Zoekresultaten 1-50 van de 1563 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:259 Hof van Discipline 's Gravenhage 240280 en 240281

    Verschoningsrecht. Kernwaarden onafhankelijkheid, integriteit en betamelijkheid. Bestuursorgaan als cliënt en Wet open overheid.De oorsprong van de klachten ligt in het strafrechtelijk onderzoek Castor waarin het Openbaar Ministerie via een (heimelijke) strafrechtelijke vordering de beschikking kreeg over e-mailberichten waarvan later is komen vast te staan dat deze onder het verschoningsrecht vielen van de advocaat die de verdachten bijstond. Het hof is van oordeel dat verweerder de kernwaarde onafhankelijkheid heeft geschonden doordat verweerder zomaar op de juridische opvatting van zijn cliënt heeft gevaren dat de e-mails niet onder het verschoningsrecht zouden vallen. Door kennis te nemen van de e-mails en deze voor het advies te gebruiken heeft verweerder zijn eigen verantwoordelijkheid om het verschoningsrecht van een andere advocaat te respecteren niet genomen en daarmee ook de kernwaarden integriteit en betamelijkheid geschonden. Het hof rekent het handelen van verweerder hem, gelet op het fundamentele en essentiële karakter van het verschoningsrecht in de rechtsstaat, zwaar aan. Verweerder heeft met zijn handelen het vertrouwen in de advocatuur ernstig geschaad. Rekening houdend met het betoonde inzicht van verweerder en gelet op alle omstandigheden van dit geval heeft het hof aan verweerder de maatregel van een berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:223 Raad van Discipline Amsterdam 25-719/A/A

    Voorzittersbeslissing. Verweerster heeft onbetwist aangevoerd dat zij alle producties (waaronder ook de herschreven tijdlijn) eerst nog ter goedkeuring aan haar cliënt M heeft overgelegd. Hierop heeft zij schriftelijk akkoord van cliënt M ontvangen. Vervolgens zijn de producties door verweerster bij het Hof ingediend. Dat verweerster ervan op de hoogte was, of kon zijn, dat klaagster de auteur was van deze tijdlijn, wordt door verweerster gemotiveerd betwist en dit is de voorzitter ook overigens niet gebleken. De naam van klaagster wordt niet als auteur van de tijdlijn vermeld en er bestond voor verweerster ook verder geen aanleiding om dit te kunnen vermoeden. Nu niet klaagster, maar M de cliënt van verweerster was en M ook zijn goedkeuring heeft gegeven voor indiening van de aangepaste tijdlijn, kan verweerster geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Verweerster heeft er verder nog op gewezen dat zij er pas tijdens de mondelinge behandeling bij het Hof kennis van kreeg dat klaagster het niet eens was met de wijzigingen in haar verklaring omdat het Hof haar liet weten dat klaagster zich daarover rechtstreeks per brief tot het Hof had gewend. Onder die omstandigheden kan het verweerster ook niet (tuchtrechtelijk) verweten worden dat zij geen nadere pogingen heeft gedaan om, toen haar duidelijk werd dat klaagster zich niet in de wijzigingen kon vonden, een oplossing daarvoor te vinden. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:258 Hof van Discipline 's Gravenhage 250415

    Niet-verwijzing klacht over deken. Klager klaagt over de volledig uitblijvende behandeling van zijn klacht over wijlen mr. S. Klager stelt dat zijn (daaruit volgende) schade het directe gevolg is van het ontbreken van toezicht, het structureel niet behandelen van de klachten van klager door verweerster en het afschermen van een advocaat die aantoonbaar tegen zijn belangen heeft gehandeld. Uit de bij de klacht bijgevoegde bijlage kan het hof niet afleiden dat verweerster de klacht(en) van klager over wijlen mr. S. niet in behandeling wenst te nemen. Het hof kan hieruit slechts afleiden dat verweerster weigert informatie te verstrekken over de beroepsaansprakelijkheidsverzekering van wijlen mr. S. In zoverre is de klacht over (het niet behandelen van de klacht over wijlen mr. S door) verweerster door het hof niet te verifiëren en is er in zoverre geen grond tot verwijzing voor onderzoek naar een andere deken. Het hof is niet bevoegd verweerster te bevelen informatie te verstrekken. Het hof is evenmin bevoegd te oordelen over door verweerster al dan niet veroorzaakte schade. Verweerster is ook geen partij in een eventuele door klager jegens (de verzekeraar van) mr. S te beginnen procedure tot verhaal van zijn schade.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:238 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-488/DH/DH

