Zoekresultaten 2251-2300 van de 2422 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSHE:2024:114 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-303/DB/OB
- Datum publicatie: 06-08-2024
- Datum uitspraak: 05-08-2024
- ECLI:NL:TADRSHE:2024:114
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Niet gebleken dat verweerder in strijd met de waarheid aan de klachtenfunctionaris heeft verklaard “dass Sie gemeinsam zu dem Schluss gekomen zeien…”, noch dat hij klager een fout advies heeft gegeven omdat hij het rapport van DEKRA wel in orde vond, noch dat hij zonder klagers toestemming heeft gecommuniceerd met het Kifid en klager geen kopie heeft gestuurd van de gevoerde correspondentie. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:181 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-428/AL/NN
- Datum publicatie: 06-08-2024
- Datum uitspraak: 05-08-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:181
Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter bestaat voor een advocaat geen (tuchtrechtelijke) plicht om de wederpartij op de hoogte te brengen van een wrakingsgrond. Het is aan de betrokken rechter om zich al dan niet te verschonen. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:182 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-445/AL/GLD
- Datum publicatie: 06-08-2024
- Datum uitspraak: 05-08-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:182
Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerder over de meest kansrijke insteek in hoger beroep op zorgvuldige wijze met klager gecommuniceerd en diens belangen daarbij op zorgvuldige wijze behartigd. Verweerder heeft zijn standpunt hierover ook schriftelijk in duidelijke bewoordingen aan klager uitgelegd. Uit het feit dat klager op die e-mail toen niet meer is teruggekomen en geen andere advocaat heeft benaderd, mocht verweerder naar het oordeel van de voorzitter afleiden dat klager akkoord ging met de in de concept-dagvaarding gekozen juridische insteek. De daarna in hoger beroep aan de orde gestelde looncomponenten zijn aan klager toegewezen. Of klager recht had op uitbetaling van meer uren, kan de voorzitter niet vaststellen. Daar ziet deze klachtprocedure niet op. Klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2024:110 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-497/DB/ZWB
- Datum publicatie: 06-08-2024
- Datum uitspraak: 01-08-2024
- ECLI:NL:TADRSHE:2024:110
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder nam de zaak waar voor zijn collega die op vakantie was. Verweerder heeft in zijn e-mail de gevoelens van cliënten verwoord en heeft zich daarbij niet onnodig grievend uitgelaten. Vervolgens mocht verweerder een sommatie opnemen om te voldoen aan de wens van de cliënten om verdere schade te voorkomen. Verweerder was niet gehouden om op dat moment tot een minnelijke schikking te komen. Hij nam de zaak slechts waar en heeft in een spoedeisende situatie gehandeld om de belangen van zijn cliënten te waarborgen. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2024:111 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-114/DB/OB
- Datum publicatie: 06-08-2024
- Datum uitspraak: 05-08-2024
- ECLI:NL:TADRSHE:2024:111
Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2024:112 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-135/DB/OB
- Datum publicatie: 06-08-2024
- Datum uitspraak: 05-08-2024
- ECLI:NL:TADRSHE:2024:112
Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:136 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-346/DH/RO
- Datum publicatie: 05-08-2024
- Datum uitspraak: 31-07-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:136
Voorzittersbeslissing. Klacht over brief van de advocaat van de wederpartij. Het is de voorzitter niet gebleken dat verweerder onjuist of onzorgvuldig heeft gehandeld. Klager laat na dat concreet te onderbouwen.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:137 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-083/DH/RO
- Datum publicatie: 05-08-2024
- Datum uitspraak: 05-08-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:137
