Zoekresultaten 2151-2200 van de 2269 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:138 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-450/DB/OB

    Raadsbeslissing. Verweerder heeft gedragsregel 15 overtreden door herhaald op te treden tegen een voormalige cliënte. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:246 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-700/AL/MN

    Raadbeslissing. Verzoek ex artikel 60ab lid 1 Advocatenwet. De raad is van oordeel dan sprake is van een ernstig vermoeden van een handelen of nalaten door verweerder waardoor enig door artikel 46 Advocatenwet beschermd belang ernstig is geschaad of dreigt te worden geschaad en wel zodanig dat het doorlopen van een reguliere tuchtrechtprocedure niet kan worden afgewacht. De raad schorst verweerder met onmiddellijke ingang in de uitoefening van zijn praktijk als advocaat en gunt de deken een termijn van zes weken voor het indienen van een dekenbezwaar.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:165 Raad van Discipline Amsterdam 24-578/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Verweerster heeft onderbouwd aangevoerd dat zij heeft geprobeerd om klaagster duidelijk te maken dat het aanwezig zijn van een onzeker causaal verband tussen de medische fout en haar huidige toestand aan de volledige schadevergoeding in de weg staat. Het is begrijpelijk dat klaagster teleurgesteld kan zijn in het gedane schikkingsaanbod en dat zij het jammer vindt dat verweerster geen hoger schikkingsbedrag voor haar heeft kunnen regelen en de gang naar de rechter niet heeft ingezet, maar dat betekent niet dat de bijstand van verweerster aan klaagster daarmee ondermaats is geweest.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:166 Raad van Discipline Amsterdam 24-560/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster niet onevenredig nadeel aan klaagster toegebracht of onnodig polariserend opgetreden. Verweerster heeft gehandeld binnen de vrijheid die zij als advocaat van de wederpartij heeft.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:162 Raad van Discipline Amsterdam 24-255/A/A

    Klacht over kwaliteit dienstverlening eigen advocaat. Hoewel de klacht buiten de vervaltermijn van drie jaar is ingediend, is deze gedeeltelijk ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 2 Advocatenwet. Klager heeft toereikend toegelicht dat hij weliswaar vanaf het vonnis van 7 mei 2018 bekend was met de toegewezen boeterente, maar dat hij niet wist dat verweerder door geen verweer hiertegen te voeren klager onnodig heeft blootgesteld aan het risico dat de vorderingen van de verhuurder in reconventie onbetwist zouden worden toegewezen en derhalve met de (mogelijke) gevolgen van verweerders nalaten. Pas door voorlichting door zijn huidige advocaat is klager bekend geraakt met de gevolgen van het nalaten van verweerder. Daarna heeft klager alsnog binnen een jaar - en daarmee tijdig - een klacht over verweerder ingediend. Voor zover de klacht ontvankelijk is, is deze bovendien gegrond. Verweerder is ernstig tekortgeschoten in zijn zorgplicht jegens klager door hem de kans te hebben ontnomen om de schade te beperken door te verzuimen verweer te voeren tegen de door de verhuurder gevorderde boeterente en/of door na te laten te adviseren tegen het vonnis van 7 mei 2018 hoger beroep in te stellen. Wanneer klager verweerder via een aansprakelijkstelling op zijn gedrag aanspreekt, verzuimt verweerder vervolgens hierover helder, adequaat en coöperatief met klager te communiceren. Deze omstandigheden rechtvaardigen het opleggen van een ingrijpende maatregel. Daarbij weegt de raad naast de omstandigheden van deze klachtzaak ook het zeer uitgebreide tuchtrechtelijke verleden van verweerder mee. De maatregel van schorsing voor de duur van twaalf (12) weken, waarvan zes (6) weken voorwaardelijk, met een proeftijd van twee (2) jaar is passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:163 Raad van Discipline Amsterdam 24-391/A/A

    Klacht over de werkzaamheden van verweerder als waarnemer. De klacht is gedeeltelijk niet-ontvankelijk in verband met het ne bis in idem beginsel. klaagster heeft eerder al een klacht over verweerders waarneming ingediend, die bij beslissing van 26 september 2022, ECLI:NL:TADRAMS:2022:192 gegrond is verklaard en waarbij aan verweerder een berisping is opgelegd. Deze beslissing is onherroepelijk geworden. Klaagster kan niet een tweede maal klagen over hetzelfde feitencomplex. Voor het overige is de klacht ongegrond. Klaagster heeft niet aannemelijk gemaakt dat verweerder in de vorige klachtprocedure leugenachtige verklaringen heeft afgelegd tegenover de raad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:164 Raad van Discipline Amsterdam 24-509/A/A

