Zoekresultaten 22241-22260 van de 23235 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:266 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-799/AL/OV

    Toewijzing verzoek als bedoeld in artikel 60ab lid 1 Advocatenwet

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:253 Hof van Discipline 's Gravenhage 240183 240184

    Beklag tegen afwijzing verzoek tot aanwijzing van een advocaat ongegrond. Er ligt al een negatief procesadvies van een advocaat. Klager heeft zowel bij de deken als bij het hof geen feitelijke of juridische aanknopingspunten aangevoerd waaruit zou kunnen worden afgeleid dat het procesadvies onjuist zou zijn. Gelet hierop had de deken, ook indien en voor zover door klager zelf wel voldoende advocaten zouden zijn aangezocht, voldoende grond om het verzoek van klager af te wijzen vanwege het ontbreken van een redelijke kans van slagen van de door klager gewenste procedure. Uit de tekst van artikel 13 Advocatenwet volgt verder dat een aanwijzingsverzoek gedaan moet worden bij de deken in het arrondissement waar de zaak moet dienen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:168 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-649/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Niet gebleken dat de in de opdrachtbevestiging omschreven werkzaamheden niet goed zijn uitgevoerd, er onnodige werkzaamheden zijn verricht en vragen over de aanpak niet werden beantwoord. Ook van het neerleggen van de zaak kan verweerster geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Naar het oordeel van de raad blijkt uit de overgelegde correspondentie genoegzaam dat klaagster het noodzakelijke vertrouwen in verweerster was kwijt geraakt en dat verweerster haar werkzaamheden op zorgvuldige wijze heeft neergelegd. In alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:222 Raad van Discipline Amsterdam 25-720/A/A

    Herstelbeslissing m.b.t. 25-720/A/A Voorzittersbeslissing van 1-12-2025.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:254 Hof van Discipline 's Gravenhage 240163

    Het beroep van klager is gericht tegen een beslissing van de raad waarin de raad deklacht van klager gegrond heeft verklaard. Op grond van art. 56 lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet kan slechts hoger beroep worden ingesteld tegen een beslissing van een raad waarbij de klacht geheel of ten dele ongegrond is verklaard. Voor klager staat tegen de beslissing van de raad dan ook geen hoger beroep open. Klager kan dan ook niet worden ontvangen in zijn hoger beroep.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:169 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-313/DB/OB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:255 Hof van Discipline 's Gravenhage 250329

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Doordat klager weigert om de deken informatie te verstrekken, kan de deken niet beoordelen of de door klager gewenste procedure voldoende kans van slagen heeft en evenmin of hij daarbij de bijstand van een advocaat nodig heeft. Dat levert een gegronde reden op om toewijzing van een advocaat te weigeren.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:257 Hof van Discipline 's Gravenhage 250325

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Het verzoek is onvoldoende onderbouwd. Het is niet duidelijk geworden dat enige procedure een redelijke kans van slagen zou hebben.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:270 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-485/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over een advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:271 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-584/AL/GLD

    voorzittersbeslissing. Uit de stukken is niet gebleken dat verweerder de belangen van klager onvoldoende heeft behartigd of anderszins de belangen van de wederpartij of zichzelf voorop heeft gesteld. Verweerder heeft de werkzaamheden uitgevoerd zoals afgesproken in de aangepaste opdrachtbevestiging en heeft daarna geweigerd om nog verder werkzaamheden voor klager te doen. Naar het oordeel van de voorzitter staat het een advocaat vrij om die keuze te maken. Verweerder heeft zich in dit geval op zorgvuldige wijze onttrokken. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:267 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-249/AL/MN