Raadsbeslissing. Klacht over aangifte door een advocaat en uitlatingen op sociale media. Ook aan verweerder komt het recht toe om aangifte te doen. Het is vervolgens – uitsluitend – aan het openbaar ministerie om aan de hand van de aangifte verder onderzoek te doen, om een standpunt in te nemen of al dan niet strafbare feiten zijn begaan en om wel of niet tot vervolging over te gaan. Voor de tuchtrechter is daarin geen taak weggelegd. De tuchtrechter beperkt zijn oordeel daarom dan ook in beginsel tot beantwoording van de vraag of (evident) gebleken is dat er valse aangifte is gedaan of dat de aangifte als ongeoorloofd pressiemiddel zonder functioneel verband tussen het doel en het middel wordt gedaan. De klacht is in zoverre ongegrond.Het klachtdossier bevat onvoldoende om tot een dergelijk oordeel te komen. Naar het oordeel van de raad had verweerder echter – ook met de door hem toegelichte intentie – meer discretie moeten betrachten bij het online publiceren van gegevens die herleidbaar zijn naar klager, zoals zijn naam. Die herleidbare informatie was immers niet dienstig voor het doel dat verweerder met zijn bericht had, terwijl hij had moeten weten dat klagers reputatie daarmee (mogelijk) geschaad zou worden. Dat deel van de klacht is gegrond. De raad legt een berisping op.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:135 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-737/DH/RO
- Datum publicatie: 05-08-2024
- Datum uitspraak: 05-08-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:135
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft niet voldaan aan zijn bewaarplicht door klagers dossier te vernietigen. Klacht gegrond. Omdat verweerder door zijn benarde gezondheidssituatie en zeer hoge leeftijd geen praktijk meer uitoefent, heeft een tuchtrechtelijke maatregel geen enkel doel. Louter om die reden ziet de raad af van het opleggen van een maatregel.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:133 Raad van Discipline Amsterdam 23-564/A/A
- Datum publicatie: 02-08-2024
- Datum uitspraak: 29-07-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:133
Raadsbeslissing. Gegronde klacht over advocaat wederpartij in een familierechtkwestie. Verweerster heeft zich in een familierechtelijk geschil over de zorg, omgang en hoofdverblijfplaats van een minderjarig kind niet professioneel en met onvoldoende distantie tot haar cliënte en het geschil opgesteld, waardoor de verhoudingen tussen partijen (verder) zijn geëscaleerd. Deze onprofessionele en daarmee onbetamelijke houding komt niet alleen tot uitdrukking in de verregaande en onnodig grievende uitlatingen aan het adres van klager in haar processtukken, maar ook in de wijze waarop verweerster procedeert en zich verhoudt tot klager en diens advocaat. In tegenstelling tot haar verklaring dat zij zich met haar wetenschappelijke achtergrond en ervaring inzet voor de positie van kinderen heeft verweerster als advocaat juist door haar proceshouding onvoldoende rekening gehouden met de gerechtvaardigde belangen van de minderjarige zoon en de verhoudingen tussen partijen verder laten escaleren. Verweerster heeft daarmee gehandeld in strijd met de kernwaarde onafhankelijkheid. Voorwaardelijke schorsing van zes weken.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:134 Raad van Discipline Amsterdam 24-147/A/NH
- Datum publicatie: 02-08-2024
- Datum uitspraak: 29-07-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:134
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft door de gebruikte bewoordingen de grenzen van het tuchtrechtelijk toelaatbare niet overschreden. De bewoordingen zijn scherp, maar gelet op de contact waarin verweerder zijn e-mail heeft gestuurd, de onderlinge verhoudingen tussen partijen en de vrijheid die verweerder heeft om de belangen van zijn cliënte te behartigen zijn de woorden niet onnodig grievend. Verder stond het verweerder vrij om twee keer achter elkaar een wrakingsverzoek in te dienen. Tot slot is van het frustreren van de waarheidsvinding door verweerder geen sprake. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:180 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-154/AL/GLD
- Datum publicatie: 30-07-2024
- Datum uitspraak: 29-07-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:180
Klacht over eigen advocaat. De raad oordeelt dat verweerder in strijd met gedragsregel 17 heeft gehandeld. Gelet op de ernst van dit handelen en omdat verweerder niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld, is de oplegging van een waarschuwing passend en geboden.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:245 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-781/AL/GLD
- Datum publicatie: 30-07-2024
- Datum uitspraak: 29-07-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:245
Klacht over de advocaat van de wederpartij. De raad heeft geoordeeld dat verweerder – in strijd met de gedragsregels – schriftelijk contact heeft opgenomen met de wederpartij, terwijl hij wist dat die wederpartij door een advocaat werd bijgestaan. Verweerder heeft daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Mede gelet op de omstandigheid dat verweerder niet eerder door de tuchtrechtelijk is veroordeeld, is de raad van oordeel dat de oplegging van een waarschuwing op zijn plaats is.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:131 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-858/DH/DH
