Zoekresultaten 51-100 van de 22401 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:257 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-302/DH/RO
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 01-12-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:257
Raadsbeslissing. Klacht van vereffenaars van de nalatenschap over de advocaat van vader. Klagers hebben geen rechtstreeks belang bij de klacht die ziet op gedragsregel 15. De klacht is voor dat deel niet-ontvankelijk. De klachten zijn voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:1 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-589/DB/OB
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 05-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:1
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door in de e-mailberichten van 16 februari en 29 maart 2025 aan klaagsters advocaat mede te delen dat, als klaagsters advocaat niet binnen één dag zou reageren, verweerder rechtstreeks contact zou opnemen met klaagster. Vast staat dat verweerder klaagster tweemaal rechtstreeks heeft aangeschreven, terwijl hij wist dat klaagster werd bijgestaan door een advocaat. Verweerder had kunnen volstaan met verzending van een e-mail aan mr. VdW. Naar het oordeel van de raad valt, bij gebreke van een nadere onderbouwing, die niet is gegeven, namelijk niet in te zien dat het beoogde rechtsgevolg niet zou kunnen worden bereikt door de e-mail alleen aan mr. VdW te zenden. Aan de in gedragsregel 25 lid 2 genoemde voorwaarden is kortom niet voldaan, zodat het verweerder niet vrijstond om klaagster rechtstreeks aan te schrijven. Door dit wel te doen heeft verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:270 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-652/DH/RO
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 22-12-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:270
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een geschil over de hoogte van kinderalimentatie. Dat verweerder niet heeft gereageerd op een bericht van de zijde van klaagster, is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar omdat hij als advocaat in beginsel niet gehouden is om inhoudelijk te reageren op brieven van de wederpartij. Bovendien was zijn opdracht op dat moment al beëindigd. Niet gebleken is dat verweerder onjuist heeft geadviseerd over de te betalen kinderalimentatie. Verweerder mocht zijn cliënt om informatie vragen, zodat hij zich kon verdedigen tegen de tuchtklacht. Voor zover hierdoor al sprake zou zijn van een schending van klaagsters privacy, geldt dat er in dit geval zwaarder getild kan worden aan verweerder recht om zich te verdedigen tegen een tuchtklacht. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:264 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-703/DH/RO
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 17-12-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:264
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Klacht is gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk vanwege een gebrek aan rechtstreeks eigen belang. De door verweerder namens zijn cliënte opgestelde conceptdagvaarding is niet aan klagers betekend en dus ook niet uitgebracht. Van (oneigenlijk) procederen is geen sprake. Het stond verweerder vrij om klagers te benaderen over de vordering van zijn cliënte. De omstandigheid dat klagers het niet met die vordering eens zijn en de vordering kansloos vinden, betekent niet dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Een inhoudelijke beoordeling van de vordering is voorbehouden aan de civiele rechter. De klacht is in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:277 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-746/DH/DH
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 24-12-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:277
Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een letselschadekwestie in alle onderdelen ongegrond. Verweerder kan niet worden verweten dat hij niet eerder een voorschot heeft gevraagd, omdat klager geen inzicht heeft gegeven in zijn schadeposten. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen op het gebied van bereikbaarheid, communicatie en overdracht van het dossier is niet gebleken.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:258 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-690/DH/RO
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 10-12-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:258
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft gezien de overeengekomen hoofdelijke aansprakelijkheid zowel klaagster als haar cliënt mogen aanspreken voor de betaling van het volledige bedrag. Klaagster is geen advocaat/advocatenkantoor zodat verweerder de cliënt rechtstreeks mocht aanschrijven. Niet gebleken dat verweerder de belangen van klaagster onevenredig heeft geschaad. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:271 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-225/DH/DH
