Zoekresultaten 1-50 van de 2360 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:328 Hof van Discipline 's Gravenhage 260454

    Klacht over de deken (artikel 46c lid 5 Advocatenwet) niet verwezen. Het klachtrecht is niet bedoeld om te klagen over procedurele beslissingen die een deken tijdens het klachtonderzoek neemt, zoals het toelaten van stukken of het voeren van regie.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:327 Hof van Discipline 's Gravenhage 260331

    Klacht over deken niet verwezen op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. De klacht van klager houdt in dat de deken de klachten van klager over (juristen van) DAS rechtsbijstand ten onrechte niet in behandeling neemt. De voorzitter schaart zich achter de reactie van de deken. Het tuchtrecht zoals beschreven in de Advocatenwet is alleen van toepassing op advocaten. Er is daarom geen grondslag voor een onderzoek door de deken naar juristen werkzaam bij DAS. De voorzitter wijst het verzoek tot verwijzing dan ook af.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:226 Raad van Discipline Amsterdam 26-733/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke kwestie. Het stond verweerster vrij om namens en in het belang van haar cliënte via de advocaat van klager op de e-mail van klager te reageren en om een BRP-uittreksel bij de gemeente op te vragen. Niet gebleken dat verweerster op enigerlei wijze misbruik heeft gemaakt van haar geheimhoudingsplicht. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:227 Raad van Discipline Amsterdam 26-736/A/NH 26-737/A/NH

    Voorzittersbeslissingen; klacht over verweerders in hun hoedanigheid van curators. Verweerders wordt het schenden van de geheimhoudingsplicht verweten. Het is de voorzitter niet gebleken dat verweerders met de door klagers genoemde handelingen het vertrouwen in de advocatuur hebben geschaad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:228 Raad van Discipline Amsterdam 26-741/A/NH

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over een deken. Naar het oordeel van de voorzitter is het indienen van de klachtzaak vier maanden na het verstrijken van de termijn voor het betalen van het griffierecht niet zodanig laat dat verweerder (als deken) daarmee het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:229 Raad van Discipline Amsterdam 26-744/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij. Verweerder heeft in zijn bijstand aan de verhuurder tegenover klager de grenzen van het betamelijke niet overschreden. De verzonden sommatiebrieven zijn aan te merken als in de advocatuur gebruikelijke sommatiebrieven en bevatten geen bewoordingen die tuchtrechtelijk ontoelaatbaar zijn dan wel als juridisch bedreigend of anderszins als ongepast kunnen worden aangemerkt. Verder was verweerder niet verplicht aan klager de interne klachtenregeling toe te zenden; die is bedoeld voor de eigen cliënten. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:326 Hof van Discipline 's Gravenhage 260326

    Klacht over deken niet verwezen op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Klager is het niet eens is met de aanwijzingsbeslissing van de deken voor zover deze inhoudt dat de aangewezen advocaat dominus litus is en daarmee de leiding in de zaak heeft. De voorzitter wijst erop dat de mogelijkheid de deken te verzoeken een advocaat aan te wijzen een aanvullende voorziening is voor het geval de rechtzoekende niet op eigen initiatief een advocaat weet te vinden die bereid is hem of haar bijstand te verlenen. Deze aanvulling op de in beginsel vrije advocaatkeuze maakt dat de deken een ruime beleidsvrijheid toekomt bij het aanwijzen van een advocaat. Die ruime beleidsvrijheid brengt ook mee dat de deken niet gehouden is de advocaat te verplichten iedere door een klager gewenste procedure te voeren. Het hof dan wel de voorzitter kan hierin niet interveniëren. Verder is een klacht over een deken geen middel is om de inhoud van een dekenvisie over de klacht tegen een andere advocaat ter discussie te stellen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:225 Raad van Discipline Amsterdam 26-718/A/NH

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de eigen advocaat in een familiezaak. Het is de voorzitter niet gebleken dat verweerder klager geen effectieve bijstand heeft verleend.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:121 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-453/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Samenhang met beslissing op dekenbezwaren 25-010 en 26-663/DB/ZWB/D. Verweerder had klaagsters aansprakelijkstelling op korte termijn moeten doorgeleiden naar de verzekeraar. Verweerder heeft dit ondanks herhaalde verzoeken van klaagster en van de deken geweigerd en daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Verder staat vast dat zowel klaagster als de deken, althans de stafjurist namens de deken, verweerder meermaals hebben verzocht om de aansprakelijkstelling door te geleiden aan de verzekeraar en de doorzending te bevestigen aan klaagster en de deken. Verweerder heeft dit geweigerd. Ook heeft verweerder, ondanks uitdrukkelijk verzoek van de deken, niet gereageerd op de door klaagster ingediende klacht. Gegrond. Voorwaardelijke schorsing van twee weken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:240 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-678/DH/DH 26-680/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een civielrechtelijk geschil. Niet gebleken dat verweerder zich onnodig kwetsend heeft uitgelaten over klager of bewust onjuiste informatie heeft verstrekt. Klachten kennelijk ongegrond. Misbruik van recht-bepaling.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:117 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-009/DB/ZWB

    Raadbeslissing. Samenhang met beslissing op dekenbezwaren 25-010 en 26-663/DB/ZWB/D. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft een deel van de opbrengst van de woning verrekend met zijn eigen declaratie, zonder dat klaagster daarvoor toestemming heeft gegeven. Verweerder heeft klaagster niet geïnformeerd over de verrekening, de hoogte van de declaratie en welke werkzaamheden in rekening zijn gebracht. Verweerder heeft een deel van de opbrengst van de woning ter beschikking gesteld aan klaagsters ex-echtgenoot voor het inrichten van zijn nieuwe woning en het oprichten van een onderneming, zonder dat klaagster daarvoor toestemming heeft gegeven. Verweerder heeft de belangen van klaagsters ex-echtgenoot zwaarder laten wegen dat de belangen van klaagster. Verweerder heeft klaagster onvoldoende geïnformeerd over de voortgang van de schuldenafwikkeling en heeft klaagster niet betrokken bij de beslissingen. Verweerder heeft verzoeken van klaagster en de gemeente om het dossier over te dragen aan de gemeente genegeerd. Niet gebleken dat verweerder heeft gebankierd met zijn derdengeldenrekening, in zoverre ongegrond. Verweerder heeft gedurende lange periode de belangen van klaagster in zeer ernstige mate veronachtzaamd en het vertrouwen in de advocatuur geschaad. De raad stelt voorts vast dat verweerder gedurende de behandeling van de klacht, die onder meer ziet op het verrekenen van derdengelden zonder toestemming, nog twee keer is overgegaan tot het verrekenen van aan klaagster (en de heer A) toekomende derdengelden. Daarnaast heeft verweerder ter zitting van de raad van 31 augustus 2026 verklaard dat hij zich op 27 augustus 2026 heeft teruggetrokken als bestuurder van de Stichting Derdengelden, met als gevolg dat klaagsters advocaat geen zeggenschap meer heeft over aan klaagster (en de heer A) toekomende derdengelden. Op grond van de ernst van het vastgestelde tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen en het feit dat verweerder reeds meerdere malen tuchtrechtelijk is veroordeeld acht de raad oplegging van een schorsing voor de duur van zes weken passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:241 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-681/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht vormt deels een herhaling van een klacht van een derde, van wie klaagster de assistente is. De klacht is in zoverre kennelijk ongegrond en kennelijk niet-ontvankelijk onder verwijzing naar dat eerdere oordeel. Geen sprake van een schending van gedragsregel 7. Ook in zoverre is de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:118 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-010/DB/ZWB/D 26-663/DB/ZWB/D

    Raadsbeslissing. Samenhang met beslissing op klachten 25-009 en 26-453/DB/ZWB. Gegrond bevonden tuchtrechtelijke verwijten ter zake van het optreden van verweerder tijdens zijn piketdienst, het optreden van verweerder in het schuldbemiddelingstraject van mevrouw Z en de daarmee samenhangende klacht, het optreden van verweerder bij de afwikkeling van de (klacht-)zaak van mevrouw G, de communicatie met en het verlenen van medewerking aan onder andere de deken en de naleving van de regelgeving ter zake derdengelden. De in de onderhavige dekenbezwaren gegrond bevonden tuchtrechtelijke verwijten rechtvaardigen oplegging van een zware maatregel. Verweerder heeft gedurende lange periode en op meerdere manieren het vertrouwen in de advocatuur geschaad. De raad is van oordeel dat de door verweerder geschetste persoonlijke omstandigheden geen rechtvaardiging vormen voor de gegrond bevonden tuchtrechtelijke verwijten. Verweerders handelwijze is temeer verwijtbaar omdat hem eerder, na de behandeling van het dekenbezwaar op 24 februari 2025, uitdrukkelijk de gelegenheid is geboden zijn gedrag te verbeteren en hij heeft toegezegd dat ook te zullen doen. Van de beloofde verbetering is echter niet gebleken, terwijl verweerder met zijn houding ter zitting van de raad er geen blijk van heeft gegeven het laakbare van zijn handelen daadwerkelijk in te zien. Gelet op de samenhang met de klachten in de klachtzaken 26-453/DB/ZWB en 25-009/DB/ZWB, waarin door de raad bij beslissingen van vandaag aan verweerder een voorwaardelijke schorsing voor de duur van twee weken respectievelijk een onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van zes weken worden opgelegd, zal de raad in de onderhavige beslissing op de dekenbezwaren volstaan met oplegging van een schorsing voor de duur van 26 weken, waarvan 13 weken voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:242 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-135/DH/DH

    Herstelbeslissing behorend bij ECLI:NL:TADRSGR:2026:214

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:119 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-256/DB/ZWB

    26-256/DB/ZWB

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:120 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-511/DB/LI

    Raadbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening grotendeels gegrond. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat hij op grove wijze is tekort geschoten in de belangenbehartiging van en de communicatie met klaagster. Aldus heeft verweerder niet gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Verweerder heeft bij klaagster een bedrag van € 1.500,- in rekening gebracht, terwijl onduidelijk is gebleven welke werkzaamheden hij voor klaagster heeft verricht. Gelet daarop zal aan verweerder een voorwaardelijke geldboete van € 3.000,- worden opgelegd, met als bijzondere voorwaarde dat verweerder een bedrag van € 1.500,- aan klaagster betaalt. Indien verweerder dat bedrag niet, of niet tijdig, aan klaagster heeft betaald, zal verweerder alsnog de geldboete moeten betalen. De raad gaat ervan uit dat verweerder het zover niet laat komen en zijn verantwoordelijkheid richting klaagster neemt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:220 Raad van Discipline Amsterdam 26-060/A/A

    Raadsbeslissing; ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:221 Raad van Discipline Amsterdam 25-901/A/A

    Raadsbeslissing; verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:222 Raad van Discipline Amsterdam 26-182/A/A

    Raadsbeslissing; verweerster heeft in haar brief aan klager vermeld dat haar cliënte, wanneer beslag niet mogelijk zou zijn omdat klager zijn bezittingen elders heeft ondergebracht, de publiciteit zal zoeken over de wijze waarop klager haar cliënte heeft benadeeld. Door op deze wijze te dreigen met media-aandacht heeft verweerster de belangen van klager op ontoelaatbare wijze geschaad. Verweerster heeft zodoende gehandeld in strijd met de wijze waarop een advocaat zich tegenover de wederpartij bij de behartiging van de belangen van zijn cliënt behoort te gedragen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:324 Hof van Discipline 's Gravenhage 250326W

