdheid om als verpleegkundige in de GGZ te werken. Publicatie.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9751

    Voorzittersbeslissing. In de door klager overgelegde stukken zijn geen aanknopingspunten te vinden voor het handelen dat klager verweerder verwijt. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:80 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3134

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in de klacht omdat klaagster het griffierecht niet (op tijd) had betaald. Het Centraal Tuchtcollege heeft vastgesteld dat het griffierecht wel tijdig is voldaan. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege en wijst de zaak terug.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:76 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2924

    Klacht tegen een tandarts. Klaagster heeft in de praktijk van de tandarts een brug laten plaatsen. Zij is ontevreden over de brug. Klaagster verwijt de tandarts o.a. dat hij haar niet heeft ingelicht over het feit dat de brug niet zonder verdikking kon worden gemaakt. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat klaagster door de tandarts beter geïnformeerd had moeten worden over de mogelijkheden, maar vooral de onmogelijkheden ten aanzien van de door klaagster gewenste brug. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard en de tandarts een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond waarmee de maatregel van waarschuwing komt te vervallen. Gelet op de beperkte rol van de tandarts was het niet zijn verantwoordelijkheid om klaagster te informeren.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:77 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2983

    Klacht tegen een psychiater. De klacht gaat over een door de psychiater opgesteld keuringsrapport rijgeschiktheid van klager, waarin werd geconcludeerd dat klager niet rijgeschikt was. Klager was het daar niet mee eens en liet een onafhankelijke herkeuring doen, daaruit kwam naar voren dat er geen beperkingen waren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de psychiater in het rapport op onvoldoende inzichtelijke en consistente wijze uiteen heeft gezet op welke gronden de conclusies van het rapport steunen. De psychiater heeft in dit geval op meerdere onderdelen onvoldoende blijk gegeven van de vereiste vakkundigheid en zorgvuldigheid, niet alleen bij het afnemen van het onderzoek maar ook bij het opstellen van de rapportage. Gelet op de opstelling van de psychiater in de aan de tuchtprocedure voorafgaande correspondentie tussen hem en klager en ook in de procedure voor het Regionaal Tuchtcollege heeft de psychiater weinig zelfinzicht en -reflectie getoond. Het Regionaal Tuchtcollege acht een berisping daarom passend en geboden. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de psychiater.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:78 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2937

    Klacht tegen arts in opleiding tot psychiater. Klaagster werd in januari 2024 gezien door de arts voor een intake op de polikliniek Psychiatrie. In het kader van de opleiding heeft de arts, werkzaam onder supervisie, zelfstandig de intake gedaan. De bevindingen van de intake werden, na overleg met de supervisor en collega’s, met klaagster besproken. Klaagster verwijt de arts het stellen van een onjuiste diagnose, schending van de informatieplicht, een onzorgvuldige dossiervorming, het schenden van het beroepsgeheim en een gebrekkige voorlichting over verdere behandelmogelijkheden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep gedeeltelijk niet-ontvankelijk en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:79 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3074

    Klaagster is eind 2024 tweemaal op consult geweest bij de tandarts. Over beide consulten is klaagster ontevreden. Zij vindt dat ze beide keren lang in de wachtkamer heeft moeten wachten, dat zij onvoldoende uitleg heeft gekregen over voedingssupplementen en dat de behandeling tijdens het tweede consult (behandeling van cariës) niet zorgvuldig is uitgevoerd. Ook heeft klaagster geen reactie gekregen op de klacht die zij bij de tandartspraktijk heeft ingediend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. In beroep gaat het alleen over het verwijt dat de behandeling van cariës niet zorgvuldig is uitgevoerd. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel als het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:76 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2025/8671

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts in opleiding tot huisarts. Klager heeft twee weken na een bezoek aan de spoedpoli van een GGZ-aanbieder zijn echtgenote gedood. Klager verwijt de arts dat hij en een collega hebben nagelaten de noodzakelijke medische zorg te verlenen, dan wel niet hebben ingegrepen bij een mogelijk levensbedreigende situatie. Het college is van oordeel dat er voor de arts geen aanleiding was om acuut gevaar te vermoeden. Er was dan ook geen reden om klager op te nemen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:77 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9111

