Zoekresultaten 181-200 van de 221 resultaten

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:106 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/777901 / DW RK 25/428 MK/SM

    Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Ordemaatregel: zes maanden schorsing ex art. 38 lid 1 van de Gerechtsdeurwaarderswet.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:101 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/761525 DW RK 24/438 MK/SM

    Klacht ongegrond. Klaagster beklaagt zich er over dat de gerechtsdeurwaarder een onjuiste berekening van de beslagvrije voet hanteert wat ertoe leidt dat er teveel is ingehouden. Ook als die stelling al juist is, betekent dat niet automatisch dat sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen. Klaagster dient zij zich hiervoor te wenden tot de gewone (civiele) rechter en niet de tuchtrechter.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:102 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/760217 DW RK 24/407 MK/SM

    Klacht gegrond. Maatregel: waarschuwing. De kamer verklaart het deel waarbij beslag is gelegd op de verkeerde onroerende zaak gegrond. De kamer neemt, ten aanzien van de opgelegde maatregel, in aanmerking dat het beslag snel, binnen een dag, is opgeheven en doorgehaald en klager en ouders excuses zijn gemaakt.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:116 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/755589 DW RK 24/298 HE/SM

    Klacht ongegrond. De gerechtsdeurwaarder wordt verweten klager en zijn echtgenote te tergen met het bewust laten oplopen van de kosten door het leggen van bankbeslagen op zowel de rekening van klager als die van zijn echtgenote. Ingevolge het huwelijksgoederenregister heeft de gerechtsdeurwaarder niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door beslag te leggen op het inkomen van klager en de bankrekening van de echtgenote. Gesteld noch gebleken is dat de gerechtsdeurwaarder buiten de beperkingen van de Wet Incassokosten en het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarder is getreden. Van het feit dat de kosten zijn opgelopen, kan de gerechtsdeurwaarder geen verwijt worden gemaakt.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:110 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/759841 / DW RK 24/400 BB/WdJ

    Klager beklaagt zich erover dat de gerechtsdeurwaarder de vordering niet heeft geverifieerd en niet heeft gereageerd op zijn brieven. De klacht is gedeeltelijke gegrond vanwege de manier van corresponderen met klager. De klacht is voor het overige ongegrond. De gerechtsdeurwaarder wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:111 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/751240 / DW RK 24/209 HE/SM

    Beslissing op verzet gegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond. Maatregel: berisping. De kamer stelt vast dat zich onzorgvuldigheden hebben voorgedaan die enkel en alleen naar voren zijn gekomen dankzij een volhardende houding van klager. Dat de rentestop is komen te vervallen (en het vorderen van lopende rente dus is hervat) als gevolg van de overgang naar de nieuwe dossierapplicatie is slordig, aangezien een rentestop een specifiek doel vervult in specifieke gevallen. Dat klager de gerechtsdeurwaarders daar meermaals op heeft moeten wijzen is tot daar aan toe. Maar als de gerechtsdeurwaarders de fout inzien en vervolgens met een onjuiste boekingscode het opgelopen (rente)bedrag boeken op de executiekosten waardoor datzelfde bedrag weer ten laste van klager in het dossiersaldo wordt geboekt, slaat slordigheid naar het oordeel van de kamer om in onzorgvuldigheid. Hiermee is dan ook sprake van een tuchtrechtelijk laakbaar handelen.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:112 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/760624 / DW RK 24/421 HE/SM

    Beslissing op verzet. Klagers beklagen zich er – onder meer – over dat de gerechtsdeurwaarder bij de berekening van de beslagvrije voet ongemotiveerd het fiscaal inkomen van klager heeft betrokken. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:113 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/761094 / DW RK 24/431 HE/SM

    Beslissing op verzet. Verzet ongegrond. Klaagster beklaagt zich er – onder meer – over dat de gerechtsdeurwaarder ondanks de toezegging de inboedel en alle huisraad niet heeft opgeslagen. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:107 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/771852 / DW RK 25/229 BB/WdJ

    Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich over de beslagvrije voet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:114 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/748064 DW RK 24/119 HE/SM

    Klacht gegrond. Maatregel: berisping. De gerechtsdeurwaarder heeft ten onrechte bevel gedaan van een bedrag van € 3.100,-. Aan de opgelegde maatregel ligt ten grondslag dat het opstellen en uitbrengen van exploten tot de kerntaken van de gerechtsdeurwaarder behoort. Deze bevoegdheid is exclusief toevertrouwd aan de gerechtsdeurwaarder en verlangt om die reden een hoge mate van zorgvuldigheid. Dat geldt bovenal bij de beoordeling van een executoriale titel en de vaststelling voor welke bedragen bevel kan worden gedaan. Dat een vergissing gemaakt wordt is weliswaar niet uit te sluiten, maar als klager daar gemotiveerd op wijst mag het niet zo zijn dat pas na een maand inhoudelijk wordt gereageerd. Te meer omdat de constatering van klager ziet op een wezenlijk afwijking in het door de gerechtsdeurwaarder gedane bevel en de daaraan ten grondslag liggende titel.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:108 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/757372 / DW RK 24/346 BB/WdJ