    Ongegronde klacht over kwaliteit van dienstverlening eigen advocaat. De werkzaamheden die verweerder voor klaagster heeft verricht in de drie zaken voldeden op alle vlakken aan de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:174 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-190/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een echtscheidingsprocedure. Advies aan cliënte om het geld van de gezamenlijke bankrekeningen over te maken leidt tot onnodige polarisatie. Verweerster heeft ook niet eerst op een andere, minder ingrijpende manier geprobeerd de liquiditeit voor haar cliënte veilig te stellen. Klacht (gedeeltelijk) gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:168 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-566/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over opstelling advocaat wederpartij in een geschil met de Belastingdienst. Verweerster heeft het standpunt van haar cliënt verwoord. Niet gebleken dat zij daarbij klachtwaardig heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:244 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-627/AL/OV

    Verweerder heeft klaagster namens haar rechtsbijstandsverzekeraar bijgestaan na ontdekte problemen na in de woning na levering daarvan. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerder haar voldoende voortvarend bijgestaan en daarbij met medeweten van klaagster is bijgestaan door zijn kantoorgenoot. Nadat over de wijze van aanpak van de kwestie een onoverbrugbaar verschil van inzicht is ontstaan, heeft verweerder zich onttrokken. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:256 Hof van Discipline 's Gravenhage 240088

    Geen hoger beroep mogelijk door klaagster van gegrond verklaard klachtonderdeel (art. 56 lid 1 Advw) en evenmin van beslissing raad om geen maatregel op te leggen. Hof neemt ook geen nieuwe verwijten in behandeling (art. 46c lid 1 en 3 Advw). Geen concrete bezwaren aangevoerd tegen ongegrond verklaarde klachtonderdelen. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:175 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-170/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een familierechtelijke procedure. Verweerder heeft een processtuk ingediend zonder dat klager daarop zijn goedkeuring heeft gegeven. Hierdoor heeft klager de voor hem belangrijke punten in de procedure niet naar voren kunnen brengen. Diezelfde kans om zijn persoonlijke kant van de zaak toe te lichten, is klager ook ontnomen omdat hij niet op de hoogte was gebracht door verweerder van de dag en het tijdstip van de zitting. Ook heeft verweerder onvoldoende nazorg geleverd aan klager. Daargelaten dat het, zeker met het hiervoor geschetste verloop van de procedure bij de rechtbank, niet gepast is om het volledig aan de cliënt over te laten om grieven aan te leveren, heeft verweerder nagelaten om schriftelijk vast te leggen dat klager niet in hoger beroep wenste te gaan en om welke redenen. Voorwaardelijke schorsing van 2 weken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:169 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-565/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een familierechtelijke procedure. Klachten over het niet tijdig doorsturen van een aangifte, het niet inschakelen van een tolk en het optreden ter zitting kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:257 Hof van Discipline 's Gravenhage 240200

