Zoekresultaten 51-100 van de 2592 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:106 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-385/DB/OB
- Datum publicatie: 24-08-2026
- Datum uitspraak: 24-08-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:106
Raadsbeslissing. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door haar stelbrief met verhinderdata niet zo spoedig mogelijk aan de advocaat van de wederpartij toe te zenden toen zij wel bekend raakte met zijn naam. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:173 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-067/AL/OV
- Datum publicatie: 24-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:173
Klacht over de eigen advocaat. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder niet gehandeld zoals van een zorgvuldig en bekwaam advocaat verwacht mag worden door zijn cliënten onvoldoende schriftelijk te informeren over zijn gewijzigde aanpak, over zijn ureninschatting voor de buitengerechtelijke werkzaamheden en over de risico’s en (proces)kosten. De raad ziet dat verweerder zich met goede intenties voor klaagster c.s. heeft ingezet maar ziet tegelijkertijd ook welke ernstige (financiële) gevolgen de negatieve uitspraak voor klaagster c.s. heeft gehad en nog heeft. De raad is uit de stukken echter niet gebleken dat verweerder daarvan tuchtrechtelijk een verwijt kan worden gemaakt door het ontbreken van voldoende dossierkennis of deskundigheid. Gelet op deze omstandigheden, in combinatie met het blanco tuchtrechtelijk verleden van verweerder, is de raad van oordeel dat oplegging van een maatregel van waarschuwing passend en geboden is.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:101 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-179/DB/ZWB
- Datum publicatie: 24-08-2026
- Datum uitspraak: 24-08-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:101
herstelbeslissing
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:175 Raad van Discipline Amsterdam 26-528/A/A 26-533/A/A 26-534/A/A 26-535/A/A 26-536/A/A 26-537/A/A 26-538/A/A 26-539/A/A 26-540/A/A 26-541/A/A 26-542/A/A
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 13-08-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:175
Voorzittersbeslissing; klacht over het optreden van verweerders in andere hoedanigheid. De klacht heeft betrekking op een geschil tussen klager en verweerders over hun opvattingen (en uitlatingen hierover in de sociale media) ten aanzien van het Israëlisch-Palestijns conflict en de oorlog in Gaza. De tuchtrechter gaat niet over dergelijke geschillen, tenzij kan worden vastgesteld dat verweerders in dit onderliggende geschil met hun handelen het vertrouwen in de advocatuur hebben geschaad. Dat is de voorzitter niet gebleken. Klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:176 Raad van Discipline Amsterdam 26-620/A/NH
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 10-08-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:176
Voorzittersbeslissing. Klacht van een derde over een advocaat. Geen opdrachtrelatie. Verwachtingspatroon van klaagster is niet reëel. Van verweerster kon, mede gelet op haar andere werkzaamheden, in redelijkheid niet worden verlangd dat zij direct en buiten haar kantoortijden verder op de berichten van klaagster zou reageren. In plaats van de volgende dag af te wachten om met verweerster te overleggen, heeft klaagster ervoor gekozen om meteen een klacht over verweerster in te dienen. Hierdoor was de basis voor een eventuele samenwerking tussen verweerster en klaagster verdwenen. Klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:177 Raad van Discipline Amsterdam 26-466/A/A
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 10-08-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:177
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Het is aan verweerster als advocaat om in het belang van klager af te wegen welke stappen er moeten worden gezet en wat het risico is van een eventuele te starten procedure. Het zou kunnen dat klager bepaalde wensen had ten aanzien van de verdeling van de schulden en de wijziging van het hoofdverblijf van de dochter van partijen en de alimentatie, maar verweerster is niet gehouden om deze wensen klakkeloos uit te voeren, zeker niet als zij dit niet in het belang vindt (van de procespositie) van klager. Klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:171 Raad van Discipline Amsterdam 26-607/A/A 26-614/A/A
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:171
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft zich in de conclusie van antwoord niet onnodig kwetsend over klager dan wel over de moeder van klager uitgelaten. Verweerder mocht die tekst gebruiken om het standpunt van zijn cliënte naar voren te brengen in reactie op de namens klager uitgebrachte dagvaarding. Klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:172 Raad van Discipline Amsterdam 26-556/A/A
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:172
