Zoekresultaten 1-50 van de 22250 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:251 Hof van Discipline 's Gravenhage 240360W

    Verzoekster heeft haar wrakingsverzoek ingediend direct na hervatting van het onderzoek ter zitting en nog voordat de behandelend kamer op haar aanhoudingsverzoek heeft kunnen beslissen. Het wrakingsverzoek is in zoverre voorbarig. Dat de behandelend kamer met de wijze van behandeling van het aanhoudingsverzoek ter zitting vooringenomen zou zijn en/of hoor en wederhoor zou hebben geschonden, is de wrakingskamer niet gebleken. Het proces-verbaal is bedoeld als een zakelijke weergave en niet als een woordelijk verslag van hetgeen ter zitting is besproken. Het feit dat niet alles wat ter zitting is besproken in het proces-verbaal is opgenomen, is daarom geen aanwijzing dat er sprake is van (een schijn van) vooringenomenheid van de behandelend kamer.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:166 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-944/DB/ZWB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:220 Raad van Discipline Amsterdam 25-721/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is in alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond. Dat verweerster (ook) betrokken zou zijn geweest bij de correspondentie over de in te stellen vorderingen, wordt door klaagster niet nader onderbouwd en door verweerster nadrukkelijk betwist. Verweerster heeft daarbij terecht aangevoerd dat de voorzieningenrechter op basis van de ingestelde vorderingen ook “het minderde” (schorsing) in plaats van “het meerdere”(staking) had kunnen bevelen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:252 Hof van Discipline 's Gravenhage 240341 240342

    Deze procedures betreffen een klacht over de eigen advocaten. Het hoger beroep in beide zaken richt zich tegen het in beide zaken door de raad ongegrond verklaarde klachtonderdeel dat niet is gebleken dat verweerders zich ten onrechte en op onzorgvuldige wijze zouden hebben teruggetrokken uit de zaken van klager. Verweerder heeft gehandeld zoals van een bekwaam en zorgvuldig handelend advocaat en tevens werkgever (van verweerster) verwacht mag worden. Het hof is van oordeel dat verweerders bij het besluit om de opdracht te beëindigen voldoende zorgvuldig hebben gehandeld. Verweerder heeft – nadat verweerster hem over de met klager ontstane situatie had geïnformeerd – hoor en wederhoor toegepast door het initiatief te nemen tot een telefoongesprek met klager). Verder heeft verweerder de in dat telefoongesprek gedane mededeling dat de werkzaamheden voor klager werden beëindigd diezelfde dag in een uitvoerig gemotiveerde brief mede namens verweerster aan klager toegelicht. Ten slotte is niet gebleken dat klager (processueel) nadeel heeft ondervonden als gevolg van die beëindiging. Bekrachtiging van de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:167 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-459/DB/OB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:221 Raad van Discipline Amsterdam 25-720/A/A

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter stelt vast dat het vermeend klachtwaardig handelen van verweerder zou hebben plaatsgevonden in 2013. Verweerder stond klager toen als advocaat bij en hij heeft in die hoedanigheid namens klager een verzoek tot schadevergoeding bij het Hof ingediend. Dit verzoek is bij beschikking van 12 juli 2013 door het Hof afgewezen. Door in verband hiermee pas op 9 april 2025 een klacht in te dienen, heeft klager de in artikel 46g eerste lid onder a Advocatenwet genoemde wettelijke termijn van drie jaar ruimschoots overschreden. Omdat klager moet worden geacht op de hoogte te zijn geweest, dan wel redelijkerwijs kennis te hebben kunnen nemen, van het handelen of nalaten van verweerder waarop de klacht betrekking heeft, komt hem geen beroep toe op het bepaalde in artikel 46g lid 2 van de Advocatenwet. De klacht wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:266 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-799/AL/OV

    Toewijzing verzoek als bedoeld in artikel 60ab lid 1 Advocatenwet

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:253 Hof van Discipline 's Gravenhage 240183 240184

