We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 41-60 van de 2383 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:142 Raad van Discipline Amsterdam 25-905/A/A 25-908/A/A

    Raadsbeslissing. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:194 Hof van Discipline 's Gravenhage 260215 260223

    Klacht over deken wordt niet verwezen op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. De beslissing van de deken om een schriftelijke reactie in een lopend klachtonderzoek al dan niet aan het dossier toe te voegen, is een procedurele beslissing in het kader van het klachtonderzoek. Het klachtrecht is geen middel om een dergelijke beslissing van de deken ter discussie te stellen. Klager kan, na afronding van het onderzoek door de deken en betaling van het griffierecht, zijn klacht laten toetsen door de Raad van Discipline en binnen de kaders van die procedure kan klager ook zijn klachten over het klachtonderzoek door de deken en de daarin door de deken genomen procedurele beslissingen aan de raad voorleggen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:195 Hof van Discipline 's Gravenhage 260162

    Klacht over deken wordt niet verwezen op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. De beslissing van de deken om tijdens het lopende onderzoek naar de door klager ingediende klacht over een advocaat geen re- en dupliek te laten plaatsvinden is een procedurele beslissing in het kader van het klachtonderzoek. Het klachtrecht is geen middel om een dergelijke beslissing van de deken ter discussie te stellen. Het tuchtrecht zoals beschreven in de Advocatenwet is alleen van toepassing op advocaten. Er is dus geen grondslag voor een onderzoek door een deken naar een over de stafjurist of de adjunct-secretaris ingediende klacht.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:196 Hof van Discipline 's Gravenhage 260161

    Klacht over deken wordt niet verwezen op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Een klacht over een deken is geen middel om de inhoud van een aanwijzingsbesluit waar klager zich niet in kan vinden ter discussie te stellen, nu daartegen de beklagprocedure op grond van artikel 13 lid 3 Advocatenwet openstaat. Door de inhoud van twee aanwijzingsbesluiten in de klachtprocedure (opnieuw) ter discussie te stellen, gebruikt klager het klachtrecht voor een ander doel dan waarvoor het klachtrecht is bedoeld. Dat beschouwt het hof als misbruik van het klachtrecht.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:197 Hof van Discipline 's Gravenhage 260233

    Verzoek van de Amsterdamse Orde van Advocaten om een klacht over verweerder te verwijzen naar de raad van discipline in het ressort Den Bosch voor behandeling, omdat de klacht samenhangt met een klacht van klager tegen een advocaat, kantoorhoudend in het arrondissement Zeeland-West-Brabant. Volgens de deken is sprake van zoveel samenhang dat deze klachten het beste gezamenlijk door één raad van discipline behandeld kunnen worden. Uit de stukken blijkt niet dat na het onderzoek door de deken Zeeland-West Brabant van de eerste klacht over verweerder een andere raad van discipline door het hof is aangewezen (op de voet van artikel 46aa, lid 3 of lid 5 Advocatenwet) dan de bevoegde raad, namelijk de raad van discipline in het ressort Amsterdam. Mede gelet op artikel 12 Advocatenwet valt verweerder onder de bevoegdheid van de deken Amsterdam (vgl. HvD 30 maart 2026, ECLI:NL:TAHVD:2026:91) en de raad van discipline in het ressort Amsterdam. Evenmin blijkt uit de overgelegde stukken dat klager gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om, na betaling van het griffierecht, de eerste klacht aanhangig te maken bij de raad van discipline, in ofwel Amsterdam ofwel ’s-Hertogenbosch. Toewijzing van het verzoek zou, gelet op het hof ter beschikking staande informatie, in beginsel tot gevolg hebben dat de eerste klacht in behandeling zou komen van de raad van discipline in het ressort Amsterdam en de tweede klacht bij de raad van discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch. Dit is niet wat met het verzoek en met artikel 46aa lid 5 van de Advocatenwet is beoogd. Het verzoek om verwijzing wordt daarom afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:80 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-405/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Klagers verwijten verweerder dat hij een ongefundeerde beschuldiging heeft geuit en stukken in het geding heeft gebracht, terwijl hij wist of behoorde te weten dat deze stukken onjuist waren. Naar het oordeel van de voorzitter is niet gebleken dat verweerder onnodig grievende of kennelijk onjuiste uitlatingen heeft gedaan, noch dat hij reden had om te twijfelen aan de juistheid van de overgelegde stukken. Niet gebleken dat verweerder de grenzen van de aan hem, in zijn hoedanigheid van advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid heeft overschreden. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:81 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-406/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Klagers verwijten verweerder dat hij een ongefundeerde beschuldiging heeft geuit en stukken in het geding heeft gebracht, terwijl hij wist of behoorde te weten dat deze stukken onjuist waren. Naar het oordeel van de voorzitter is niet gebleken dat verweerder onnodig grievende of kennelijk onjuiste uitlatingen heeft gedaan, noch dat hij reden had om te twijfelen aan de juistheid van de overgelegde stukken. Niet gebleken dat verweerder de grenzen van de aan hem, in zijn hoedanigheid van advocaat van de wederpartij, toekomende vrijheid heeft overschreden. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:137 Raad van Discipline Amsterdam 26-499/RO/W

