Zoekresultaten 11-20 van de 2045 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:113 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-075/AL/OV
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:113
Na een gegrond verzet heeft de raad de klacht inhoudelijk als volgt beoordeeld. Verweerder wist van zijn cliënte dat klager in een andere procedure tegen zijn cliënte een verklaring van mevrouw M had overgelegd. Volgens zijn cliënte had mevrouw M met die verklaring haar geheimhoudingsbeding als ex-werknemer van cliënte geschonden. Naar het oordeel van de raad mocht verweerder - als niet betrokken advocaat - op verzoek van zijn cliënte rechtstreeks aan mevrouw M vragen naar de echtheid van die verklaring en had hij haar daarbij ook mogen wijzen op de mogelijke schending van het geheimhoudingsbeding. Dat laatste heeft verweerder echter niet in zijn brief van 1 maart 2024 aan mevrouw M genoemd. In plaats daarvan heeft hij mevrouw M gewezen op de onjuistheid van haar verklaring, haar aansprakelijk gesteld voor mogelijke schade voor zijn cliënte en daarbij ook mogelijke serieuze strafrechtelijke gevolgen genoemd. Een advocaat kan zich niet verschuilen achter een van zijn cliënt verkregen opdracht. Verweerder had ook rekening te houden met de gerechtvaardigde belangen van klager bij die verklaring en de belangen van mevrouw M. Met de toonzetting van zijn brief, die onnodig door de deurwaarder aan mevrouw M is betekend, is verweerder de grenzen van het betamelijke te buiten gegaan. Ook al was verweerder niet als advocaat bij die andere procedure betrokken, had hij gelet op de strekking van gedragsregel 22, die mogelijke getuige niet op deze wijze mogen benaderen. Dat is geen gedrag dat een advocaat betaamt. Het verwijt dat verweerder zich meermaals aan belangenverstrengeling schuldig heeft gemaakt, is de raad uit de stukken niet gebleken. Niet is komen vast te staan dat sprake is geweest van een advocaat-cliënt relatie of dat verweerder de grenzen van het betamelijke hierin heeft overschreden. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:114 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-662/AL/NN
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:114
De raad heeft geoordeeld dat verweerder op verschillende momenten niet heeft voldaan aan zijn informatieplicht en onvoldoende duidelijk met klager, zijn cliënt, heeft gecommuniceerd. Gelet op de ernst van dit handelen en omdat verweerder al eerder door de raad is veroordeeld, wordt aan verweerder een berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:146 Hof van Discipline 's Gravenhage 240358
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:146
Klacht tegen advocaat wederpartij. Klaagster verwijt verweerder dat hij in strijd met gedragsregel 15 heeft gehandeld door zowel voor haar als (voormalig) cliënte van verweerder als voor de wederpartij op te treden in een geschil tussen hen beiden. De raad heeft geoordeeld dat de advocaat van klaagster (als voldoende gelijkwaardige partij) op uitdrukkelijke en ondubbelzinnige wijze namens klaagster heeft ingestemd met de bemiddeling door verweerder tussen klaagster en de wederpartij (gedragsregel 15 lid 4), Klaagster heeft in hoger beroep met name bezwaren gericht tegen het gedeeltelijk buiten behandeling laten door de raad van haar oorspronkelijk bij de deken ingediende klacht en heeft verzocht om terugwijzing naar de raad. Het hof ziet geen aanleiding om de zaak terug te wijzen naar de raad en beslist op de klacht zoals die bij de raad is voorgelegd. De in het beroepschrift geformuleerde beroepsgronden bevatten geen grief tegen het inhoudelijk oordeel van de raad, zodat dit (in beginsel) vast staat. Voorzover klaagster heeft bedoeld het hoger beroep eveneens te richten tegen de beslissing van de raad, is het hof het eens met de beslissing van de raad en bekrachtigt deze beslissing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:115 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-666/AL/OV
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:115
Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Gedragsregel 6. Gedragsregel 24. De raad verklaart de klacht over de advocaat van de wederpartij ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:147 Hof van Discipline 's Gravenhage 250259
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 11-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:147