    Beklag tegen afwijzing verzoek tot aanwijzing van een advocaat ongegrond. Er ligt al een negatief procesadvies van een advocaat. Klager heeft zowel bij de deken als bij het hof geen feitelijke of juridische aanknopingspunten aangevoerd waaruit zou kunnen worden afgeleid dat het procesadvies onjuist zou zijn. Gelet hierop had de deken, ook indien en voor zover door klager zelf wel voldoende advocaten zouden zijn aangezocht, voldoende grond om het verzoek van klager af te wijzen vanwege het ontbreken van een redelijke kans van slagen van de door klager gewenste procedure. Uit de tekst van artikel 13 Advocatenwet volgt verder dat een aanwijzingsverzoek gedaan moet worden bij de deken in het arrondissement waar de zaak moet dienen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:168 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-649/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Niet gebleken dat de in de opdrachtbevestiging omschreven werkzaamheden niet goed zijn uitgevoerd, er onnodige werkzaamheden zijn verricht en vragen over de aanpak niet werden beantwoord. Ook van het neerleggen van de zaak kan verweerster geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Naar het oordeel van de raad blijkt uit de overgelegde correspondentie genoegzaam dat klaagster het noodzakelijke vertrouwen in verweerster was kwijt geraakt en dat verweerster haar werkzaamheden op zorgvuldige wijze heeft neergelegd. In alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:222 Raad van Discipline Amsterdam 25-720/A/A

    Herstelbeslissing m.b.t. 25-720/A/A Voorzittersbeslissing van 1-12-2025.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:254 Hof van Discipline 's Gravenhage 240163

    Het beroep van klager is gericht tegen een beslissing van de raad waarin de raad deklacht van klager gegrond heeft verklaard. Op grond van art. 56 lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet kan slechts hoger beroep worden ingesteld tegen een beslissing van een raad waarbij de klacht geheel of ten dele ongegrond is verklaard. Voor klager staat tegen de beslissing van de raad dan ook geen hoger beroep open. Klager kan dan ook niet worden ontvangen in zijn hoger beroep.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:169 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-313/DB/OB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:255 Hof van Discipline 's Gravenhage 250329

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Doordat klager weigert om de deken informatie te verstrekken, kan de deken niet beoordelen of de door klager gewenste procedure voldoende kans van slagen heeft en evenmin of hij daarbij de bijstand van een advocaat nodig heeft. Dat levert een gegronde reden op om toewijzing van een advocaat te weigeren.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:219 Raad van Discipline Amsterdam 25-726/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over verweerder als waarnemend deken. Niet gebleken is dat verweerder zich vanwege zijn deelname aan een bespreking met de rechtbank en Jeugdbescherming heeft gedragen op een wijze waardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:213 Raad van Discipline Amsterdam 25-725/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak. Niet is komen vast te staan dat verweerder escalerend te werk is gegaan.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:214 Raad van Discipline Amsterdam 25-549/A/A

    Raadsbeslissing; ongegronde klacht over de advocaat van de (oud)-werkgever van klaagster. Niet gebleken is van schending van gedragsregel 8. Ook mocht verweerster de van haar cliënte verkregen informatie in de procedure tegen klaagster gebruiken, ook al was deze de vrucht van een datalek. Een advocaat die gebruik maakt van door zijn cliënt(e) ter beschikking gestelde informatie, ook al had deze informatie achteraf gezien niet verstrekt mogen worden, zal, behoudens bijzondere omstandigheden, in het algemeen niet tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen opleveren (vergelijk beslissing van de raad van 23 december 2019, ECLI:NL:TADRAMS:2019:251). Dat van dergelijke bijzondere omstandigheden sprake is, is de raad niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:215 Raad van Discipline Amsterdam 25-375/A/A 25-379/A/A 25-380/A/A 25-381/A/A

    Raadsbeslissing; klachten over de dienstverlening eigen advocaat, over de incassoprocedure die door het kantoor tegen klaagster is gevoerd en over de afhandeling van de kantoorklacht door de klachtenfunctionaris gedeeltelijk niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop en gedeeltelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:216 Raad van Discipline Amsterdam 25-687/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht is in alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond. Vaststaat dat er nooit een opdrachtrelatie tussen klager en verweerster tot stand is gekomen, als ook dat zij nooit contact met elkaar hebben gehad, laat staan dat er door of namens verweerster op enig moment toezeggingen richting klager zijn gedaan. Het is de voorzitter evenmin gebleken dat verweerster de brief met de stukken van klager heeft ontvangen. Klager had er daarnaast rekening mee kunnen (en wellicht moeten) houden dat verweerster de poststukken niet zou ontvangen, gezien ook het bericht van de receptie dat verweerster niet aanwezig was. Ook is hem geen toezegging gedaan dat zijn zaak in behandeling zou worden genomen. Daarnaast had klager zelf eerder actie kunnen ondernemen en niet pas twee dagen voor het aflopen van de termijn. Het is spijtig dat klager geen advocaat heeft kunnen vinden voor zijn zaak in hoger beroep, maar dit kan verweerster niet worden verweten.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:217 Raad van Discipline Amsterdam 25-741/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de deken gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang en gedeeltelijk kennelijk ongegrond. Geen sprake van grievende uitlatingen of het verkondigen van bewust onjuiste informatie.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:218 Raad van Discipline Amsterdam 25-728/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht is niet-ontvankelijk vanwege een (niet verschoonbare) termijnoverschrijding. Technologische ontwikkelingen, zoals AI, vormen geen bijzondere omstandigheid om de termijnoverschrijding verschoonbaar te maken (vgl. Raad van Discipline Amsterdam 11 november 2024, ECLl:NL:TADRAMS:2024:191).