    Klager heeft bij de deken een verzoek ingediend tot aanwijzing van een advocaat als bedoeld in artikel 13 lid 1 Advocatenwet. De deken heeft dit verzoek afgewezen en hieraan ten grondslag gelegd dat klager niet heeft aangetoond dat hij zelf moeite heeft gedaan om een advocaat te vinden en dat klager, die voor de derde keer een dergelijk verzoek indient, zich niet kan voegen naar de aanpak van zijn (gespecialiseerde) advocaat. Het hof volgt de deken hierin en verklaart het beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:176 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-064/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Het stond verweerster vrij om stellingen namens NN in te nemen over de toepassing van het Sociaal Plan en het dienstverband van klaagster. Het feit dat klaagster het niet eens is met die stellingen betekent niet dat verweerster klachtwaardig heeft gehandeld. Verder heeft verweerster bij de behartiging van de belangen van NN mogen uitgaan van de informatie die hij van NN kreeg. Ook is het niet gebleken dat verweerster opzettelijk onjuiste informatie heeft gebruikt om klaagster daarmee onder oneigenlijke druk te zetten om tot een einde van haar dienstverband met NN te komen. De stukken bieden daar ook geen aanknopingspunten voor. Klacht is in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:170 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-221DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder is onvoldoende bereikbaar geweest voor klagers en heeft hun zaak niet voortvarend behandeld. Ook had verweerder al eerder klare wijn moeten schenken over zijn strategie in de zaak en welke kansen er waren voor het vergoed krijgen van de (gestelde) schade. Klacht (gedeeltelijk) gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:164 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-793/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:177 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-026/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Het stond verweerder vrij om stellingen namens NN in te nemen over de toepassing van het Sociaal Plan en het dienstverband van klaagster. Het feit dat klaagster het niet eens is met die stellingen betekent niet dat verweerder klachtwaardig heeft gehandeld. Verder heeft verweerder bij de behartiging van de belangen van NN mogen uitgaan van de informatie die hij van NN kreeg. Ook is het niet gebleken dat verweerder opzettelijk onjuiste informatie heeft gebruikt om klaagster daarmee onder oneigenlijke druk te zetten om tot een einde van haar dienstverband met NN te komen. De stukken bieden daar ook geen aanknopingspunten voor. Klacht is in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:171 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-214/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een familierechtelijke procedure. Niet gebleken dat sprake is geweest van belangenverstrengeling of dat verweerder voor de belangen van de wederpartij heeft opgetreden. Verweerder was als dominus litis niet gehouden om alle documenten van klager in te dienen. Van verweerder wordt verwacht niet polariserend op te treden. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:165 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-344/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een arbeidsrechtelijk geschil. Verweerster heeft klaagster onvoldoende ingelicht over de gevolgen van de gesloten vaststellingsovereenkomst voor haar recht op een WW-uitkering, althans verweerster heeft dat advies onvoldoende schriftelijk vastgelegd. Klacht in zoverre gegrond. Klacht over de klachtenbehandeling door verweerster ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:178 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-013/DH/DH

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:241 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-568/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. En klacht over het handelen van een advocaat in de hoedanigheid van werkgever is deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:172 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-206/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een erfrechtelijke kwestie. Verweerder heeft op verschillende momenten gedurende zijn bijstand aan klaagster niet gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat mag worden verwacht. Zo had hij klaagster beter moeten meenemen in het proces door uitleg en advies te geven en bij klaagster na moeten gaan of hij haar wensen goed begreep. Een schriftelijke vastlegging van de koersbepaling, gegeven adviezen en gemaakte afspraken is in dit verband noodzakelijk en dat heeft verweerder nagelaten. Ook heeft verweerder nagelaten een mail met een voorstel eerst aan klaagster voor te leggen alvorens dit met de wederpartij te delen. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:166 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-408/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een familierechtprocedure. Klacht over de factuur niet-ontvankelijk vanwege de driejaarstermijn uit artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet. Klacht over de onjuiste advisering bij het sluiten van een echtscheidingsconvenant ongegrond. De raad acht zich onbevoegd om te oordelen over het verwijt dat verweerster niet heeft gereageerd op het LinkedIn-bericht van klaagster. Verweerster was op dat moment uitgeschreven als advocaat en viel niet meer onder het tuchtrecht uit de Advocatenwet.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:179 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-794/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:242 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-609/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over voormalig eigen advocaat. Het verlenen van rechtsbijstand is een inspanningsverplichting en verweerster heeft op grond van de haar beschikbare informatie voor klager gedaan wat van haar verwacht had mogen worden gelet op de opdracht die zij van klager had gekregen. Geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:254 Hof van Discipline 's Gravenhage 240051

    Bekrachtiging beslissing raad. Klachtonderdeel over beëindiging samenwerking nadat klager had geklaagd over de dienstverlening door verweerster blijft ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:173 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-191/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder is niet gehouden om gratis te werken als er geen dekking van een rechtsbijstandsverzekeraar is en klager niet akkoord gaat met het betalen van de werkzaamheden. Dat verweerder pas antwoord wilde geven op de vragen nadat klager had bevestigd de kosten daarvoor te betalen, is evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar. De raad ziet voor het overige niet in dat verweerder tekort is geschoten in zijn belangenbehartiging. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:167 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-268/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een huurrechtelijk geschil. Klacht over persoonlijke belangen bij de door verweerder gevoerde procedure slaagt niet, omdat dit niet is onderbouwd en wordt betwist door verweerder. Verweerder heeft zich niet van oneigenlijke middelen bediend door een melding te doen van mogelijke bijstandsfraude bij de gemeente door klager. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:243 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-610/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over het handelen van een advocaat in de hoedanigheid van executeur kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:255 Hof van Discipline 's Gravenhage 240083

