Zoekresultaten 581-590 van de 1634 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:232 Hof van Discipline 's Gravenhage 250291

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. Voor de procedure die klaagster wil voeren is verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat niet noodzakelijk. Het betreft een arbeidsrechtelijke procedure.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:160 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-377/DB/ZWB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:247 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-446/AL/MN

    Erfrechtelijk geschil. Gedragsregel 15 is naar het oordeel van de raad niet van toepassing omdat geen sprake is (geweest) van een advocaat-cliënt relatie tussen klager en verweerster. Klager is ook geen cliënt geworden doordat verweerster de broer van klager is gaan bijstaan die erfgenaam en vereffenaar was in de nalatenschap van hun moeder. Niet verweerster was de vereffenaar, zij stond haar cliënt in genoemde dubbele hoedanigheid bij. Uit de stukken is de raad gebleken dat verweerster bij haar optreden als advocaat van de broer van klager voldoende oog heeft gehad voor de belangen van klager als wederpartij/schuldeiser. Op grond van de wet moet een vereffening voltooid zijn voordat een nalatenschap kan worden verdeeld. Dat die vereffening van invloed is op de omvang van de nalatenschap is evident, maar niet is gebleken dat verweerster bij het doen van de voorstellen aan klager tot vereffening onvoldoende rekening heeft gehouden met de gerechtvaardigde belangen van klager. Haar cliënt en klager verschilden op een punt, de rente, van mening. Als advocaat verdedigde zij het belang van haar cliënt, maar zij probeerde ook een oplossing te zoeken en deed daartoe voorstellen. Daarbij heeft zij geen grenzen overschreden. Evenmin is gebleken dat verweerster zich anderszins onbetamelijk heeft gedragen richting klager. Verweerster heeft ook voldoende voortvarend en doelmatig opgetreden namens haar cliënt. Van het onredelijk uitoefenen van druk op klager door verweerster is geen sprake geweest. Haar e-mails zijn in neutrale bewoordingen opgesteld met daarin een feitelijk juiste weergave van het standpunt van haar cliënt. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:161 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-332/DB/ZWB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:248 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-665/AL/OV

    voorzittersbeslissing. Verweerder heeft opgetreden voor een gemeente als wederpartij van klager en zijn advocaat (samen klagers). Op enig moment heeft verweerder de zaak voor het treffen van executiemaatregelen overgedragen aan een kantoorgenoot. Uit de stukken is niet gebleken dat verweerder daarbij betrokken is geweest. Verweerder is bovendien niet verantwoordelijk voor gedragingen van zijn collega. Klacht ongegrond

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:231 Hof van Discipline 's Gravenhage 250296

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Klager heeft aan de deken te kennen gegeven die eigen bijdrage niet te willen betalen, dus de deken heeft het verzoek op goede gronden afgewezen. Het hof overweegt in dit verband dat het in artikel 6, eerste lid, van het EVRM neergelegde recht op toegang tot een rechter niet absoluut is, maar aan verschillende beperkingen, waaronder financiële, mag worden onderworpen. Dergelijke beperkingen mogen het recht op toegang tot de rechter niet in essentie aantasten, maar moeten een gerechtvaardigd doel dienen en moeten proportioneel zijn aan dat doel. Het Nederlandse wettelijk systeem, waaronder het betalen van een eigen bijdrage, is daarmee niet in strijd (vgl. ABRvS 11 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1243 en HvD, 20 maart 2017, ECLI:NL:TAHVD:2017:52). Dit systeem levert ook geen schending van enige andere verdragsbepaling op (zie HvD 8 mei 2018 ECLI:NL:TAHVD:2018:79).

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:209 Raad van Discipline Amsterdam 25-530/A/A

    Klacht over de advocaat van de wederpartij is deels kennelijk niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang voor klager. Naar het oordeel van de voorzitter kan niet worden vastgesteld of klager gemachtigd is om mede namens P de klacht in te dienen. Het overige klachtonderdeel is kennelijk ongegrond, nu niet is gebleken dat verweerster klager ten onrechte zou hebben beschuldigd van het vervalsen van een brief, noch dat zij op enige andere wijze de grenzen van de aan haar als advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid zou hebben overschreden.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:156 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-309/DB/LI

    Raadbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerder in strijd heeft gehandeld met gedragsregel 15. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:157 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-616/DB/LI/D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar doordat hij heeft verzuimd om zorg te dragen voor continuïteit en bereikbaarheid van zijn praktijk gedurende zijn afwezigheid wegens vakantie, ook voor de deken niet goed bereikbaar was en geen gevolg heeft gegeven aan herhaalde informatieverzoeken van de deken en met de deken gemaakte afspraken. Verder is de (financiële) continuïteit van verweerders praktijk niet gewaarborgd en is in het e-mailadres en de URL van de website die verweerders kantoor gebruikt, het woord “advocaten” vermeld terwijl verweerder een solopraktijk heeft. Mede gelet op tuchtrechtelijk verleden: schorsing 12 weken.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:158 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-508/DB/LI/D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft verzuimd om behoorlijk medewerking te verlenen aan het opgelegde coachingstraject en heeft de schorsingsvoorwaarden niet nageleefd door zich niet te onttrekken uit lopende zaken. Mede gelet op tuchtrechtelijk verleden: schrapping.