Zoekresultaten 1-10 van de 22614 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:73 Hof van Discipline 's Gravenhage 250047

    Klager heeft een klacht over verweerster ingediend, omdat hij verweerster verwijt niets gedaan te hebben in de dossiers die zij van mr. B, zijn voormalige advocaat, had overgenomen. De raad heeft de klacht niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze naar het oordeel van de raad niet binnen de daarvoor geldende termijn is ingediend. Het hof verklaart de klacht niet-ontvankelijk voor zover het ziet op handelen van verweerster waarmee klager al in 2017 bekend was, en verklaart de klacht voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:74 Hof van Discipline 's Gravenhage 240343

    Bekrachtiging. Verweerder was de advocaat van klager in een strafzaak in hoger beroep. Klager heeft een klacht over verweerder ingediend, omdat hij vindt dat verweerder zijn belangen tijdens de strafzaak niet goed heeft behartigd. De raad heeft geoordeeld dat niet is gebleken dat verweerder op enige wijze tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Weliswaar dient een advocaat de belangen van zijn cliënt, maar hij is daarbij wel ‘dominus litis’. Verweerder heeft toegelicht welke keuzes hij bij de behandeling van de zaak van klager heeft gemaakt en het is de raad niet gebleken dat verweerder in verband daarmee op enige wijze tuchtrechtelijk verwijtbaar zou hebben gehandeld. De klacht is dan ook ongegrond verklaard. Klager is het daar niet mee eens, en heeft hoger beroep ingesteld. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:75 Hof van Discipline 's Gravenhage 250210

    Klacht over de eigen advocaat. Het hof is, op andere gronden dan de raad, van oordeel dat verweerder in strijd heeft gehandeld met de kernwaarde (financiële) integriteit. Niet is gebleken dat aan de werkzaamheden in verband waarmee hij factureerde een opdracht van klager ten grondslag heeft gelegen. Ook waren de werkzaamheden zinloos omdat hoger beroep niet mogelijk was. Desondanks heeft verweerder volhard in het betaald krijgen van zijn factuur en zelfs getracht deze te verrekenen met een tegenvordering van klager. Voorts heeft verweerder niet-tijdig en met een onterecht voorbehoud voldaan aan de kostenveroordeling van het hof (in een andere zaak). Gelet op het voorgaande is verweerders hoger beroep ongegrond en bekrachtigt het hof de beslissing van de raad, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:76 Hof van Discipline 's Gravenhage 250333

    Klaagster heeft een klacht ingediend tegen de advocaat van de wederpartij. Volgens klaagster heeft verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door tijdens een mondelinge behandeling van een kort geding in strijd met de waarheid te zeggen dat hij het oordeel van de bedrijfsarts niet had, terwijl hij voorafgaand aan de mondelinge behandeling zowel via e-mail als via post een citaat daaruit had ontvangen. De Raad van Discipline in het ressort Amsterdam (hierna: de raad) heeft de klacht van klaagster in zoverre gegrond verklaard en heeft aan verweerder de maatregel van waarschuwing opgelegd. Verweerder is in beroep gekomen tegen de gegrondverklaring. Het beroep slaagt. Het hof vernietigt de beslissing van de raad voor zover de klachtonderdelen b) en d) daarin gegrond zijn verklaard en verklaart deze klachtonderdelen alsnog ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:77 Hof van Discipline 's Gravenhage 250275D

    Het betreft hier een hoger beroep van de deken tegen de opgelegde maatregel (waarschuwing). Vaststaat dat verweerder de derdengeldenrekening heeft gebruikt voor een ander doel dan het beheer van derdengelden. Verweerder heeft daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. In deze zaak ligt de vraag voor welke maatregel passend en geboden is. Het hof vernietigt de beslissing van de raad ten aanzien van de maatregel en legt verweerder de maatregel van een berisping op.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:53 Raad van Discipline Amsterdam 25-496/A/NH

    Verzet ongegrond; er hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:54 Raad van Discipline Amsterdam 25-736/A/A

    Raadsbeslissing; klacht over de dienstverlening van de eigen advocaat ongegrond. Dat de werkzaamheden van verweerder onder de maat zijn geweest, is de raad niet gebleken. Evenmin heeft de raad kunnen vaststellen dat verweerder zich onvoldoende partijdig heeft opgesteld voor klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:55 Raad van Discipline Amsterdam 25-788/A/NH

    Raadsbeslissing; ongegronde klacht van één van drie verdachten in een strafzaak over de dienstverlening van verweerder in de piketfase. Gelet op de beperkte kennis waarover verweerder in de piketfase beschikte en de grote tijdsdruk waaronder hij moest handelen, kon verweerder in redelijkheid tot het oordeel komen dat geen sprake was van een tegenstrijdig belang, noch van een voorzienbaar risico daarop (geen schending gedragsregel 15). In de omstandigheden van dit geval, waarbij verweerder kortstondig in het weekend piketbijstand heeft verleend, niet over contactgegevens van klaagster beschikte en waarbij hij zijn bijstand na het weekend meteen overdroeg aan een andere advocaat, valt het in tuchtrechtelijke zin evenmin aan te rekenen dat verweerder niet schriftelijk heeft bevestigd dat hij zijn bijstand aan de medeverdachten met klaagster heeft besproken (geen schending gedragsregel 16 lid 1).

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:56 Raad van Discipline Amsterdam 25-688/A/A

    Raadsbeslissing; gegronde klacht over de advocaat wederpartij. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door onduidelijkheid te laten bestaan over de hoedanigheid waarin hij optrad (schending gedragsregel 9), door derden te betrekken in e-mailcorrespondentie waar zij geen betrokkenheid bij hebben en door zich tot tweemaal toe tot de rechtbank te wenden zonder gelijktijdige toezending van die berichten aan de advocaat van klagers (schending gedragsregel 21 lid 1). Gelet op de ernst en aard van dit handelen en gezien de omstandigheid dat verweerder niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld, is een waarschuwing passend.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:71 Hof van Discipline 's Gravenhage 250213

    Bekrachtiging. Klacht niet-ontvankelijk. Verweerster heeft de ex-echtgenote van klager bijgestaan in de echtscheidingsprocedure tussen klager en zijn ex-echtgenote. Klager kan zich niet vinden in de manier waarop verweerster de echtscheidingszaak heeft behandeld, omdat zij volgens klager niet bereid was om tot een minnelijke oplossing te komen. Daarover heeft klager een klacht ingediend (klachtonderdeel a). De klacht houdt verder in dat declaraties van verweerster voor de door haar verleende rechtsbijstand vanuit één of meerdere B.V.’s zijn betaald. De raad heeft de klacht niet-ontvankelijk verklaard. De raad heeft overwogen dat klachtonderdeel a niet binnen de daarvoor geldende termijn is ingediend, en dat klager door klachtonderdeel b, voor zover de klacht al juist zou zijn, niet rechtstreeks in zijn belang is getroffen.