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 22-12-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:271
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:265 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-706/DH/RO
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 17-12-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:265
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een procedure over de vaststelling van het vaderschap. Niet gebleken dat verweerster onvoldoende heeft gecommuniceerd of onjuist heeft geadviseerd. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:278 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-750/DH/DH
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 24-12-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:278
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat wederpartij. Klacht over misbruik van toevoeging kennelijk niet-ontvankelijk vanwege een gebrek aan rechtstreeks belang. Klacht over misbruik van procesrecht kennelijk ongegrond. Er is geen sprake van rauwelijks dagvaarden. Niet kan worden vastgesteld dat sprake is van een evident kansloze processtrategie of dat onjuistheden zijn opgenomen in de dagvaarding.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:259 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-696/DH/DH
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 10-12-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:259
Voorzittersbeslissing. Klacht over het neerleggen van de opdracht door de eigen advocaat. Duidelijk is dat klager en verweerder een andere visie hadden over de aanpak en het vervolg van klagers zaak. Klager heeft vervolgens een klacht ingediend bij het kantoor. Verschil van inzicht dat uiteindelijk onoverbrugbaar is gebleken. Verweerder kon zich dan ook terugtrekken. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:272 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-239/DH/DH
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 22-12-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:272
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:266 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-708/DH/RO
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 17-12-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:266
Voorzittersbeslissing. Klacht over het handelen c.q. nalaten van verweerder als bewindvoerder in een schuldsaneringstraject. Het traject is in december 2024 beëindigd. Klacht is buiten de termijn van drie jaar ingediend. Geen verschoonbare termijnoverschrijding. Klacht niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:279 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-780/DH/RO 25-781/DH/RO
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 24-12-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:279
Voorzittersbeslissing; klachten over de advocaten van de wederpartij in een incassozaak. Niet gebleken is dat klager onder druk is gezet om documenten te ondertekenen. Evenmin is gebleken dat het leggen van beslag en het entameren van een juridische procedure (dagvaarden) niet proportioneel en onzorgvuldig was gelet op de omstandigheden waarin klager verkeerde. De klachten hierover zijn kennelijk ongegrond. Voor zover klager heeft gesteld dat verweerders met hun handelen zijn ex-partner hebben benadeeld, zijn de klachten kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:260 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-702/DH/RO
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 10-12-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:260
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een echtscheiding. Niet gebleken van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerster bij de overdracht van de tas of anderszins. Zij mocht de kwestie van de echtelijke woning aankaarten, in het belang van haar cliënte.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:273 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-289/DH/RO
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 22-12-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:273
Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de advocaat van de wederpartij in een geschil tussen ex-partners. Klager is de broer van de vrouw en heeft als haar gemachtigde opgetreden. Hij heeft om die reden geen rechtstreeks belang bij de klacht over het door verweerder opwerpen van een exceptie van onbevoegdheid. Klacht voor dat deel niet-ontvankelijk. Klager is wel ontvankelijk waar het gaat om verweerders stelling dat klager is veroordeeld voor (zware) mishandeling. Verweerder heeft dat mogen omschrijven zoals hij gedaan heeft. Klacht voor dat deel ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:267 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-711/DH/DH
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 17-12-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:267