Voorzittersbeslissing. Klacht over een advocaat. Verweerder is op geen enkele wijze inhoudelijk betrokken geweest bij de procedure van de religieuze ontbinding van het huwelijk van klager en diens ex-echtgenote. Verweerder kan tuchtrechtelijk niets worden verweten ten aanzien van de bevoegdheid van de joodse rechtbank, de zittingsdatum of de verstrekking van het dossier. Klacht is in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:173 Raad van Discipline Amsterdam 26-622/A/NH
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:173
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Het stond verweerder vrij om in het kader van de door klager gestarte civiele procedure tegen zijn cliënt bij de gemeente een BRP-uittreksel op te vragen vanwege het gerichte vermoeden dat klager niet meer stond ingeschreven bij een Nederlandse gemeente. De omstandigheid dat klager het met deze gang van zaken niet eens is en dat verweerder ook via andere routes aan deze informatie had kunnen komen, zoals klager heeft gesteld, betekent niet dat verweerder klachtwaardig heeft gehandeld door ervoor te kiezen navraag te doen bij de gemeente. Klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:174 Raad van Discipline Amsterdam 26-582/A/A
- Datum publicatie: 21-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:174
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in familierechtkwestie. Het stond verweerster in het belang van haar cliënte en op grond van de beschikbare informatie vrij om het OTS-verzoek en het verzoek van een RvdK-onderzoek in te dienen. De omstandigheid dat de rechtbank deze verzoeken heeft afgewezen, betekent niet dat verweerster door de indiening van deze verzoeken klachtwaardig heeft gehandeld. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:99 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-555/DB/ZWB
- Datum publicatie: 20-08-2026
- Datum uitspraak: 18-08-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:99
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klaagster verwijt verweerster dat zij in rechte in strijd met de waarheid heeft gesteld dat er geen afspraak was gemaakt over de kinderalimentatie en zich ten onrechte heeft verzet tegen het (door klaagsters advocaat) overleggen van correspondentie tussen haar en klaagsters advocaat en haar en haar cliënt. Dat verweerster haar cliënt heeft geadviseerd om in te stemmen met het door klaagsters advocaat voorgestelde alimentatiebedrag van € 337,00 per maand, betekent naar het oordeel van de voorzitter niet dat het verweerster niet vrij stond om te stellen dat er geen bindende alimentatieregeling tot stand was gekomen. Naar het oordeel van de voorzitter kan evenmin tuchtrechtelijk worden verweten dat zij zich heeft verzet tegen het overleggen van correspondentie tussen haar en klaagsters advocaat en haar en haar cliënt. Verweerster heeft genoegzaam gemotiveerd toegelicht dat en waarom zij namens haar cliënt tegen het in het geding brengen van de correspondentie bezwaar heeft gemaakt. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:100 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-562/DB/ZWB
- Datum publicatie: 20-08-2026
- Datum uitspraak: 18-08-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:100
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. De voorzitter stelt vast dat de klacht ziet op – vermeend - nalaten van verweerster op of rond 18 oktober 2016. Klager heeft zich op 26 januari 2026, derhalve ruimschoots na het verstrijken van de in artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet bedoelde termijn, met een klacht over verweerster tot de deken gewend. Niet is gebleken dat klager niet eerder dan op 26 januari 2026 heeft kunnen klagen. Dat klager naar eigen zeggen pas in januari 2026 nadere informatie heeft verkregen over het medicijngebruik van zijn moeder en dat notaris G in 2014 uit zijn ambt is gezet, maakt dit niet anders. De voorzitter oordeelt daarom dat van een verschoonbare termijnoverschrijding geen sprake is. Dat sprake zou zijn van de in artikel 46g lid 2 Advocatenwet bedoelde situatie is voorts evenmin gebleken. Klacht niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:270 Hof van Discipline 's Gravenhage 250437 250438
- Datum publicatie: 19-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:270
Het betreft een klacht over de curator (verweerster) en over de advocaat van de curator (verweerder). De raad van discipline heeft geoordeeld dat verweerders niet actief bij de toenmalige advocaten van klagers of bij klagers om toestemming hadden hoeven vragen om een factuur met een specificatie van de toenmalige advocaten van klagers te mogen gebruiken in de procedure tegen klagers. De raad heeft de klacht daarom ongegrond verklaard. Klagers zijn in beroep gekomen. Het hof is -anders dan de raad- van oordeel dat verweerders in strijd met de kernwaarde vertrouwelijkheid hebben gehandeld door de declaratie met specificatie die onder het beroepsgeheim valt in een procedure tegen klagers te gebruiken. Het hof is daarom van oordeel dat de klacht gegrond is en legt aan verweerders de maatregel van een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:170 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-864/AL/MN
