Zoekresultaten 21671-21680 van de 22609 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:154 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-216/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. Uit de stukken is de voorzitter niet gebleken dat verweerder in de zaak van klager als advocaat of als klachtenfunctionaris heeft opgetreden. Nu de feiten die klager aan het verwijt over verweerder ten grondslag legt onjuist zijn, wordt de klacht kennelijk ongegrond geoordeeld.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:155 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-249/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter is uit de stukken niet gebleken dat verweerster zich onnodig grievend heeft uitgelaten over klager tijdens een zitting of in stukken. Verder mocht verweerster naar het oordeel van de voorzitter zonder nader onderzoek afgaan op de van haar cliënte G ontvangen informatie en die informatie tijdens de zitting op 2 november 2023 namens G voorlezen en verwerken in processtukken. Klager heeft tegen die vermeende onjuistheden en feiten verweer kunnen voeren. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:97 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-264/DB/NN/W

    Wraking kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:108 Hof van Discipline 's Gravenhage 250202

    Een klacht tegen een deken is geen middel om de inhoud van een dekenvisie over de klacht tegen een andere advocaat ter discussie te stellen. Het klachtrecht is daarvoor niet bedoeld. Een klager kan de klacht tegen de andere advocaat, na betaling van het griffierecht, voorleggen aan de Raad van Discipline en laten beoordelen door de tuchtrechter. Klager heeft van die mogelijkheid ook gebruik gemaakt bij zijn klacht tegen mr. B. Binnen de kaders van die procedure kan klager naar voren brengen op welke punten de visie van de deken volgens hem niet deugt en dat de tuchtrechter tot een andere conclusie zou moeten komen dan verweerder. Nu klager het klachtrecht tegen verweerder gebruikt voor een ander doel dan waarvoor is het bedoeld zal de voorzitter de klacht tegen de deken wegens misbruik van klachtrecht niet verwijzen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:156 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-856/AL/MN

    Verzetbeslissing. De raad verklaart het verzet van klager ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:157 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-855/AL/MN

    Verzetbeslissing. De raad verklaart het verzet van klager ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:158 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-280/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. Verweerster staat de ex-partner van de zoon van klager bij in een echtscheidingsprocedure. In dat kader heeft verweerster uitlatingen over klager gedaan. Klager is ontvankelijk in zijn klacht. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster de grenzen van de haar toekomende vrijheid niet overtreden. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:105 Raad van Discipline Amsterdam 25-291/A/NH

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtzaak. Op verweerster rustte geen verplichting om op e-mails van klager over praktische zaken te reageren. Niet is gebleken dat verweerster niet reageerde op e-mails die over de zaak zelf gingen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:102 Raad van Discipline Amsterdam 25-307/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de dienstverlening van de eigen advocaat in een langslepend huurgeschil gedeeltelijk niet-ontvankelijk vanwege een niet verschoonbare termijnoverschrijding en gedeeltelijk kennelijk ongegrond; verweerder heeft de zaak behandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat mag worden verwacht.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:103 Raad van Discipline Amsterdam 25-294/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is in alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond. De standpunten van verweerder betreffen de inhoud van het familierechtelijk geschil dat klager en de cliënte van verweerder verdeeld houdt. Het is niet aan de tuchtrechter daarover te oordelen, tenzij verweerder evident onjuist standpunten zou hebben ingenomen waarmee hij klagers belangen nodeloos en op ontoelaatbare wijze zou hebben geschaad. Onvoldoende is gebleken dat dit laatste het geval is.