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk omdat klager daarbij geen belang heeft of daarover al eerder heeft geklaagd. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond. Het innemen van een andersluidend juridisch standpunt is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Verweerder heeft geen onpleitbaar standpunt ingenomen. Niet gebleken dat verweerder de tuchtrechter onjuist heeft voorgelicht.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:261 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-121/DH/RO
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 15-12-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:261
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:274 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-349/DH/DH
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 22-12-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:274
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft klaagster op betalende basis bijgestaan, terwijl er al een toevoeging was verstrekt. De toevoeging betreft uitsluitend adviserende werkzaamheden. Op het moment dat er een procedure gestart zou worden, en te voorzien viel dat er financieel resultaat zou zijn, heeft verweerder dit met klaagster besproken en vastgesteld dat vervolgwerkzaamheden niet meer onder de toevoeging vallen en dat verweerder verder op betalende basis zou optreden. Klaagster is hierdoor niet benadeeld. Verweerster heeft juist voorkomen dat klaagster ook de advieswerkzaamheden zelf moest betalen. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:268 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-714/DH/DH
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 17-12-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:268
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Klager heeft geen eigen rechtstreeks belang. De klacht voor zover mede ingediend namens klager is kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster had redelijkerwijs op de hoogte kunnen zijn van de beëindiging van het geschil door de gemaakte afspraken in plaats van door een vonnis. Van het toesturen van een vonnis aan klaagster door verweerder kon dan ook geen sprake zijn. Van enig klachtwaardig handelen van verweerder is niet gebleken. De klacht is in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:3 Hof van Discipline 's Gravenhage 250444
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 05-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:3
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Met de deken is het hof van oordeel dat uit het cassatieadvies – dat voldoet aan de daaraan te stellen (zorgvuldigheids)eisen – volgt dat een cassatieprocedure geen redelijke kans van slagen heeft. Op deze grond mocht de deken het aanwijzingsverzoek van klager afwijzen (ECLI:NL:TAHVD:2018:44). Artikel 13 Advocatenwet is niet bedoeld voor de situatie dat klager reeds beschikt over een (negatief) cassatieadvies. Een aanwijzingsverzoek op grond van artikel 13 Advocatenwet leidt er ook niet automatisch toe dat een aangewezen advocaat zijn werkzaamheden verricht op basis van een toevoeging, zoals klager lijkt te veronderstellen. Als klager dat wil, kan hij op eigen kosten een advocaat zoeken die een second opinion wil geven.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:262 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-389/DH/DH
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 15-12-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:262
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening. Verweerder is ingeschakeld voor het hoger beroep in de alimentatiezaak. Ook een andere advocaat heeft in deze zaak bijstand aan klaagster verleend. Hoewel de gemaakte afspraak bijzonder te nomen is, is het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klaagster was hiermee bekend en heeft bovendien zelf met verweerder gecorrespondeerd en hem verzoeken gedaan. Geen sprake van dat verweerder zonder overleg met klaagster is ingeschakeld. Verweerder heeft de opdrachtbevestiging per abuis niet aan klaagster gestuurd. Daarvan kan hem in de gegeven omstandigheden geen verwijt worden gemaakt. Ook andere verwijten zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:275 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-705/DH/DH
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 24-12-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:275
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat-gemachtigde van een advocaat in een tuchtprocedure. De eerdere klacht is ongegrond bevonden door het hof van discipline. Daarom bestaat geen aanleiding om in het geval van verweerder tot een andere uitkomst te komen over materieel gezien dezelfde kwestie. Klacht kennelijk ongegrond. Misbruik van recht-bepaling.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:269 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-717/DH/DH
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 17-12-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:269
Voorzittersbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk omdat deze te laat is ingediend en deels kennelijk niet-ontvankelijk omdat klager daarbij geen eigen, rechtstreeks betrokken belang heeft.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:263 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-391/DH/DH
