Zoekresultaten 1-20 van de 22250 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:251 Hof van Discipline 's Gravenhage 240360W

    Verzoekster heeft haar wrakingsverzoek ingediend direct na hervatting van het onderzoek ter zitting en nog voordat de behandelend kamer op haar aanhoudingsverzoek heeft kunnen beslissen. Het wrakingsverzoek is in zoverre voorbarig. Dat de behandelend kamer met de wijze van behandeling van het aanhoudingsverzoek ter zitting vooringenomen zou zijn en/of hoor en wederhoor zou hebben geschonden, is de wrakingskamer niet gebleken. Het proces-verbaal is bedoeld als een zakelijke weergave en niet als een woordelijk verslag van hetgeen ter zitting is besproken. Het feit dat niet alles wat ter zitting is besproken in het proces-verbaal is opgenomen, is daarom geen aanwijzing dat er sprake is van (een schijn van) vooringenomenheid van de behandelend kamer.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:166 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-944/DB/ZWB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:220 Raad van Discipline Amsterdam 25-721/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is in alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond. Dat verweerster (ook) betrokken zou zijn geweest bij de correspondentie over de in te stellen vorderingen, wordt door klaagster niet nader onderbouwd en door verweerster nadrukkelijk betwist. Verweerster heeft daarbij terecht aangevoerd dat de voorzieningenrechter op basis van de ingestelde vorderingen ook “het minderde” (schorsing) in plaats van “het meerdere”(staking) had kunnen bevelen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:252 Hof van Discipline 's Gravenhage 240341 240342

    Deze procedures betreffen een klacht over de eigen advocaten. Het hoger beroep in beide zaken richt zich tegen het in beide zaken door de raad ongegrond verklaarde klachtonderdeel dat niet is gebleken dat verweerders zich ten onrechte en op onzorgvuldige wijze zouden hebben teruggetrokken uit de zaken van klager. Verweerder heeft gehandeld zoals van een bekwaam en zorgvuldig handelend advocaat en tevens werkgever (van verweerster) verwacht mag worden. Het hof is van oordeel dat verweerders bij het besluit om de opdracht te beëindigen voldoende zorgvuldig hebben gehandeld. Verweerder heeft – nadat verweerster hem over de met klager ontstane situatie had geïnformeerd – hoor en wederhoor toegepast door het initiatief te nemen tot een telefoongesprek met klager). Verder heeft verweerder de in dat telefoongesprek gedane mededeling dat de werkzaamheden voor klager werden beëindigd diezelfde dag in een uitvoerig gemotiveerde brief mede namens verweerster aan klager toegelicht. Ten slotte is niet gebleken dat klager (processueel) nadeel heeft ondervonden als gevolg van die beëindiging. Bekrachtiging van de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:167 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-459/DB/OB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:221 Raad van Discipline Amsterdam 25-720/A/A

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter stelt vast dat het vermeend klachtwaardig handelen van verweerder zou hebben plaatsgevonden in 2013. Verweerder stond klager toen als advocaat bij en hij heeft in die hoedanigheid namens klager een verzoek tot schadevergoeding bij het Hof ingediend. Dit verzoek is bij beschikking van 12 juli 2013 door het Hof afgewezen. Door in verband hiermee pas op 9 april 2025 een klacht in te dienen, heeft klager de in artikel 46g eerste lid onder a Advocatenwet genoemde wettelijke termijn van drie jaar ruimschoots overschreden. Omdat klager moet worden geacht op de hoogte te zijn geweest, dan wel redelijkerwijs kennis te hebben kunnen nemen, van het handelen of nalaten van verweerder waarop de klacht betrekking heeft, komt hem geen beroep toe op het bepaalde in artikel 46g lid 2 van de Advocatenwet. De klacht wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:266 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-799/AL/OV

    Toewijzing verzoek als bedoeld in artikel 60ab lid 1 Advocatenwet

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:253 Hof van Discipline 's Gravenhage 240183 240184

    Beklag tegen afwijzing verzoek tot aanwijzing van een advocaat ongegrond. Er ligt al een negatief procesadvies van een advocaat. Klager heeft zowel bij de deken als bij het hof geen feitelijke of juridische aanknopingspunten aangevoerd waaruit zou kunnen worden afgeleid dat het procesadvies onjuist zou zijn. Gelet hierop had de deken, ook indien en voor zover door klager zelf wel voldoende advocaten zouden zijn aangezocht, voldoende grond om het verzoek van klager af te wijzen vanwege het ontbreken van een redelijke kans van slagen van de door klager gewenste procedure. Uit de tekst van artikel 13 Advocatenwet volgt verder dat een aanwijzingsverzoek gedaan moet worden bij de deken in het arrondissement waar de zaak moet dienen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:168 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-649/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Niet gebleken dat de in de opdrachtbevestiging omschreven werkzaamheden niet goed zijn uitgevoerd, er onnodige werkzaamheden zijn verricht en vragen over de aanpak niet werden beantwoord. Ook van het neerleggen van de zaak kan verweerster geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Naar het oordeel van de raad blijkt uit de overgelegde correspondentie genoegzaam dat klaagster het noodzakelijke vertrouwen in verweerster was kwijt geraakt en dat verweerster haar werkzaamheden op zorgvuldige wijze heeft neergelegd. In alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:222 Raad van Discipline Amsterdam 25-720/A/A