- Datum publicatie: 30-07-2024
- Datum uitspraak: 29-07-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:131
Raadsbeslissing. Klacht van advocaat over advocaat. Verwijten zien onder meer op het klakkeloos overnemen van beschuldigingen van de cliënt en het in een kwaad daglicht stellen van klager. Ook verwijt klager verweerder dat hij stukken bewust per post heeft versturen, zodat klager daar pas laat kennis van kan nemen, en het indienen van een verkapt beroepschrift. Alle klachten zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2024:109 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-522/DB/LI
- Datum publicatie: 30-07-2024
- Datum uitspraak: 29-07-2024
- ECLI:NL:TADRSHE:2024:109
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klager heeft zijn klacht niet onderbouwd, waardoor de voorzitter niet kan vaststellen of verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Verweerster mocht voor beide wederpartijen van klager optreden, niet gebleken dat gedragsregel 15 is overtreden. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:132 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-891/DH/DH
- Datum publicatie: 30-07-2024
- Datum uitspraak: 29-07-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:132
Raadsbeslissing. Gegronde klacht over de kwaliteit en financiële afwikkeling van een echtscheidingszaak. Verweerster heeft klaagster onvoldoende (schriftelijk) meegenomen in de gekozen strategie en bijbehorende kansen en risico’s. Ook had zij de door haar gekozen strategie beter moeten motiveren en toelichten in haar processtukken aan de rechtbank. Verder heeft verweerster bij de financiële afwikkeling van de zaak onzorgvuldig en onbetamelijk gehandeld. Schending kernwaarden deskundigheid en financiële integriteit. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:133 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-069/DH/DH
- Datum publicatie: 30-07-2024
- Datum uitspraak: 29-07-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:133
Raadsbeslissing. Klacht over kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat in een huurgeschil. Verweerder heeft nagelaten om klaagsters te wijzen op het feit dat het vonnis van de kantonrechter niet uitvoerbaar bij voorraad was verklaard. Ook heeft hij nagelaten om (zekerheidshalve) de verjaring van al verbeurde dwangsommen te stuiten. Verweerder is tekortgeschoten in zijn bijstand aan klaagster. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:134 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-310/DH/RO
- Datum publicatie: 30-07-2024
- Datum uitspraak: 29-07-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:134
Raadsbeslissing. Klacht van de eigen cliënt over onbereikbaarheid gegrond. Verweerster is door persoonlijke omstandigheden maandenlang onbereikbaar geweest voor klaagster. Verweerster heeft dit ook erkend en toegelicht. Gezien de erkenning, excuses en toelichting ziet de raad af van het opleggen van een maatregel.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:179 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-149/AL/GLD
- Datum publicatie: 30-07-2024
- Datum uitspraak: 29-07-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:179
Klager klaagt (onder meer) over het feit dat verweerder niet transparant zou zijn geweest over de hoedanigheid waarin hij is opgetreden. De raad is van oordeel dat verweerder gelet op de genoemde omstandigheden wel in strijd met de letter van gedragsregel 9 heeft gehandeld, maar dat hij niet onbetamelijk heeft gehandeld zoals bedoeld in artikel 46 Advocatenwet en dat zijn handelen daarom niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is. De raad zal dit klachtonderdeel daarom ongegrond verklaren.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2024:108 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-200/DB/OB
- Datum publicatie: 26-07-2024
- Datum uitspraak: 22-07-2024
- ECLI:NL:TADRSHE:2024:108
Voorzittersbeslissing. Klacht over een advocaat in zijn hoedanigheid van door de Ondernemingskamer benoemde bestuurder. Niet gebleken dat verweerder met zijn handelen het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Klacht deels niet-ontvankelijk, deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:131 Raad van Discipline Amsterdam 24-483/A/RO/W
- Datum publicatie: 26-07-2024
- Datum uitspraak: 22-07-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:131
Voorzittersbeslissing; wrakingsverzoek kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:132 Raad van Discipline Amsterdam 24-435/A/A
- Datum publicatie: 26-07-2024
- Datum uitspraak: 22-07-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:132