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klaagster verwijt de gz-psycholoog dat niet duidelijk was wie de regiebehandelaar was. Het was beter geweest als de wijziging van het regiebehandelaarschap niet alleen telefonisch maar ook schriftelijk aan klaagster was medegedeeld. Achterwege blijven van de schriftelijke mededeling is echter niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:78 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8245

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een psychotherapeut. Klager verwijt de psychotherapeut onder meer dat zij als regiebehandelaar een brief heeft ondertekend waarin ten onrechte is vermeld dat sprake was van ‘wederkerige mishandeling’, met als gevolg dat klager daarvan nadeel ondervond in gerechtelijke procedures. Dit klachtonderdeel is gegrond. Door het begrip ‘anamnestische’ weg te laten, lijkt sprake te zijn van een vaststaand feit. Dat laatste staat echter niet vast en blijkt echter nergens uit. In de overige klachtonderdelen is klager niet-ontvankelijk. Het college legt een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:72 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8315

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater, werkzaam als geneesheer-directeur. Klager verwijt de psychiater dat zij zijn medisch dossier niet heeft verstrekt dan wel een onvolledig of gemanipuleerd dossier aan hem heeft verstrekt. Tweede tuchtnorm van toepassing. De psychiater is niet betrokken geweest bij een eerdere afgifte van het dossier en de inhoud daarvan. De psychiater heeft de vragen van klager over zijn dossier zorgvuldig beantwoord.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:57 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8339

    Ongegronde klacht tegen bedrijfsarts. De bedrijfsarts was betrokken bij klager in het kader van zijn verzuimbegeleiding. Klager verwijt de bedrijfsarts dat hij onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld bij zijn begeleiding, vooringenomen was en zijn recht op een second opinion onvoldoende heeft gefaciliteerd. Niet gebleken is dat de bedrijfsarts niet onafhankelijk handelde en/of vooringenomen was. De bedrijfsarts heeft zorgvuldig gehandeld, adequaat onderzoek gedaan en desgevraagd het verzoek tot second opinion gehonoreerd toen dit aan de orde was.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:73 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8316

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater, werkzaam als geneesheer-directeur. Klager verwijt de psychiater dat zij zijn medisch dossier niet heeft verstrekt dan wel een onvolledig of gemanipuleerd dossier aan hem heeft verstrekt. Tweede tuchtnorm van toepassing. De psychiater is niet betrokken geweest bij een eerdere afgifte van het dossier en de inhoud daarvan. De psychiater heeft de vragen van klager over zijn dossier zorgvuldig beantwoord.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8317

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater, werkzaam als geneesheer-directeur. Klager verwijt de psychiater dat zij zijn medisch dossier niet heeft verstrekt dan wel een onvolledig of gemanipuleerd dossier aan hem heeft verstrekt. Tweede tuchtnorm van toepassing. De psychiater is niet betrokken geweest bij een eerdere afgifte van het dossier en de inhoud daarvan. De psychiater heeft de vragen van klager over zijn dossier zorgvuldig beantwoord.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:75 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8670

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts in opleiding tot psychiater. Klager heeft twee weken na een bezoek aan de spoedpoli van een GGZ-aanbieder zijn echtgenote gedood. Klager verwijt de arts dat zij en een collega hebben nagelaten de noodzakelijke medische zorg te verlenen, dan wel niet hebben ingegrepen bij een mogelijk levensbedreigende situatie. Het college is van oordeel dat er voor de arts geen aanleiding was om acuut gevaar te vermoeden. Er was dan ook geen reden om klager op te nemen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8186

