Zoekresultaten 191-200 van de 2035 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:231 Raad van Discipline Amsterdam 25-756/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij. Verweerster heeft terecht aangevoerd dat op haar als advocaat de plicht rust om (uitsluitend) de belangen van haar cliënten te behartigen. Dat klager het inhoudelijk niet eens is met het standpunt dat verweerster namens haar cliënten heeft verkondigd, betekent nog niet dat verweerster daarmee in strijd met gedragsregel 8 (of 21 Rv) heeft gehandeld. Daarvan is pas sprake als verweerster bewust onjuiste informatie naar voren heeft gebracht. Daarvan is de voorzitter niet gebleken. De vraag of het standpunt dat verweerster namens haar cliënten heeft ingenomen inhoudelijk juist is of dat klager gelijk heeft, valt buiten de reikwijdte van dit tuchtrechtelijk geschil.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:225 Raad van Discipline Amsterdam 25-306/A/A

    Raadsbeslissing; klacht is ongegrond. Verweerster heeft niet klachtwaardig gehandeld door na te laten klager en zijn gemachtigde te informeren over haar benoeming als raadsheer-plaatsvervanger bij het hof waar het hoger beroep aanhangig was tussen klager en de cliënt van verweerster. Verweerster mocht er op vertrouwen dat vanwege de ‘niet inzet’ afspraak en de aantekening daarvan in het externe register nevenfuncties haar enkele benoeming als raadsheer-plaatsvervanger geen omstandigheid was die een risico zou kunnen opleveren voor de onpartijdigheid van het hof.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:226 Raad van Discipline Amsterdam 25-571/A/NH/D

    Raadsbeslissing; dekenbezwaar in alle onderdelen gegrond. Verweerster heeft bij herhaling tegen haar kantoorgenoten, waaronder haar patroon, gelogen over haar bezoeken aan cliënten. Door het liegen over de kerndienstverlening van de advocaat, namelijk rechtsbijstand aan de cliënt, heeft verweerster niet alleen ernstig onprofessioneel en onbetrouwbaar gehandeld ten opzichte van haar kantoorgenoten, maar is zij bovendien vergaand tekortgeschoten in haar zorgplicht ten opzichte van de cliënten die op haar bijstand rekenden. Door dit handelen heeft verweerster de in artikel 46 van de Advocatenwet neergelegde betamelijkheidsnorm en de kernwaarden deskundigheid en integriteit geschonden, en daarmee het vertrouwen in de advocatuur ondermijnd. Gelet op het feit dat verweerster spijt heeft betuigd en ten tijde van de verwijtbare gedragingen nog in opleiding was, is een berisping met kostenveroordeling passend geacht.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:227 Raad van Discipline Amsterdam 25-450/A/A

    Raadsbeslissing; verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:228 Raad van Discipline Amsterdam 25-281/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zonder de schriftelijk vastgelegde expliciete instemming van klaagster zijn facturen te verrekenen met het aan klaagster uitgekeerde schikkingsbedrag dat op de derdengeldenrekening van verweerder is gestort. Ook heeft verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door afspraken met klaagster over het wel of niet hoger beroep instellen niet schriftelijk vast te leggen, waardoor achteraf discussie is ontstaan over de vraag of klaagster met het instellen van hoger beroep heeft ingestemd. Klacht gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing en veroordeling in de proceskosten.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:229 Raad van Discipline Amsterdam 25-715/A/A

    Voorzittersbeslissing; verweerster heeft geen beschuldigingen geuit zonder bewijs. Verweerster heeft onbetwist aangevoerd dat de schriftelijke reactie waarnaar klaagster verwijst een persoonlijke bief van de ex-partner aan de rechtbank betreft en dat de ex-partner ter zitting zelf wel naar voren heeft gebracht dat klaagster volgens hem zou kampen met borderline problematiek. Dit waren niet de bewoordingen van verweerster en kunnen derhalve niet aan verweerster worden toegerekend. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:260 Hof van Discipline 's Gravenhage 250440

    Het hof stelt vast dat de klacht niet is geconcretiseerd. Ook is de door klager geformuleerde klacht niet onderbouwd. Op grond van de inhoud van de klacht is niet duidelijk waar onderzoek naar zou moeten worden gedaan. Daarom zal het hof de klacht niet verwijzen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:261 Hof van Discipline 's Gravenhage 250406

    De voorzitter stelt vast dat deze klacht zodanig gebrekkig is geformuleerd dat niet duidelijk is wat de klacht precies inhoudt. De onderbouwing maakt een en ander niet bepaald inzichtelijker. De algemene verwijten en het onbehoorlijke taalgebruik maakt deze klacht naar het oordeel van de voorzitter niet voor verwijzing in aanmerking komt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:230 Raad van Discipline Amsterdam 25-754/A/A

    Voorzittersbeslissing; verweerder mocht de uitspraken van klaagster die (geanonimiseerd) gepubliceerd zijn op de website www.rechtspraak.nl gebruiken voor een artikel. Daarvoor hoefde hij geen toestemming van klaagster te vragen. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:224 Raad van Discipline Amsterdam 25-445/A/A/D

    Raadsbeslissing; dekenbezwaar in alle onderdelen gegrond. Verweerder heeft in de eerste plaats bij zijn bijstand in de aandelenoverdracht niet voldaan aan de verplichtingen in de Wwft en in de Voda door geen (verscherpt) cliëntonderzoek te verrichten. In de tweede plaats heeft verweerder niet voldaan aan de zware zorgplicht die op hem rustte door als enige advocaat op te treden voor twee partijen om een echtscheiding tot stand te brengen. Daarbij heeft verweerder bovendien nagelaten belangrijke afspraken schriftelijk vast te leggen, hetgeen strijd met gedragsregel 16 lid 1 oplevert. In de derde plaats heeft verweerder zijn declaraties niet op de juiste wijze ingericht, doordat deze niet aan zijn cliënten waren gericht of niet duidelijk maakten wie als cliënt moest worden aangemerkt. Hiermee heeft verweerder gehandeld in strijd met gedragsregel 17 lid 2, artikel 7.5 van de Voda en de kernwaarde (financiële) integriteit. Tot slot heeft verweerder in het kader van een eerder opgelegde schorsing de deken niet volledig geïnformeerd over lopende dossiers en is verweerder in die periode van schorsing werkzaamheden blijven verrichten. Bij het bepalen van de hoogte van de maatregel zijn als verlichtende omstandigheden meegewogen dat de verwijtbare gedragingen inmiddels meer dan vijf jaar geleden hebben plaatsgevonden en verweerder daarna niet meer tuchtrechtelijk is veroordeeld. Ook is meegewogen dat verweerder zelfinzicht heeft getoond, zich heeft bijgeschoold, zijn werkwijze en zijn kantoorbeleid heeft aangepast waar het het factureren en de vastleggingen voor de Wwft en de Voda betreft. Verder is in het voordeel van verweerder meegewogen dat het tijdsverloop vanaf de start van het onderzoek van de deken (juli 2022) tot de daadwerkelijke indiening van het dekenbezwaar (juli 2025) erg lang is geweest en daarmee zeer belastend voor verweerder. Een schorsing van 26 weken, waarvan 13 weken voorwaardelijk, is passend bevonden.