- Datum publicatie: 19-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:170
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:171 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-245/AL/NN/D
- Datum publicatie: 19-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:171
Dekenbezwaar. De deken heeft een signaal van de rechtbank ontvangen en daarna onderzoek naar verweerder gedaan. Op grond van de stukken en de verklaring van verweerder tijdens de zitting is de raad gebleken dat sprake is geweest van een vooraf bedacht plan dat zijn cliënte met een videobril naar de zitting van de rechtbank zou gaan. Ook staat voor de raad vast dat verweerder tijdens de voorbespreking met zijn cliënte haar heeft voorgesteld om die dag in de rechtbank met een videobril het mogelijke ‘nare gedrag’ van de ex-partner richting zijn cliënte in de publieke ruimte van de rechtbank vast te kunnen leggen om daarna als objectief bewijs te dienen. Voor de raad zijn geen omstandigheden te bedenken dat stiekeme opnames tijdens een zitting door een partij met de wetenschap van een advocaat zijn te rechtvaardigen. De raad acht de rol die verweerder hierin heeft gehad zeer kwalijk en dat handelen betaamt een behoorlijk advocaat niet. In zoverre is het bezwaar gegrond en wordt aan verweerder een voorwaardelijke schorsing van 2 weken opgelegd. De verdere bezwaren, dat sprake is van een patroon waaruit zou volgen dat verweerder zich onafhankelijk opstelt ten opzichte van zijn cliënten en tekortschiet in de zorg voor zijn cliënten en in zijn wijze van praktijkvoering, zijn, tegenover de betwisting daarvan door verweerder, niet vast te stellen. Stukken die die bezwaren nader zouden kunnen onderbouwen, ontbreken. In zoverre ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:267 Hof van Discipline 's Gravenhage 260051
- Datum publicatie: 19-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:267
Deze zaak gaat over een klacht over een advocaat in een strafzaak. De Raad van Discipline heeft op grond van de overgelegde stukken en de ter zitting door en namens klaagster afgelegde verklaring niet kunnen vaststellen dat sprake is van een evident en voorzienbaar (potentieel) tegenstrijdig belang of van de overdracht van vertrouwelijke informatie over klaagster door de kantoorgenoot van verweerder aan verweerder. De klacht is ongegrond verklaard. Klaagster is in beroep gekomen. Het Hof van Discipline (hierna: het hof) bekrachtigt de beslissing van de raad. Het enkele feit dat beide verdachten een eigen aandeel ontkennen is in dit geval onvoldoende om een (potentieel) tegenstrijdig belang te kunnen of moeten aan te nemen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:268 Hof van Discipline 's Gravenhage 250428
- Datum publicatie: 19-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:268
Klagers hebben een klacht ingediend over verweerder. Verweerder heeft namens zijn cliënten eerder klachten over klagers ingediend, bij het hof bekend onder de nummers 250437 en 250438. Naar het oordeel van de Raad van Discipline kunnen de in die laatstgenoemde klachten door verweerder gebruikte bewoordingen niet anders worden uitgelegd dan dat hij klagers voor leugenaar uitmaakt. Het had verweerder gesierd als hij zijn fouten meteen na ontdekking en zonder voorbehouden had rechtgezet. Verweerder heeft dat naar het oordeel van de raad onvoldoende oprecht gedaan en heeft een waarschuwing opgelegd. Verweerder is in beroep gekomen. Het Hof van Discipline duidt het gedrag van verweerder anders en vernietigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:264 Hof van Discipline 's Gravenhage 260031
- Datum publicatie: 18-08-2026
- Datum uitspraak: 14-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:264
Klacht tegen eigen advocaat in letselschadezaak. Bekrachtiging beslissing raad. Gedeeltelijk niet-ontvankelijk, voor zover klager te laat heeft geklaagd. Voor het overige is de klacht gegrond. Verweerder heeft onvoldoende regie genomen, hij heeft klager onvoldoende deskundig geadviseerd en bijgestaan in zijn geschil met de letselschadeverzekeraar en hij is gemaakte afspraken niet nagekomen. Onvoorwaardelijke schorsing van vier weken.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:265 Hof van Discipline 's Gravenhage 250045
- Datum publicatie: 18-08-2026
- Datum uitspraak: 14-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:265