    De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door de titel te executeren en heeft voldoende en inhoudelijk met klager gecommuniceerd. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:115 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/751015 DW RK 24/202 HE/SM

    Klacht (gedeeltelijk) gegrond. Maatregel: waarschuwing. De gerechtsdeurwaarder heeft niet binnen een redelijke termijn geantwoord op correspondentie van klager.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:109 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/761686 / DW RK 24/440 BB/WdJ

    Klaagster beklaagt zich over het niet verstrekken van een derdenverklaring, de beslagvrije voet, onjuiste adresgegevens en bedragen in een exploot, privacy schending, dat zij niet voldoende is geïnformeerd over de beslagprocedure, er geen poging is ondernomen om een betalingsregeling te treffen, er niet is gereageerd op haar bezwaren en dat betalingen en inhoudingen niet correct zijn verwerkt. Gerechtsdeurwaarder sub 1 kan een tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt dat hij een onjuist bedrag aan proceskosten in een exploot heeft opgenomen. De klacht is voor het overige ongegrond.De kamer legt aan gerechtsdeurwaarder sub 1 voor het gegronde deel van de klacht de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:117 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/768744 / DW RK 25/152 MK/SM

    Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder niet serieus is ingegaan op de concrete bezwaren die klager heeft aangevoerd. De gerechtsdeurwaarder heeft aangetoond (steeds) inhoudelijk te hebben gereageerd op klager. De kamer overweegt dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:118 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/767103 / DW RK 25/111 MK/SM

    Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder oneigenlijke druk heeft uitgeoefend door beslag te leggen op twee voertuigen waarbij de dagwaarde van de auto gelijk is aan de sloopwaarde ad € 200. De gerechtsdeurwaarder weigert het beslag op te heffen. Uit de door de gerechtsdeurwaarder overgelegde producties blijkt dat er onderzoek is gedaan naar de waarde van de auto van klager. Hieruit is voor vergelijkbare auto’s waardes van € 1.490,- en € 2.300,- gekomen. Klager heeft niet aangetoond dat zijn auto slechts een (sloop)waarde van € 200,- zou hebben De kamer overweegt dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. Het verzet wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:119 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/764010 / DW RK 25/41 MK/SM

    Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich er onder meer over dat samengevat over dat er sprake is van schending van de zorgplicht in de precontractuele fase. De gerechtsdeurwaarder heeft steeds duidelijk met klager gecommuniceerd. Klager heeft uiteindelijk besloten een andere gerechtsdeurwaarder in te schakelen. Dat de gerechtsdeurwaarder de zaak vervolgens als afgedaan heeft beschouwd en heeft aangegeven niet verder met klager te communiceren vanwege het ontbreken van belang, is niet tuchtrechtelijk laakbaar. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:120 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/762659 DW RK 25/11 MK/SM

    Klacht ongegrond. Klager beklaagt zich er onder meer over dat de gerechtsdeurwaarder, zonder bewijs, stelt dat klager op 25 november 2024 verzocht heeft om een inhouding van € 500 per week. De omstandigheden van het geval maken het aannemelijk dat daarvan sprake is geweest. Er is op die dag contact geweest op initiatief van klager, klager heeft in een eerder geval ook al eens een verzoek gedaan tot beperking van een gelegd derdenbeslag, maar toen voor een hoger bedrag per. Verder neemt de kamer in overweging dat het beperken van het beslag primair in het belang van klager is niet in het belang van de executant. Het had de gerechtsdeurwaarder niet misstaan om deze afspraak richting klager schriftelijk te bevestigen, maar dat nalaten levert geen tuchtrechtelijk laakbaar handelen op.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:122 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/756127 / DW RK 24/316 HE/RH

    De gerechtsdeurwaarder heeft meegedeeld dat bij niet betaling het CJIB de politie opdracht kan geven tot gijzeling van klager en/of inbeslagname van klagers auto en rijbewijs. Deze maatregelen kunnen op grond van de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften worden genomen. De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door klager te wijzen op bovengenoemde maatregelen.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:123 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/762250 / DW RK 25/4 HE/RH

    Klager heeft gesteld dat hij een maandelijks een specificatie van de openstaande schuld wenst te ontvangen. De gerechtsdeurwaarder is daartoe niet gehouden.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:124 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/763908 / DW RK 25/38 HE/RH

    De gerechtsdeurwaarder heeft berichten van schuldhulp verkeerd gelezen en daardoor niet beantwoord. In diezelfde periode zijn er ook berichten van klaagster ontvangen. De gerechtsdeurwaarder had met deze berichten de fout kunnen ontdekken, maar dat is niet gebeurd. Vervolgens is er beslag gelegd. Hoewel de gerechtsdeurwaarder verklaart dat dit beslag ook gelegd zou zijn als de berichten zouden zijn gelezen, past dit de gerechtsdeurwaarder niet en doet dit handelen richting klaagster en de schuldhulpverlener afbreuk aan het aanzien van het ambt. Maatregel van berisping opgelegd.