Zoekresultaten 23121-23140 van de 23229 resultaten
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:151 Raad van Discipline Amsterdam 26-465/A/NH
- Datum publicatie: 16-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:151
Voorzittersbeslissing; klacht advocaat wederpartij kennelijk ongegrond.Verweerder kan niet tuchtrechtelijk worden verweten dat hij bewust onwaarheden heeft verkondigd in strijd met gedragsregel 8. Het stond verweerder vrij om namens zijn cliënt standpunten in te nemen, ook al waren die klaagster onwelgevallig.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:202 Hof van Discipline 's Gravenhage 260110
- Datum publicatie: 16-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:202
Beklag art 13 Advocatenwet ongegrond. Al tweemaal eerder een advocaat aangewezen voor procedures in het kader van hetzelfde feitencomplex. Onvoldoende kans van slagen van de thans door klager gewenste procedure.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:85 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-179/DB/ZWB
- Datum publicatie: 16-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:85
Raadsbeslissing. Verweerder heeft namens het kantoor gecorrespondeerd nadat hij FM, de advocaat van klaagster op non-actief had gesteld. Klaagster verwijt verweerder dat hij haar met zijn e-mail van 4 augustus 2025 heeft geïntimideerd, doordat hij heeft gedreigd om de zaak via de media openbaar te maken en doordat hij heeft gedreigd met juridische stappen als klaagster contact zouden onderhouden met FM. De door verweerder geschetste context van het arbeidsconflict met FM en zijn vermoeden dat FM voornemens was om (op de achtergrond) bij klaagsters zaak betrokken te blijven en dat FM samenspande met cliënten, waaronder klaagster, vormen wellicht een verklaring voor verweerders opstelling, maar zijn daarvoor geen rechtvaardiging. Ook uit verweerders houding ter zitting van de raad blijkt dat verweerder zich te veel heeft laten meevoeren door het hoog opgelopen arbeidsconflict met FM en dat hij onvoldoende oog heeft gehad voor de advocaat-cliënt relatie tussen FM en klaagster. Zeker in een gevoelige zaak als die waarin klaagster door FM werd bijgestaan had verweerder zich moeten onthouden van het onder dreiging met juridische stappen verbieden van klaagster om contact te hebben met de advocaat die de zaak tot voor kort in behandeling had. Het enkele feit dat dat juridisch mogelijk is maakt nog niet dat het daarom ook een wegis die onder de gegeven omstandigheden passend is. Daarbij komt dat verweerder zijn vermeende belangen voldoende kon beschermen door zijn werkneemster FM rechtstreeks aan te spreken. De raad is van oordeel dat verweerder met de inhoud en toonzetting van zijn e-mail van 4 augustus 2025 tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. In zoverre is de klacht gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:228 Hof van Discipline 's Gravenhage 260022
- Datum publicatie: 20-07-2026
- Datum uitspraak: 17-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:228
Het betreft een klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Verweerder wordt verweten zijn zorgplicht jegens klager te hebben geschonden door met klager gemaakte afspraken niet na te komen. De raad heeft de klachten ongegrond verklaard, omdat kort gezegd de door klager gestelde afspraken niet zijn komen vast te staan. Het hof bekrachtigt de uitspraak van de raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:229 Hof van Discipline 's Gravenhage 260060H
- Datum publicatie: 20-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:229
Afwijzing van een verzoek om herziening van een beslissing van het hof van discipline. De gestelde grond van een motiveringsgebrek kan niet tot herziening van de beslissing leiden omdat die stelling niet een feit of omstandigheid is die heeft plaatsgevonden vóór de beslissing. De herziening is niet bedoeld om het, met het door een onherroepelijke beslissing van het hof, afgesloten debat te heropenen. Er is ook geen sprake van een nieuw feit in de klachtzaak dat niet voor de zitting van 18 april 2026 redelijkerwijs bij verzoeker bekend kon zijn. Het door verzoeker gestelde feit betreft ook geen feit dat verzoeker niet eerder redelijkerwijs naar voren had kunnen brengen. De uitspraak waar verzoeker op doelt is van 18 maart 2026 en op 26 maart 2026 gepubliceerd, dus van voor de zitting van 20 april 2026.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:88 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 240355W3
- Datum publicatie: 21-07-2026
- Datum uitspraak: 21-07-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:88
Verzoek tot wraking kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat de door verzoeker gestelde voorwaarde niet is vervuld.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:232 Hof van Discipline 's Gravenhage 250380
- Datum publicatie: 21-07-2026