Deze zaak betreft een klacht van klaagster over het handelen van de eigen advocaat. Klaagster verwijt verweerder a) geen duidelijke afspraken te maken over de aanpak van haar zaak, b) gemaakte afspraken niet schriftelijk te bevestigen, c) opdrachten en/of opmerkingen van haar kant niet uit te voeren of na te komen en vragen niet te beantwoorden, d) zijn werkzaamheden op onzorgvuldige wijze uit te voeren, e) zijn declaraties onjuist of ondeugdelijk te specifiëren, en f) haar angstaanjagend te hebben behandeld. De klachtonderdelen a), b), c) en d) zijn gegrond verklaard en klachtonderdelen e) en f) zijn ongegrond verklaard. Aan verweerder is de maatregel van waarschuwing opgelegd. Klaagster en verweerder zijn beiden in hoger beroep gekomen. Beide partijen klagen in hoger beroep over het proces-verbaal van de zitting bij de Raad van Discipline. Het Hof van Discipline oordeelt dat het proces-verbaal van de raad onvolledig is en dat de uiterst korte weergave van de zitting in het proces-verbaal afbreuk heeft gedaan aan een representatieve weergave van hetgeen op zitting is gezegd en voorgevallen. Het hof verbindt hieraan geen andere consequentie dan de constatering hiervan. Het hof acht de klachtonderdelen a), b), c) en d) deels gegrond en klachtonderdeel e) ongegrond. Uit de deels gegrond verklaarde klachtonderdelen a), b), c) en d) volgt dat verweerder niet heeft gehandeld overeenkomstig het doel en de strekking van gedragsregels 16 en 17 en bovendien de kernwaarde (financiële) integriteit heeft geschonden door niet duidelijk te zijn over wat zijn werkzaamheden zouden gaan kosten. Het handelen van verweerder is in strijd met de in artikel 10a Advocatenwet vastgelegde kernwaarden en met de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen en verweerder heeft daarmee het vertrouwen in de advocatuur geschaad. Het hof bekrachtigt de door de raad opgelegde maatregel van waarschuwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:266 Hof van Discipline 's Gravenhage 260321
- Datum publicatie: 18-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:266
Beklag artikel 13 ongegrond. Klaagster wenst aanwijzing van een advocaat om alsnog correct cassatieberoep in te stellen tegen een beslissing van het Gerechtshof Arnhem Leeuwarden van 31 maart 2026. Uit de stukken blijkt dat klaagster een advocaat heeft benaderd om haar bij te staan bij het instellen van cassatie, maar dat deze advocaat op 25 juni 2026 een negatief cassatie-advies heeft uitgebracht. Vervolgens heeft klaagster zelf een procesinleiding opgesteld en die op 1 juli 2026 bij de Hoge Raad aangebracht. Klaagster is er op 24 juli 2026 door de Hoge Raad op gewezen dat zij uiterlijk op 21 augustus 2026 moet laten weten of zij haar cassatieberoep wil intrekken, of dat zij het eventueel wil doorzetten. Ook is zij er daarbij op gewezen dat haar procesinleiding op 30 juni 2026 zonder tussenkomst van een cassatieadvocaat en te laat is ingediend en dat zij er rekening mee moet houden dat zij niet-ontvankelijk zal worden verklaard (als zij het beroep doorzet). Het hof overweegt dat de deken zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat klaagster haar verzoek om aanwijzing te laat heeft ingediend. Van uitzonderlijke omstandigheden die tot de conclusie zouden moeten leiden dat klaagster alsnog ontvankelijk zou zijn bij het doorzetten van het cassatieberoep door een cassatieadvocaat is niet gebleken. Een cassatieadvocaat kan het gebrek aan het door klaagster zelf buiten de termijn ingediende cassatieberoep niet herstellen. Het aanwijzen van een cassatieadvocaat dient dan ook geen redelijk doel meer.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:260 Hof van Discipline 's Gravenhage 260269
- Datum publicatie: 18-08-2026
- Datum uitspraak: 13-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:260
Klacht over de deken wordt niet verwezen. Klager heeft naast de klacht over de deken ook een nagenoeg gelijkluidend beklag op grond van artikel 13 Advocatenwet ingediend tegen de beslissing van de deken van 24 juni 2026, waarin de deken het verzoek van klager om de beslissing waarbij een advocaat is aangewezen, te heroverwegen heeft afgewezen. Het hof heeft dit beklag geregistreerd onder nummer 260312. Klager kan (en heeft) zijn bezwaren naar voren brengen (gebracht) in de beklagprocedure die bij het hof loopt.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:261 Hof van Discipline 's Gravenhage 260301
- Datum publicatie: 18-08-2026
- Datum uitspraak: 13-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:261
Klacht over deken niet verwezen. De voorzitter overweegt dat een klacht tegen een deken geen middel is om een in een tuchtprocedure door die deken ingenomen standpunt ter discussie te stellen. Evenmin is het de bedoeling om vooruitlopend op de beslissing van de Raad van Discipline alvast een nieuwe klacht in te dienen. Klager kan zijn klacht tegen de deken, na betaling van het griffierecht, voorleggen aan de raad van discipline en laten beoordelen door de tuchtrechter. Klager heeft, zo begrijpt het hof, van die mogelijkheid ook gebruik gemaakt.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:262 Hof van Discipline 's Gravenhage 260311
- Datum publicatie: 18-08-2026
- Datum uitspraak: 13-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:262