- Datum publicatie: 05-01-2026
- Datum uitspraak: 15-12-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:263
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een familiezaak. De kwaliteit van verweersters bijstand aan klaagster is onvoldoende geweest. Niet vast te stellen is dat zij klaagster op de relevante momenten heeft geïnformeerd en geadviseerd, bijvoorbeeld voorafgaand aan het vertrek uit de echtelijke woning door klaagster en na ontvangst van het (voor klaagster negatieve) vonnis in kort geding. De processtukken van verweerster voldoen niet aan de professionele standaard, doordat zij op diverse punten veel (te) weinig informatie en/of onderbouwing bevatten. Niet blijkt verder dat er enig besef is geweest van de gevolgen van het voor klaagster negatieve vonnis in kort geding voor het verzoek voorlopige voorzieningen, dat kort daarna werd behandeld en op dezelfde onderwerpen (waaronder de woning) zag. Verweerster heeft op meerdere momenten en meerdere punten onzorgvuldig en in strijd met de kernwaarde deskundigheid gehandeld. Berisping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:1 Hof van Discipline 's Gravenhage 250103
- Datum publicatie: 02-01-2026
- Datum uitspraak: 02-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:1
Klaagster overlijdt enkele dagen voor de mondelinge behandeling bij het hof. Anders dan in eerdere beslissingen (onder meer ECLI:NL:TAHVD:2016:49) ziet het hof geen aanleiding om voor de processuele gevolgen van het overlijden van klaagster aansluiting te zoeken bij art. 47a Advocatenwet. Het hof beslist op grond van wat over en weer in hoger beroep is aangevoerd. Beide partijen zijn in beroep niet-ontvankelijk: klaagster heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de raad om verweerster geen maatregel op te leggen en zij heeft daarnaast nieuwe klachten aangevoerd. Verweerster heeft in het verweerschrift (na afloop van de appeltermijn van 30 dagen) beroepsgronden gericht tegen het gegrond verklaarde klachtonderdeel.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:2 Hof van Discipline 's Gravenhage 250128
- Datum publicatie: 02-01-2026
- Datum uitspraak: 02-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:2
Artikel 13 beklag ongegrond. Ook als de vordering die klager wil instellen niet is verjaard, heeft deze onvoldoende kans van slagen. Bovendien kan klager daarmee niet bereiken wat hij eigenlijk wil.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:233 Raad van Discipline Amsterdam 25-365/A/A 25-366/A/A
- Datum publicatie: 30-12-2025
- Datum uitspraak: 22-12-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:233
Raadsbeslissing. Klachten van advocaten over advocaten (over en weer) zijn deels niet-ontvankelijk wegens gebrek aan rechtstreeks belang en deels ongegrond. Uitgangspunt is dat ook in tuchtrechtelijke aangelegenheden waarheidsvinding prevaleert en daardoor relevante informatie niet snel buiten beschouwing zal worden gelaten. De raad ziet geen aanleiding of bijzondere omstandigheden op grond waarvan anders zou moeten worden geoordeeld. Dat mr. DW zich toegang heeft verschaft tot de WhatsAppconversatie van mr. K, en deze informatie vervolgens heeft ingebracht in de procedures, wordt naar het oordeel van de raad gerechtvaardigd door de (uit deze informatie volgende) handelswijze van mr. K en de inhoud van de aangetroffen WhatsAppgesprekken. Dat mr. DW hiermee het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad, is de raad niet gebleken. Daarnaast is naar het oordeel van de raad geen sprake van het door mr. K doen van uitlatingen die het vertrouwen in de advocatuur hebben geschaad. De raad weegt hier met name in mee dat mr. K de betreffende uitlatingen in besloten kring en daarmee niet in de openbaarheid heeft gedaan en dat het nooit de bedoeling (van mr. K) is geweest om de uitlatingen op enige wijze in de openbaarheid te laten komen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:234 Raad van Discipline Amsterdam 25-447/A/A
- Datum publicatie: 30-12-2025
- Datum uitspraak: 22-12-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:234
Raadsbeslissing. Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:174 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-811/DB/LI
- Datum publicatie: 30-12-2025
- Datum uitspraak: 30-12-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:174
Voorzittersbeslissing. Klacht van een derde. Niet gebleken dat verweerster haar cliënte heeft geadviseerd om een privédetective in te schakelen. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door het rapport in het geding te brengen. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:235 Raad van Discipline Amsterdam 25-371/A/A
- Datum publicatie: 30-12-2025
- Datum uitspraak: 22-12-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:235