- Datum uitspraak: 17-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:232
Het betreft een klacht tegen de advocaat van de wederpartij. Het verwijt dat in hoger beroep nog van belang is ziet op de vraag of verweerder zich schuldig heeft gemaakt aan het zogezegde “ongeoorloofd napleiten”. Anders dan de raad is het hof van oordeel dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door de kantonrechter nader te informeren nadat de zaak was aangehouden voor het beproeven van een minnelijke regeling zonder dat een datum voor een beschikking was bepaald.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:159 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-435/AL/GLD
- Datum publicatie: 21-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:159
Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter was verweerster in haar positie van curator gehouden om het gerechtshof na de comparitie te informeren over de nieuw door haar ontvangen informatie van een vermeende schuldeiser. Zij heeft in die brief volledig open kaart gespeeld en het gerechtshof op feitelijk juiste wijze voorgelicht. Zij heeft daarin de brief van die schuldeiser als ook de reactie daarop van klager geciteerd, zonder daarbij sturend te zijn geweest. Klager verwijt verweerster dat zij zijn woorden daarin opzettelijk heeft verdraaid. Indien dat het geval was geweest, dan had de advocaat van klager dat daarna aan de orde kunnen stellen in zijn reactie namens klager aan het gerechtshof. Daarvan is de voorzitter niet gebleken. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster met haar handelen het vertrouwen in de advocatuur niet geschaad.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:160 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-439/AL/OV
- Datum publicatie: 21-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:160
De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:86 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-487/DB/OB
- Datum publicatie: 21-07-2026
- Datum uitspraak: 21-07-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:86
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Klager verwijt verweerder dat hij op basis van een geantedateerde en niet door klager ondertekende overeenkomst van geldlening conservatoir beslag heeft doen leggen en een schikkingsvoorstel aan klager heeft gedaan (klachtonderdeel 1), waarbij verweerder klager spreekwoordelijk “tegen de muur gezet” heeft en hem heeft afgeperst (klachtonderdeel 2). Dat verweerder aanleiding had om te twijfelen aan de door zijn cliënte verstrekte informatie, waaronder de overeenkomst van geldlening, is de voorzitter op basis van de overgelegde stukken niet gebleken. De voorzitter overweegt dat het tuchtrecht niet is bedoeld voor het voeren van een discussie over de juistheid van de standpunten van partijen in een civielrechtelijk geschil. De feitelijke grondslag van het verwijt, dat verweerder klager een schikkingsvoorstel heeft gedaan en hem (daarbij) “tegen de muur heeft gezet” en heeft afgeperst, ontbreekt. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:230 Hof van Discipline 's Gravenhage 250466
- Datum publicatie: 21-07-2026
- Datum uitspraak: 17-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:230
Het betreft een klacht over verweerder die als gezamenlijke echtscheidingsadvocaat voor klager en zijn ex-vrouw is opgetreden. Zijn ex-vrouw had al eerder geklaagd over verweerder. De raad van discipline had al onherroepelijk geoordeeld dat verweerder zijn zorgplicht had geschonden. Het hof is van oordeel dat de klacht van klager over verweerder inhoudelijk een herhaling is van de klacht van zijn ex-vrouw. Op grond van het ne bis in idem beginsel is klager niet ontvankelijk in zijn klacht over schending van de zorgplicht. De klacht dat klager door uitlatingen van verweerder geen opvolgend advocaat kon vinden is onvoldoende onderbouwd en daarmee ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:87 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 240355W2
- Datum publicatie: 21-07-2026
- Datum uitspraak: 21-07-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:87
Wrakingsverzoek deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. Voor zover verzoeker dezelfde gronden aanvoert waarop op grond van artikel 3.1 Wrakingsprotocol al is beslist bij beslissing van 4 juni 2026 is het herhaalde verzoek kennelijk niet-ontvankelijk. Nu dit het tweede wrakingsverzoek betreft dat direct verband houdt met de hoofdprocedure en verzoeker tevens een derde voorwaardelijk wrakingverzoek heeft ingediend bij het hof en er dus sprake is van een patroon van wrakingen en bovendien een herhaling van wrakingsgronden waarop reeds is beslist, kan de conclusie niet anders zijn dat er sprake is van misbruik van recht. Het hof zal bepalen dat een volgend wrakingsverzoek in de hoofdzaak wegens misbruik van recht niet meer in behandeling wordt genomen (artikelen 7.2 en 7.3 Wrakingsprotocol).