Klacht over de deken niet verwezen. Op basis van het dossier heeft het hof vastgesteld dat klager zijn klacht tegen mr. B in 2019, na kennisneming van het dekenstandpunt, heeft ingetrokken. Klager heeft op 8 april 2020 opnieuw/ een nieuwe klacht ingediend. De deken heeft die klacht toen onderzocht en aan de raad van discipline aangeboden. De raad heeft de klacht op 23 augustus 2021 niet-ontvankelijk verklaard (ECLI:NL:TADRARL:2021:184). Het door klager daartegen ingestelde beroep is door het hof van discipline behandeld, waarbij de uitspraak van de raad van discipline is bekrachtigd (uitspraak 30 mei 2022, ECLI:NL:TAHVD:2022:117). De voorzitter overweegt dat een klacht tegen een deken geen middel is om de inhoud van een dekenvisie over de klacht tegen een andere advocaat ter discussie te stellen. Evenmin is het de bedoeling om, nadat de tuchtrechter op een klacht tegen een advocaat definitief heeft beslist, met een klacht tegen de betrokken deken(s) de discussie opnieuw te openen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:263 Hof van Discipline 's Gravenhage 260060H
- Datum publicatie: 18-08-2026
- Datum uitspraak: 13-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:263
Tweede verzoek om herziening afgewezen. De voorzitter stelt voorop dat het gestelde bedrog geen grond oplevert voor herziening. Ook overigens is er naar het oordeel van de voorzitter geen sprake van een nieuw feit of omstandigheid dat verzoeker niet eerder redelijkerwijs naar voren had kunnen brengen. De uitspraak waar verzoeker op doelt is van 16 oktober 2024 en wordt genoemd in de uitspraak van 19 maart 2025, die weer wordt genoemd in de op 26 maart 2026 gepubliceerde uitspraak van 18 maart 2026, en dateert dus van vóór de zitting van 20 april 2026. Dat verzoeker pas na de zitting bij het hof op 20 april 2026 op onderzoek is uitgegaan komt voor zijn rekening en risico.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:169 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-486/AL/MN
- Datum publicatie: 11-08-2026
- Datum uitspraak: 10-08-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:169
Voorzittersbeslissing. Verweerster heeft klager bijgestaan in een letselschadezaak. Naar het oordeel van de voorzitter heeft zij klager daarin op zorgvuldige wijze bijgestaan. Hij heeft vooraf ingestemd met de door verweerster voorgestelde persoon van de medisch adviseur als met de uiteindelijke vraagstelling. Zij is daarna op uitgebreide en zorgvuldige wijze telkens opnieuw schriftelijk ingegaan op zijn afwijkende visie op het rapport van de medisch adviseur. Ook heeft verweerster klager op zorgvuldige wijze geadviseerd over de door hem mogelijk te nemen vervolgstappen, waarbij zij zelf verder niet meer betrokken zou zijn. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:98 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-552/DB/OB
- Datum publicatie: 11-08-2026
- Datum uitspraak: 11-08-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:98
Voorzittersbeslissing. Klaagsters verwijten over de wijze waarop verweerder op klaagsters aansprakelijkstelling heeft gereageerd zijn kennelijk ongegrond. Verweerder heeft met bekwame spoed op de aansprakelijkstelling gereageerd en heeft daarbij een toereikende inhoudelijke reactie gegeven op klaagsters vragen en verzoeken. Het stond verweerder vrij om aan klaagster mede te delen dat aansprakelijkheid werd afgewezen en om, mede gelet op de samenhang tussen de tuchtklacht tegen mr. Y en de aansprakelijkstelling, ter onderbouwing van dat standpunt te verwijzen naar het dekenstandpunt van 20 maart 2025. Dat verweerder aan klaagster geen voorstel tot betaling van schadevergoeding of schadebeperking heeft gedaan is in lijn met de afwijzing van de afwijzing van aansprakelijkheid en vormt geenszins aanleiding om aan verweerder een tuchtrechtelijk verwijt te maken. De voorzitter is voorts van oordeel dat verweerder door de weigering om de gegevens van zijn verzekeraar aan klager te verstrekken niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het verwijt dat verweerder onjuiste informatie heeft verstrekt aan de deken, nu de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar aanvankelijk niet kon bevestigen dat zij een melding van verweerder had ontvangen, is eveneens onterecht. Vast staat dat (de assurantietussenpersoon van) verweerder de aansprakelijkstelling heeft doorgeleid aan de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar. Indien en voor zover de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar aanvankelijk (al dan niet abusievelijk) andersluidende informatie aan klaagster heeft verstrekt kan dit verweerder niet tuchtrechtelijk worden aangerekend. Van het onjuist informeren van de deken is geen sprake. In alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:167 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-902/AL/NN
- Datum publicatie: 11-08-2026
- Datum uitspraak: 10-08-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:167
