Zoekresultaten 11-20 van de 1861 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:67 Hof van Discipline 's Gravenhage 250360
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 27-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:67
Verzet ongegrond. Het hof ziet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan die van de voorzitter. De voorzitter heeft overwogen dat het indienen van een klacht niet de geëigende wijze is om een weigering van verweerder om een advocaat aan te wijzen aan de orde te stellen en dat de klacht verder geen (andere) omschrijving bevat van enig handelen of nalaten van verweerder. Klaagster heeft in het verzet geen gronden aangevoerd die zien op de toetsingsmaatstaf of de feiten die aan de beslissing van 6 november 2025 ten grondslag liggen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:63 Hof van Discipline 's Gravenhage 250381
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 27-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:63
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De mogelijkheid die artikel 13 Advocatenwet biedt om een advocaat aangewezen te krijgen, is in beginsel beperkt tot zaken waarin de bijstand door een advocaat verplicht is gesteld. Die situatie doet zich hier niet voor. De deken is, anders dan zij heeft aangevoerd, wel bevoegd een advocaat aan te wijzen, maar zij kan in een dergelijk geval een aanwijzing van een advocaat achterwege laten. Indien klager een procedure verkiest boven aanvaarding van de aangeboden woning kan klager die procedure zonder bijstand van een advocaat starten omdat procesvertegenwoordiging in huurgeschillen bij de kantonrechter niet verplicht is. Klager kan in die procedure ook (zo klager dat wil) hulp of bijstand van een niet-advocaat vragen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:64 Hof van Discipline 's Gravenhage 250389
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 27-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:64
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Klager heeft om aanwijzing van een advocaat gevraagd in een fiscale procedure. Het belastingrecht wordt beschouwd als een gespecialiseerd onderdeel van het bestuursrecht en in het bestuursrecht is bijstand door een advocaat niet verplicht. Uit de stukken in het dossier leidt het hof af dat klager tijdig een uitgebreid beroepschrift heeft kunnen indienen. De door klager aangehaalde uitspraken van het hof zien op andere situaties dan die van klager, waarbij het hof voorts opmerkt dat de door klager aangehaalde citaten niet in deze uitspraken te vinden zijn. De omstandigheid dat klager geen machtiging heeft toegestuurd is blijkens de beslissing van 12 november 2025 voor de deken niet redengevend geweest om het aanwijzingsverzoek af te wijzen. De de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de toetsing door de deken van een aanwijzingsverzoek ex artikel 13 Advocatenwet.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:65 Hof van Discipline 's Gravenhage 250386
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 27-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:65
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Uit het dossier blijkt dat klaagster bijstand van een advocaat wenst in een bestuursrechtelijke procedure. In het bestuursrecht is bijstand door een advocaat niet verplicht. Reeds om die reden is het beklag van klaagster tegen de afwijzingsbeslissing van de deken ongegrond. Voorts heeft klaagster reeds zelf bezwaar ingediend tegen het besluit. De deken heeft haar afwijzende beslissing op juiste gronden genomen en klaagster erop gewezen dat zij zich door iemand anders dan een advocaat kan laten bijstaan alsook met het Juridisch Loket contact kan opnemen. Hetgeen klaagster verder heeft aangevoerd, geeft het hof geen aanleiding anders te oordelen dan de deken heeft gedaan.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:66 Hof van Discipline 's Gravenhage 250398
- Datum publicatie: 27-02-2026
- Datum uitspraak: 27-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:66
Beklag artikel 13 ongegrond. De deken heeft op goede gronden geweigerd aan klaagsters herhaalde verzoek te voldoen nadat hij eerder een advocaat had aangewezen. Dat klaagster het kennelijk niet eens is met de wijze waarop de aangewezen advocaat de zaak aanpakt is geen reden voor aanwijzing van een nieuwe advocaat. De deken heeft in dit verband terecht naar eerdere uitspraken van het hof van discipline verwezen zoals HvD 14 februari 2011, ECLI:N:TAHVD:2011:YA1409, HvD 10 juli 2017, ECLI:NL:TAHVD:2017:142. Artikel 13 Advocatenwet voorziet er niet in dat een advocaat in alle opzichten aan de wensen van een client dient te voldoen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:62 Hof van Discipline 's Gravenhage 260032
- Datum publicatie: 26-02-2026
- Datum uitspraak: 26-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:62
Klacht over deken wordt niet verwezen. Uit de formulering van de klacht en de onderbouwing blijkt niet op welke concrete gedragingen van verweerster de klacht betrekking heeft. Niet duidelijk is waar verweerster zich tegen zou moeten verweren. De algemene verwijten en het onbehoorlijke taalgebruik maken dat deze klacht naar het oordeel van de voorzitter niet voor verwijzing in aanmerking komt.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:51 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-105/AL/NN
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:51