    Klacht tegen eigen advocaat in letselschadezaak over beroepsfout (verjaring niet correct gestuit) door de raad gegrond verklaard. Het hof vernietigt de beslissing, omdat niet tijdig (binnen de termijn van artikel 46g Advocatenwet) is geklaagd. Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:237 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-210/AL/GLD

    In een fiscaal-strafrechtelijke kwestie heeft een toenmalige kantoorgenoot van verweerder (mr. W) jarenlang werkzaamheden voor de echtgenoot van klaagster en zijn (inmiddels gefailleerde) bedrijf verricht. Klaagster heeft zich ook over die advocaat beklaagd. De raad doet gelijktijdig uitspraak in die samenhangende zaak (24-211/AL/GLD). Verweerder is op enig moment bij genoemde kwestie betrokken geraakt als bestuurder en als advocaat van het toenmalige kantoor van mr. W. Verweerder heeft wegens het uitblijven van betaling van achterstallige declaraties door de cliënten van mr. W rechtsmaatregelen getroffen, waaronder het leggen van beslagen, ook onder klaagster, het starten van een procedure, ook tegen klaagster, en het indienen van een verzoekschrift tot faillietverklaring van het bedrijf van haar echtgenoot. De raad oordeelt klaagster niet-ontvankelijk in een deel van haar klachten omdat zij daarbij geen eigen rechtstreeks belang heeft. Of klaagster terecht door verweerder als advocaat van het advocatenkantoor van mr. W is aangesproken is niet ter beoordeling van de tuchtrechter. Een dergelijk oordeel is voorbehouden aan de civiele rechter. Die kan oordelen over de juridische vraag of sprake was van onrechtmatige beslaglegging door verweerder onder klaagster en van gebruik van onrechtmatige rechtsmiddelen door verweerder richting klaagster. De tuchtrechter beoordeelt (alleen) of de advocaat met zijn verweten handelen de hierboven genoemde maatstaf heeft overtreden. Daarvan is de raad echter niet gebleken. De raad begrijpt dat klaagster alle door verweerder richting haar getroffen acties als belastend en intimiderend heeft ervaren en dat zij voor haar gevoel is ‘meegezogen’ in het geschil tussen haar echtgenoot en zijn toenmalige bedrijf enerzijds met verweerder en mr. W anderzijds. Dat klaagster daarbij betrokken is geraakt, is naar het oordeel van de raad deels het gevolg van haar eigen handelen. Zij heeft immers meegewerkt aan omzetting van vermogensbestanddelen van haar echtgenoot op haar eigen naam. Het stond verweerder vrij om daarom ook maatregelen richting klaagster te treffen. Of die maatregelen juridisch juist waren, daarover oordeelt niet de tuchtrechter maar de civiele rechter, zoals hiervoor overwogen. Klacht voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:238 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-209/AL/GLD

    Klagers (een inmiddels gefailleerd bedrijf en eigenaar daarvan) beklagen verweerder die jarenlang bijstand heeft verleend in een fiscaal-strafrechtelijke procedure. Een deel van de klachten is niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Daarnaast zijn een aantal klachten ongegrond. Het is de raad gebleken dat verweerder zich voldoende heeft ingespannen in het belang van zijn cliënt en op deskundige wijze de belangen heeft behartigd. Naar het oordeel van de raad is verweerder wel tekortgeschoten in zijn zorgplicht doordat uit de stukken niet is gebleken dat verweerder voor klagers in de strafzaak een ureninschatting heeft gemaakt en duidelijkheid heeft gegeven over de taakverdeling met de ingehuurde strafrechtadvocaat. Verder is voor de raad een beeld naar voren gekomen dat verweerder over langere tijd vooral reactief heeft gehandeld. Bij verweerder lijkt de regie te hebben ontbroken, evenals een plan van aanpak dat telkens aan nieuwe situaties werd aangepast. Daardoor heeft verweerder, ondanks herhaalde verzoeken van klagers over de kosten in verhouding tot de omvang van de fiscale zaak, niet telkens opnieuw gewaarschuwd voor de snel oplopende omvang van de kosten en het risico van te hoge kosten. Naar het oordeel van de raad is verweerder onvoldoende transparant geweest richting klagers over de aard en noodzaak van de werkzaamheden, de gevolgen daarvan en de (snel oplopende) kosten daarvoor. Het besteden van de door verweerder gedeclareerde uren acht de raad dan niet in een redelijke verhouding staan tot de opgedragen werkzaamheden. Gelet daarop is de raad van oordeel dat de declaraties als excessief zijn te beschouwen in die zin dat een gelet op alle omstandigheden onredelijk honorarium aan klagers in rekening is gebracht. Klagers hebben betwist dat verweerder uitleg heeft gegeven over het effect van het notarieel laten verlijden van een een schuldbekentenis ten gunste van het kantoor en de executiemogelijkheden. Stukken die dat onderbouwen, ontbreken. Naar het oordeel van de raad heeft het optreden van verweerder op dat punt geleid tot een ontoelaatbare druk op klager, hetgeen een advocaat niet betaamt. Alle omstandigheden samen resulteren daarin dat naar het oordeel van de raad aan verweerder een voorwaardelijke schorsing in de praktijkuitoefening voor acht weken moet worden opgelegd met een proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:239 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-211/AL/GLD