In de kern gaan de vele klachten van klaagster over de communicatie. Daarin is verweerder op meerdere momenten tekortgeschoten. Hij heeft een fysieke afspraak tijdens de duur van de rechtsbijstand niet actief mogelijk gemaakt, waardoor zijn contact beperkt is geweest tot mailcontact met zakelijke toonzetting. Dat heeft over en weer tot irritatie geleid, wat verweerder had kunnen voorkomen. Verweerder heeft ook onvoldoende regie genomen door klaagster niet genoeg bij de hand te nemen tijdens de behandeling van zaak 1. Hij heeft onvoldoende duidelijk gemaakt welke stukken hij wanneer uiterlijk van haar wilde ontvangen. De raad rekent het verweerder aan dat hij klaagster heeft geadviseerd om, toen de zaak voor beraad partijen op de rol stond, een akte te nemen zonder eerst gedegen te onderzoeken of bij het gerechtshof in de stand van de procedure van zaak 1 bij een akte nog belangrijke producties mochten worden gevoegd. Verweerder is naar het oordeel van de raad tuchtrechtelijk bezien tekortgeschoten in zijn zorgplicht voor klaagster omdat van verweerder als zorgvuldig en behoorlijk advocaat mocht worden verwacht op de hoogte te zijn van de geldende procesregels van een gerecht en niet af te gaan op eigen aannames. Van verweerder had verwacht mogen worden dat hij alles op alles zou zetten om de relevante stukken van klaagster overgelegd te krijgen. Dat meteen bij de start zou zijn afgesproken dat verweerder zaak 2 zou laten liggen, is door klaagster betwist en door verweerder niet schriftelijk vastgelegd. Ook hierover heeft verweerder onvoldoende met klaagster gecommuniceerd. Door de later ontstane vertrouwensbreuk mocht verweerder zich aan beide zaken onttrekken. Hij heeft daarbij niet onzorgvuldig gehandeld omdat voor verweerder niet te verwachten was dat klaagster van zijn onttrekking zodanig nadeel zou ondervinden dat hij dat niet had mogen doen. Voor de gegronde klachten: berisping.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:168 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-149/AL/GLD
- Datum publicatie: 11-08-2026
- Datum uitspraak: 10-08-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:168
Vast staat dat verweerder klager als (mede)cliënt heeft bijgestaan in beroep in een bestemmingsplanprocedure tegen een gemeente. Verweerder is diezelfde gemeente jaren later gaan bijstaan in beroep in een bestemmingsplanprocedure tegen een aantal omwonenden, waaronder ook klager. Naar het oordeel van de raad is door verweerder aan de drie cumulatieve eisen van lid 3 van gedragsregel 15 voldaan, zodat hem tuchtrechtelijk geen verwijt treft. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:258 Hof van Discipline 's Gravenhage 260132
- Datum publicatie: 10-08-2026
- Datum uitspraak: 10-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:258
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Klager was de gedaagde partij in een kort geding en in deze procedure is vertegenwoordiging door een advocaat niet verplicht. Bovendien heeft het kort geding inmiddels plaatsgevonden, zodat klager ook geen belang meer heeft bij zijn verzoek tot aanwijzing van een advocaat.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:259 Hof van Discipline 's Gravenhage 260138
- Datum publicatie: 10-08-2026
- Datum uitspraak: 10-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:259
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De door klaagster gewenste procedure heeft geen redelijke kans van slagen. Bovendien kan die procedure bij de kantonrechter worden gevoerd en daarbij is geen bijstand door een advocaat voorgeschreven.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:191 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-667/DH/DH/D
- Datum publicatie: 07-08-2026
- Datum uitspraak: 07-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:191
Verzoek op grond van artikel 60b Advocatenwet toegewezen. Onmiddellijke schorsing in de uitoefening van de praktijk voor onbepaalde tijd. Als voorziening wordt getroffen dat verweerder verplicht is een coachingstraject te doorlopen. Ook mag de deken een waarnemer aanwijzen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:255 Hof van Discipline 's Gravenhage 260295
- Datum publicatie: 06-08-2026
- Datum uitspraak: 06-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:255
Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet bedoeld om te klagen over procedurele beslissingen die een deken tijdens het klachtonderzoek neemt (zoals het doorgeven van reactiemogelijkheden en termijnen aan partijen). Klager kan, na afronding van het klachtonderzoek door de deken en na betaling van het griffierecht, zijn klacht over mr. S laten toetsen door de raad van discipline. Binnen de kaders van die procedure kan klager al zijn bezwaren over het klachtonderzoek door de deken en de daarin door de deken genomen procedurele beslissingen onder de aandacht van de raad van discipline brengen. Daarom zal de voorzitter de klacht over de deken niet verwijzen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:256 Hof van Discipline 's Gravenhage 260300
- Datum publicatie: 06-08-2026
- Datum uitspraak: 06-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:256
