Zoekresultaten 1101-1120 van de 2236 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:164 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-390/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Derde klacht van klager tegen verweerster kennelijk niet-ontvankelijk, deels vanwege strijd met het ne bis in idem beginsel en deels vanwege strijd met de beginselen van een behoorlijke tuchtprocesorde.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:146 Hof van Discipline 's Gravenhage 240347

    Klacht tegen advocaat wederpartij in familiezaak door raad gedeeltelijk gegrond verklaard. Klager komt in beroep van het ongegrond verklaarde gedeelte van de klacht over onnodig grievende uitlatingen. Het hof verklaart dit klachtonderdeel voor één van de aangevallen uitingen alsnog gegrond en bekrachtigt de beslissing van de raad voor het overige.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:147 Hof van Discipline 's Gravenhage 240150 240151

    Bekrachtiging uitspraak raad (grotendeels ongegrond en deels niet-ontvankelijk) in klachtzaak tegen advocaat wederpartij. Klager verweet verweerster onder meer het gebruik van een onjuiste verklaring, belangenverstrengeling en niet (correct) optreden in verband met een door haar cliënte gelegd beslag.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:144 Hof van Discipline 's Gravenhage 240225

    Klacht tegen de advocaat van de wederpartij. Beroep ingesteld door verweerder. Het hof oordeelt dat verweerder in meerdere processtukken een onjuiste en onvolledige voorstelling van de feiten heeft gepresenteerd door belangrijke andere informatie uit hetzelfde dossier buiten beschouwing te laten bij het onderbouwen van zijn standpunt. Voorts heeft verweerder nagelaten om klager tijdig te informeren over zijn plannen om een procedure aanhangig te maken. Verweerder heeft daarmee de belangen van klager onnodig en onevenredig geschaad. Het hof is het in zoverre eens met de beslissing van de raad en acht de maatregel van een berisping eveneens passend en geboden. Anders dan de raad is het hof van oordeel dat het verweerder niet valt aan te rekenen dat hij geen verder onderzoek naar de feiten heeft verricht (door zijn voorganger te raadplegen) en geen wederhoor heeft toegepast. Het hof vernietigt in zoverre de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:145 Hof van Discipline 's Gravenhage 250046

    Klacht tegen advocaat in privé. Verweerder is in zijn opstelling naar klaagster in vervolg op haar aansprakelijkstelling niet duidelijk en consistent geweest. Hij heeft zich tegelijkertijd en afwisselend gepresenteerd als buurman, die wilde praten en als advocaat, die formeel en juridisch op de aansprakelijkstelling zou reageren. Daardoor heeft hij niet voldaan aan de eis dat de advocaat er duidelijk over moet zijn in welke hoedanigheid hij optreedt (gedragsregel 9). Bekrachtiging beslissing raad: gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:188 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-141/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door geen eis in de hoofdzaak bij de OK in te stellen nadat het verlof tot het leggen van conservatoir beslag was verleend. Hierdoor is het conservatoir beslag vervallen. Deze gang van zaken is schadelijk geweest voor de belangen van klaagster en is bovendien niet door verweerder vooraf met klaagster afgestemd. Het nalaten om een eis in de hoofdzaak in te stellen, levert een beroepsfout op die raakt aan de kernwaarde deskundigheid op het gebied van beslag en executierecht. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:157 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-014/DH/RO