Naar het oordeel van de raad heeft klager tijdig geklaagd. Op grond van de stukken en de betwisting door verweerster kan de raad niet vaststellen dat verweerster niet doelmatig heeft gehandeld en daardoor onnodige kosten voor klager heeft gemaakt. De juistheid van het verwijt dat verweerster er bij klager op heeft aangedrongen om zich kort voor een zitting ziek te melden om aanhouding te bewerkstelligen, kan de raad, tegenover de betwisting daarvan door verweerster, evenmin vaststellen. Het verwijt dat verweerster excessief heeft gedeclareerd, is door klager onvoldoende concreet gemaakt. Alhoewel voor de raad het totaalbedrag van € 52.000,- hoog voorkomt, en opvalt dat verweerster voor een juridisch medewerkster haar eigen uurtarief heeft gedeclareerd, is dat alleen onvoldoende om daaraan de conclusie te verbinden dat verweerster excessief heeft gedeclareerd. Het komt de raad voor dat klager uit mededelingen van verweerster heeft opgemaakt dat zijn advocaatkosten fiscaal aftrekbaar zouden zijn voor de inkomstenbelasting maar voor de raad is niet bekend of verweerster dat werkelijk zo tegen hem heeft gezegd of heeft bedoeld te zeggen. Stukken die dat standpunt van klager onderbouwen, ontbreken ook. Klacht ook overigens ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:52 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-025/AL/OV
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:52
Voorzittersbeslissing. Uit de stukken is de voorzitter gebleken dat er veelvuldig contact en overleg tussen klager en verweerster is geweest en ook dat verweerster bij de behandeling van de zaak van klager rekening heeft gehouden met zijn wensen. Als klager het niet eens was geweest met de aanpak van verweerster, had hij een andere advocaat kunnen zoeken, zoals verweerster ook heeft gezegd. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster de belangen van klager op adequate en zorgvuldige wijze behartigd. Na de ontstane vertrouwensbreuk diende verweerster zich te onttrekken. Dat heeft zij op zorgvuldige en correcte wijze gedaan. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:26 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-633/DB/OB
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:26
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Voor zover de klacht ziet op het handelen of nalaten van verweerder van voor 26 november 2021, is de klacht met toepassing van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet niet-ontvankelijk. Niet gebleken dat verweerder in de diverse procedures die hij namens zijn cliënten heeft gevoerd gelogen tegen de rechters en de curator, noch dat hij procedures is gestart op onjuiste gronden. De verwijten dat verweerder zich escalerend en intimiderend heeft gedragen en dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan smaad en laster missen feitelijke grondslag. Klager kan niet worden ontvangen in het klachtonderdeel dat verweerder S ten onrechte in de procedures heeft betrokken, omdat niet is gebleken dat klager door het verweten handelen rechtstreeks in zijn belangen is getroffen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:53 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-140/AL/NN/D
- Datum publicatie: 24-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:53
dekenbezwaar. De deken heeft in haar bezwaar over dezelfde gedragingen van verweerster geklaagd als een cliënt van haar, de heer R. In die klachtzaak (25-105/AL/NN) is op dezelfde dag uitspraak gedaan als in het dekenbezwaar. De raad oordeelt dat onderdeel van het dekenbezwaar ongegrond en de twee andere bezwaren gegrond. De deken is door het onderzoek naar de klacht van de heer R over verweerster bekend geworden met twee e-mails van verweerster aan de heer R. In de e-mail van oktober 2022 heeft verweerster aan de heer R bericht dat haar werkzaamheden voor 90% zagen op haar werkzaamheden in zijn alimentatiekwestie. In haar e-mail van december 2022 heeft verweerster echter aan de heer R bericht dat haar werkzaamheden grotendeels door hem als zakelijk konden worden geboekt. Vast staat dat die declaraties van ruim € 50.000,- zagen op werkzaamheden van verweerster voor de heer R privé, zoals verweerster twee maanden eerder in haar e-mail van oktober 2022 ook aan hem had geschreven. Verweerster heeft niet alleen opzettelijk gelogen in haar e-mail van december 2022 maar heeft daarmee ook valsheid in geschrifte gepleegd en gepoogd mee te werken aan oplichting door de heer R van de Belastingdienst. Dat het zover niet is gekomen, is dankzij de accountant van de heer R die de valse verklaring van verweerster niet wilde gebruiken bij de aangifte van de heer R voor de inkomstenbelasting over 2021. Verweerster heeft naar aanleiding van vragen van de deken over de inhoud van genoemde e-mails van oktober en december 2022 aan de heer R in haar eerste reactie geprobeerd om de waarheid over haar valse verklaring aan de heer R te verdoezelen. Pas na ontvangst van het concept-dekenbezwaar heeft verweerster open kaart met de deken gespeeld. Verweerster heeft met haar handelen op ernstige wijze in strijd met de normen van artikel 46 Advocatenwet en de kernwaarden integriteit en onafhankelijkheid gehandeld en ook op onbetamelijke wijze de deken in haar toezichthoudende taak belemmerd en geprobeerd te misleiden. Alhoewel de zeer grote ernst hiervan een onvoorwaardelijke schorsing zou rechtvaardigen, zeker ook gelet op het tuchtrechtelijk verleden van verweerster, legt de raad aan verweerster een voorwaardelijke schorsing van 26 weken op met een proeftijd van twee jaar en ook een bijzondere voorwaarde. De raad hecht waarde aan het in het voorjaar van 2025 door verweerster gestarte coaching traject bij collega-advocaat. De raad hoopt, net als de deken tijdens de zitting heeft verklaard, dat die coaching zal resulteren in een verbetering van de bedrijfsvoering van verweerster, zodanig dat hierover geen klachten meer worden ingediend. Omdat de deken tijdens de zitting ook heeft verklaard dat verweerster inhoudelijk een goede advocaat is, en verweerster medische problemen heeft gehad, is de raad bereid om verweerster nog één laatste kans te geven.