Op grond van het bepaalde in artikel 46c lid 5 Advocatenwet dient een klacht tegen een deken in beginsel te worden verwezen naar een deken van een andere orde. De voorzitter zal hiertoe echter niet beslissen en licht dit als volgt toe. De klacht van klager over verweerder heeft betrekking op het dekenaal onderzoek dat verweerder heeft uitgevoerd naar aanleiding van de tuchtklacht die klager over mr. W heeft ingediend. Een klacht over een deken is geen middel om de inhoud van een dekenvisie op een tuchtklacht over een andere advocaat ter discussie te stellen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:257 Hof van Discipline 's Gravenhage 260318
- Datum publicatie: 06-08-2026
- Datum uitspraak: 06-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:257
Klacht over deken niet verwezen. Uit de mail waarin klager zijn klacht over de deken heeft ingediend, kan worden opgemaakt dat klager vindt dat de deken op basis van de door hem aangereikte informatie onderzoek moet doen. Het opvragen van een inventarislijst in reactie op de klacht van klager over mr. van D, is naar het oordeel van de voorzitter geen klachtwaardige reactie van de deken maar een -geoorloofd- verzoek om aanvulling/ verduidelijking van de klacht. Als klager opmerkingen heeft over het dekenonderzoek, dan kan hij deze, na afronding van het dekenale onderzoek en na betaling van het verschuldigde griffierecht, desgewenst voorleggen aan de tuchtrechter. Gelet hierop zal de klacht niet worden doorverwezen.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:188 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-012/DH/RO
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:188
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijk geschil. Verweerder is met zijn uitlating (net) over de grens van het toelaatbare gegaan. Hij heeft met deze uitlating het geschil onnodig op de spits gedreven. Bij het opleggen van de maatregel weegt de raad mee dat verweerder niet getuigt van enige (zelf)reflectie. De raad volstaat staat met een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:182 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-434/DH/DH
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:182
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. Verweerder heeft als dominus litis de keuze kunnen maken om geluidsopnames pas in hoger beroep in te brengen. Niet gebleken dat een grief tardief is aangevoerd door toedoen van verweerder. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:189 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-708/DH/RO
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:189
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:183 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-504/DH/DH
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:183
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:190 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-872/DH/DH
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:190
Gegrond verzet omdat de deken en de voorzitter uit zijn gegaan van een te beperkte klachtomschrijving. De raad ziet aanleiding om de zaak terug te verwijzen naar de deken voor nader onderzoek.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:184 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-505/DH/DH
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:184
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:185 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-889/DH/RO
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:185
Raadsbeslissing. Klacht van de VvE niet ontvankelijk vanwege een ontbrekende machtiging van de vergadering van eigenaars. Klacht van klaagster, die bestuurder was van de VvE, deels niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang en deels ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:186 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-022/DH/DH
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:186
Raadsbeslissing. Klacht over het omzeilen van gedragsregel 25 door de advocaat van de wederpartij. De door de cliënt ingeschakelde vertegenwoordiger kan niet worden aangemerkt als een hulppersoon van verweerster. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:187 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-008/DH/RO
- Datum publicatie: 05-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:187
Raadsbeslissing. Klacht over het handelen van de broer c.q. executeur in de nalatenschap van de ouders. Klacht ziet op handelen in 2004. Klager was daarmee in ieder geval in 2017 redelijkerwijs bekend. Klacht is daarom niet binnen de termijn ingediend en daarom niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:252 Hof van Discipline 's Gravenhage 260057
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 03-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:252
Beroep bij het hof niet-ontvankelijk. De door appellante aangevoerde redenen leiden er niet toe dat de termijnoverschrijding als verschoonbaar kan worden aangemerkt. Het is de eigen keuze geweest van appellante om correspondentie van de deken en/of de raad niet te openen of niet daarop te reageren.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:177 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-399/DH/RO
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:177