    Kennelijk ongegronde klacht tegen MDL-arts. Klaagster klaagt over de keuze van verweerder een sigmoïdoscopie uit te voeren en dat hij op 12 en 26 januari 2024 zijn informatieplicht heeft geschonden. Geen schending informatieplicht. Verweerder is voorafgaand aan het verrichten van de sigmoïdoscopie op 12 januari 2024 nagegaan of deze in het geval van klaagster was geïndiceerd. Hij heeft bovendien de voorgeschreven time out-procedure, waarvan het hebben verkregen van informed consent onderdeel is, zorgvuldig en correct doorlopen. Op 26 januari 2024 heeft verweerder klaagster geïnformeerd over het risico van een stoma als bij de ingreep sprake blijkt te zijn van een perforatie. Ook de assistent chirurgie heeft dit risico met klaagster besproken. Klaagster heeft bovendien zelf, tijdens het mondelinge vooronderzoek, erkend dat haar voorafgaand aan de operatie is gezegd dat zij na de operatie wakker kon worden met een stoma. Ook is er voorafgaand aan de operatie bij klaagster een stomastip op haar buik gezet.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8187

    Kennelijk ongegronde klacht tegen MDL-arts. Klaagster klaagt over ontslag uit ziekenhuis, het niet-meedelen van een onderzoeksuitslag en over informed consent rondom sigmoïdoscopie. Ontslag uit ziekenhuis navolgbaar. Het ging medisch gezien beter met klaagster. Klaagster gaf verweerster en andere zorgverleners ook meermaals aan naar huis te willen. Dat de toestand van klaagster na het ontslag verslechterde en zelfs tot een heropname van klaagster heeft geleid, maakt niet dat verweerster klaagster niet had mogen ontslaan. Verweerster heeft klaagster telefonisch gesproken en haar de uitslag van het onderzoek meegedeeld. De physician assistant, die de sigmoïdoscopie geïndiceerd heeft geacht en aangevraagd, is in beginsel zelf verantwoordelijk voor het informeren van klaagster over de risico’s daarvan en voor het verkrijgen van informed consent. Dat is niet de verantwoordelijkheid van verweerster.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:68 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7866

    Ongegrond klacht over MDL-arts. Klaagster klaagt over onheuse bejegening tijdens een telefoongesprek waarin de MDL-arts de uitslag van een coloscopie aan klaagster meedeelde, over de kwaliteit van de aan klaagster verleende zorg en over de verwarrende communicatie van en namens verweerder. Klaagster heeft aangegeven verweerder niet meer te willen spreken. Ook klaagt klaagster over de brief van verweerder aan de huisarts van klaagster en dat de MDL-arts niet heeft geleerd van een bij zijn polikliniek ingediende klacht.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8219

    Klacht tegen een internist kennelijk ongegrond. Klager was vanwege een hiv-infectie onder behandeling bij de internist. De behandelrelatie verslechterde, totdat klager uiteindelijk de toegang tot het ziekenhuis werd ontzegd. Klager verwijt de internist, samengevat, dat zij weigerde medicatie voor te schrijven en dat zij hem onvoldoende heeft geïnformeerd over het beëindigen van de behandelingsovereenkomst en onvoldoende tijdig heeft doorverwezen. Het college is van oordeel dat de internist niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en dat het in het belang van goede zorgverlening is dat klager zich laat monitoren.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8220

    Klacht tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige is verpleegkundig expert hiv in het ziekenhuis. Klager heeft al geruime tijd een hiv-infectie en verwijt de verpleegkundige, samengevat, het ten onrechte weigeren van medicatie en bloedonderzoek en het instellen van een toegangsverbod en het doen van melding bij justitie. Het college is van oordeel dat de verpleegkundige de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:75 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2870

    De zoon van klagers is van zijn fiets gevallen, waardoor zijn melkvoortand moest worden getrokken. De tandarts heeft de voortand getrokken. Klagers verwijten de tandarts onder andere dat hij hun zoon onvoldoende verdoofd heeft bij het trekken van de tand, hij klagers en hun zoon niet heeft voorgelicht over de voorgenomen behandeling en dat hij hen onheus heeft bejegend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klagers.