    Herstelbeslissing m.b.t. 25-720/A/A Voorzittersbeslissing van 1-12-2025.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:254 Hof van Discipline 's Gravenhage 240163

    Het beroep van klager is gericht tegen een beslissing van de raad waarin de raad deklacht van klager gegrond heeft verklaard. Op grond van art. 56 lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet kan slechts hoger beroep worden ingesteld tegen een beslissing van een raad waarbij de klacht geheel of ten dele ongegrond is verklaard. Voor klager staat tegen de beslissing van de raad dan ook geen hoger beroep open. Klager kan dan ook niet worden ontvangen in zijn hoger beroep.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:169 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-313/DB/OB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:255 Hof van Discipline 's Gravenhage 250329

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Doordat klager weigert om de deken informatie te verstrekken, kan de deken niet beoordelen of de door klager gewenste procedure voldoende kans van slagen heeft en evenmin of hij daarbij de bijstand van een advocaat nodig heeft. Dat levert een gegronde reden op om toewijzing van een advocaat te weigeren.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:219 Raad van Discipline Amsterdam 25-726/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over verweerder als waarnemend deken. Niet gebleken is dat verweerder zich vanwege zijn deelname aan een bespreking met de rechtbank en Jeugdbescherming heeft gedragen op een wijze waardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:213 Raad van Discipline Amsterdam 25-725/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak. Niet is komen vast te staan dat verweerder escalerend te werk is gegaan.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:214 Raad van Discipline Amsterdam 25-549/A/A

    Raadsbeslissing; ongegronde klacht over de advocaat van de (oud)-werkgever van klaagster. Niet gebleken is van schending van gedragsregel 8. Ook mocht verweerster de van haar cliënte verkregen informatie in de procedure tegen klaagster gebruiken, ook al was deze de vrucht van een datalek. Een advocaat die gebruik maakt van door zijn cliënt(e) ter beschikking gestelde informatie, ook al had deze informatie achteraf gezien niet verstrekt mogen worden, zal, behoudens bijzondere omstandigheden, in het algemeen niet tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen opleveren (vergelijk beslissing van de raad van 23 december 2019, ECLI:NL:TADRAMS:2019:251). Dat van dergelijke bijzondere omstandigheden sprake is, is de raad niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:215 Raad van Discipline Amsterdam 25-375/A/A 25-379/A/A 25-380/A/A 25-381/A/A

    Raadsbeslissing; klachten over de dienstverlening eigen advocaat, over de incassoprocedure die door het kantoor tegen klaagster is gevoerd en over de afhandeling van de kantoorklacht door de klachtenfunctionaris gedeeltelijk niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop en gedeeltelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:216 Raad van Discipline Amsterdam 25-687/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht is in alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond. Vaststaat dat er nooit een opdrachtrelatie tussen klager en verweerster tot stand is gekomen, als ook dat zij nooit contact met elkaar hebben gehad, laat staan dat er door of namens verweerster op enig moment toezeggingen richting klager zijn gedaan. Het is de voorzitter evenmin gebleken dat verweerster de brief met de stukken van klager heeft ontvangen. Klager had er daarnaast rekening mee kunnen (en wellicht moeten) houden dat verweerster de poststukken niet zou ontvangen, gezien ook het bericht van de receptie dat verweerster niet aanwezig was. Ook is hem geen toezegging gedaan dat zijn zaak in behandeling zou worden genomen. Daarnaast had klager zelf eerder actie kunnen ondernemen en niet pas twee dagen voor het aflopen van de termijn. Het is spijtig dat klager geen advocaat heeft kunnen vinden voor zijn zaak in hoger beroep, maar dit kan verweerster niet worden verweten.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:217 Raad van Discipline Amsterdam 25-741/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de deken gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang en gedeeltelijk kennelijk ongegrond. Geen sprake van grievende uitlatingen of het verkondigen van bewust onjuiste informatie.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:218 Raad van Discipline Amsterdam 25-728/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht is niet-ontvankelijk vanwege een (niet verschoonbare) termijnoverschrijding. Technologische ontwikkelingen, zoals AI, vormen geen bijzondere omstandigheid om de termijnoverschrijding verschoonbaar te maken (vgl. Raad van Discipline Amsterdam 11 november 2024, ECLl:NL:TADRAMS:2024:191).