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:265 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-607/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. Klaagster heeft haar klacht te laat ingediend. Klacht niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:263 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-493/AL/OV

    Raadbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat. Verweerder heeft zijn informatieplicht geschonden en onvoldoende regie gevoerd door vanaf het aannemen van de opdracht op diverse momenten na te laten belangrijke informatie, afspraken en adviezen – voorzien van een inschatting van risico’s en kosten – schriftelijk vast te leggen. Verweerder heeft de kernwaarde deskundigheid geschonden door in zijn beroepschrift niet het wetsartikel te vermelden waarop het verzoek is gebaseerd. Klacht grotendeels gegrond. Voorwaardelijke schorsing van vier weken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:257 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-024/AL/OV

    Verzetbeslissing. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:165 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-699/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Verweerster mocht haar werkzaamheden neerleggen nadat zij onvoldoende kansen zag om klaagster bij te staan. Door te stellen dat klaagster last had van depressieve klachten, heeft zij aangesloten bij de verklaring van klaagsters psycholoog. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:264 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-691/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Klager heeft zich eerder bij de deken over verweerder beklaagd. Door niet tijdig betalen van griffierecht heeft de deken dat dossier gesloten. Klager heeft zich in de kern opnieuw over hetzelfde beklaagd. Alhoewel strikt bezien geen sprake is van ne bis in idem, tuchtrechtelijk is er immers nog geen uitspraak gedaan over de eerste klacht van klager over verweerder, beschouwt de voorzitter deze (tweede) klacht als misbruik van klachtrecht. Kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:258 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-701/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk op grond van het ne bis in idem-beginsel (artikel 47b Advocatenwet). Hij heeft eerder over verweerster geklaagd. Alhoewel deze klacht anders is geformuleerd dan die eerdere klacht is naar het oordeel van de voorzitter sprake van een gelijkluidende klacht.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:259 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-230/AL/NN

    Raadsbeslissing. Verweerder is naar het oordeel van de raad tekortgeschoten in zijn zorgplicht jegens klagers. Uit diverse berichten van klagers blijkt duidelijk dat zij een ander idee hadden van het hele saneringsplan en de wijze waarop deze werd uitgevoerd dan verweerder. Verweerder heeft onvoldoende gedaan om zich ervan te vergewissen dat klagers - die niet zijn ingevoerd in de complexe materie van saneringen – bewust waren van alle stappen en gevolgen van het saneringsplan. Dit is mede veroorzaakt door de vele fragmentarische (ad hoc) berichten afkomstig van verschillende personen en de daarin gebezigde taal die niet altijd eenduidig was. Een duidelijk en volledig plan van aanpak met alle stappen en te verwachten geldstromen ontbrak, wat heeft geleid tot een informatie-achterstand bij klagers. Maatregel: waarschuwing

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:260 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-280/AL/NN

    Verzetbeslissing. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:261 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-301/AL/OV

    Raadbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat. Verweerder heeft tijdens de behandeling van de zaak van klaagster een relatie gekregen met de moeder van haar wederpartij. Deze onderlinge relaties konden verweerder in een situatie brengen waarin hij de belangen van klaagster niet in alle onafhankelijkheid meer zou kunnen behartigen. Het ontstaan van de relatie had voor verweerder aanleiding moeten zijn om zich terug te trekken of dit in ieder geval uitdrukkelijk met zijn cliënte te bespreken. Klacht deels gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:262 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-419/AL/NN