    Verzetbeslissing. In zijn verzetschrift heeft klager geen verzetgronden aangevoerd die de raad aanleiding geven om aan de juistheid van de voorzittersbeslissing te twijfelen. Verzet ongegrond. Voor zover klager in zijn verzetschrift een nieuwe klacht over verweerder heeft ingediend, is het verzet niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:171 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-740/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat die is aangewezen op grond van artikel 13 Advocatenwet. Verweerder hoefde enkel te beoordelen of klagers tegenvorderingen voldoende kansen hadden. De memo waarin verweerder de tegenvorderingen heeft beoordeeld is niet kwalitatief ondermaats. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:251 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-658/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de deken. Niet kan worden vastgesteld dat er sprake is geweest van een onpartijdige en onzorgvuldige klachtbehandeling. Verweerster kon ervoor kiezen geen inhoudelijk oordeel (visie) te geven. Zij heeft dat later alsnog gedaan. Het is de voorzitter niet gebleken dat verweerster het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:245 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-654/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een VvE-kwestie. Klacht deels niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet, deels kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan een eigen, rechtstreeks betrokken belang en voor het overige kennelijk ongegrond. Niet gebleken van onder meer opzettelijke intimidatie, het nemen van onnodige juridische stappen, onnodig kwetsende uitlatingen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:239 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-318/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over het zonder toestemming en/of opdracht voor klager optreden. Verweerster heeft mede namens klager een verzoekschrift ingediend bij de kantonrechter, zonder daartoe strekkende opdracht van klager en zonder klager daarin te kennen. Klager is er pas veel later – ruim twee jaar later – achter gekomen dat er mede namens hem een procedure is gevoerd, terwijl hij in de veronderstelling was dat die procedure niet was gevoerd en de huurovereenkomst daarom inmiddels voor onbepaalde tijd was. Verweerster heeft daarmee onzorgvuldig en tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:252 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-724/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Verweerster mocht klager vragen niet meer te e-mailen om de kosten voor haar cliënte te beperken. Niet gebleken van ‘natrappen’ of ‘inwrijven’ door het vonnis aan klager op te sturen. Zij gaf daarin opvolging aan het vonnis en heeft haar verzoek om geen contact op te nemen mogen herhalen. Niet gebleken van vereenzelviging met de cliënte. Klacht kennelijk ongegrond. Misbruik van recht-bepaling.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:246 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-671/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. De verwijten die klager verweerder maakt vloeien voort uit het huurgeschil met de verhuurder en uit het feit dat klager het niet eens is met de door verweerder namens de verhuurder ingenomen standpunten over het bestemmingsplan en de huurovereenkomst. Het stond verweerder echter vrij om deze standpunten in te nemen. De omstandigheid dat klager het met deze standpunten niet eens is, betekent niet dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Daar komt bij dat de inhoudelijke beoordeling van de standpunten die klager en de verhuurder hebben ingenomen is voorbehouden aan de civiele rechter. De tuchtrechter heeft daar in het kader van een klachtprocedure geen ruimte voor. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:240 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-166/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in een familierechtkwestie. Niet gebleken van intimiderende, dreigende of onprofessionele toon van verweerder in de correspondentie met klager. Het stond verweerder vrij om klager op de gevolgen te wijzen van het niet nakomen van de met de ex-echtgenote gemaakte afspraken zoals vastgelegd in het echtscheidingsconvenant, waarbij verweerder ook oog heeft gehad voor de financiële situatie van klager door namens zijn cliënte in te stemmen met uitstel van betaling en een tegenvoorstel te doen. Verder heeft verweerder gehandeld binnen de vrijheid die hem als advocaat van de wederpartij van klager in familierechtkwesties toekomt en overeenkomstig de afspraak die partijen over hun pensioenrechten in het convenant hebben vastgelegd. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:253 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-952/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:272 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-569/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De over verweerster - als advocaat van een executeur in een nalatenschap - is kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:247 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-118/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een conflict met de verhuurder. Verweerder heeft een beroepsfout gemaakt, door namens één van de vennoten te dagvaarden in plaats van namens de vof. Verweerders bejegening van de vennoot die namens de vof optrad is verder niet zorgvuldig en zelfs onprofessioneel. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:241 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-162/DH/RO