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:231 Hof van Discipline 's Gravenhage 250453
- Datum publicatie: 21-07-2026
- Datum uitspraak: 17-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:231
Het betreft een klacht van een advocaat over de advocaat van de wederpartij. Het betreft een geschil tussen buren over een erfdienstbaarheid waarbij ook de gemeente betrokken is geraakt als (privaatrechtelijk) eigenaar van twee naburige percelen. Verweerder treedt op voor een van de buren en klager treedt op voor de gemeente. Verweerder heeft in verband met het erfdienstbaarheidsgeschil een Woo-verzoek ingediend bij de gemeente. Klager verwijt verweerder dat hij in strijd met gedragsregel 25 het Woo-verzoek zonder vooraankondiging, medeweten of goedkeuring van klager rechtstreeks bij de gemeente heeft ingediend, dat verweerder inbreuk heeft gemaakt op de geheimhoudersrelatie tussen klager en de gemeente en onjuiste beweringen heeft gedaan tegenover de gemeente bij indiening van het verzoek. De raad heeft gegrond bevonden dat verweerder zonder kennisgeving aan klager een Woo-verzoek had ingediend. De overige klachten heeft de raad ongegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:157 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-746/DH/DH
- Datum publicatie: 22-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:157
Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:158 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-624/DH/DH
- Datum publicatie: 22-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:158
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerder de raad en het hof van discipline in zijn schriftelijke stukken die hij in de eerdere klachtprocedure bij de raad en/of het hof heeft ingediend, heeft misleid met zijn standpunten over de adviesaanvraag en (de inhoud van) het advies aan het OM met als doel om de tuchtrechtelijke toetsing van zijn handelen te frustreren. De mededelingen over de adviesaanvraag en het advies die verweerder in deze procedure worden verweten zijn gedaan in de periode dat verweerder nog aan zijn geheimhoudingsplicht gebonden was en dat dit van invloed was op welke mededelingen verweerder daarover wel en niet kon doen. Klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:159 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-574/DH/DH
- Datum publicatie: 22-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:159
Verzet
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:155 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-368/DH/RO
- Datum publicatie: 22-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:155
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijk geschil over de verblijfplaats van het kind. Verweerster heeft zich in haar processtuk polariserend en onnodig grievend uitgelaten door te stellen dat klaagster de meest vreselijke dingen verzint, waarbij zij doelt op huiselijk geweld en een gewelddadige relatie. Verweerster had deze vergaande stelling niet op deze manier, zonder enig voorbehoud of nuance, mogen innemen. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:161 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-344/AL/OV
- Datum publicatie: 22-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:161
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de curator kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:156 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-750/DH/DH
- Datum publicatie: 22-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:156
Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:162 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-409/AL/OV
- Datum publicatie: 22-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:162
Voorzittersbeslissing. Klacht over een curator is deels niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond verklaard.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1156
- Pagina: 1157
- Pagina: 1158
- ...
- Pagina: 1162
- Volgende pagina zoekresultaten