Voorzittersbeslissing. Klacht over de dienstverlening door de (voormalig) eigen advocaat in alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond. Dat verweerder niet zou hebben gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk handelend advocaat mocht worden verwacht, is de voorzitter niet gebleken.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:202 Hof van Discipline 's Gravenhage 230027, 230028, 230029, 230030, 230031, 230032 en 230033
- Datum publicatie: 26-07-2024
- Datum uitspraak: 26-07-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:202
Eén beslissing in zeven klachtzaken van klaagster tegen verschillende verweerders. In de kern gaat het om het weigeren een (executoriaal) beslag op de woning van klaagster op te heffen en te veel betaalde zekerheidsstelling terug te geven. Bekrachtiging beslissing raad (grotendeels ongegrond en voor het overige niet-ontvankelijk). Hoger beroep bevat met name procedurele aspecten.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2024:107 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-796/DB/LI
- Datum publicatie: 25-07-2024
- Datum uitspraak: 22-07-2024
- ECLI:NL:TADRSHE:2024:107
Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2024:104 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-017/DB/OB
- Datum publicatie: 25-07-2024
- Datum uitspraak: 22-07-2024
- ECLI:NL:TADRSHE:2024:104
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen (voormalig) advocaat. Verweerder heeft naar het oordeel van de raad niet onzorgvuldig gehandeld door bij gelegenheid van het kennismakingsgesprek in februari 2022 niet aan klager mede te delen dat hij per 1 januari 2023 met pensioen zou gaan. Dat verweerder aanleiding had te veronderstellen dat hij klagers zaak niet zou kunnen afronden is de raad niet gebleken. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2024:105 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-086/DB/LI
- Datum publicatie: 25-07-2024
- Datum uitspraak: 22-07-2024
- ECLI:NL:TADRSHE:2024:105
Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2024:106 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-795/DB/LI
- Datum publicatie: 25-07-2024
- Datum uitspraak: 22-07-2024
- ECLI:NL:TADRSHE:2024:106
Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2024:100 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-141/DB/OB
- Datum publicatie: 23-07-2024
- Datum uitspraak: 22-07-2024
- ECLI:NL:TADRSHE:2024:100
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klaagster verwijt verweerder dat hij bij e-mail van 25 mei 2023 aan klaagsters advocaat heeft medegedeeld: “Ik zie de reactie van uw cliënte met belangstelling tegemoet. Ik geef uw cliënte nog mee dat cliënte een no risk-polis heeft en het UWV/de media niet positief zal reageren op de handelwijze van uw cliënte ten aanzien van mijn cliënte.” Verweerder heeft zowel bij de deken als ter zitting van de raad het verweer gevoerd, dat hij niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en dat zijn e-mailbericht van 25 mei 2023 geen dreigement inhoudt. De raad volgt verweerder hierin niet. Verweerders e-mail kan naar het oordeel van de raad niet anders worden gelezen dan als het dreigen met handelen dat het berokkenen van schade inhoudt. Aldus heeft verweerder de belangen van klaagster onevenredig geschaad. De klacht is derhalve gegrond. Gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:123 Raad van Discipline Amsterdam 24-409/A/A
- Datum publicatie: 23-07-2024
- Datum uitspraak: 15-07-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:123
Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over de advocaat van de wederpartij in een mededingingszaak. Verweerster heeft zich niet onnodig grievend over klager uitgelaten door te stellen dat klager vertrouwelijke informatie aan derden zou kunnen doorspelen. De gewraakte bewoordingen waren binnen de context van procedure relevant en daarmee niet onnodig grievend.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:117 Raad van Discipline Amsterdam 24-124/A/A
- Datum publicatie: 23-07-2024
- Datum uitspraak: 08-07-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:117
Raadsbeslissing. Klacht over de dienstverlening door de eigen advocaat gegrond. Verweerder heeft met zijn handelen en nalaten niet voldaan aan de eisen van professionaliteit en zorg die van hem als advocaat verwacht mogen worden. Verweerder heeft niet gereageerd op hulpverzoeken van klager en hem gedurende een periode van acht maanden niet geïnformeerd over de voortgang in zijn zaak. De raad rekent het verweerder aan dat hij geen enkel inzicht heeft getoond in zijn verwijtbaar handelen. Een adequate toelichting van zijn kant is ter zitting uitgebleven. Gelet op alle feiten en omstandigheden acht de raad van oordeel dat de oplegging van de maatregel van een berisping passend.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2024:101 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-173/DB/ZWB
- Datum publicatie: 23-07-2024
- Datum uitspraak: 22-07-2024
- ECLI:NL:TADRSHE:2024:101
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familiezaak. Vast staat dat verweerster zowel in het verzoekschrift voorlopige voorzieningen als in het verweerschrift, tevens houdende zelfstandige verzoeken, zonder klagers toestemming en in strijd met het in de mediationovereenkomst opgenomen geheimhoudingsbeding, uit het mediontraject afkomstige informatie heeft opgenomen. Na door klagers advocaat op het tuchtrechtelijk verwijtbare karakter van haar handelen te zijn gewezen, heeft verweerster het standpunt ingenomen dat haar geen blaam trof en geweigerd om het processtuk aan te passen. Eerst nadat klager bij de deken had gerepliceerd is verweerster tot aanpassing overgegaan. Verweerster heeft hierdoor gehandeld in strijd met wat een behoorlijk advocaat betaamt en dit is tuchtrechtelijk verwijtbaar. In zoverre (k.o. 1) gegrond. Naar het oordeel van de raad is niet gebleken dat verweerster feiten heeft geponeerd waarvan zij de onjuistheid kende of behoorde te kennen. In zoverre (k.o. 2) ongegrond. Verweerster heeft zich in processtukken onnodig grievend over klager uitgelaten. Verweerster heeft twee processtukken aangevangen met de opmerking dat het huwelijk onder druk kwam te staan door klagers agressieve, dwingende en narcistische gedrag. Vervolgens heeft verweerster in bijna zeven pagina’s uitvoerig de relatie en het seksleven beschreven. De inhoud van de processtukken is daarmee in ernstige mate grievend voor klager, terwijl verweerster niet, ook niet desgevraagd ter zitting, heeft kunnen onderbouwen waarom het in het kader van de behartiging van de belangen van haar cliënte nodig was om deze grievende uitlatingen te doen. Met de voor klager kwetsende inhoud van de processtukken was naar het oordeel van de raad geen redelijk doel gediend. Verweerster heeft aldus haar taak, om te waken voor onnodige polarisatie, verzaakt. Verweerster heeft ter zitting van de raad verklaard dat het verzoekschrift is opgesteld door een juridisch medewerker van haar kantoor en dat zij de inhoud van het verzoekschrift onvoldoende heeft gescreend. De raad overweegt dat verweerster de volledige verantwoordelijkheid draagt voor de processtukken die op haar naam worden ingediend. Voor de inhoud van het verzoekschrift moet verweerster derhalve ook in tuchtrechtelijke zin volledig verantwoordelijk worden gehouden. De raad constateert voorts dat verweerster, na door klagers advocaat op de onnodig grievende inhoud van het verzoekschrift te zijn gewezen, geen enkele reflectie heeft getoond, heeft geweigerd tot aanpassing over te gaan en zelfs een verweerschrift met gelijkluidende inhoud heeft ingediend. Verweerster heeft bij brief aan de raad van 21 maart 2024 gesteld de onnodige grievende passages inmiddels te hebben verwijderd en op 2 februari 2024 een aangepast verweerschrift te hebben ingediend, maar dit blijkt geenszins uit het bij verweersters brief gevoegde verweerschrift d.d. 2 februari 2024: ook in het volgens verweerster aangepaste verweerschrift wordt uitvoerig de relatie en het seksleven beschreven. De raad concludeert hieruit dat enige zelfreflectie en de benodigde zorgvuldigheid bij verweerster ver te zoeken zijn. De raad rekent dit verweerster zwaar aan. Klachtonderdeel 3 is kortom gegrond. Op grond van de ernst en het repeterende karakter van het tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen acht de raad oplegging van een voorwaardelijke schorsing voor de duur van vier weken passend en geboden.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:130 Raad van Discipline Amsterdam 24-075/A/A
- Datum publicatie: 23-07-2024
- Datum uitspraak: 15-07-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:130
Verzet. De raad verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:175 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-740/AL/MN
- Datum publicatie: 23-07-2024
- Datum uitspraak: 22-07-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:175
verzetschrift is buiten de wettelijke termijn van 30 dagen door klager ingediend. De raad oordeelt het verzet niet-ontvankelijk nu van een verschoonbare termijnoverschrijding niet is gebleken.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2024:97 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-894/DB/OB
- Datum publicatie: 23-07-2024
- Datum uitspraak: 22-07-2024
- ECLI:NL:TADRSHE:2024:97
Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:124 Raad van Discipline Amsterdam 24-410/A/A
- Datum publicatie: 23-07-2024