Klacht tegen advocaat wederpartij. Klaagster verwijt verweerder onder andere dat hij de procedure tussen klaagster en zijn cliënte heeft gefrustreerd door gebruikmaking van een offensieve processtrategie, heeft gedreigd met een tuchtklacht om klaagster en diens advocaat te beletten bepaalde informatie te delen met de door de rechter benoemde deskundige, zich onnodig grievend over klaagster heeft uitgelaten en zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift. De raad heeft alle klachtonderdelen ongegrond verklaard. Het hof oordeelt dat verweerder mocht afgaan op de uitlatingen van zijn cliënte en dat niet gebleken is dat er hier reden was voor verweerder om daaraan te twijfelen. Het hof is het verder eens met de beslissing van de raad en sluit zich hierbij aan. Bekrachtiging raadsbeslissing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:55 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-231/DB/LI
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:55
Voorzittersbeslissing. Waar verweerster uitdrukkelijk heeft weersproken dat zij aan klager rechtsbijstand heeft verleend en de voorzitter dit ook niet is gebleken uit de overgelegde stukken, kan de voorzitter niet vaststellen dat verweerster klager heeft bijgestaan. Omdat niet is gebleken dat verweerster klager heeft bijgestaan, mist de klachtonderdeel 1, dat betrekking op de kwaliteit van de dienstverlening, feitelijke grondslag. Klachtonderdeel 1 is dus kennelijk ongegrond. Dat verweerster, in haar hoedanigheid van kantoordirecteur, klager heeft aangesproken op nakoming van de overeengekomen betalingsregeling, maakt niet dat verweerster het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Verweerster mocht klager namens het kantoor verzoeken tot betaling. Klachtonderdeel 2 is kennelijk ongegrond omdat niet is gebleken dat het vertrouwen in de advocatuur is geschaad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:143 Hof van Discipline 's Gravenhage 240046H
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 08-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:143
Verzoek om herziening niet-ontvankelijk. De beslissing waar verzoekster zich op heeft beroepen (ECLI:NL:TAHVD:2022:141) betrof een beklag tegen een weigering van een deken om een advocaat toe te wijzen. Voor die procedures op grond van artikel 13 Advocatenwet, waarin de positie van een klager wezenlijk anders is dan in een klachtprocedure, heeft het hof een uitzondering gemaakt. Nu het hier echter een klachtprocedure betreft tegen een andere advocaat doet de uitzondering die het hof heeft gemaakt zich niet voor.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:91 Raad van Discipline Amsterdam 25-693/A/A
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:91
Raadsbeslissing; ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:144 Hof van Discipline 's Gravenhage 250334
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 08-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:144
Voorvragen over de ontvankelijkheid en omvang van het hoger beroep. Appelverbod. Verder geldt op grond van artikel 57 lid 4 Advocatenwet dat het hof onderzoek doet op grondslag van de beslissing van de raad. Dat betekent dat de klacht niet kan worden uitgebreid in hoger beroep. Hoger beroep ontvankelijk ten aanzien van één van de in totaal vijf klachtonderdelen. Verweerder was de wederpartij van klager in een procedure met betrekking tot de onderbewindstelling van een cliënte van klager. Verweerder was de advocaat van de bewindvoerder /mentor. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat klager zijn cliënte (financieel) heeft benadeeld en is in dat verband een procedure bij de Geschillencommissie Advocatuur gestart. Klagers verwijten verweerder dat hij in die procedure standpunten heeft aangevoerd waarvan hij wist, of behoorde te weten, dat deze onjuist zijn, dan wel zaken heeft weggelaten of onjuist heeft weergegeven. De Raad van Discipline in het ressort Den Haag (hierna: de raad) heeft de klacht ongegrond verklaard. Klagers zijn het met die beslissing niet eens en zijn in hoger beroep gekomen. Het Hof van Discipline (hierna: het hof) bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:92 Raad van Discipline Amsterdam 25-904/A/A
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:92
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat is in alle onderdelen ongegrond. Het is de raad niet gebleken dat verweerster onvoldoende voortvarend zou hebben opgetreden, of dat sprake is geweest van een verkeerde uitleg aan klager of een ontbrekend inzicht van verweerster.