    Verzetbeslissing. Verzetgronden slagen niet. Geen aanleiding om aan de juistheid van de beslissing van de voorzitter te twijfelen. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:254 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-102/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Geen sprake van onnodig kwetsende uitlatingen. Verweerders beeldspraak had neutraler gekund, maar daarmee is hij nog niet door de tuchtrechtelijke ondergrens gezakt. Niet gebleken dat verweerder onjuiste feiten naar voren heeft gebracht. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:248 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-315/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een incassoprocedure. Verweerder heeft aan klager onvoldoende duidelijkheid verschaft over wat hij nu precies van klager verwachtte en waarom. Het had op verweerders weg gelegen om klager expliciet en schriftelijk op de risico’s van het dagvaarden namens de verkeerde entiteit te wijzen. De raad legt een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:242 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-912/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat bij de echtscheiding. Klacht deels niet-ontvankelijk vanwege nis bis in idem en strijd met de beginselen met de tuchtprocesrode. Een klachtonderdeel is wel ontvankelijk, omdat klager dit in de eerdere tuchtprocedure heeft willen inbrengen, maar daar geen gelegenheid voor kreeg. Deze klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:255 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-259/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening. Niet gebleken van onzorgvuldige advisering, een vooringenomen houding ten gunste van de wederpartij, onvoldoende inspanning of het onzorgvuldig neerleggen van de werkzaamheden. Verweerder heeft toegelicht Dropbox-documenten via het account van zijn vrouw te hebben gedownload vanaf zijn vakantieadres omdat hij niet bij zijn eigen account kon. Nadat hij de documenten heeft gedownload, heeft hij deze verwijderd van het account van zijn vrouw zodat enkel hij daar kennis van kon nemen. Met die toelichting heeft verweerder voldoende maatregelen getroffen om de vertrouwelijkheid van de documenten te waarborgen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:249 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-689/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de bijstand van de eigen advocaat in een kort geding tussen een franchisegever en -nemer. De voorzitter kan niet vaststellen dat verweerder tekort is geschoten in zijn dienstverlening aan klager. Klager was er mee bekend dat het onderwerp knowhow van groot belang was. Van klager mocht worden verwacht dat hij alle knowhow ter kennis van verweerder bracht. Verweerder mocht erop vertrouwen dat klager alle relevante feitelijke informatie had gemeld.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:256 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-322/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over een gezamenlijke echtscheidingsadvocaat. Klacht deels niet-ontvankelijk vanwege ne bis in idem, omdat klagers ex-partner al over de kwaliteit van de dienstverlening heeft geklaagd. Klacht voor het overige ongegrond, omdat niet is gebleken dat verweerder klager heeft zwartgemaakt bij zijn (mogelijke) nieuwe advocaten.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:250 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-656/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Verweerster heeft de ingediende correspondentie niet als vertrouwelijk hoeven aan te merken. Niet gebleken dat verweerster onvoldoende professionele distantie heeft betracht. Zij mocht haar cliënte beschermen tegen de beschuldigingen van klager. Ook heeft verweerster niet ondoelmatig gehandeld. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:244 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-641/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een geschil over de (gebrekkige) bouw van een woning. Klager heeft zijn klacht beperkt tot één klachtonderdeel. De klacht is te laat ingediend, daarom niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:257 Hof van Discipline 's Gravenhage 250325

