Zoekresultaten 23231-23240 van de 23330 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:274 Hof van Discipline 's Gravenhage 260160
- Datum publicatie: 25-08-2026
- Datum uitspraak: 24-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:274
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Voorwaarde voor aanwijzing van een advocaat is dat de advocaat moet worden betaald. Als er een toevoeging wordt verleend, gaat het om de eigen bijdrage en eventuele bijkomende kosten, zoals griffierechten (zie ook HvD 17 november 2025, ECLI:NL:TAHVD:2025:231). In het geval de klager niet in aanmerking komt voor een toevoeging, is het niet anders (zie ook HvD 6 juli 2026, ECLI:NL:TAHVD:2026:204).
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:275 Hof van Discipline 's Gravenhage 260173
- Datum publicatie: 25-08-2026
- Datum uitspraak: 24-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:275
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Onvoldoende kans van slagen van de door klager gewenste procedure.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:276 Hof van Discipline 's Gravenhage 260176
- Datum publicatie: 25-08-2026
- Datum uitspraak: 24-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:276
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Verzoek tot aanwijzing van een advocaat in meerdere opzichten onvoldoende onderbouwd, waardoor de deken niet in de gelegenheid is gesteld om het verzoek inhoudelijk te beoordelen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:277 Hof van Discipline 's Gravenhage 250161
- Datum publicatie: 31-08-2026
- Datum uitspraak: 28-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:277
Het betreft een klacht tegen de eigen advocaat. De Raad van Discipline heeft de klacht ongegrond verklaard. Klaagster is in beroep gekomen. Het Hof van Discipline vernietigt de beslissing van de raad. Verweerster heeft onzorgvuldig gehandeld jegens klaagster door haar niet te waarschuwen voor een belangrijke termijn die zou verstrijken en heeft haar belangen hiermee onvoldoende zorgvuldig behartigd. Maatregel beripsping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:278 Hof van Discipline 's Gravenhage 260074 260076
- Datum publicatie: 31-08-2026
- Datum uitspraak: 28-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:278
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond. Dat verweerder 1 juridische kernpunten over het hoofd heeft gezien of dat het advies van verweerder 1 op enige andere wijze niet voldeed aan de vereiste deskundigheid, is de raad niet gebleken. Klachtonderdeel a) is daarom ongegrond. De raad stelt verder vast dat het e-mailbericht van 24 april 2025, met daarin opgenomen een schikkingsvoorstel aan klager, is geschreven door verweerder 2 in de hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Verweerder 1 heeft deze e-mail niet mede ondertekend en het is de raad niet gebleken dat hij betrokkenheid heeft gehad bij het opstellen van dit bericht, noch dat hij zich op andere wijze intimiderend of agressief jegens klager zou hebben uitgelaten. Klachtonderdeel b) is ten aanzien van verweerder 1 daarom niet-ontvankelijk. Voor wat betreft verweerder 2 is de raad van oordeel dat geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Verweerder 2 heeft in het e-mailbericht van 24 april 2025 geprobeerd het geschil met klager in der minne te schikken door een afkoopbedrag voor te stellen tegen finale kwijting, waaronder het afzien van een klacht door klager. Verweerder 2 heeft daarbij naar het oordeel van de raad gemotiveerd toegelicht dat het doel hiervan was om het geschil met klager te beëindigen zonder dat er nog zou worden “nagetrapt”. Naar het oordeel van de raad mocht verweerder 2 dit voorstel zo doen. Dat klager dit als intimiderend heeft ervaren, maakt niet dat sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klachtonderdeel b) is ten aanzien van verweerder 2 daarom ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:279 Hof van Discipline 's Gravenhage 260053
- Datum publicatie: 31-08-2026
- Datum uitspraak: 28-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:279
