Zoekresultaten 1661-1670 van de 1804 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:267 Hof van Discipline 's Gravenhage 240152
- Datum publicatie: 19-12-2025
- Datum uitspraak: 19-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:267
Deze zaak betreft een klacht over het handelen van de eigen advocaat. Klager verwijt verweerder a) juridisch ondermaats te hebben gepresteerd, b) hem onvoldoende te hebben geïnformeerd en op onzorgvuldige wijze zijn werkzaamheden te hebben neergelegd, c) geen althans onvoldoende partijdigheid te hebben betracht en onvoldoende in het belang van klager te hebben gehandeld en d) niet te beschikken over een adequate klachtenregeling. Alleen klachtonderdeel b) isgegrond verklaard en aan verweerder is de maatregel van voorwaardelijke schorsing in de praktijkuitoefening voor de duur van zes weken opgelegd. Klager en verweerder komen hiertegen in beroep. Het hof acht klachtonderdeel a) en d) alsnog gegrond en legt verweerder de maatregel van schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van vier weken op.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:268 Hof van Discipline 's Gravenhage 240369
- Datum publicatie: 22-12-2025
- Datum uitspraak: 22-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:268
Klacht over advocaat van de wederpartij ongegrond. Hoewel verweerster haar woorden over klager in een e-mail aan de advocaat van klager wellicht anders had kunnen kiezen, is het hof van oordeel dat verweerster met haar opmerking over de geestelijke toestand van klager de grenzen van de vrijheid die haar als advocaat van de wederpartij toekomt bij de behartiging van de belangen van haar cliënte niet heeft overschreden. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat verweerster steeds in overleg met en met instemming van haar cliënte heeft gehandeld. Daarnaast is het hof van oordeel dat de bewoordingen in de e-mail moeten worden bezien tegen de achtergrond van het tussen klager en zijn ex-echtgenote bestaande geschil over de beëindiging van hun relatie en de zorg voor de kinderen. Tegen die achtergrond zijn de door verweerster in de e-mail gekozen bewoordingen naar het oordeel van het hof niet onbetamelijk.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:269 Hof van Discipline 's Gravenhage 240379
- Datum publicatie: 22-12-2025
- Datum uitspraak: 22-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:269
Klacht over de eigen advocaat. Bekrachtiging beslissing raad. Het hof stelt, net als de raad, voorop dat ingevolge het bepaalde in artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet voor het indienen van een klacht een vervaltermijn geldt van drie jaar vanaf het moment dat de klager heeft kennisgenomen of redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van het handelen of nalaten van de advocaat waarop de klacht betrekking heeft. Voor het aanvangen van de termijn van artikel 46g lid 1 Advocatenwet is niet van belang of klaagster het besef had dat dit handelen mogelijk klachtwaardig zou zijn (vgl. HvD 7 december 2020, ECLI:NL:TAHVD:2020:256). Het gaat om bekendheid met het feitelijke handelen. Hieruit volgt dat de vervaltermijn van drie jaar ten tijde van het indienen van de klacht al was verstreken, zoals de raad ook heeft geoordeeld. Naar het oordeel van het hof zijn geen bijzondere omstandigheden gesteld of gebleken waardoor de termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:27 Hof van Discipline 's Gravenhage 240217
- Datum publicatie: 27-02-2025
- Datum uitspraak: 14-02-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:27
Verweerster heeft haar cliënt, klager, gedurende een lange periode bewust voorgespiegeld dat zij een zaak tegen de ex-partner van klager aanhangig had gemaakt bij de rechtbank, terwijl dat niet het geval was. Vervolgens heeft verweerster klager ontraden zich bij de rechtbank te beklagen over de trage behandeling. De raad heeft verweerster hiervoor de maatregel van schrapping opgelegd, mede gelet op het proberen te verhullen van haar gedrag, het niet geven van een uitleg voor haar handelen en haar tuchtrechtelijk verleden. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:270 Hof van Discipline 's Gravenhage 240380
- Datum publicatie: 22-12-2025
- Datum uitspraak: 22-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:270
Klacht over het handelen van de advocaat van de wederpartij in een geschil over de beëindiging van het recht op bewoning van een appartement in een kasteel. De Raad van Discipline heeft de klacht, voor zover in hoger beroep nog aan de orde, ongegrond verklaard, omdat niet is gebleken dat verweerder onjuiste informatie heeft verstrekt en evenmin is gebleken dat verweerder klagers belangen onnodig of onevenredig heeft geschaad. Het hof onderschrijft het oordeel van de raad dat verweerder niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk kan worden gehouden voor hetgeen door de vereniging tijdens de verschillende zittingen naar voren is gebracht. Van belang is ook dat verweerder zelf niet bij de zittingen aanwezig was. Met betrekking tot het klachtonderdeel dat verweerder (..) door te dreigen met executie van het uitzettingsvonnis en klager aldus te dwingen tot ondertekening van een VSO met de inhoud waarvan klager uit vrije wil niet zou hebben ingestemd, is het hof van oordeel dat het niet verweerder is die druk van het klager bedreigen met uithuiszetting heeft uitgeoefend. Al om deze reden kan verweerder hiervoor niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden. Verder is het namens de vereniging gedane voorstel geen dreigement, maar een feitelijke mededeling naar aanleiding van de uitspraak van de kantonrechter waarin klager is veroordeeld het appartement binnen twee weken te ontruimen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:271 Hof van Discipline 's Gravenhage 250446