    Klaagster beklaagt zich over de gevolgen voor haar van het optreden van verweerder als (toenmalige) advocaat van het (toenmalige) bedrijf van haar echtgenoot in een fiscaal-strafrechtelijke kwestie. Haar echtgenoot en diens bedrijf hebben daarover ook over verweerder geklaagd. In die zaak (24-209/AL/Gld) doet de raad gelijktijdig uitspraak. Klaagster is niet-ontvankelijk in een deel van de klachten omdat zij daarbij geen eigen rechtstreeks belang heeft. Of klaagster terecht door verweerder is aangesproken tot betaling van openstaande declaraties van haar echtgenoot en diens toenmalige bedrijf is niet ter beoordeling van de tuchtrechter. Een dergelijk oordeel is voorbehouden aan de civiele rechter. Die kan oordelen over de juridische vraag of sprake was van onrechtmatige beslaglegging door verweerder onder klaagster en van gebruik van onrechtmatige rechtsmiddelen door verweerder richting klaagster. De raad kan zich voorstellen dat klaagster de rechtsmaatregelen tegen haar als zeer heftig heeft ervaren en het gevoel heeft gehad dat zij in andermans geschil is getrokken. Dat neemt echter niet weg dat verweerder, gegeven zijn toelichting en daarin genoemde redenen om ook beslag onder klaagster te leggen en haar tot afgifte van de auto te dwingen, naar het oordeel van de raad niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door te handelen zoals hij heeft gedaan. Dat hij de grenzen van het betamelijke heeft overschreden, is de raad niet gebleken. De overige verwijten worden dan ook ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:163 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-690/DH/RO/D

    Verzoek artikel 60ab Advocatenwet. Verweerder is (nog niet onherroepelijk) veroordeeld wegens schending van het beroepsgeheim. De verweten gedraging is dermate ernstig dat onmiddellijk ingrijpen noodzakelijk is. Anders dan door de deken is verzocht, gaat de raad niet over tot het opleggen van een onmiddellijke, algehele schorsing in de uitoefening van de praktijk. Het individuele belang van verweerder wordt daarmee disproportioneel en onevenredig geraakt. De raad acht het treffen van een voorlopige voorziening, als bedoeld in artikel 60ab Advocatenwet, passend, in dier voege dat verweerder zijn werkzaamheden dient te verrichten onder het toezicht van een door de deken goed te keuren advocaat die erop toeziet dat verweerder geen cliënten in voorlopige hechtenis bijstaat.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:134 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-684/DB/GLD/W

    Wraking kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:240 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-556/AL/GLD

    Herzieningsverzoek. De herzieningskamer verklaart verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek.

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:253 Hof van Discipline 's Gravenhage 240011

    Bekrachtiging beslissing raad. Klacht over gebrekkige dienstverlening in strafzaken ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:236 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-208/AL/GLD