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Het verzoek is onvoldoende onderbouwd. Het is niet duidelijk geworden dat enige procedure een redelijke kans van slagen zou hebben.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:270 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-485/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over een advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:271 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-584/AL/GLD

    voorzittersbeslissing. Uit de stukken is niet gebleken dat verweerder de belangen van klager onvoldoende heeft behartigd of anderszins de belangen van de wederpartij of zichzelf voorop heeft gesteld. Verweerder heeft de werkzaamheden uitgevoerd zoals afgesproken in de aangepaste opdrachtbevestiging en heeft daarna geweigerd om nog verder werkzaamheden voor klager te doen. Naar het oordeel van de voorzitter staat het een advocaat vrij om die keuze te maken. Verweerder heeft zich in dit geval op zorgvuldige wijze onttrokken. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:267 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-249/AL/MN

    gegrond verzet en deels gegronde klacht over verweerster als advocaat van de wederpartij. Uit de stukken en de verklaringen tijdens de zitting van de raad is gebleken dat cliënte G ervoor heeft gekozen om niet bij de zitting van de rechtbank aanwezig te zijn. Zij heeft een verklaring opgesteld die vervolgens door verweerster tijdens de zitting is voorgelezen. De raad is ook gebleken dat G in haar verklaring, die bij de stukken ontbreekt, niet alleen de redenen voor haar afwezigheid heeft toegelicht maar daarin ook ernstige beschuldigingen aan het adres van klager heeft geuit. Als een cliënte niet mee gaat naar een zitting maar een verklaring wil laten voorlezen door de eigen advocaat, dan heeft die advocaat daarin ook een eigen verantwoordelijkheid, ondanks de wensen van de cliënt. In een dergelijke situatie moet een advocaat kritisch zijn ten aanzien van het nut en de noodzaak van de verklaring en de inhoud daarvan in het bijzonder. Juist vanwege het grievende karakter van de verklaring van cliënte G en het ontbreken van voldoende belang bij het naar voren brengen van de gevoelige inhoud, is terughoudendheid geboden. Verweerster heeft naar het oordeel van de raad van die terughoudendheid onvoldoende blijk gegeven door de verklaring van G integraal voor te lezen. Dat was niet alleen onnodig, want niet van belang voor de zaak, maar ook schadelijk voor klager die daarvan pas tijdens de zitting kennis heeft genomen, terwijl verweerster andere keuzes had kunnen maken. Verweerster heeft aldus onvoldoende rekening gehouden met de gerechtvaardigde belangen van klager, hetgeen haar tuchtrechtelijk wordt verweten. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:268 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-263/AL/MN

    ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:243 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-625/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Klager heeft geen eigen, rechtstreeks belang bij de vraag of verweerster wel of geen toevoeging mocht aanvragen voor haar cliënte. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:170 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-737/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. De tuchtrechter is (kennelijk) onbevoegd om kennis te nemen over AVG-klachten. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond. Verweerder heeft klager mede kunnen delen dat als de Belgische belastingdienst (FOD) nog vragen had over de bankrekening van zijn cliënt, dat de FOD zich tot hem kon wenden. Niet gebleken van het verstrekken van onjuiste informatie. Verweerder mocht namens zijn cliënt standpunten innemen die afwijken van klager. Het is niet aan klager om te bepalen door welke advocaat zijn wederpartij zich laat bijstaan. Herhalen van passages uit de conclusie van antwoord in het verweerschrift op de tuchtklacht is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Benoemen van de deken als ‘confrère’ en klacht als ‘verwijt’ is niet klachtwaardig.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:269 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-272/AL/MN 25-273/AL/MN 25-274/AL/MN

    ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:256 Hof van Discipline 's Gravenhage 250324

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Onvoldoende kans van slagen van de door klager gewenste procedure.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:251 Hof van Discipline 's Gravenhage 240360W