    Raadsbeslissing. Klacht over kwaliteit van dienstverlening. De klacht van klaagster komt er in feite op neer dat verweerster ‘het anders had moeten doen’, maar klaagster concretiseert dit verder niet. Verweerster is naar het oordeel van de raad in haar werkzaamheden ten behoeve van klaagster te werk gegaan zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat mag worden verwacht. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:250 Hof van Discipline 's Gravenhage 240152

    Deze zaak betreft een klacht over het handelen van de eigen advocaat. Klager verwijt verweerder a) juridisch ondermaats te hebben gepresteerd, b) hem onvoldoende te hebben geïnformeerd en op onzorgvuldige wijze zijn werkzaamheden te hebben neergelegd, c) geen althans onvoldoende partijdigheid te hebben betracht en onvoldoende in het belang van klager te hebben gehandeld en d) niet te beschikken over een adequate klachtenregeling. Alleen klachtonderdeel b) is gegrond verklaard en aan verweerder is de maatregel van voorwaardelijke schorsing in de praktijkuitoefening voor de duur van zes weken opgelegd. Klager en verweerder komen hiertegen in beroep. Het hof acht klachtonderdeel a) en d) alsnog gegrond en legt verweerder de maatregel van schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van vier weken op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:245 Hof van Discipline 's Gravenhage 240240

    Klacht tegen advocaat van de wederpartij in een familiezaak over de wijze waarop verweerster heeft geprocedeerd en de wijze waarop zij zich in verschillende procedures over hem heeft uitgelaten. De raad heeft de klacht grotendeels gegrond verklaard en verweerster een voorwaardelijke schorsing opgelegd. Het hof vernietigt de beslissing van de raad voor zover het betreft de wijze waarop verweerster heeft geprocedeerd en met betrekking tot de opgelegde maatregel. Het hof is echter met de raad van oordeel dat verweerster zich onnodig grievend over klager heeft uitgelaten in verschillende processtukken en bekrachtigt de beslissing van de raad in zoverre. Het hof legt verweerster de maatregel berisping op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:246 Hof van Discipline 's Gravenhage 240357

    Klaagster heeft een klacht ingediend tegen haar voormalige advocaat die haar bij heeft gestaan bij een civielrechtelijke procedure bij de kantonrechter. Volgens klaagster heeft verweerder onvoldoende met haar gecommuniceerd en heeft hij zonder haar goedkeuring processtukken ingediend. De raad heeft de klacht van klaagster op deze punten gegrond verklaard en heeft aan verweerder de maatregel van berisping opgelegd. Verweerder is in beroep gekomen tegen de gegrondverklaring en tegen de opgelegde maatregel. Het beroep slaagt. Het hof vernietigt de beslissing van de raad voor zover de klachtonderdelen d) en e) daarin gegrond zijn verklaard en verklaart deze klachtonderdelen alsnog ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:247 Hof van Discipline 's Gravenhage 240356

    Klager heeft een klacht ingediend tegen zijn voormalig advocaat die hem heeft bijgestaan in een civielrechtelijke procedure. Klager verwijt verweerder (voor zover in hoger beroep van belang) dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld door zich zes dagen voor de zitting bij het gerechtshof te onttrekken. De raad heeft deze klacht gegrond verklaard en aan verweerder de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het hiertegen door verweerder ingestelde hoger beroep slaagt. De zitting bij het gerechtshof betrof een comparitie na aanbrengen met uitsluitend als doel het beproeven van een schikking. Omdat klager zelf te kennen had gegeven niet aanwezig te zullen zijn, was de kans dat de zitting doorgang zou vinden nihil, terwijl zelfs in het geval de zitting wel doorgang zou hebben gevonden er geen sprake kon zijn van procedureel nadeel voor klager. Het hof vernietigt de beslissing van de raad voor zover de klacht met betrekking tot de onttrekking door verweerder gegrond is verklaard en verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:248 Hof van Discipline 's Gravenhage 240311

    Klager heeft een klacht ingediend tegen de advocaat van de wederpartij. Klager verwijt verweerder zijn geheimhoudingsverplichting te hebben geschonden, door een e-mail van zijn advocaat integraal te citeren in zijn spreekaantekeningen. Het hof is met de raad van oordeel dat verweerder de normen van gedragsregel 26 en 27 niet heeft geschonden en bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:249 Hof van Discipline 's Gravenhage 240209