    Wrakingsbeslissing; kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:150 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-766/AL/MN

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:131 Raad van Discipline Amsterdam 25-719/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:151 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-372/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:132 Raad van Discipline Amsterdam 26-092/A/A

    Raadsbeslissing; ongegronde klacht van een advocaat over een advocaat. Geen sprake van grievende uitlatingen of het verkondigen van bewust onjuiste informatie.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:133 Raad van Discipline Amsterdam 26-055/A/A

    Raadsbeslissing; klacht over de kwaliteit van dienstverlening, voor zover tijdig, gegrond. Het behoort tot de taak van een advocaat zijn de cliënt bij aanvang van een zaak een gedegen voorlichting te geven over de aanpak van de zaak en de kansen en de risico’s die spelen. De advocaat moet zich ervan vergewissen of de cliënt alles goed heeft begrepen en of hij de gevolgen van een gekozen aanpak voldoende overziet. Zo nodig moet hij belangrijke informatie en afspraken schriftelijk aan zijn cliënt bevestigen (gedragsregel 16 lid 1). Verweerder is op deze punten richting klager tekortgeschoten. Waarschuwing met kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:191 Hof van Discipline 's Gravenhage 260082     

    Beklag artikel 13 niet-ontvankelijk. De -verlengde- termijn voor het instellen van beroep in cassatie tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 17 februari 2026 verliep op 12 maart 2026. Nu deze termijn is verstreken, heeft klager geen belang meer bij aanwijzing van een advocaat voor het indienen van hoger beroep. Reeds om die reden is het beklag niet-ontvankelijk. Inmiddels is cassatieberoep ingesteld door een advocaat die voor klager de zaak mag behandelen. De in het beklag genoemde gronden behoeven daarom, bij gebrek aan belang, geen bespreking meer.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:134 Raad van Discipline Amsterdam 26-054/A/A

    Raadsbeslissing; gegronde klacht over de advocaat wederpartij. Verweerster heeft zich niet gedragen zoals het een behoorlijk advocaat betaamt door maandenlang de vele e-mails van klager te negeren. Ook als de advocaat van de wederpartij mocht van verweerster verwacht worden dat zij ten minste kort reageerde met de mededeling dat zij klager niet kon helpen. Daarnaast acht de raad het ongepast om beschuldigingen te uiten zonder enige feitelijke onderbouwing. Waarschuwing met kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:128 Raad van Discipline Amsterdam 26-370/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de kwaliteit dienstverlening kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:192 Hof van Discipline 's Gravenhage 260059

    1.1 B De beslissing is door de raad verzonden op 26 januari 2026. Dit betekent dat tot en met 25 februari 2025 de tijd had om beroep in te stellen. Het hof heeft het beroep van klager op 26 februari 2026 ontvangen. Klager is in de gelegenheid gesteld om uit te leggen waarom hij te laat was met het instellen van beroep. Het hof heeft geen reactie ontvangen. 1.2 Het hof is van oordeel dat er geen aanleiding om tot de conclusie te komen dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. eroep niet-ontvankelijk. De beslissing is door de raad verzonden op 26 januari 2026. Dit betekent dat klager tot en met 25 februari 2025 de tijd had om beroep in te stellen. Het hof heeft het beroep van klager op 26 februari 2026 ontvangen. Klager is in de gelegenheid gesteld om uit te leggen waarom hij te laat was met het instellen van beroep. Het hof heeft geen reactie ontvangen. Er is geen aanleiding om tot de conclusie te komen dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:135 Raad van Discipline Amsterdam 26-117/A/A

    Raadsbeslissing; klacht over de eigen advocaat in een familierechtzaak, gedeeltelijk gegrond. Verweerster heeft inhoudelijk steken laten vallen en nagelaten klaagster (schriftelijk) te informeren dat haar declaratie substantieel hoger werd dan haar oorspronkelijke schatting. Waarschuwing met kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:129 Raad van Discipline Amsterdam 26-363/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de eigen advocaat. De opdrachtbevestiging, de facturen en urenspecificaties van verweerder voldoen ruimschoots aan de vereisten van gedragsregel 17 lid 1 en van excessief declareren is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:193 Hof van Discipline 's Gravenhage 260071

    Beklag artikel 13 Advocatenwet niet-ontvankelijk. Het hof stelt vast dat de termijn voor het indienen van hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter is verstreken. Klaagster heeft geen belang meer bij aanwijzing van een advocaat voor het indienen van hoger beroep.