    Wrakingsverzoek. Aanvullende wrakingsgrond in repliek over het proces-verbaal (nog) tijdig ingediend, maar ongegrond. Het proces-verbaal is minder gedetailleerd dan de weergave van verzoekster, maar verschilt inhoudelijk weinig. Ook de overige wrakingsgronden zijn ongegrond nu zij met name gaan over de wijze waarop de voorzitter de regie heeft gevoerd op de zitting. Verzoekster heeft een onjuiste opvatting over hoor en wederhoor op de zitting. Hoor en wederhoor betreft het debat tussen partijen, niet een debat tussen één partij en het hof. Ook heeft verzoekster een verkeerd beeld van de wijze waarop een rechter de feiten vaststelt. De (tucht)rechter onderzoekt niet zelf actief wat de feiten zijn, maar hij stelt feiten vast op basis van wat partijen aanvoeren en wat door partijen als bewijs wordt aangevoerd. De (tucht)rechter is geen onderzoeksrechter. Verzoekster heeft tijdens de zitting over het wrakingsverzoek twee wrakingsverzoeken ingediend, die zijn afgewezen. Beide verzoeken kwamen er in de kern op neer dat de zitting niet verliep zoals verzoekster wenste en zagen dus op de gang van zaken op zitting. Omdat verzoekster elke keer een verzoek tot wraking indient om haar zin door te drijven over de regie op de zitting is sprake van misbruik van recht en bepaalt de wrakingskamer dat een volgend wrakingsverzoek in de hoofdzaak niet in behandeling wordt genomen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:223 Raad van Discipline Amsterdam 26-714/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft in 2021 een medische verklaring gebruikt, ten aanzien waarvan in 2025 door het medisch tuchtcollege is geoordeeld dat de betreffende arts die niet had mogen afgeven. Dat betekent echter niet dat verweerster in 2021 tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Van misleiding en belangenverstrengeling is ook geen sprake. Die klachtonderdelen worden kennelijk-ongegrond verklaard. De overige klachtonderdelen zien op de verhouding tussen verweerster en haar cliënte, niet zijnde klaagster, en in die verhouding komt klaagster geen klachtrecht toe, zodat die klachtonderdelen kennelijk-niet ontvankelijk worden verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:217 Raad van Discipline Amsterdam 26-691/A/A

    voorzittersbeslissing. Verweerder heeft aanvankelijk samen met de primaire behandelaar de zaak van klager gedaan. Na overstap van de primaire behandelaar heeft deze het dossier meegenomen. Het was aan die advocaat om klager daarover te informeren. Verdere klacht is te laat ingediend en daarmee niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:325 Hof van Discipline 's Gravenhage 250255

    Klacht over (voormalig) eigen advocaat. Raad verklaart deels gegrond, maar legt geen maatregel op aangezien verweerder is getroffen door een hersenbloeding en al is uitgeschreven van het tableau. Hof constateert dat datgene dat zijdens verweerder is aangevoerd niet als namens hem kan worden aangemerkt zodat het ervoor gehouden wordt dat geen verweer is gevoerd. Volgt bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:224 Raad van Discipline Amsterdam 26-720/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. In een arbeidsrechtelijk geschil tussen klaagster en haar werkgever werd de werkgever bijgestaan door verweerder. Klaagster werd bijgestaan door haar eigen advocaat. Het geschil is, na onderhandelingen, geëindigd in een vaststellingsovereenkomst. Klaagster verwijt verweerder dat hij daarbij onvoldoende met de belangen van klaagster rekening heeft gehouden. De voorzitter van de raad is van oordeel dat verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt, nu hij niet de belangen van klaagster behartigde maar die van de werkgever. Klaagster had zelf een advocaat die haar belangen behartigde. Dat, zoals klaagster lijkt te stellen, de werkgever de afspraken uit de vaststellingsovereenkomst niet goed nakomt, kan verweerder niet worden aangerekend of verweten. De klacht wordt kennelijk-ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:218 Raad van Discipline Amsterdam 26-709/A/A

    voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter mocht verweerder afgaan op de van zijn cliënte ontvangen feitelijke informatie zoals hij dat heeft gedaan. Klaagster of haar advocaat heeft tegen vermeende onjuiste feiten en standpunten verweer kunnen voeren in de verschillende procedures. Het behoort verder niet tot de taak van de tuchtrechter om over de juistheid van standpunten in een civielrechtelijk geschil een oordeel te geven. Dat is voorbehouden aan de civiele rechter, tenzij duidelijk is dat de verwerende advocaat de in de beslissing genoemde maatstaf heeft overtreden. Daarvan is de voorzitter echter niet gebleken. Deels kennelijk ongegrond, deels niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:219 Raad van Discipline Amsterdam 25-900/A/A

    Raadsbeslissing; verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:239 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-504/DH/DH

    Voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij van klager in een familierechtelijk geschil. Als partijdige belangenbehartiger van haar cliënte heeft verweerster in haar stukken de standpunten van haar cliënte verwoord, zonder daarbij de gerechtvaardigde belangen van klager uit het oog te verliezen. De door verweerster gebruikte bewoordingen zijn binnen de context van het al jaren gevoerde debat tussen partijen en de opstelling van klager daarbij, naar het oordeel van de voorzitter functioneel en niet grievend geweest. Dat klager dat wel zo heeft ervaren, maakt dat nog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Van schending van de gedragsregels 26 en 27 is de voorzitter niet gebleken. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:322 Hof van Discipline 's Gravenhage 260433