    Klaagster heeft een klacht ingediend tegen de advocaat van haar ex-echtgenoot met wie zij in een echtscheidingsprocedure is verwikkeld. De klacht houdt in dat verweerder niet voldoende de-escalerend heeft opgetreden en dat verweerder niet onafhankelijk is geweest en onjuiste en onvolledige informatie heeft verstrekt aan de betrokken rechters. De Raad van Discipline in het ressort ‘s-Hertogenbosch (hierna: de raad) heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof onderschrijft dat oordeel en bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:244 Hof van Discipline 's Gravenhage 250011

    De voormalig accountant van verweerster heeft concept jaarstukken 2021 voor verweerster opgesteld en beklaagt zich erover dat verweerster deze stukken zonder zijn instemming aan haar opvolgend accountant als definitief heeft gepresenteerd. De raad heeft de klacht gegrond verklaard en verweerster een onvoorwaardelijke schorsing opgelegd. Het hof bekrachtigt de uitspraak van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:241 Hof van Discipline 's Gravenhage 250328

    Hoger beroep na beslissing op verzet. De beroepsgronden van klager leveren geen grond op voor doorbreking van het appelverbod.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:242 Hof van Discipline 's Gravenhage 250313

    Beklag tegen de beslissing van de deken om geen advocaat aan te wijzen ongegrond. De deken heeft op goede gronden het verzoek tot aanwijzing van een advocaat kunnen weigeren. Er is onvoldoende overzichtelijke informatie verstrekt of een procedure tegen de wederpartij van klager redelijke kans van slagen heeft en het een procedure betreft die qua schadebedrag boven de kantongrens van € 25.000,- uit stijgt.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:243 Hof van Discipline 's Gravenhage 250312

    Beklag tegen de beslissing van de deken om geen advocaat aan te wijzen ongegrond. Het hof stelt vast dat aan klaagster een advocaat is aangewezen bij beslissing van de deken van 30 juli 2025. Uit dit cassatieadvies volgt dat een cassatieprocedure geen redelijke kans van slagen heeft. De deken heeft klaagster er reeds in de aanwijzingsbeslissing op gewezen dat in deze zaak slecht éénmaal een advocaat wordt aangewezen, behoudens bijzondere omstandigheden. De deken mocht om die reden het tweede aanwijzingsverzoek van klaagster afwijzen. De omstandigheid dat klaagster het niet eens is met het procesadvies van de aan haar toegewezen advocaat brengt niet mee dat een andere advocaat moet worden aangewezen door de deken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:252 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-333/AL/MN

    Klacht over eigen advocaat. Klager verwijt verweerster (onder meer) dat zij niet (voldoende) heeft aangegeven dat de declaratie veel hoger zou uitvallen dan zij had begroot. De raad verwijst naar gedragsregel 17 en het arrest van het Hof van Justitie van Uit het klachtdossier volgt dat verweerster klager verschillende keren (telefonisch en schriftelijk) duidelijk heeft gewaarschuwd voor de oplopende kosten. Meer in het bijzonder heeft verweerster gewaarschuwd dat de advocaatkosten niet in verhouding staan tot de inhoud en het belang van de verzoeken van klager, heeft ze uitgelegd waarom de zaak duurder wordt als er instanties bij zijn betrokken en heeft ze een uitgebreide waarschuwing gegeven voor hoge kosten in het geval van een scheiding waarbij over alles wordt gediscussieerd. Ook heeft verweerster uitgelegd dat de kosten mede afhankelijk zijn van het aantal en de duur van de contactmomenten, maar ook van de medewerking van klager en zijn houding in de richting van verweerster. De raad merkt daarbij op dat het beter was geweest als verweerster - nadat het voor haar duidelijk werd dat haar declaratie hoger zou worden dan de oorspronkelijk schatting - een nieuwe en actuele (schriftelijke) raming had gemaakt van het voorzienbare of minimale aantal uren dat nodig was om deze procedure af te ronden. De raad is echter - ondanks deze kanttekening - van oordeel dat verweerster klager voldoende en overeenkomstig gedragsregel 17 op de hoogte heeft gebracht dat de declaratie hoger zou worden dan haar oorspronkelijk schatting.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:253 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-335/AL/A

    Raadsbeslissing. De raad heeft geoordeeld dat verweerder heeft opgetreden tegen klaagster, die eerder in een ander zaak door de kantoorgenoot van verweerder is bijgestaan. Het optreden tegen een (voormalig) cliënte is in strijd met gedragsregel 15 en raakt aan de kernwaarden onafhankelijkheid en partijdigheid. Gelet op de aard en de ernst van dit handelen, is de raad van oordeel dat de oplegging van een berisping passend en geboden is. Daarbij weegt de raad ook mee dat verweerder is doorgegaan met het behartigen van tegenstrijdige belangen, ook nadat klaagster hem verzocht heeft dat niet te doen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:240 Hof van Discipline 's Gravenhage 250384 250385