    Raadsbeslissing. Verweerster is tekortgeschoten in haar communicatie met en bijstand aan klaagster. Zij heeft belangrijke informatie en adviezen niet vastgelegd, waardoor niet kan worden vastgesteld dat verweerster klaagster daadwerkelijk heeft geïnformeerd en geadviseerd. Verweerster heeft klaagster ook niet op de hoogte gehouden van de te verwachten kosten, zoals wel was afgesproken. Na het teleurstellende vonnis heeft verweerster klaagster bovendien niet voorzien van een deugdelijk advies over het instellen van hoger beroep. Verweerster heeft daarmee op meerdere punten en momenten tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld jegens klaagster. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:189 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-361/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. Klager heeft te laat geklaagd. Van een verschoonbare termijnoverschrijding is de voorzitter niet gebleken. Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:158 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-057/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht tegen de deken. De klacht ziet op de manier waarop verweerster met een brief van klager is omgegaan. Volgens klager betrof de brief een klacht die verweerster in behandeling had moeten nemen. De brief bevat echter geen concrete klacht, maar een verzoek om reactie c.q. duidelijkheid op vragen. Op die brief is door de deken correct en zakelijk gereageerd. Verweerster valt geen tuchtrechtelijk verwijt te maken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:190 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-376/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Verweerder behartigt in verschillende procedures de ex-partner van klaagster. Dat verweerder daarbij de belangen van klaagster onnodig of onevenredig zonder doel heeft geschaad, is de voorzitter niet gebleken. Op grond van een gewezen arrest van het gerechtshof moest klaagster na betekening daarvan volledig en onvoorwaardelijk haar medewerking verlenen aan toedeling van de echtelijke woning aan haar ex-partner. Klaagster heeft dat geweigerd en ook om de (aangepaste) notariële akte te ondertekenen waarna de notaris de akte niet wilde verlijden zonder toestemming van beide partijen. Verweerder heeft om uit deze impasse te komen de voor alle betrokken partijen minst belastende keuze gemaakt door een executiegeschil uit te lokken. Daarna bestond er duidelijkheid en is de notariële akte alsnog - buiten aanwezigheid van klaagster - verleden. Daarnaast mocht verweerder als partijdige belangenbehartiger de feiten en standpunten in de procedures innemen zoals door hem gedaan. Het lag op de weg van (de advocaat van) klaagster om daartegen verweer te voeren. Klachten kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:117 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-887/DB/OB

    Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:159 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-135/DH/RO

    Raadsbeslissing. Verweerder is tekortgeschoten in zijn bijstand aan klager. Hij heeft klager onvoldoende meegenomen in de overweging om geen eis in reconventie in te dienen, althans zulks niet schriftelijk vastgelegd. Ook heeft verweerder door klager aangeleverde (bewijs)stukken niet ingebracht, zonder dat met klager te bespreken en dat vast te leggen. Verder is verweerder een van klager ontvangen map met stukken kwijtgeraakt. Pas bij het opruimen en verhuizen van zijn kantoor heeft hij de map teruggevonden en aan klager geretourneerd. Dat is bijzonder slordig. Verweerder heeft daarmee op meerdere punten en momenten tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld jegens klager. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:160 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-383/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familiekwestie deels kennelijk niet-ontvankelijk vanwege ne bis in idem. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond, vanwege onvoldoende concretisering en onderbouwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:161 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-384/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Het stond verweerder vrij om zijn cliënt te adviseren over het al dan niet beneficiair aanvaarden van de nalatenschap. Ook stond het hem vrij om een verzoek tot benoeming van een vereffenaar te doen. Verweerder heeft zijn taak vervuld in het belang van zijn cliënt en heeft daarbij gebruik gemaakt van de daarvoor bestemde procedure. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:187 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-737/AL/MN

    Verzet ongegrond. Geen aanleiding om aan de juistheid van de voorzittersbeslissing te twijfelen. De tuchtrechter is in het kader van de klachtprocedure niet bevoegd om te oordelen over achterliggende geschillen, zoals de civiele procedures tussen klager en de cliënte van verweerster. De voorzitter zou buiten zijn bevoegdheid en de kaders van de klachtprocedure treden als hij een inhoudelijk oordeel zou hebben gegeven over de vraag die partijen verdeeld houdt. De raad begrijpt dat klager daar anders over denkt, maar dat betekent niet dat de voorzittersbeslissing onjuist is. Het verzet van klager slaagt niet.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:114 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-460/DB/OB 25-461/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een erfrechtelijk geschil. Niet gebleken waarom het verzetschrift dat verweerder heeft opgesteld en klaagster heeft goedgekeurd onjuist zou zijn. Klaagster heeft vervolgens eenzijdig het contact afgehouden. Het stond verweerder vrij vervolgens zijn werkzaamheden neer te leggen. Niet gebleken dat er een maximumbedrag is afgesproken. Niet gebleken dat verweerder bemiddelingspogingen heeft gefrustreerd. Het stond verweerder vrij om een artikel te schrijven over het onderwerp dat in de verzetprocedure speelde, waarbij is verwezen naar de geanonimiseerde versie van de beschikking in klaagsters zaak. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:143 Hof van Discipline 's Gravenhage 250037W