    Afwijzing verzoek tot verwijzing (artikel 46c lid 5 Advocatenwet). Uit de toelichting van klaagster op haar klacht over de deken leidt de voorzitter af dat deze klacht betrekking heeft op de wijze waarop de deken de klacht van klaagster over mr. Van der V in onderzoek heeft. Het klachtrecht is evenwel niet bedoeld om te klagen over procedurele beslissingen die een deken tijdens een klachtonderzoek neemt en/of de wijze waarop de deken zijn onderzoek uitvoert. Klaagster kan, na afronding van het klachtonderzoek door de deken en na betaling van het griffierecht, haar klacht over mr. Van der V laten toetsen door de raad van discipline. Binnen de kaders van die procedure kan klaagster al haar bezwaren over het klachtonderzoek door de deken en de daarin door de deken genomen procedurele beslissingen onder de aandacht van de raad van discipline brengen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:323 Hof van Discipline 's Gravenhage 250439W

    Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond. Misbruik van recht. De wrakingskamer oordeelt dat de enkele stelling van verzoeker dat de rechterlijke onpartijdigheid schade lijdt omdat verweerders in eerdere zaken mogelijk onwelgevallige beslissingen hebben genomen, geen uitzonderlijke omstandigheid is die een zwaarwegende aanwijzing oplevert dat verweerders ten opzichte van verzoeker vooringenomenheid koesteren, noch dat de bij verzoeker kennelijk bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Gelet op de lichtvaardige wijze waarop verzoeker (wederom) het wrakingsmiddel heeft ingezet, bepaalt de wrakingskamer met toepassing van artikel 7.3 van het wrakingsprotocol dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in deze zaak wegens misbruik van recht niet in behandeling wordt genomen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:232 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-730/DH/NH/W

    Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:226 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-124/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft de belangen van klagers op onnodige en ontoelaatbare wijze geschaad door hen in openbare Facebookreacties met vermelding van hun namen te beschuldigen van het misleiden van haar cliënt en het verduisteren van het festivalgeld. Verweerster heeft haar beschuldigingen gepresenteerd als de waarheid, terwijl zij daarvoor geen bewijs had en terwijl de toon van de berichten in de Facebookgroep, geplaatst door de gedupeerden, al verhit was en haar client al was bedreigd. Verweerster had terughoudender moeten handelen. Onvoldoende reflectie. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:233 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-830/DH/A/W

    Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:227 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-569/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Het stond verweerder vrij om in het belang van zijn cliënte te verzoeken om de vaststelling van een hogere kinderalimentatie. Verweerders cliënte was daartoe ook gehouden op basis van de Participatiewet. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:116 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-211/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een huurrechtelijk geschil. Verweerder heeft de inhoud van vertrouwelijke schikkingsonderhandelingen gedeeld met de rechter, terwijl hij daarvoor geen toestemming had. Ook heeft verweerder zich onnodig kwetsend uitgelaten over verweerster en woonwagenbewoners. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:196 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-142/AL/MN