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerster mocht het standpunt van haar cliënte, dat klager zich schuldig maakte aan fraude, verdedigen. Uit de processtukken blijkt uit de context dat het een standpunt van haar cliënte betreft. Zij heeft niet onzorgvuldig gehandeld. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:253 Hof van Discipline 's Gravenhage 260038
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 04-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:253
Verzet ongegrond. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan die van de voorzitter. Uit de door klager overgelegde stukken leidt het hof af dat de klacht van klager over de deken nauw samenhangt met diens onvrede over het feit dat de deken heeft geweigerd om opnieuw een advocaat ten behoeve van klager aan te wijzen nadat de eerder bij beslissing van de deken van 23 januari 2026 ten behoeve van klager aangewezen advocaat een negatief procesadvies had verstrekt en de zaak daarom niet heeft aangenomen. Daarvan kan de deken echter geen verwijt worden gemaakt. Een deken is ook niet gehouden opnieuw een advocaat aan te wijzen als hij dat al heeft gedaan en de aangewezen advocaat niet aan al de wensen van een klager tegemoet komt (HvD 21 april 2017, ECLI:NL:TAHVD:2017:68). De voorziening van artikel 13 Advocatenwet is, anders dan klager lijkt te veronderstellen, geen absolute waarborg voor daadwerkelijke toegang tot de rechter.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:178 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-440/DH/DH
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:178
Voorzittersbeslissing. Klacht over belangenverstrengeling. Klager is in 2015 cliënt geweest bij het kantoor van verweerder in verband met een echtscheiding. Verweerders treden nu op tegen twee vennootschappen waarvan klager bestuurder en aandeelhouder is geweest. Deze vennootschappen zijn nooit cliënt geweest van verweerders c.q. het kantoor, daarom is geen sprake van optreden tegen een (voormalig) cliënt. Zelfs als dat wel zo zou zijn, is voldaan aan de voorwaarden van gedragsregel 13 lid 3. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:254 Hof van Discipline 's Gravenhage 250107W
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 04-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:254
Afwijzing verzoek tot wraking. De samenstelling van de kamer wordt vanaf een week voor de zitting gepubliceerd op de website van het hof. Verzoeker had na raadpleging van de curricula vitae van de leden van de kamer zijn verzoek tot wraking behoren in te dienen. Nu verzoeker dit eerst tijdens de zitting heeft gedaan, is zijn wrakingsverzoek tardief. Het hof is niet gebleken dat de nevenfuncties van verweerders een indicatie voor partijdigheid of vooringenomenheid zouden kunnen zijn (Hof van Discipline, 8 december 2023, ECLI:NL:TAHVD:2023:223). De toelichting van verzoeker op de wrakingsgronden 1, 5 en 6 alsook het proces-verbaal van de zitting leveren volgens het hof ook overigens geen aanwijzingen op voor het oordeel dat verweerders ten opzichte van verzoeker vooringenomen waren, althans dat de bij verzoeker bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is.Afwijzing verzoek tot wraking. De samenstelling van de kamer wordt vanaf een week voor de zitting gepubliceerd op de website van het hof. Verzoeker had na raadpleging van de curricula vitae van de leden van de kamer zijn verzoek tot wraking behoren in te dienen. Nu verzoeker dit eerst tijdens de zitting heeft gedaan, is zijn wrakingsverzoek tardief. Het hof is niet gebleken dat de nevenfuncties van verweerders een indicatie voor partijdigheid of vooringenomenheid zouden kunnen zijn (Hof van Discipline, 8 december 2023, ECLI:NL:TAHVD:2023:223). De toelichting van verzoeker op de wrakingsgronden 1, 5 en 6 alsook het proces-verbaal van de zitting leveren volgens het hof ook overigens geen aanwijzingen op voor het oordeel dat verweerders ten opzichte van verzoeker vooringenomen waren, althans dat de bij verzoeker bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:179 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-452/DH/RO
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:179
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verwijt is dat verweerder onrechtmatig en onzorgvuldig gebruik heeft gemaakt van klaagsters geheime woonadres. Verweerster mocht de gegevens opvragen bij de gemeente in verband met een te starten procedure. De gemeente had de gegevens niet mogen verstrekken, althans aan verweerster moeten melden dat die geheim waren. Voor verweerster was op geen enkele manier kenbaar dat klaagsters gegevens geheim waren. Verweerster kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:180 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-473/DH/DH
- Datum publicatie: 04-08-2026
- Datum uitspraak: 29-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:180
Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ne bis in idem-beginsel en de beginselen van een behoorlijke tuchtprocesorde. Misbruik van recht-bepaling.