Zoekresultaten 2011-2020 van de 2129 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:225 Hof van Discipline 's Gravenhage 260123
- Datum publicatie: 15-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:225
Termijnoverschrijding. Hoger beroep niet-ontvankelijk. De termijn van artikel 56 lid 1 Advocatenwet wordt strikt gehanteerd. Slechts op grond van bijzondere omstandigheden is daar een uitzondering op mogelijk. Het hof is van oordeel dat de door klager aangevoerde omstandigheden de termijnoverschrijding niet verschoonbaar maken. Het verzenden van een beroepschrift per post is voor eigen rekening en risico van klager. Het is klagers eigen verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat het beroepschrift het hof tijdig bereikt. Klager had daarvoor maatregelen kunnen treffen, zoals het aangetekend verzenden van het beroepschrift. Dat heeft klager niet gedaan en hij heeft ook geen andere reden aangevoerd op grond waarvan de termijnoverschrijding verschoonbaar zou kunnen zijn. Niet is gebleken dat klager niet in staat was om tijdig het hoger beroep in te stellen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:219 Hof van Discipline 's Gravenhage 260014
- Datum publicatie: 15-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:219
Klacht over eigen advocaat. Klaagster verwijt verweerster onder meer dat zij oneigenlijk gebruik heeft gemaakt van de derdengeldrekening door middels deze zonder haar uitdrukkelijke instemming één van haar declaraties te hebben voldaan, alsmede dat zij niet alle belangrijke informatie en afspraken schriftelijk heeft vastgelegd. De raad heeft deze twee klachtonderdelen gegrond verklaard en aan verweerster de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Het hof sluit zich aan bij de beoordeling van de raad wat betreft de tuchtrechtelijke verwijtbaarheid, maar ziet aanleiding om de zwaardere maatregel van berisping op te leggen. Vernietiging raadsbeslissing voor wat betreft de maatregel. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:150 Raad van Discipline Amsterdam 26-456/A/A
- Datum publicatie: 16-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:150
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerder mocht erop vertrouwen dat zijn cliënte de opzeggingsbrief per post aan klager had verstuurd. Klager had naar aanleiding van de e-mail van verweerder alvast een formeel bezwaar kunnen indienen met het verzoek om het bezwaar op een later moment inhoudelijk aan te mogen vullen, omdat hij de opzeggingsbrief nog niet had ontvangen. Het is de voorzitter uit de stukken niet gebleken dat klager van deze mogelijkheden gebruik heeft gemaakt. Verder was verweerder niet gehouden om klager volledige inzage te geven in het fraudedossier van zijn cliënte. Tot slot kan de voorzitter niet vaststellen dat verweerder niet tijdig op berichten van klager heeft gereageerd. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:227 Hof van Discipline 's Gravenhage 260110
- Datum publicatie: 16-07-2026
- Datum uitspraak: 10-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:227
Beklag art 13 Advocatenwet ongegrond. Al tweemaal eerder een advocaat aangewezen voor procedures in het kader van hetzelfde feitencomplex. Onvoldoende kans van slagen van de thans door klager gewenste procedure.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:151 Raad van Discipline Amsterdam 26-465/A/NH
- Datum publicatie: 16-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:151
Voorzittersbeslissing; klacht advocaat wederpartij kennelijk ongegrond.Verweerder kan niet tuchtrechtelijk worden verweten dat hij bewust onwaarheden heeft verkondigd in strijd met gedragsregel 8. Het stond verweerder vrij om namens zijn cliënt standpunten in te nemen, ook al waren die klaagster onwelgevallig.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:202 Hof van Discipline 's Gravenhage 260110
- Datum publicatie: 16-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:202
Beklag art 13 Advocatenwet ongegrond. Al tweemaal eerder een advocaat aangewezen voor procedures in het kader van hetzelfde feitencomplex. Onvoldoende kans van slagen van de thans door klager gewenste procedure.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:85 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-179/DB/ZWB
- Datum publicatie: 16-07-2026
- Datum uitspraak: 13-07-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:85
Raadsbeslissing. Verweerder heeft namens het kantoor gecorrespondeerd nadat hij FM, de advocaat van klaagster op non-actief had gesteld. Klaagster verwijt verweerder dat hij haar met zijn e-mail van 4 augustus 2025 heeft geïntimideerd, doordat hij heeft gedreigd om de zaak via de media openbaar te maken en doordat hij heeft gedreigd met juridische stappen als klaagster contact zouden onderhouden met FM. De door verweerder geschetste context van het arbeidsconflict met FM en zijn vermoeden dat FM voornemens was om (op de achtergrond) bij klaagsters zaak betrokken te blijven en dat FM samenspande met cliënten, waaronder klaagster, vormen wellicht een verklaring voor verweerders opstelling, maar zijn daarvoor geen rechtvaardiging. Ook uit verweerders houding ter zitting van de raad blijkt dat verweerder zich te veel heeft laten meevoeren door het hoog opgelopen arbeidsconflict met FM en dat hij onvoldoende oog heeft gehad voor de advocaat-cliënt relatie tussen FM en klaagster. Zeker in een gevoelige zaak als die waarin klaagster door FM werd bijgestaan had verweerder zich moeten onthouden van het onder dreiging met juridische stappen verbieden van klaagster om contact te hebben met de advocaat die de zaak tot voor kort in behandeling had. Het enkele feit dat dat juridisch mogelijk is maakt nog niet dat het daarom ook een wegis die onder de gegeven omstandigheden passend is. Daarbij komt dat verweerder zijn vermeende belangen voldoende kon beschermen door zijn werkneemster FM rechtstreeks aan te spreken. De raad is van oordeel dat verweerder met de inhoud en toonzetting van zijn e-mail van 4 augustus 2025 tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. In zoverre is de klacht gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:228 Hof van Discipline 's Gravenhage 260022
- Datum publicatie: 20-07-2026
- Datum uitspraak: 17-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:228
Het betreft een klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Verweerder wordt verweten zijn zorgplicht jegens klager te hebben geschonden door met klager gemaakte afspraken niet na te komen. De raad heeft de klachten ongegrond verklaard, omdat kort gezegd de door klager gestelde afspraken niet zijn komen vast te staan. Het hof bekrachtigt de uitspraak van de raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:229 Hof van Discipline 's Gravenhage 260060H
- Datum publicatie: 20-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:229
Afwijzing van een verzoek om herziening van een beslissing van het hof van discipline. De gestelde grond van een motiveringsgebrek kan niet tot herziening van de beslissing leiden omdat die stelling niet een feit of omstandigheid is die heeft plaatsgevonden vóór de beslissing. De herziening is niet bedoeld om het, met het door een onherroepelijke beslissing van het hof, afgesloten debat te heropenen. Er is ook geen sprake van een nieuw feit in de klachtzaak dat niet voor de zitting van 18 april 2026 redelijkerwijs bij verzoeker bekend kon zijn. Het door verzoeker gestelde feit betreft ook geen feit dat verzoeker niet eerder redelijkerwijs naar voren had kunnen brengen. De uitspraak waar verzoeker op doelt is van 18 maart 2026 en op 26 maart 2026 gepubliceerd, dus van voor de zitting van 20 april 2026.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:88 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 240355W3
- Datum publicatie: 21-07-2026
- Datum uitspraak: 21-07-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:88
Verzoek tot wraking kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat de door verzoeker gestelde voorwaarde niet is vervuld.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 201
- Pagina: 202
- Pagina: 203
- ...
- Pagina: 213
- Volgende pagina zoekresultaten