    Verzoekster heeft haar wrakingsverzoek ingediend direct na hervatting van het onderzoek ter zitting en nog voordat de behandelend kamer op haar aanhoudingsverzoek heeft kunnen beslissen. Het wrakingsverzoek is in zoverre voorbarig. Dat de behandelend kamer met de wijze van behandeling van het aanhoudingsverzoek ter zitting vooringenomen zou zijn en/of hoor en wederhoor zou hebben geschonden, is de wrakingskamer niet gebleken. Het proces-verbaal is bedoeld als een zakelijke weergave en niet als een woordelijk verslag van hetgeen ter zitting is besproken. Het feit dat niet alles wat ter zitting is besproken in het proces-verbaal is opgenomen, is daarom geen aanwijzing dat er sprake is van (een schijn van) vooringenomenheid van de behandelend kamer.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:166 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-944/DB/ZWB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:220 Raad van Discipline Amsterdam 25-721/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is in alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond. Dat verweerster (ook) betrokken zou zijn geweest bij de correspondentie over de in te stellen vorderingen, wordt door klaagster niet nader onderbouwd en door verweerster nadrukkelijk betwist. Verweerster heeft daarbij terecht aangevoerd dat de voorzieningenrechter op basis van de ingestelde vorderingen ook “het minderde” (schorsing) in plaats van “het meerdere”(staking) had kunnen bevelen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:252 Hof van Discipline 's Gravenhage 240341 240342

    Deze procedures betreffen een klacht over de eigen advocaten. Het hoger beroep in beide zaken richt zich tegen het in beide zaken door de raad ongegrond verklaarde klachtonderdeel dat niet is gebleken dat verweerders zich ten onrechte en op onzorgvuldige wijze zouden hebben teruggetrokken uit de zaken van klager. Verweerder heeft gehandeld zoals van een bekwaam en zorgvuldig handelend advocaat en tevens werkgever (van verweerster) verwacht mag worden. Het hof is van oordeel dat verweerders bij het besluit om de opdracht te beëindigen voldoende zorgvuldig hebben gehandeld. Verweerder heeft – nadat verweerster hem over de met klager ontstane situatie had geïnformeerd – hoor en wederhoor toegepast door het initiatief te nemen tot een telefoongesprek met klager). Verder heeft verweerder de in dat telefoongesprek gedane mededeling dat de werkzaamheden voor klager werden beëindigd diezelfde dag in een uitvoerig gemotiveerde brief mede namens verweerster aan klager toegelicht. Ten slotte is niet gebleken dat klager (processueel) nadeel heeft ondervonden als gevolg van die beëindiging. Bekrachtiging van de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:167 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-459/DB/OB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:221 Raad van Discipline Amsterdam 25-720/A/A

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter stelt vast dat het vermeend klachtwaardig handelen van verweerder zou hebben plaatsgevonden in 2013. Verweerder stond klager toen als advocaat bij en hij heeft in die hoedanigheid namens klager een verzoek tot schadevergoeding bij het Hof ingediend. Dit verzoek is bij beschikking van 12 juli 2013 door het Hof afgewezen. Door in verband hiermee pas op 9 april 2025 een klacht in te dienen, heeft klager de in artikel 46g eerste lid onder a Advocatenwet genoemde wettelijke termijn van drie jaar ruimschoots overschreden. Omdat klager moet worden geacht op de hoogte te zijn geweest, dan wel redelijkerwijs kennis te hebben kunnen nemen, van het handelen of nalaten van verweerder waarop de klacht betrekking heeft, komt hem geen beroep toe op het bepaalde in artikel 46g lid 2 van de Advocatenwet. De klacht wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:266 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-799/AL/OV

    Toewijzing verzoek als bedoeld in artikel 60ab lid 1 Advocatenwet

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:253 Hof van Discipline 's Gravenhage 240183 240184

    Beklag tegen afwijzing verzoek tot aanwijzing van een advocaat ongegrond. Er ligt al een negatief procesadvies van een advocaat. Klager heeft zowel bij de deken als bij het hof geen feitelijke of juridische aanknopingspunten aangevoerd waaruit zou kunnen worden afgeleid dat het procesadvies onjuist zou zijn. Gelet hierop had de deken, ook indien en voor zover door klager zelf wel voldoende advocaten zouden zijn aangezocht, voldoende grond om het verzoek van klager af te wijzen vanwege het ontbreken van een redelijke kans van slagen van de door klager gewenste procedure. Uit de tekst van artikel 13 Advocatenwet volgt verder dat een aanwijzingsverzoek gedaan moet worden bij de deken in het arrondissement waar de zaak moet dienen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:168 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-649/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Niet gebleken dat de in de opdrachtbevestiging omschreven werkzaamheden niet goed zijn uitgevoerd, er onnodige werkzaamheden zijn verricht en vragen over de aanpak niet werden beantwoord. Ook van het neerleggen van de zaak kan verweerster geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Naar het oordeel van de raad blijkt uit de overgelegde correspondentie genoegzaam dat klaagster het noodzakelijke vertrouwen in verweerster was kwijt geraakt en dat verweerster haar werkzaamheden op zorgvuldige wijze heeft neergelegd. In alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:222 Raad van Discipline Amsterdam 25-720/A/A