    Bij het hof is een zaak van verzoekers aanhangig. Deze zaak is op 13 juni 2025 op een zitting van het hof behandeld. Op 6 juli 2025 hebben verzoekers een verzoek tot wraking van de leden van de behandelende kamer ingediend omdat zij vinden dat er tijdens de zitting sprake was van de schijn van partijdigheid. Verzoekers stellen dat zij niet de kans kregen om hun standpunt goed toe te lichten. De feiten en omstandigheden, die verzoekers aanleiding hebben gegeven de leden van het hof te wraken, hebben zich voorgedaan tijdens de zitting van het hof van 13 juni 2025. Verzoekers waren daarmee dus tijdens de zitting al bekend. Gelet op artikel 2.1 van het Wrakingsprotocol dient een wrakingsverzoek gedaan te worden, zodra de verzoeker met die feiten of omstandigheden bekend is. Dat betekent in dit geval meteen ter zitting (in die mogelijkheid voorziet het Wrakingsprotocol ook) óf zo spoedig mogelijk na afloop van die zitting. Dat het op schrift stellen en onderbouwen van de wrakingsgronden enkele dagen kan vergen, valt te billijken. De door verzoekers in dit geval genomen tijd voor het indienen van hun wrakingsverzoek - 23 dagen - is echter niet meer op te vatten als zo spoedig als mogelijk na de zitting. Verzoekers hebben erop gewezen dat zij, omdat zij dakloos zijn, niet de hele tijd over internet beschikken. Daarom konden zij het verzoek niet eerder indienen. Het hof is van oordeel dat in deze omstandigheid geen rechtvaardiging is gelegen voor het ruim drie weken na de zitting indienen van het wrakingsverzoek. Het wrakingsverzoek is dan ook te laat ingediend en zal om die reden niet verder inhoudelijk worden beoordeeld. Het zal kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:115 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-210/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Vast staat dat verweerder in een periode van drie maanden veertien brieven (per post en/of per e-mail) aan klaagster heeft gestuurd. De frequentie, de inhoud en de toonzetting van verweerders correspondentie aan klaagster zijn naar het oordeel van de raad zodanig dreigend van aard, dat de raad goed voorstelbaar acht dat klaagster verweerders correspondentie als intimiderend heeft ervaren. In de brieven van 25 mei 2024 tot en met 25 juli 2024 heeft verweerder klaagster aangeschreven als op te roepen getuige. Of en in hoeverre het handelen van verweerder in strijd komt met het bepaalde in gedragsregel 22 ligt niet ter beoordeling voor, nu klaagster niet over schending van gedragsregel 22 heeft geklaagd. Hoe dan ook past het een advocaat evenwel niet om een potentiële getuige zo onder druk te zetten. Gezien de inhoud van de e-mails van 25 en 30 juli 2024 is klaagster vanaf eind juli 2024 in de verhouding tot verweerder niet meer (alleen) een potentieel op te roepen getuige, maar is zij in de visie van verweerder kennelijk (ook) wederpartij van verweerders cliënten geworden. Verweerder heeft klaagster, nadat hij haar herhaaldelijk een getuigenverhoor in het vooruitzicht had gesteld, in diverse e-mailberichten duidelijk gemaakt dat hij op verschillende vlakken tegen haar zou (kunnen) gaan optreden en welke nadelige consequenties de kwestie voor haar zou (kunnen) hebben. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder daarmee de grenzen van de aan hem, in zijn hoedanigheid van advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid, overschreden. Gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:116 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-051/DB/LI

    Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:112 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-332/DB/ZWB

    Klacht kennelijk niet-ontvankelijk vanwege misbruik van recht.