Zoekresultaten 101-110 van de 2129 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:19 Raad van Discipline Amsterdam 24-503/A/A

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:190 Raad van Discipline Amsterdam 25-191/A/A

    Raadsbeslissing. Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:191 Raad van Discipline Amsterdam 25-185/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:192 Raad van Discipline Amsterdam 25-212/A/NH

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:193 Raad van Discipline Amsterdam 25-188/A/A

    Raadsbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij. Verweerder staat de dementerende vader van klaagster bij in een procedure waarbij de kinderen ondercuratelestelling hebben verzocht. Klaagster heeft als wederpartij geen rechtstreeks belang bij haar klachten over verweerders bijstand aan de vader. Veder is niet gebleken dat verweerder zich onnodig grievend over klaagster heeft uitgelaten of bewust onwaarheden heeft verkondigd over de medische situatie van de vader. De klacht is gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:194 Raad van Discipline Amsterdam 25-132/A/A 25-133/A/A

    Raadsbeslissing; klacht over verweerders is ongegrond. Gedragsregel 15 biedt geen bescherming. Hiervoor moet er op enig moment een cliëntrelatie zijn geweest. Daarvan is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:195 Raad van Discipline Amsterdam 25-294/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:196 Raad van Discipline Amsterdam 25-486/A/NH

    Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft namens haar cliënt (de ex-partner van klaagster) in een familierechtelijk processtuk geschreven dat voor zover haar cliënt weet, er sprake is geweest van ongewenst seksueel gedrag door de vader van klaagster. Niet is gebleken dat verweerster hiermee informatie heeft verstrekt waarvan zij de onwaarheid kende of kon kennen. Klachtonderdeel a) is daarom ongegrond. Klachtonderdeel b) richt zich niet op de (on)waarheid van de informatie die verweerster namens haar cliënt heeft gegeven, maar – kort gezegd – op de toelaatbaarheid daarvan. De raad oordeelt dat dit klachtonderdeel wel gegrond is en dat verweerster met hetgeen zij heeft geschreven in het verweerschrift de grenzen heeft overschreden van de haar toekomende vrijheid om de belangen van haar cliënt te behartigen. Verweerster had kunnen volstaan met een algemene toelichting op de problemen die speelden binnen het gezin, zonder expliciet de link te leggen met vermeend ongewenst seksueel gedrag van de vader van klaagster. Verweerster had zich moeten realiseren dat deze informatie – die alleen vanuit haar cliënt tot haar is gekomen, zonder dat daarbij aanvullend of ondersteunend bewijsmateriaal beschikbaar was – ook (deels) onwaar zou kunnen zijn. Oplegging van een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:197 Raad van Discipline Amsterdam 25-292/A/A

    Klager verwijt verweerster dat zij als advocaat van een vennootschap (de Vennootschap) heeft opgetreden, terwijl zij ook (indirect) bestuurder en (indirect) aandeelhouder is van deze Vennootschap. Volgens klager kan verweerster niet als advocaat het belang dienen van de Vennootschap, terwijl zij tegelijkertijd een eigen belang heeft als aandeelhouder en bestuurder. Klager heeft erop gewezen dat er feitelijk sprake was van een geschil tussen de aandeelhouders van de Vennootschap. Door de Vennootschap als advocaat bij te staan heeft verweerster zich volgens klager schuldig gemaakt aan belangenverstrengeling. Klager wijst er verder op dat verweerster buitensporige kosten heeft gedeclareerd aan de Vennootschap. Door deze gang van zaken heeft de Vennootschap, en daarmee indirect ook klager, schade geleden. De raad volgt klager niet in zijn stellingen en oordeelt dat klager niet in zijn klacht kan worden ontvangen. Het klachtrecht komt alleen toe aan degene die rechtstreeks in zijn belang is of kan worden getroffen. De raad is van oordeel dat klager als (indirect) aandeelhouder en (voormalig) bestuurder van de Vennootschap, hoogstens een afgeleid belang heeft bij de klacht, maar dat dit onvoldoende is om zijn klacht over verweerster ontvankelijk te achten. Klager is dan ook niet-ontvankelijk in zijn klacht.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:198 Raad van Discipline Amsterdam 25-325/A/A

    Raadsbeslissing; klacht is gedeeltelijk niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de vervaltermijn van drie jaar (46g lid 1 onder a Advocatenwet) en verder gegrond. Verweerder had zijn declaraties met betrekking tot de uitstotingsprocedure tegen klaagster niet ten laste van de Vennootschap mogen laten komen, aangezien dit een procedure betrof tussen de aandeelhouders van de Vennootschap, waar de Vennootschap geen partij (meer) in was. Klaagster heeft door verweerders werkwijze als aandeelhouder van de Vennootschap meebetaald aan de advocaatkosten van de andere twee aandeelhouders in een procedure die tegen klaagster werd gevoerd. Verweerder heeft hiermee niet gehandeld zoals het een behoorlijk advocaat betaamt. Waarschuwing en kostenveroordeling.