    Herstelbeslissing m.b.t. 25-720/A/A Voorzittersbeslissing van 1-12-2025.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:254 Hof van Discipline 's Gravenhage 240163

    Het beroep van klager is gericht tegen een beslissing van de raad waarin de raad deklacht van klager gegrond heeft verklaard. Op grond van art. 56 lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet kan slechts hoger beroep worden ingesteld tegen een beslissing van een raad waarbij de klacht geheel of ten dele ongegrond is verklaard. Voor klager staat tegen de beslissing van de raad dan ook geen hoger beroep open. Klager kan dan ook niet worden ontvangen in zijn hoger beroep.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:169 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-313/DB/OB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:255 Hof van Discipline 's Gravenhage 250329

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Doordat klager weigert om de deken informatie te verstrekken, kan de deken niet beoordelen of de door klager gewenste procedure voldoende kans van slagen heeft en evenmin of hij daarbij de bijstand van een advocaat nodig heeft. Dat levert een gegronde reden op om toewijzing van een advocaat te weigeren.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:219 Raad van Discipline Amsterdam 25-726/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over verweerder als waarnemend deken. Niet gebleken is dat verweerder zich vanwege zijn deelname aan een bespreking met de rechtbank en Jeugdbescherming heeft gedragen op een wijze waardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:213 Raad van Discipline Amsterdam 25-725/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak. Niet is komen vast te staan dat verweerder escalerend te werk is gegaan.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:214 Raad van Discipline Amsterdam 25-549/A/A

    Raadsbeslissing; ongegronde klacht over de advocaat van de (oud)-werkgever van klaagster. Niet gebleken is van schending van gedragsregel 8. Ook mocht verweerster de van haar cliënte verkregen informatie in de procedure tegen klaagster gebruiken, ook al was deze de vrucht van een datalek. Een advocaat die gebruik maakt van door zijn cliënt(e) ter beschikking gestelde informatie, ook al had deze informatie achteraf gezien niet verstrekt mogen worden, zal, behoudens bijzondere omstandigheden, in het algemeen niet tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen opleveren (vergelijk beslissing van de raad van 23 december 2019, ECLI:NL:TADRAMS:2019:251). Dat van dergelijke bijzondere omstandigheden sprake is, is de raad niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:215 Raad van Discipline Amsterdam 25-375/A/A 25-379/A/A 25-380/A/A 25-381/A/A

    Raadsbeslissing; klachten over de dienstverlening eigen advocaat, over de incassoprocedure die door het kantoor tegen klaagster is gevoerd en over de afhandeling van de kantoorklacht door de klachtenfunctionaris gedeeltelijk niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop en gedeeltelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:216 Raad van Discipline Amsterdam 25-687/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht is in alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond. Vaststaat dat er nooit een opdrachtrelatie tussen klager en verweerster tot stand is gekomen, als ook dat zij nooit contact met elkaar hebben gehad, laat staan dat er door of namens verweerster op enig moment toezeggingen richting klager zijn gedaan. Het is de voorzitter evenmin gebleken dat verweerster de brief met de stukken van klager heeft ontvangen. Klager had er daarnaast rekening mee kunnen (en wellicht moeten) houden dat verweerster de poststukken niet zou ontvangen, gezien ook het bericht van de receptie dat verweerster niet aanwezig was. Ook is hem geen toezegging gedaan dat zijn zaak in behandeling zou worden genomen. Daarnaast had klager zelf eerder actie kunnen ondernemen en niet pas twee dagen voor het aflopen van de termijn. Het is spijtig dat klager geen advocaat heeft kunnen vinden voor zijn zaak in hoger beroep, maar dit kan verweerster niet worden verweten.