Zoekresultaten 1-10 van de 22501 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:44 Hof van Discipline 's Gravenhage 260023

    Het hof verwijst een klacht tegen de deken niet. De klacht ziet op een administratieve omissie die door de deken, nadat hij daarmee bekend is geworden, terstond is hersteld. Daarmee is naar het oordeel van de voorzitter sprake van een bagatelklacht. Door het handhaven van deze klacht, gebruikt klager het klachtrecht tegen de deken voor een ander doel (ventileren van persoonlijk ongenoegen) dan waarvoor het is bedoeld (waarborging van de kwaliteit van de beroepsgroep). De voorzitter zal de klacht daarom niet verwijzen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:45 Hof van Discipline 's Gravenhage 230012

    Herstelbeslissing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:45 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-660/AL/MN

    Klaagster heeft zich erover beklaagd dat verweerder zich onnodig grievend heeft uitgelaten jegens haar in haar functie van politieambtenaar in bijzijn van derden en daarmee haar integriteit heeft aangetast tijdens een confrontatie in het cellenblok van een rechtbank. De raad heeft begrip voor enige boosheid en frustratie van de kant van verweerder omdat naar zijn idee de met klaagster gemaakte afspraken door haar niet waren nagekomen maar de manier waarop hij daarna klaagster in het cellenblok van de rechtbank heeft bejegend kan niet als functionele boosheid worden gezien. Naar het oordeel van de raad gaat het te ver en is het een advocaat onwaardig om in je woede, zoals verweerder die had, de betrouwbaarheid van een politieambtenaar in twijfel te trekken. Daarbij staat ook vast, zoals bevestigd door de collega, dat verweerder klaagster ook persoonlijk heeft aangevallen met volstrekt onbetamelijke uitlatingen en dat dit is gebeurd in bijzijn van derden. De raad rekent het verweerder aan dat hij na dit incident niets heeft gedaan om het met klaagster uit te praten. Van welgemeende excuses is de raad niet gebleken. Klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:43 Hof van Discipline 's Gravenhage 260007

    Afwijzing verzoek verwijzing klacht over deken (artikel 46c lid 5 Advocatenwet). Uit hetgeen klaagster (summier) heeft aangevoerd, lijkt de onvrede van klaagster verband te houden met het verloop van de behandeling van haar klacht over mr. P door de raad van discipline. Daarvoor kan verweerster niet verantwoordelijk worden gehouden omdat verweerster geen deel uitmaakt van de raad van discipline. Nu klaagster haar klacht over verweerster verder niet heeft toegelicht – waardoor het voor verweerster niet duidelijk is waartegen zij zich moet verweren – zal de voorzitter de klacht van klaagster niet verwijzen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:21 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-837/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. De klacht dat niet altijd urenspecificaties zijn verzonden mist feitelijke grondslag. Van excessief declareren is voorts niet gebleken. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:42 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-328/AL/NN

    De raad heeft geoordeeld dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door klager, haar cliënt, niet te laten weten welke stukken aan het hof zijn gestuurd. De raad acht hierbij van belang dat dit nalaten door verweerster van beperkte ernst is, mede gelet op de omstandigheid dat zij in deze zaak voor het overige goed met klager heeft gecommuniceerd en hem toereikend heeft geïnformeerd. Verder houdt de raad er rekening mee dat verweerster heeft erkend dat zij op dit punt onvolledig is geweest. Gelet op het voorgaande zal worden volstaan met de gegrondverklaring van dit klachtonderdeel en zal geen maatregel worden opgelegd

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:43 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-386/AL/NN

    Klaagster beklaagt haar eigen advocaat. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder op zorgvuldige en tijdige wijze zijn opdracht voor klaagster neergelegd. Ten aanzien van de niet tijdige melding door verweerder van de scheiding van klaagster aan de pensioenfondsen is de raad van oordeel dat verweerder daarin in de door hem geschetste omstandigheden heeft gedaan wat hij kon. Klaagster heeft ook geen schade geleden. Ook verder heeft verweerder zorgvuldig gehandeld en de belangen van klaagster naar behoren behartigd. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:44 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-471/AL/NN

    Verweerder heeft een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming ingediend in twee procedures waarin klaagster geen partij was. De raad heeft geoordeeld dat verweerder hiermee de belangen van klaagster heeft geschonden en daarom tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Gelet op de ernst van dit verwijt is in beginsel de oplegging van een berisping gerechtvaardigd. In het voordeel van verweerder houdt de raad er echter ook rekening mee dat verweerder, hoewel te laat, het stuk wel heeft ingetrokken. Ook heeft verweerder - kort na het indienen van het rapport en op de zitting van de raad - erkend dat hij anders had moeten handelen en heeft hij zijn excuses aan klaagster aanboden. Verder neemt de raad in aanmerking dat verweerder niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld. Gelet op deze omstandigheden is de raad van oordeel dat kan worden volstaan met de oplegging van een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:41 Hof van Discipline 's Gravenhage 240314

    De zaak betreft een verzoek ex artikel 60ab Advocatenwet. De Raad van Discipline heeft verweerder met onmiddellijke ingang geschorst omdat een ernstig vermoeden bestaat van een handelen of nalaten door verweerder waardoor enig door artikel 46 Advocatenwet beschermd belang ernstig geschaad is of dreigt te worden geschaad en wel zodanig dat het doorlopen van een reguliere tuchtrechtprocedure niet kan worden afgewacht. Verweerder heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de raad. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:39 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-346/AL/GLD

    Naar het oordeel van de raad is sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding en heeft klager tijdig geklaagd over het optreden van verweerder. Verweerder heeft door zijn handelen de kernwaarden deskundigheid, vertrouwelijkheid en (financiële) integriteit geschonden. De raad acht de handelwijze van verweerder ernstig laakbaar. Verweerder heeft meerdere keren nagelaten om in alle openheid te vertellen dat hij een beroepsfout heeft gemaakt. Hij had dat in 2019 moeten doen, waartoe hij door de cassatieadvocaat ook geadviseerd was en ook op het moment dat klager bij hem op de lijn kwam omdat hij niet bekend was met het arrest van het hof dat volgde op zijn beroepsfout. Hij heeft niet alleen nagelaten zijn client deugdelijk te adviseren maar heeft zijn fout actief toegedekt door daarover verhullend te communiceren. Van verweerder mag bovendien bij de afhandeling van zijn aansprakelijkstelling door zijn verzekeraar de nodige regie worden verwacht. Ook daarin neemt verweerder een afwachtende houding aan. Alhoewel zijn gemachtigde tijdens de zitting excuses voor de gang van zaken heeft aangeboden, heeft verweerder zelf geen oprecht inzicht in het verwijtbare van zijn handelen getoond. Dat is zorgelijk. Daarnaast heeft verweerder zich niet gehouden aan de bepalingen van de AVG en de relatie met klager financieel niet netjes afgewikkeld. De raad legt aan verweerder een deels voorwaardelijke (2 weken) en deels onvoorwaardelijke (2 weken) schorsing in de praktijkuitoefening op.