    Het indienen van een klacht door klager over verweerders is niet het geëigende middel om de aanpak of wijze van onderzoek door verweerders (in hun hoedanigheid van [voormalig] deken) in de procedure over de klacht over mr. P. ter discussie te stellen. Op grond van de artikelen 46j jo. 46h Advocatenwet kon klager tegen de voorzittersbeslissing van 10 november 2025 verzet instellen bij diezelfde raad en in die procedure naar voren brengen en toelichten op welke punten het dekenaal onderzoek van verweerders niet deugde of tekort is geschoten. Omdat klager het klachtrecht gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het is bedoeld zal de voorzitter de klacht van klager over verweerders niet verwijzen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:254 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-363/AL/GLD

    Raadsbeslissing. De raad heeft geoordeeld dat verweerder heeft opgetreden tegen klaagster, die hij in dezelfde procedure als advocaat heeft bijgestaan. Het optreden tegen een (voormalig) cliënte is in strijd met gedragsregel 15 en raakt aan de kernwaarden onafhankelijkheid en partijdigheid. Gelet op de aard en de ernst van dit handelen, en de beperkte mate waarin verweerder zich daarvan bewust lijkt, is de raad van oordeel dat de oplegging van een berisping passend en geboden is.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:255 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-398/AL/MN

    Verweerster is als advocaat-scheidingsmediator opgetreden in de echtscheiding van klaagster en haar ex-echtgenoot. De raad concludeert op grond van de mediationovereenkomst dat verweerster voor klaagster en haar ex-partner als advocaat - en dus niet in een andere hoedanigheid - heeft opgetreden. De raad beschouwt verweerster daarom als de (voormalige) eigen advocaat van klaagster en de raad zal bij de beoordeling van het handelen van verweerster de maatstaf van de eigen advocaat hanteren. De raad verklaart vervolgens de klacht over het handelen van verweerster ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:256 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-429/AL/NN

    Raadbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerster heeft haar geheimhoudingsplicht geschonden door bij de rechtbank een gespreksverslag van de praktijkondersteuner van de huisarts over te leggen, waarin door de cliënte van verweerster de houding en het gedrag van klager tijdens de mediation zijn beschreven. Het voert echter onder de door verweerster aangevoerde omstandigheden te ver om haar dit tuchtrechtelijk te verwijten. Klacht in beide onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:238 Hof van Discipline 's Gravenhage 240246

    Deze zaak betreft een klacht over het handelen van de advocaat als patroon van de advocaat van de faillissementscurator. Verweerster heeft volgens klagers tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat de advocaat-stagiaire van verweerster in strijd heeft gehandeld met de kernwaarden van de pilot van de rechtbank Gelderland, team Insolventies, locatie Zutphen. Verweerster is volgens klagers als patroon verantwoordelijk voor dit handelen van de advocaat-stagiaire. Ten tweede heeft verweerster volgens klagers tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat de advocaat-stagiaire ten onrechte geen informatie/inlichtingen met betrekking tot de pilot aan klagers heeft verstrekt en verweerster daarmee niet heeft voldaan aan de verplichtingen die voor haar als patroon gelden. De raad heeft klager 1 niet-ontvankelijk verklaard en de beide klachtonderdelen ongegrond verklaard. Klagers komen hiertegen in beroep.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:251 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-296/AL/MN

    Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:239 Hof van Discipline 's Gravenhage 250376

    Klacht tegen deken wordt niet verwezen. De klacht heeft betrekking op het onderzoek naar en het dekenstandpunt van de deken over de klacht. Deze klacht bevindt zich op dit moment in het stadium van doorgeleiding naar de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden. Uit de stukken blijkt dat de deken het door klaagster betaalde griffierecht heeft ontvangen. De aanstaande behandeling van de klacht over mr. Van der W bij de Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden is de geëigende plek om ook gerezen bezwaren tegen het dekenonderzoek naar die klacht naar voren te brengen en zonodig aan te voeren dat de tuchtrechter tot een andere conclusie zou moeten komen dan verweerster.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:249 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-174/AL/GLD

    Verzetbeslissing. De raad verklaart het verzet ongegrond.