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Niet ter discussie staat dat verweerder gedragsregel 12 (oud) heeft overtreden door tijdens een mondelinge behandeling een beroep te doen op confraternele correspondentie. Volgens verweerder zou dat in dit geval – kort gezegd – om meerdere redenen gerechtvaardigd zijn. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder echter onvoldoende onderbouwd dat er zodanige bijzondere omstandigheden bestonden dat de overtreding van gedragsregel 12 (oud) werd gerechtvaardigd. De klacht is in zoverre gegrond. De overige klachtonderdelen worden ongegrond verklaard. De raad legt geen maatregel op. De raad neemt daarbij in aanmerking dat de betreffende confraternele correspondentie later alsnog door verweerder, met instemming van de advocaten van klaagsters, in het geding is gebracht. De raad weegt ook de houding van verweerder mee, waarbij hij excuses heeft gemaakt aan de advocaten van klaagster en op de zitting van de raad heeft toegegeven dat hij anders had kunnen handelen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:236 Raad van Discipline Amsterdam 25-415/A/A 25-417/A/A
- Datum publicatie: 30-12-2025
- Datum uitspraak: 22-12-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:236
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaten van de wederpartij. Verweerders hebben executoriale derdenbeslagen gelegd zonder vooraankondiging. Niet in geschil is dat verweerders in strijd hebben gehandeld met gedragsregel 6 lid 2 door executoriaal derdenbeslag te laten leggen zonder klaagster of haar advocaat hierover voorafgaand te informeren. Verweerders hebben echter betoogd dat in dit geval het belang van hun cliënten zich ertegen verzette om klaagster en/of haar advocaat van hun voornemen kennis te geven. Op grond van de toelichting van verweerders en de overgelegde gedingstukken komt de raad tot het oordeel dat in dit geval sprake is van een uitzonderlijk geval, waarbij een bijzonder belang van de cliënten van verweerders zich heeft verzet tegen voorafgaande kennisgeving van het executoriaal derdenbeslag. De raad acht het beslag zoals dat is gelegd ook niet disproportioneel. Verweerders hebben niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld en de klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:237 Raad van Discipline Amsterdam 25-785/A/NH
- Datum publicatie: 30-12-2025
- Datum uitspraak: 22-12-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:237
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Niet gebleken dat verweerster klager heeft opgelicht en misbruik heeft gemaakt van zijn kwetsbare positie. Verweerster heeft op zorgvuldige wijze met klager gecommuniceerd over de aanpak van de zaak, heeft hem steeds uitleg gegeven over de door hem te ondertekenen stukken en heeft de zaak behandeld zoals mocht worden verwacht. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:173 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-683/DB/LI
- Datum publicatie: 29-12-2025
- Datum uitspraak: 23-12-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:173
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Niet gebleken dat verweerder zonder opdracht een matige brief heeft opgesteld en daarvoor onredelijk hoge declaraties heeft gestuurd. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:272 Hof van Discipline 's Gravenhage 240305
- Datum publicatie: 29-12-2025
- Datum uitspraak: 29-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:272
De klacht betreft een klacht tegen de eigen advocaat. Verweerder heeft de vennootschap bijgestaan en volgens klagers heeft hij haar belangen niet op deskundige en zorgvuldige wijze behartigd en buitensporig veel in rekening gebracht. Het betreft een hoger beroep van verweerder. Volgens het hof is verweerder tekortgeschoten in zijn zorgplicht en heeft hij gehandeld in strijd met de kernwaarde (financiële) integriteit. Het hof legt aan verweerder een voorwaardelijke schorsing in de uitoefening van de praktijk op voor de duur van vier weken met een proeftijd van twee jaar.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:273 Hof van Discipline 's Gravenhage 240317
- Datum publicatie: 29-12-2025
- Datum uitspraak: 29-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:273
Het betreft een klacht tegen een (voormalig) kantoorgenoot van de (voormalige) eigen advocaat van klagers. Verweerder is betrokken geraakt bij het incasseren van een vordering op klagers betreffende de fiscaal-strafrechtelijke kwestie van klagers waarin de (voormalig) eigen advocaat van klagers bijstand heeft verleend. Verweerder heeft gedreigd de bijstand aan klagers te beëindigen indien klagers achterstallige declaraties niet zouden voldoen en hij heeft zekerheden van klagers geëist ter dekking van deze declaraties. Toen de betalingen uitbleven, heeft hij rechtsmaatregelen getroffen. Volgens klagers heeft verweerder hen hiermee ernstig geïntimideerd en ontoelaatbaar onder druk gezet. Het betreft een hoger beroep van verweerder. Het hof komt – net als de raad – tot een gegrondverklaring van de klachtonderdelen en legt aan verweerder de maatregel op van een voorwaardelijke schorsing van zes weken met een proeftijd van twee jaar.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:274 Hof van Discipline 's Gravenhage 240350 240351
- Datum publicatie: 29-12-2025
- Datum uitspraak: 29-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:274
Het betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. De Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de raad) heeft geoordeeld dat verweerder niet heeft gehandeld als een behoorlijk advocaat betaamt doordat hij de gezamenlijke woning van zijn cliënte en de wederpartij niet heeft verlaten nadat hem dat verzocht was. De raad heeft aan verweerder de maatregel van waarschuwing opgelegd. Verweerder is van deze beslissing in hoger beroep gekomen. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:275 Hof van Discipline 's Gravenhage 250163
- Datum publicatie: 29-12-2025
- Datum uitspraak: 29-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:275
De deken verwijt verweerder in dit dekenbezwaar dat hij in strijd met de kernwaarden (financiële) integriteit en onafhankelijkheid heeft gehandeld. Met een beroep op zijn geheimhoudingsplicht heeft verweerder bij de Raad van Discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch (hierna: de raad) geen inhoudelijk verweer gevoerd. De raad heeft geoordeeld dat er in strijd is gehandeld met de kernwaarde (financiële) integriteit en heeft aan verweerder de maatregel opgelegd van schorsing voor de duur van 26 weken. In hoger beroep heeft verweerder alleen inhoudelijk verweer gevoerd tegen het bezwaar dat hij financieel niet zorgvuldig (integer) heeft gehandeld. Het oordeel van de raad dat verweerder heeft gehandeld in strijd met de kernwaarde integriteit staat daarmee vast. Het hof komt tot het oordeel dat verweerder niet zorgvuldig heeft gedeclareerd en ziet (mede gelet op het feit dat het tot een deels andere beslissing dan de raad komt) aanleiding om de maatregel te matigen in die zin dat aan verweerder de maatregel zal worden opgelegd van een schorsing voor de duur van 12 weken waarvan 6 weken voorwaardelijk.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:172 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-762/DB/LI
- Datum publicatie: 23-12-2025
- Datum uitspraak: 23-12-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:172
Voorzittersbeslissing. Klacht over het niet tijdig bekendmaken van de datumbepaling door de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:278 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-320/AL/NN
- Datum publicatie: 23-12-2025
- Datum uitspraak: 22-12-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:278
De raad heeft vastgesteld dat verweerder een belangrijk stuk niet bij de rechtbank heeft ingediend en een vonnis van de rechtbank niet onverwijld aan klager, zijn cliënt, heeft gestuurd. Terwijl dat vonnis al was gewezen, heeft hij nog dagenlang met klager gecommuniceerd over het indienen van stukken, alsof dat nog tot de mogelijkheden behoorde. Verweerder heeft hiermee gehandeld in strijd met artikel 46 en de kernwaarde deskundigheid. In het nadeel van verweerder wordt ook rekening gehouden met een tuchtrechtelijke uitspraak uit 2020 waarin een vergelijkbare klacht tegen verweerder over gebrekkige communicatie en schending van gedragsregel 16 gegrond is verklaard. De raad heeft in die beslissing overwogen dat gelet op de ernst van het handelen in beginsel de oplegging van een (voorwaardelijke) schorsing op zijn plaats is, maar vanwege een aantal (persoonlijke) omstandigheden een berisping wordt opgelegd. De raad constateert dat deze eerdere veroordeling er niet toe heeft geleid dat verweerder in de zaak van klager wel overeenkomstig de regels heeft gehandeld. Integendeel, verweerder heeft ook klager ernstig benadeeld door zijn nalaten. De raad is in deze zaak van oordeel dat gelet op aard en de ernst van het handelen van verweerder en de eerdere veroordeling, niet kan worden volstaan met een berisping. De raad is van oordeel dat de oplegging van een voorwaardelijke schorsing van acht weken passend en geboden is.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:279 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-319/AL/NN
- Datum publicatie: 23-12-2025
- Datum uitspraak: 22-12-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:279
Raadsbeslissing. De klacht is niet tijdig ingediend. De klacht wordt niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:280 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-348/AL/MN
- Datum publicatie: 23-12-2025
- Datum uitspraak: 22-12-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:280
De raad heeft geoordeeld dat verweerster derdengelden heeft aangewend ter voldoening van een eigen declaratie zonder expliciete toestemming van klaagster. Ook heeft zij niet duidelijk genoeg met klaagster gecommuniceerd in een situatie die in meerdere opzichten ingewikkeld was. Dat is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Aan de andere kant houdt de raad er rekening mee dat verweerster heeft erkend dat zij bepaalde zaken onvoldoende schriftelijk heeft vastgelegd en dat zij beterschap heeft beloofd op dat punt. Ook houdt de raad er rekening mee dat verweerster niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld. Rekening houdend met alle omstandigheden, is de raad van oordeel dat de oplegging van een waarschuwing passend en geboden is.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:281 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-677/AL/NN
