Zoekresultaten 1-10 van de 1181 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:20 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-546/AL/MN
- Datum publicatie: 20-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:20
Raadbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij en over verweerder in hoedanigheid van bemiddelaar. Verweerder diende een partijdig belang en kon daarom niet tegelijkertijd optreden als onpartijdig bemiddelaar in het familieconflict. Hij had klager duidelijk moeten laten weten dat hij handelde als belangenbehartiger van zijn cliënt en had klager om die reden moeten adviseren een eigen belangenbehartiger in de arm te nemen. Verweerder heeft zijn onafhankelijkheid in de zin van artikel 2 Advocatenwet hiermee in gevaar gebracht. Klacht deels gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:9 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-841/DB/OB
- Datum publicatie: 20-01-2026
- Datum uitspraak: 20-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:9
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in beide onderdelen kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat verweerder klagers valselijk heeft beschuldigd van bedreiging en zich denigrerend jegens klagers heeft uitgelaten, noch dat hij in strijd heeft gehandeld met gedragsregel 5.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:21 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-600/AL/MN
- Datum publicatie: 20-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:21
Klager heeft een appartement gehuurd van een commanditaire vennootschap. Verweerder is (mede)bestuurder van de stichting die de CV bestuurt. De CV heeft een beheerder die namens de verhuurder optrad richting klager als huurder. De aan verweerder verweten gedragingen zien op op het optreden van verweerder in hoedanigheid van bestuurder als genoemd en zijn optreden namens de beheerder. vast staat dat de verhuurder vanaf het begin in het geschil met klager door verschillende advocaten is bijgestaan; niet door verweerder. Verweerder is als gemachtigde namens de verhuurder bij zittingen geweest of heeft namens de verhuurder/ beheerder met (de advocaat van) klager gecorrespondeerd. Deze handelingen van verweerder hebben plaatsgevonden in de privésfeer en tussen die handelingen en de praktijkuitoefening van verweerder bestaat naar het oordeel van de raad geen verband. De inhoud van een e-mail van verweerder die hij vanaf zijn privé e-mailadres rechtstreeks aan klager heeft gestuurd, is naar het oordeel van de raad onvoldoende om tot de conclusie te komen dat er voldoende verband bestaat tussen deze privé-gedraging en de praktijkvoering van verweerder. De raad toetst het handelen van verweerder aan de (beperkte) maatstaf of de gedraging van verweerder in het licht van zijn beroepsuitoefening absoluut ongeoorloofd moet worden geacht en of daarmee het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Daarvan is de raad niet gebleken. Tussen klager en de verhuurder is een geschil over de verrekening ontstaan na opzegging van de huurovereenkomst. Een vergelijk bleek niet mogelijk. De verhuurder heeft daarna een bedrag aan klager betaald. Het lag op de weg van klager om daarover zo nodig een gerechtelijk oordeel te vragen. Uit de stukken is bovendien niet gebleken dat verweerder niet integer heeft gehandeld door zelf gedane toezeggingen of gerechtelijke uitspraken namens de verhuurder niet na te komen. De raad stelt verder vast dat sprake is van tegengestelde standpunten tussen klager en de verhuurder over (de terugbetaling van) de borgsom. Daarover zal een civielrechtelijk oordeel moeten worden gegeven. Verweerder heeft daarbij niet absoluut ongeoorloofd gehandeld. Verweerder heeft 2 e-mails aan klager rechtstreeks gestuurd. Een e-mail was als gemachtigde van de beheerder en stond hem vrij. De andere e-mail mocht verweerder naar het oordeel van de raad als partij - als bestuurder van de CV - aan klager sturen. De vraag die vervolgens voorligt is of verweerder zich daarvan had moeten onthouden. Alhoewel de scherpe toonzetting in die e-mail van verweerder niet de schoonheidsprijs verdient, verweerder heeft dat tijdens de zitting van de raad ook ingezien, wordt de inhoud daarvan door de raad niet als absoluut ongeoorloofd gekwalificeerd. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:16 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-768/AL/MN
- Datum publicatie: 20-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:16
De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:17 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-043/AL/NN
- Datum publicatie: 20-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:17
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:18 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-284/AL/MN 25-285/AL/MN
- Datum publicatie: 20-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:18
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:19 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-514/AL/MN
- Datum publicatie: 20-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:19
Klacht over de advocaat van de wederpartij van klaagster. Naar het oordeel van de voorzitter mocht verweerder zonder nader onderzoek afgaan op de van zijn cliënt ontvangen feitelijke informatie zoals hij dat in het verweerschrift heeft verwerkt en tijdens de zitting heeft genoemd. Daarnaast kon en mocht verweerder uitgaan van de juistheid van de (medische) informatie over klaagster en haar dochter aangezien dat volgde uit het verzoekschrift met bijlagen zoals dat namens klaagster is ingediend. Klaagster heeft via haar advocaat tegen de vermeende onjuistheden en feiten verweer kunnen voeren en kon zelf ook relevante stukken indienen. Ook overigens van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door verweerder niet gebleken. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:7 Raad van Discipline Amsterdam 25-858/A/DH/W
- Datum publicatie: 19-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:7
Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:8 Raad van Discipline Amsterdam 25-824/A/A
- Datum publicatie: 19-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:8
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de kwaliteit van dienstverlening. Verweerster heeft als dominus litis de vrijheid om een zaak te behandelen zoals haar dat goeddunkt. Als verweerster van mening is dat bepaalde bewijsstukken niet relevant zijn is zij er niet toe gehouden deze bewijsstukken te gebruiken, enkel omdat haar cliënte (klaagster) dat wenst.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:14 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-803/AL/NN
- Datum publicatie: 19-01-2026
- Datum uitspraak: 19-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:14
Voorzittersbeslissing. Klacht over deken. Dat de deken een opmerking in het webformulier met verzoek om aanwijzing van een advocaat voor klager in de doofpot heeft gestopt, is onvoldoende concreet onderbouwd. Uit de stukken is de voorzitter niet gebleken dat verweerster strikvragen heeft gesteld of anderszins met haar handelen het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Kennelijk ongegrond.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 119
- Volgende pagina zoekresultaten