    Klagers beklagen zich over een (voormalig) kantoorgenoot van de (voormalige) eigen advocaat. In de door klagers over de eigen advocaat ingediende klacht doet de raad gelijktijdig uitspraak (24-209/AL/GLD). Klagers zijn door de kantoorgenoot van verweerder jarenlang bijgestaan in een fiscaal-strafrechtelijke procedure. Verweerder is bij deze kwestie betrokken geraakt in zijn hoedanigheid van bestuurder van het advocatenkantoor en tevens collega-advocaat. Verweerder heeft aan de voortzetting van de rechtsbijstand aan klagers de voorwaarde verbonden dat klagers eerst de achterstallige declaraties moesten betalen. Verweerder heeft zekerheden van klagers geëist ter dekking van de openstaande declaraties. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder in de specifieke omstandigheden van het geval ontoelaatbare druk op klagers uitgeoefend om tot betaling van de declaraties over te gaan of daarvoor zekerheid te stellen. Verweerder heeft de kwestie als een doorsnee incasso aangemerkt en heeft daarbij alle middelen die hij had ingezet, voorbijgaand aan het feit dat het om een cliënte ging, die bovendien reeds veel had betaald, die nog een lopende zaak had en voor wie de beslagleggingen bij het bedrijf en in privé tot veel schade leidde, en eens te meer voor wie de faillissementsaanvraag van de vennootschap desastreuze gevolgen had. Verweerder heeft zich van dit alles geen rekenschap gegeven, althans dat blijkt nergens uit en dat had wel van hem mogen worden verwacht. Hierbij verdient vermelding dat deze raad de declaraties van zijn collega-advocaat in de parallelle zaak als excessief heeft aangemerkt, hetgeen des te navranter maakt dat verweerder alle mogelijke middelen heeft ingezet om deze te innen. Klacht in zoverre gegrond. Voorwaardelijke schorsing van 6 weken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:161 Raad van Discipline Amsterdam 24-535/A/A

    Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over de dienstverlening door de eigen advocaat. Niet gebleken is dat verweerder klagers belangen ter zitting onvoldoende heeft behartigd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:157 Raad van Discipline Amsterdam 24-534/A/A 24-542/A/A

    Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over de kwaliteit van dienstverlening; Van schending van de geheimhoudingsplicht is ook niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:158 Raad van Discipline Amsterdam 24-614/A/NH

    Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij. Verweerder heeft zich niet onnodig grievend over klager uitgelaten.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:159 Raad van Discipline Amsterdam 24-564/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk vanwege het overschrijden van de vervaltermijn van drie jaar.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:160 Raad van Discipline Amsterdam 24-543/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de dienstverlening van de eigen eigen advocaat. Klager heeft zijn klacht onvoldoende onderbouwd.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:132 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-216/DB/OB

    Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:133 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-325/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft middels de declaratie ten bedrage van € 13.310,00 in de zaak waarin hij klager op basis van een toevoeging bijstond, honorarium op basis van een uurtarief in rekening heeft gebracht. Dit handelen is in strijd met gedragsregel 18 lid 2. Verweerder heeft voorts tuchtrechtelijk verwijtbaar en in strijd met de kernwaarde (financiële) integriteit gehandeld door te dreigen met beslaglegging op roerende en onroerende zaken van klager en van klagers moeder, indien betaling van de declaratie ten bedrage van € 13.310,00 zou uitblijven. Verweerder wist immers dat een deugdelijke grondslag van de declaratie waarvan hij betaling verzocht, ontbrak. In zoverre gegrond. De klacht over de kwaliteit van de dienstverlening is ongegrond. De raad is op grond van de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht van oordeel dat klager, mede in het licht van het gemotiveerde verweer van verweerder, onvoldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd op welke punten verweerder steken heeft laten vallen. Naar het oordeel van de raad getuigt de bijstand zoals geschetst, niet van een kwaliteit van dienstverlening die onder de maat blijft van wat van een behoorlijk handelend advocaat mag worden verwacht. Omdat verweerder nog niet eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld is de raad van oordeel dat kan worden volstaan met oplegging van een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:129 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-301/DB/ZWB

    Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:130 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-416/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht van advocaat tegen advocaat. Verweerder heeft in strijd gehandeld met gedragsregel 25. Gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:131 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-432/DB/ZWB

    Raadbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in alle onderdelen ongegrond. De raad overweegt dat het de taak van verweerder was om de belangen van zijn cliënt te behartigen en in dat verband in de procedure die standpunten naar voren te brengen en die stukken en getuigenverklaringen in het geding te brengen waarmee naar zijn oordeel de belangen van zijn cliënt het beste werden gediend. Dat verweerder daarbij de belangen van klager nodeloos heeft geschaad, is de raad niet gebleken. Klager verwijt verweerder dat hij in het gerechtsgebouw tegen klager heeft gezegd: “Jij spoort niet”, althans woorden van gelijke strekking. Verweerder heeft erkend dat hij in klagers bijzijn heeft gezegd “hij spoort niet”, althans woorden van gelijke strekking. In zoverre staat de feitelijke grondslag van dit klachtonderdeel vast. De raad is van oordeel dat verweerder er weliswaar beter aan had gedaan om andere bewoordingen te bezigen, maar dat, gezien de context waarbinnen de uitlating is gedaan, van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen geen sprake is.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:126 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-626/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding driejaarstermijn uit artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet.