Zoekresultaten 131-140 van de 2139 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:24 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-440/AL/MN
- Datum publicatie: 30-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:24
De raad heeft geoordeeld dat verweerder heeft opgetreden tegen klaagster, terwijl hij eerder - in het kader van onderhandelingen over een samenwerking tussen klaagster en zijn cliënte - werkzaamheden voor klaagster heeft verricht. Verweerder heeft daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Omdat niet is gebleken dat klaagster schade heeft ondervonden als gevolg van het handelen van verweerder en gelet op de omstandigheid dat verweerder niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld, zal met de oplegging van een waarschuwing worden volstaan.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:27 Hof van Discipline 's Gravenhage 250354
- Datum publicatie: 30-01-2026
- Datum uitspraak: 30-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:27
Beklag artikel 3 ongegrond. Het beklag heeft betrekking op het niet aanwijzen van een advocaat voor een door hem te doorlopen bodemprocedure tegen de Staat op grond van onrechtmatige rechtspraak. Het hof is van oordeel dat deken zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat indien klager het niet eens is met de uitspraak van de rechtbank, het op de weg ligt van klager om hoger beroep in te stellen tegen deze uitspraak. Het rechtsstelsel kent specifieke correctiemechanismen in de vorm van rechtsmiddelen, zoals hoger beroep en cassatie, als een rechter een (vermeende) onjuiste beslissing neemt. Indien klager zich niet met een uitspraak kan verenigen, dient hij, zoals de deken terecht aan de afwijzing ten grondslag heeft gelegd, van die rechtsmiddelen gebruik te maken. Naar het hof begrijpt heeft klager hiervoor een verzoek tot aanwijzing van een advocaat ingediend bij de deken. Nu ten tijde van het verzoek om aanwijzing een rechtsmiddel openstond was op dat moment redelijkerwijs geen succes te verwachten van een procedure tegen de Staat op grond van onrechtmatige rechtspraak.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:25 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-441/AL/NN
- Datum publicatie: 30-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:25
klager beklaagt zijn eigen (asielrecht)advocaat dat zij hem niet heeft geïnformeerd over een brief aan de IND waarin zij haar beperkte beschikbaarheid in een periode vanwege persoonlijke omstandigheden heeft doorgegeven. De raad begrijpt dat klager is geschrokken toen hij later die brief in het IND-portaal aantrof. Alhoewel verweerster die informatie toen beter wel schriftelijk had kunnen delen met klager, begrijpt de raad de daarbij door haar gemaakte afwegingen. Klager is door de handelwijze van verweerster feitelijk ook niet in zijn belangen geschaad. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:28 Hof van Discipline 's Gravenhage 250352
- Datum publicatie: 30-01-2026
- Datum uitspraak: 30-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:28
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Klager heeft – ondanks herhaalde uitnodiging daartoe door de deken op 4 en 25 september 2025 – niet aangetoond dat hij zich voldoende heeft ingespannen om eerst zelf een advocaat te vinden die hem kan bijstaan in de door klager gewenste procedure. Het verweer van klager dat hij het Juridisch loket niet kon bereiken alsook zijn eigen samenvatting van wat advocaten van zijn zaak vonden, maakt dit niet anders. Klager kon ook telefonisch of via internet contact opnemen met advocaten in Nederland. De deken heeft het aanwijzingsverzoek van klager daarom op juiste gronden afgewezen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:25 Hof van Discipline 's Gravenhage 260006
- Datum publicatie: 29-01-2026
- Datum uitspraak: 29-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:25
Het hof verwijst de klacht niet. Een tuchtklacht tegen een deken is geen middel om de inhoud van een dekenvisie over de klacht tegen een andere advocaat ter discussie te stellen of een manier voor klager om te ageren tegen een proceshandeling van de deken. Een tuchtklacht is daarvoor niet bedoeld en daarmee wordt er dan ook misbruik van gemaakt.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:26 Hof van Discipline 's Gravenhage 260012
- Datum publicatie: 29-01-2026
- Datum uitspraak: 29-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:26
Klacht tegen de deken wordt niet verwezen. Een (tucht)klacht tegen een deken is geen middel om zich te verzetten tegen de werkwijze van de deken in het onderzoek naar de klacht tegen een andere advocaat. Het tuchtrecht is daarvoor niet bedoeld. Voor de kwestie waarover wordt geklaagd is een andere klachtenprocedure met voldoende waarborgen omkleed.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:22 Hof van Discipline 's Gravenhage 250130
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:22
Verweerder trad in zijn hoedanigheid van advocaat op als contactpersoon voor een gemeente. De Raad van Discipline heeft geoordeeld dat niet is gebleken dat verweerder bij de invulling van zijn rol als contactpersoon verder is gegaan dan het zijn van (slechts) aanspreekpunt. Verweerder heeft over de invulling van zijn beide rollen helder gecommuniceerd. De raad ziet geen reden waarom verweerder als advocaat, naast het zijn van contactpersoon voor de gemeente, in dit geval niet ook als procesadvocaat van de gemeente tegen klager had mogen optreden. Naar het oordeel van de raad conflicteren deze twee hoedanigheden in dit geval niet met elkaar en is van belangenverstrengeling geen sprake. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:18 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-539/DB/LI
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:18
Verzet. De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:23 Hof van Discipline 's Gravenhage 240373
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:23
Het betreft een klacht tegen de eigen advocaat. Verweerder heeft klagers bijgestaan in fiscaal-strafrechtelijke procedures. De raad heeft geoordeeld dat verweerder niet met de zorgvuldigheid heeft gehandeld die van een redelijk bekwame en redelijk handelend advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Voor ogenschijnlijk beperkte inspanningen, waarbij de inhoudelijke werkzaamheden vooral door een collega-advocaat lijken te zijn verricht, heeft verweerder forse declaraties aan klagers gestuurd. Ook heeft verweerder onvoldoende laten zien over de (strafrechtelijke) vakkundige kennis te beschikken die noodzakelijk was voor een goede behandeling van de zaken. Verder is niet gebleken dat verweerder klagers op enig moment heeft geadviseerd over hun positie in de betreffende procedures of over hun procedurele kansen en risico’s. Tot slot heeft verweerder niet transparant gedeclareerd. De raad heeft de klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond verklaard en heeft als maatregel een voorwaardelijke schorsing van vier weken, met kostenveroordeling, passend geacht. Het hof verklaart het hoger beroep tegen het door de raad ongegrond verklaarde klachtonderdeel c) -inhoudende dat verweerder op de zitting van 20 oktober 2022 een ongeïnteresseerde en niet-actieve houding heeft getoond- gegrond en legt als maatregel een onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van zes weken op.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:19 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-747/DB/LI
- Datum publicatie: 28-01-2026
- Datum uitspraak: 26-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:19
Raadsbeslissing. Ingetrokken klacht. De klacht gaat over de door verweerster verleende bijstand aan klager in een arbeidsgeschil en de afwikkeling en overdracht van het dossier. In de klacht maakt klager verweerster verwijten ten aanzien van de kwaliteit van de verleende rechtsbijstand, de financiële gang van zaken, de communicatie en het overdragen van het dossier aan de opvolgend advocaat. Nadat klager de raad had bericht de klacht te willen intrekken, hebben de deken en verweerster de raad bericht dat er in hun visie geen redenen van algemeen belang zijn om de behandeling van de klacht voort te zetten. Gelet op de tussen partijen bestaande familierelatie en het feit dat de klacht (grotendeels) ziet op een (vermeende) schending van de kernwaarde deskundigheid, is de raad van oordeel dat er geen redenen zijn van algemeen belang om de behandeling van de klacht voort te zetten. De behandeling van de klacht zal worden gestaakt.