Klacht over de eigen advocaat in een fiscale (bezwaar)procedure. Anders dan de raad is het hof van oordeel dat verweerder duidelijk met klaagster heeft gecommuniceerd over de reikwijdte van zijn opdracht en ook zorgvuldig jegens klaagster heeft gehandeld. Het hof vernietigt de beslissing van de raad waarbij onder meer een maatregel is opgelegd en verklaart de desbetreffende klachtonderdelen alsnog ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:28 Hof van Discipline 's Gravenhage 250352
- Datum publicatie: 30-01-2026
- Datum uitspraak: 30-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:28
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Klager heeft – ondanks herhaalde uitnodiging daartoe door de deken op 4 en 25 september 2025 – niet aangetoond dat hij zich voldoende heeft ingespannen om eerst zelf een advocaat te vinden die hem kan bijstaan in de door klager gewenste procedure. Het verweer van klager dat hij het Juridisch loket niet kon bereiken alsook zijn eigen samenvatting van wat advocaten van zijn zaak vonden, maakt dit niet anders. Klager kon ook telefonisch of via internet contact opnemen met advocaten in Nederland. De deken heeft het aanwijzingsverzoek van klager daarom op juiste gronden afgewezen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:280 Hof van Discipline 's Gravenhage 250454 250455 250456
- Datum publicatie: 31-08-2026
- Datum uitspraak: 28-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:280
Deze procedure betreft een klacht die is ingediend door klaagster jegens vier verweerders allen van hetzelfde kantoor. De Raad van Discipline in het ressort Amsterdam (hierna: de raad) heeft de klachtonderdelen gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk ongegrond verklaard. Klaagster is niet opgekomen tegen de beslissing van de raad over verweerder 4 (de klachtenfunctionaris van het kantoor). In hoger ligt allereerst de ontvankelijkheidstoets voor in verband met termijnoverschrijding. De raad heeft een aantal klachtonderdelen niet-ontvankelijk verklaard in verband met het verstrijken van de driejaarstermijn. Het hof is van oordeel dat klaagster voldoende heeft onderbouwd dat zij pas na het verstrijken van de driejaarstermijn bekend is geworden met de gevolgen van het handelen of nalaten van verweerders. Niettemin oordeelt het hof dat de termijn van artikel 46g lid 2 Advocatenwet is overschreden. Het hof bekrachtigt in zoverre de beslissing van de raad ten aanzien van de niet-ontvankelijkheid. Met betrekking tot de inhoud van de overige klachtonderdelen oordeelt het hof dat klaagster niet kan worden ontvangen in het door haar ingestelde beroep, wegens gebrek aan gronden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:281 Hof van Discipline 's Gravenhage 250253
- Datum publicatie: 31-08-2026
- Datum uitspraak: 28-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:281
Klaagster heeft (beperkt) hoger beroep ingesteld. De gemachtigde van klaagster noch klaagster zelf is ter zitting bij het hof verschenen. Het hof ziet geen aanleiding om de zitting te heropenen, zoals door de gemachtigde van klaagster is verzocht. Het hof is het eens met de beslissing van de raad en bekrachtigt deze beslissing, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:282 Hof van Discipline 's Gravenhage 250433
- Datum publicatie: 31-08-2026
- Datum uitspraak: 31-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:282
Deze zaak betreft een klacht over privégedragingen van een advocaat. Klaagster 2 heeft over verweerder eerder (in mei 2021) een klacht ingediend maar heeft die weer ingetrokken. Vervolgens is de klacht door klaagsters op 20 februari 2024 bij de deken ingediend. Anders dan de raad acht het hof ten aanzien van klaagster 2 geen strijd met het ne-bis-in-idembeginsel (artikel 47b lid 1 Advocatenwet) omdat over die eerdere klacht geen onherroepelijke tuchtrechtelijke eindbeslissing is genomen. Het hof ziet hierin evenmin aanknopingspunten voor misbruik van het tuchtrecht door klaagster 2. Anders dan de raad acht het hof ook de maatschap op grond van een eigen rechtstreeks belang ontvankelijk in de klacht. Klaagsters zijn echter niet-ontvankelijk in hun klacht voor zover die ziet op gedragingen van verweerder van voor 20 februari 2021. Voor zover de klacht ziet op gedragingen van na die tijd is de klacht ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 2323
- Pagina: 2324
- Pagina: 2325
- ...
- Pagina: 2333
- Volgende pagina zoekresultaten