- Datum publicatie: 22-12-2025
- Datum uitspraak: 22-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:271
Het hof stelt vast dat de klacht ziet op het onderzoek van de deken in de klacht tegen mr. Van G. Klaagster is niet eens met de aanbiedingsbrief die de deken voor beoordeling van de klacht aan de Raad van Riscipline heeft gezonden. Een klacht tegen een -voormalig- deken is geen middel om de inhoud van de aanbiedingsbrief over de klacht tegen een andere advocaat ter discussie te stellen. Daarvoor is het klachtrecht niet bedoeld. Een klager kan de klacht tegen de andere advocaat, na onderzoek en betaling van het griffierecht, voorleggen aan de raad van discipline en laten beoordelen door de tuchtrechter. Klaagster heeft van die mogelijkheid ook gebruik gemaakt. De klacht over mr. van G is inmiddels afgedaan door de Raad van Discipline. Binnen de kaders van die procedure kon klaagster naar voren brengen op welke punten het onderzoek van de deken onjuist of onvolledig was en heeft zij haar klacht nader kunnen toelichten. Dat zij van mening is dat er allerlei manco’s zijn in de tuchtprocedure maakt niet dat zij achteraf kan klagen over de inhoud van de aanbiedingsbrief van de deken. Daarom zal de voorzitter de klacht tegen de -voormalig- deken niet verwijzen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:272 Hof van Discipline 's Gravenhage 240305
- Datum publicatie: 29-12-2025
- Datum uitspraak: 29-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:272
De klacht betreft een klacht tegen de eigen advocaat. Verweerder heeft de vennootschap bijgestaan en volgens klagers heeft hij haar belangen niet op deskundige en zorgvuldige wijze behartigd en buitensporig veel in rekening gebracht. Het betreft een hoger beroep van verweerder. Volgens het hof is verweerder tekortgeschoten in zijn zorgplicht en heeft hij gehandeld in strijd met de kernwaarde (financiële) integriteit. Het hof legt aan verweerder een voorwaardelijke schorsing in de uitoefening van de praktijk op voor de duur van vier weken met een proeftijd van twee jaar.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:273 Hof van Discipline 's Gravenhage 240317
- Datum publicatie: 29-12-2025
- Datum uitspraak: 29-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:273
Het betreft een klacht tegen een (voormalig) kantoorgenoot van de (voormalige) eigen advocaat van klagers. Verweerder is betrokken geraakt bij het incasseren van een vordering op klagers betreffende de fiscaal-strafrechtelijke kwestie van klagers waarin de (voormalig) eigen advocaat van klagers bijstand heeft verleend. Verweerder heeft gedreigd de bijstand aan klagers te beëindigen indien klagers achterstallige declaraties niet zouden voldoen en hij heeft zekerheden van klagers geëist ter dekking van deze declaraties. Toen de betalingen uitbleven, heeft hij rechtsmaatregelen getroffen. Volgens klagers heeft verweerder hen hiermee ernstig geïntimideerd en ontoelaatbaar onder druk gezet. Het betreft een hoger beroep van verweerder. Het hof komt – net als de raad – tot een gegrondverklaring van de klachtonderdelen en legt aan verweerder de maatregel op van een voorwaardelijke schorsing van zes weken met een proeftijd van twee jaar.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:274 Hof van Discipline 's Gravenhage 240350 240351
- Datum publicatie: 29-12-2025
- Datum uitspraak: 29-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:274
Het betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. De Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de raad) heeft geoordeeld dat verweerder niet heeft gehandeld als een behoorlijk advocaat betaamt doordat hij de gezamenlijke woning van zijn cliënte en de wederpartij niet heeft verlaten nadat hem dat verzocht was. De raad heeft aan verweerder de maatregel van waarschuwing opgelegd. Verweerder is van deze beslissing in hoger beroep gekomen. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:275 Hof van Discipline 's Gravenhage 250163
- Datum publicatie: 29-12-2025
- Datum uitspraak: 29-12-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:275
De deken verwijt verweerder in dit dekenbezwaar dat hij in strijd met de kernwaarden (financiële) integriteit en onafhankelijkheid heeft gehandeld. Met een beroep op zijn geheimhoudingsplicht heeft verweerder bij de Raad van Discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch (hierna: de raad) geen inhoudelijk verweer gevoerd. De raad heeft geoordeeld dat er in strijd is gehandeld met de kernwaarde (financiële) integriteit en heeft aan verweerder de maatregel opgelegd van schorsing voor de duur van 26 weken. In hoger beroep heeft verweerder alleen inhoudelijk verweer gevoerd tegen het bezwaar dat hij financieel niet zorgvuldig (integer) heeft gehandeld. Het oordeel van de raad dat verweerder heeft gehandeld in strijd met de kernwaarde integriteit staat daarmee vast. Het hof komt tot het oordeel dat verweerder niet zorgvuldig heeft gedeclareerd en ziet (mede gelet op het feit dat het tot een deels andere beslissing dan de raad komt) aanleiding om de maatregel te matigen in die zin dat aan verweerder de maatregel zal worden opgelegd van een schorsing voor de duur van 12 weken waarvan 6 weken voorwaardelijk.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 166
- Pagina: 167
- Pagina: 168
- ...
- Pagina: 181
- Volgende pagina zoekresultaten