    gegrond verzet en deels gegronde klacht over verweerster als advocaat van de wederpartij. Uit de stukken en de verklaringen tijdens de zitting van de raad is gebleken dat cliënte G ervoor heeft gekozen om niet bij de zitting van de rechtbank aanwezig te zijn. Zij heeft een verklaring opgesteld die vervolgens door verweerster tijdens de zitting is voorgelezen. De raad is ook gebleken dat G in haar verklaring, die bij de stukken ontbreekt, niet alleen de redenen voor haar afwezigheid heeft toegelicht maar daarin ook ernstige beschuldigingen aan het adres van klager heeft geuit. Als een cliënte niet mee gaat naar een zitting maar een verklaring wil laten voorlezen door de eigen advocaat, dan heeft die advocaat daarin ook een eigen verantwoordelijkheid, ondanks de wensen van de cliënt. In een dergelijke situatie moet een advocaat kritisch zijn ten aanzien van het nut en de noodzaak van de verklaring en de inhoud daarvan in het bijzonder. Juist vanwege het grievende karakter van de verklaring van cliënte G en het ontbreken van voldoende belang bij het naar voren brengen van de gevoelige inhoud, is terughoudendheid geboden. Verweerster heeft naar het oordeel van de raad van die terughoudendheid onvoldoende blijk gegeven door de verklaring van G integraal voor te lezen. Dat was niet alleen onnodig, want niet van belang voor de zaak, maar ook schadelijk voor klager die daarvan pas tijdens de zitting kennis heeft genomen, terwijl verweerster andere keuzes had kunnen maken. Verweerster heeft aldus onvoldoende rekening gehouden met de gerechtvaardigde belangen van klager, hetgeen haar tuchtrechtelijk wordt verweten. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:268 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-263/AL/MN

    ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:243 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-625/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Klager heeft geen eigen, rechtstreeks belang bij de vraag of verweerster wel of geen toevoeging mocht aanvragen voor haar cliënte. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:170 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-737/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. De tuchtrechter is (kennelijk) onbevoegd om kennis te nemen over AVG-klachten. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond. Verweerder heeft klager mede kunnen delen dat als de Belgische belastingdienst (FOD) nog vragen had over de bankrekening van zijn cliënt, dat de FOD zich tot hem kon wenden. Niet gebleken van het verstrekken van onjuiste informatie. Verweerder mocht namens zijn cliënt standpunten innemen die afwijken van klager. Het is niet aan klager om te bepalen door welke advocaat zijn wederpartij zich laat bijstaan. Herhalen van passages uit de conclusie van antwoord in het verweerschrift op de tuchtklacht is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Benoemen van de deken als ‘confrère’ en klacht als ‘verwijt’ is niet klachtwaardig.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:269 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-272/AL/MN 25-273/AL/MN 25-274/AL/MN

    ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:256 Hof van Discipline 's Gravenhage 250324

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Onvoldoende kans van slagen van de door klager gewenste procedure.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:238 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-488/DH/DH

    Verzetbeslissing. In zijn verzetschrift heeft klager geen verzetgronden aangevoerd die de raad aanleiding geven om aan de juistheid van de voorzittersbeslissing te twijfelen. Verzet ongegrond. Voor zover klager in zijn verzetschrift een nieuwe klacht over verweerder heeft ingediend, is het verzet niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:171 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-740/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat die is aangewezen op grond van artikel 13 Advocatenwet. Verweerder hoefde enkel te beoordelen of klagers tegenvorderingen voldoende kansen hadden. De memo waarin verweerder de tegenvorderingen heeft beoordeeld is niet kwalitatief ondermaats. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:251 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-658/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de deken. Niet kan worden vastgesteld dat er sprake is geweest van een onpartijdige en onzorgvuldige klachtbehandeling. Verweerster kon ervoor kiezen geen inhoudelijk oordeel (visie) te geven. Zij heeft dat later alsnog gedaan. Het is de voorzitter niet gebleken dat verweerster het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:245 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-654/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een VvE-kwestie. Klacht deels niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet, deels kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan een eigen, rechtstreeks betrokken belang en voor het overige kennelijk ongegrond. Niet gebleken van onder meer opzettelijke intimidatie, het nemen van onnodige juridische stappen, onnodig kwetsende uitlatingen.