Zoekresultaten 51-60 van de 1631 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:91 Hof van Discipline 's Gravenhage 250030D

    Dekenbezwaar. Verhouding tuchtrechter, burgerlijke rechter en bestuursrechter. De (bevoegde) deken (Limburg) heeft de Unit Financieel Toezicht Advocatuur (hierna: Unit FTA) van de Nederlandse Orde van Advocaten verzocht bij verweerder een onderzoek te verrichten naar de naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (hierna: Wwft), het beheer van derdengelden alsmede ontvangst van contante gelden. Door de Unit FTA is aan de deken en verweerder een definitief rapport verstrekt. Omdat de deken zich geconflicteerd achtte, heeft hij voor de beoordeling en de opvolging van dit rapport deze beoordeling en opvolging overgedragen aan de deken Oost-Brabant. De deken Oost-Brabant heeft na beoordeling een dekenbezwaar tegen verweerder ingediend. Uit HvD 15 november 2021, ECLI:NL:TAHVD:2021:214 is af te leiden dat de deken bij aanvang van enig in het kader van het toezicht te verrichten onderzoek niet hoeft te kiezen tussen een bestuursrechtelijk traject en een tuchtrechtelijk traject. De deken is ingevolge de Advocatenwet en de Wwft toezichthouder als bedoeld in artikel 5:11 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en als zodanig maakt hij gebruik van de in titel 5.2 Awb bedoelde (publiekrechtelijke) bevoegdheden. Hieruit volgt dat (ook) bij een tuchtrechtelijk onderzoek de deken gebruik maakt van de in titel 5.2 Awb bedoelde bevoegdheden. De tuchtrechter moet oordelen over de al dan niet juiste toepassing door de deken van deze bestuursrechtelijke bevoegdheden als de deken een dekenbezwaar indient. Het is voor een betrokkene onevenredig bezwarend zijn als betrokkene het geschil over de uitoefening van de in titel 5.2 Awb bedoelde bevoegdheden in en voor een tuchtrechtelijk onderzoek via een beroepsprocedure bij de burgerlijke rechter aan de orde zou moeten stellen naast de procedure bij de tuchtrechter. Het hof komt tot het oordeel dat de aard van de toezichthoudende taken en bevoegdheden van de deken in de weg staan aan het overdragen van deze taken en bevoegdheden aan iemand die niet ondergeschikt is aan de deken en waarbij niet is gewaarborgd dat de taken en bevoegdheden die de deken als wettelijk aangewezen toezichthouder moet uitoefenen binnen zijn invloedssfeer blijven, zoals in dit geval is gebeurd. Daarbij komt dat in ieder geval de grondslag voor de overdracht van de zaak in dit geval ook zodanig onduidelijk en gebrekkig is geweest, dat het rechtszekerheidsbeginsel is geschonden. Het dekenbezwaar moet niet-ontvankelijk worden verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:85 Hof van Discipline 's Gravenhage 230129H3

    Herzieningsverzoek van (tweede) herzieningsbeslissing naar aanleiding van een beslissing van het hof op grond van artikel 13 Advw niet-ontvankelijk. Het herzieningsverzoek is feitelijk een verkapt hoger beroep, en daarvoor is het middel van herziening niet bedoeld. Misbruik van recht.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:61 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-467/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Verweerster heeft rauwelijks geprocedeerd door slechts drie dagen nadat op een door haar geïnitieerd kort geding was beslist, over te gaan tot het verzoeken van nieuwe voorlopige voorzieningen. Geen de-escalerend optreden. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:68 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-062/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft namens het CJIB met klagers advocaten gecorrespondeerd. De klacht over die correspondentie is voor een groot deel te laat en daarom niet-ontvankelijk. De klacht over de laatste brief is op tijd. De klacht daarover is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:62 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-640/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder heeft in een brief aan klager te stellige en niet onderbouwde verwijten opgenomen. Hij heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de juistheid van die verwijten, terwijl hij dat (gezien de aard van de verwijten) wel had moeten doen. Verweerder heeft klager daarbij aansprakelijk gesteld voor de schade en bedragen gevorderd voor zaken die geen logisch verband houden met de verwijten en die niet zijn onderbouwd. In een latere aanmaning worden weer andere posten gevorderd, eveneens niet onderbouwd. Verweerder heeft ook klagers eenmanszaak aangeschreven en die entiteit als werkgever aansprakelijk gesteld, terwijl de verwijten geen enkel verband houden met deze entiteit. Verweerder had er bovendien bekend mee kunnen zijn dat klager werd bijgestaan door een advocaat, mar heeft de brieven desondanks direct naar klager gestuurd. Onzorgvuldig handelen. De bijzondere omstandigheden van het geval maken dat volstaan wordt met een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:69 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-086/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 1 onder a van de Advocatenwet.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:63 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-653/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een arbeidsconflict. Verweerster mocht de managementversie van het belastbaarheidsonderzoek (zonder toestemming van klager) gebruiken in het kort geding. Verweerster mocht in het kader van de procedure bij het UWV en als belangenbehartiger van de werkgever ook kennisnemen van de volledige/medische versie van het rapport. Geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:70 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-859/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening door de eigen advocaat in een arbeidsrechtelijke kwestie. Verweerder heeft geprobeerd om klaagster de kwestie zelf op te laten lossen met haar werkgever. Klaagster heeft steeds ingestemd met die aanpak. Daarbij heeft verweerder haar voldoende begeleid. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:64 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-679/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een geschil over verkoop van de echtelijke woning. Verweerster heeft klager in een langlopend dossier onvoldoende meegenomen in de door haar gekozen strategie. Zij heeft hem onvoldoende schriftelijk op de hoogte gebracht van de gemaakte keuzes, kansen en risico’s. Ook heeft zij het dossier, met name in het laatste half jaar dat zij nog voor klager optrad, onvoldoende voortvarend opgepakt en heeft zij onvoldoende oog gehad voor klagers duidelijke wens om te gaan procederen over de kwestie. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:65 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-034/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke kwestie. Verweerder heeft klager mogen mededelen dat hij namens de ex-partner een verzoek tot verkrijging van het eenhoofdig gezag over de kinderen zal gaan indienen. Verweerder heeft niet hoeven reageren op de e-mails van klager of diens verzoek om een bespreking op zijn kantoor. Niet gebleken dat verweerder de datumlijst heeft aangepast. Klacht kennelijk ongegrond.