- Datum publicatie: 23-12-2025
- Datum uitspraak: 23-12-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:281
Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de klachttermijn.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:269 Hof van Discipline 's Gravenhage 240379
- Datum publicatie: 22-12-2025
- Datum uitspraak: 22-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:269
Klacht over de eigen advocaat. Bekrachtiging beslissing raad. Het hof stelt, net als de raad, voorop dat ingevolge het bepaalde in artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet voor het indienen van een klacht een vervaltermijn geldt van drie jaar vanaf het moment dat de klager heeft kennisgenomen of redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van het handelen of nalaten van de advocaat waarop de klacht betrekking heeft. Voor het aanvangen van de termijn van artikel 46g lid 1 Advocatenwet is niet van belang of klaagster het besef had dat dit handelen mogelijk klachtwaardig zou zijn (vgl. HvD 7 december 2020, ECLI:NL:TAHVD:2020:256). Het gaat om bekendheid met het feitelijke handelen. Hieruit volgt dat de vervaltermijn van drie jaar ten tijde van het indienen van de klacht al was verstreken, zoals de raad ook heeft geoordeeld. Naar het oordeel van het hof zijn geen bijzondere omstandigheden gesteld of gebleken waardoor de termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:232 Raad van Discipline Amsterdam 25-207/A/A/D
- Datum publicatie: 22-12-2025
- Datum uitspraak: 22-12-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:232
Deze beslissing is om redenen van privacy beperkt weergegeven.Raadsbeslissing. Het dekenbezwaar wordt in alle onderdelen ongegrond verklaard. Niet valt in te zien op welke wijze de verwerende partij (V) het onderzoek naar de identiteit van zijn/haar cliënt(en) anders, of beter had kunnen doen, noch waarom hetgeen hij/zij aan onderzoek heeft gedaan, onvoldoende is geweest. Evenmin kan uit het dekenbezwaar worden afgeleid welk nader onderzoek naar het doel van de opdracht door V (op grond van het bepaalde in artikel 7.2 Voda) was geboden en wat dat nadere onderzoek had kunnen of moeten opleveren, of wat V daarin heeft gemist. De vraag of de cliënten van V juridisch inhoudelijk gezien gelijk hebben, staat los van de vraag of het doel van de aan V verstrekte opdracht duidelijk was. Nu deze laatste vraag bevestigend kan worden beantwoord en niet is gebleken op grond waarvan V nader onderzoek had moeten doen naar het doel van de opdracht, kan V geen tuchtrechtelijk verwijt gemaakt worden. Daarnaast bestaat er geen norm of wetsartikel op grond waarvan het feit dat iemand van strafbare feiten wordt verdacht (of is veroordeeld), een redelijke aanwijzing oplevert voor het vermoeden dat dan óók de diensten van de betreffende advocaat tot die onwettige activiteiten zouden kunnen strekken. Dat blijkt niet uit de inhoud van artikel 7.3 Voda. Het bestaan van de door de deken genoemde “red flags”, maakt in ieder geval niet dat V van zijn/haar bijstand aan zijn/haar cliënten had moeten afzien en/of dat van een uitzondering sprake is. Dat V op grond van de door hem/haar verkregen informatie (nog) dieper had moeten ingaan op de wijze van betaling, valt zonder nadere toelichting door de deken, die ontbreekt, niet in te zien. Vaststaat dat V de betreffende informatie aan de deken heeft laten zien en dat hij/zij aan de deken heeft aangeboden om eventuele nadere vragen te beantwoorden, maar de deken niet op dit aanbod is ingegaan en nooit aan V heeft laten weten waarom de door hem/haar verkregen informatie niet toereikend was. Verder is geen sprake van een schending van Gedragsregel 8. V heeft namens zijn/haar cliënt het (pleitbare) standpunt herhaald; dat mocht hij/zij op deze wijze doen, gelet op de vrijheid die hem/haar toekomt als advocaat van de wederpartij.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:270 Hof van Discipline 's Gravenhage 240380
- Datum publicatie: 22-12-2025
- Datum uitspraak: 22-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:270