    Eigen advocaat. De raad heeft geoordeeld dat verweerder zijn cliënt onvoldoende (schriftelijk) heeft geïnformeerd over onder andere de te volgen strategie, de proceskansen en de kosten. Hij heeft daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Gelet op de ernst van dit handelen en nalaten en rekening houdend met de omstandigheid dat verweerder onvoldoende inzicht in het verwijtbare van zijn handelen lijkt te hebben, is de raad van oordeel dat de oplegging van een berisping passend en geboden is.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:234 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-594/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door het adres van klager te delen met zijn cliënte. Verweerder heeft ten opzichte van zijn cliënte een informatieplicht en in dat kader was hij gehouden om zijn cliënte van informatie over het geschil met klager te voorzien en om de stukken die daarover gaan aan haar te verstrekken. Niet gebleken dat verweerder redelijkerwijs bekend was of had kunnen zijn met omstandigheden op grond waarvan hij bepaalde informatie, waaronder het adres van klager, niet aan zijn cliënte bekend had mogen maken. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:228 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-573/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Verweerder heeft erkend dat hij onjuiste informatie heeft verstrekt, maar heeft zich voldoende ingespannen om dat recht te zetten. Verweerder heeft een gespreksverslag opgesteld door zijn cliënt niet gepresenteerd alsof dit door de omgangsbegeleider is opgesteld. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:222 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-549/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel heeft verweerder de belangen van klager op zorgvuldige partijdige wijze behartigd en ook goed met klager gecommuniceerd. Uit de stukken is niet gebleken dat de bijstand door verweerder aan klager ondermaats is geweest. Vast staat dat klager concept processtukken heeft ontvangen en stukken aan verweerder heeft gestuurd. Het was de keuze van verweerder om te bepalen welke relevante opmerkingen en stukken in de procedure werden gebruikt. Dat klager op enig moment bezwaar heeft gemaakt tegen het gebruik van zijn medische informatie, is de voorzitter uit de stukken niet gebleken zodat verweerder erop mocht vertrouwen dat hij de medische stukken van klager met diens instemming in het geding mocht brengen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:197 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-664/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:235 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-599/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klager heeft bij de deken 13 klachten ingediend over verweerster (de advocaat van zijn ex-partner), waarvan klager er twee aan de tuchtrechter heeft voorgelegd. Deze klachten zijn kennelijk ongegrond en kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Deze nieuwe klacht is eveneens kennelijk niet-ontvankelijk vanwege strijd met de beginselen van een behoorlijke procesorde.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:229 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-591/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de advocaat in een internationale echtscheidingskwestie kennelijk ongegrond. Niet is vast te stellen dat verweerster ondeskundig verweer heeft gevoerd. Ook is niet gebleken van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen rondom het verzoek om een tolk. Verweerster heeft voldoende voortvarend gehandeld in het melding maken van de aansprakelijkstelling bij haar verzekeraar.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:223 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-558/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klaagster verwijt verweerder dat hij onder valse voorwendselen een uittreksel uit de BRP van de gemeente heeft verkregen. Verweerder mocht afgaan op de juistheid van de informatie van zijn cliënte. Van het onder valse voorwendselen opvragen van een uittreksel uit de BRP is dan ook niet gebleken. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:198 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-756/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart de klacht kennelijk niet-ontvankelijk wegens misbruik van klachtrecht.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:236 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-610/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een geschil binnen een VVE. Klacht deels niet-ontvankelijk vanwege verwevenheid met eerder door klager ingediende klacht. Van klager kon redelijkerwijs verlangd worden dat hij de klacht tegelijk met de eerste klacht had ingediend. De beginselen van een behoorlijke procesorde staat in de weg aan een inhoudelijke behandeling van dit deel van klacht. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond. Verweerder mocht zich bij zijn uitlatingen baseren op de informatie die hij van het bestuur van de VVE kreeg.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:230 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-740/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verwijt is dat de advocaat een toezegging tot (gedeeltelijke) creditering niet nakomt. De voorzitter kan niet vaststellen dat verweerder een onvoorwaardelijke toezegging heeft gedaan. Verweerder heeft in 2025 aangeboden de helft van het bedrag te crediteren, onder de voorwaarde van finale kwijting, maar klaagster is niet akkoord gegaan. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:224 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-561/DH/DH

    Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure kennelijk ongegrond wegens gebrek aan onderbouwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:237 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-636/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een civiele procedure. Het stond verweerder vrij om namens zijn cliënt een ontvankelijkheidsverweer (exceptio plurium consortium) te voeren. Niet gebleken dat verweerder bewust onjuiste informatie heeft verstrekt. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:231 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-644/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een arbeidszaak. De klacht ziet er met name op dat klager niet goed is geïnformeerd, dat hij het niet goed heeft begrepen en dat hij geen toestemming heeft gegeven voor de (ter zitting bereikte) schikking. De voorzitter is niet gebleken dat klager ten tijde van de zitting niet goed is geïnformeerd of niet met de schikking heeft ingestemd. Verweerder heeft wel aanspraak gemaakt op het loon in de tussenliggende periode. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:225 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-705/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:238 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-643/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een kort geding. De klacht ziet op verweerders stellingname in de (concept) kort geding dagvaarding. De (grotendeels) feitelijke discussie is ter beoordeling aan de civiele rechter. Niet gebleken dat verweerder bewust onjuiste informatie heeft verschaft. Kennelijk ongegrond.