Klacht over het handelen van de advocaat van de wederpartij in een geschil over de beëindiging van het recht op bewoning van een appartement in een kasteel. De Raad van Discipline heeft de klacht, voor zover in hoger beroep nog aan de orde, ongegrond verklaard, omdat niet is gebleken dat verweerder onjuiste informatie heeft verstrekt en evenmin is gebleken dat verweerder klagers belangen onnodig of onevenredig heeft geschaad. Het hof onderschrijft het oordeel van de raad dat verweerder niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk kan worden gehouden voor hetgeen door de vereniging tijdens de verschillende zittingen naar voren is gebracht. Van belang is ook dat verweerder zelf niet bij de zittingen aanwezig was. Met betrekking tot het klachtonderdeel dat verweerder (..) door te dreigen met executie van het uitzettingsvonnis en klager aldus te dwingen tot ondertekening van een VSO met de inhoud waarvan klager uit vrije wil niet zou hebben ingestemd, is het hof van oordeel dat het niet verweerder is die druk van het klager bedreigen met uithuiszetting heeft uitgeoefend. Al om deze reden kan verweerder hiervoor niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden. Verder is het namens de vereniging gedane voorstel geen dreigement, maar een feitelijke mededeling naar aanleiding van de uitspraak van de kantonrechter waarin klager is veroordeeld het appartement binnen twee weken te ontruimen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:271 Hof van Discipline 's Gravenhage 250446
- Datum publicatie: 22-12-2025
- Datum uitspraak: 22-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:271
Het hof stelt vast dat de klacht ziet op het onderzoek van de deken in de klacht tegen mr. Van G. Klaagster is niet eens met de aanbiedingsbrief die de deken voor beoordeling van de klacht aan de Raad van Riscipline heeft gezonden. Een klacht tegen een -voormalig- deken is geen middel om de inhoud van de aanbiedingsbrief over de klacht tegen een andere advocaat ter discussie te stellen. Daarvoor is het klachtrecht niet bedoeld. Een klager kan de klacht tegen de andere advocaat, na onderzoek en betaling van het griffierecht, voorleggen aan de raad van discipline en laten beoordelen door de tuchtrechter. Klaagster heeft van die mogelijkheid ook gebruik gemaakt. De klacht over mr. van G is inmiddels afgedaan door de Raad van Discipline. Binnen de kaders van die procedure kon klaagster naar voren brengen op welke punten het onderzoek van de deken onjuist of onvolledig was en heeft zij haar klacht nader kunnen toelichten. Dat zij van mening is dat er allerlei manco’s zijn in de tuchtprocedure maakt niet dat zij achteraf kan klagen over de inhoud van de aanbiedingsbrief van de deken. Daarom zal de voorzitter de klacht tegen de -voormalig- deken niet verwijzen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:268 Hof van Discipline 's Gravenhage 240369
- Datum publicatie: 22-12-2025
- Datum uitspraak: 22-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:268
Klacht over advocaat van de wederpartij ongegrond. Hoewel verweerster haar woorden over klager in een e-mail aan de advocaat van klager wellicht anders had kunnen kiezen, is het hof van oordeel dat verweerster met haar opmerking over de geestelijke toestand van klager de grenzen van de vrijheid die haar als advocaat van de wederpartij toekomt bij de behartiging van de belangen van haar cliënte niet heeft overschreden. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat verweerster steeds in overleg met en met instemming van haar cliënte heeft gehandeld. Daarnaast is het hof van oordeel dat de bewoordingen in de e-mail moeten worden bezien tegen de achtergrond van het tussen klager en zijn ex-echtgenote bestaande geschil over de beëindiging van hun relatie en de zorg voor de kinderen. Tegen die achtergrond zijn de door verweerster in de e-mail gekozen bewoordingen naar het oordeel van het hof niet onbetamelijk.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:250 Hof van Discipline 's Gravenhage 240152
- Datum publicatie: 19-12-2025
- Datum uitspraak: 01-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:250
Deze zaak betreft een klacht over het handelen van de eigen advocaat. Klager verwijt verweerder a) juridisch ondermaats te hebben gepresteerd, b) hem onvoldoende te hebben geïnformeerd en op onzorgvuldige wijze zijn werkzaamheden te hebben neergelegd, c) geen althans onvoldoende partijdigheid te hebben betracht en onvoldoende in het belang van klager te hebben gehandeld en d) niet te beschikken over een adequate klachtenregeling. Alleen klachtonderdeel b) is gegrond verklaard en aan verweerder is de maatregel van voorwaardelijke schorsing in de praktijkuitoefening voor de duur van zes weken opgelegd. Klager en verweerder komen hiertegen in beroep. Het hof acht klachtonderdeel a) en d) alsnog gegrond en legt verweerder de maatregel van schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van vier weken op.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:263 Hof van Discipline 's Gravenhage 250338H
- Datum publicatie: 19-12-2025
- Datum uitspraak: 19-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:263
Herzieningsverzoek, niet-ontvankelijk. Artikel 1.3 herzieningsprotocol niet van toepassing. Geen schending van fundamentele rechtsbeginselen in de procedure voorafgaand aan de beslissing waarbij het beklag van verzoeker tegen de beslissing van de deken ongegrond is verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:264 Hof van Discipline 's Gravenhage 250236H
- Datum publicatie: 19-12-2025
- Datum uitspraak: 19-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:264
Herzieningsverzoek van klager kennelijk niet-ontvankelijk.