- Datum uitspraak: 15-07-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:124
Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over de advocaat van de wederpartij. Klager verwijt verweerder discriminerende opmerkingen naar hem te hebben gemaakt. Klager heeft tegenover de uitdrukkelijke betwisting van de verweten gedragingen door verweerder zijn klacht onvoldoende onderbouwd. Weliswaar heeft klager twee getuigenverklaringen van vrienden overgelegd die zijn verhaal bevestigen, maar de voorzitter acht deze verklaringen van onvoldoende gewicht om de klacht - waartegen ook nog eens verweer is gevoerd - op basis van uitsluitend die verklaringen gegrond te verklaren. In de overgelegde stukken zijn verder geen aanknopingspunten voor de juistheid van klagers verwijten.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:118 Raad van Discipline Amsterdam 23-825/A/A
- Datum publicatie: 23-07-2024
- Datum uitspraak: 08-07-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:118
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in alle klachtonderdelen ongegrond. Verweerster heeft gehandeld binnen de aan haar als advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid. Zij heeft met het inbrengen van de documenten in de procedure de belangen van klaagster niet onevenredig geschaad. Het is de raad daarnaast niet gebleken dat verweerster wist, of had moeten weten, dat haar mededeling dat klaagster het medisch dossier van de kinderen weigerde te verstrekken, onjuist zou zijn.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2024:102 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-322/DB/ZWB
- Datum publicatie: 23-07-2024
- Datum uitspraak: 22-07-2024
- ECLI:NL:TADRSHE:2024:102
Raadsbeslissing. Klacht over vermeend grensoverschrijdend gedrag mist feitelijke grondslag. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:176 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-061/AL/MN
- Datum publicatie: 23-07-2024
- Datum uitspraak: 22-07-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:176
Klager verwijt verweerder dat hij onnodig en/of onevenredig zijn belangen heeft geschaad door een massaclaim tot verdeling van zijn aandeel in een perceel grond te starten. Verweerder is pas later bij de toen al lopende kort geding betrokken geraakt en heeft bovendien een grote mate van vrijheid om procedures te voeren. Die procedure in 1e aanleg wordt door de raad niet als onnodig of kansloos procederen gezien. Dat is anders ten aanzien van de daarna door verweerder gestarte hogerberoepprocedure. Gelet op de inhoud van het kortgedingvonnis had verweerder moeten weten dat die procedure kansloos was, zoals later ook door het gerechtshof bevestigd. Ook met betrekking tot het doen van een faillissementsaanvraag van klager heeft verweerder de grenzen van het betamelijke overtreden. De raad concludeert uit de stukken en de verklaring van verweerder dat de faillissementsaanvraag een pressiemiddel was, zonder dat sprake was van een situatie van “opgehouden te betalen”, waarmee verweerder heeft geprobeerd klager te bewegen om alsnog (tegen zijn zin) zijn aandelen te verkopen. Dit handelen acht de raad ontoelaatbaar en tuchtrechtelijk verwijtbaar. In zoverre gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2024:98 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-138/DB/OB
- Datum publicatie: 23-07-2024
- Datum uitspraak: 22-07-2024
- ECLI:NL:TADRSHE:2024:98
Raadsbeslissing. De klacht over schending van gedragsregel 15 is ongegrond. Beide partijen, klager en de heer Van O, hadden tegen het optreden van verweerster voor zowel klager als de heer Van O kortom geen bezwaar. Mede gelet op het feit dat klager desgevraagd ter zitting van de raad heeft verklaard dat hij met verweerster geen vertrouwelijke informatie heeft uitgewisseld is de raad van oordeel dat van handelen in strijd met gedragsregel 15 geen sprake is. De klacht over schending van gedragsregel 25 is wel gegrond. Vast staat dat verweerster klager bij e-mail van 23 december 2022 heeft gevraagd of hij bereid was om de appelprocedure in te trekken. Naar verweerster wist, werd klager in die procedure bijgestaan door een advocaat, mr. O. Door klager hierover rechtstreeks en zonder tussenkomst van mr. O aan te schrijven, heeft verweerster gehandeld in strijd met gedragsregel 25. De klacht over het niet uitvoeren van de opdracht is ook gegrond. Door eerst één dag voor de roldatum aan klager kenbaar te maken dat verweerster niet (verder) voor klager zou optreden heeft zij naar het oordeel van de raad onzorgvuldig jegens klager en in strijd met het bepaalde in gedragsregel 14 lid 3 gehandeld. Dat er (nog) geen sprake was van een door klager ondertekende opdrachtbevestiging doet aan het voorgaande niet af. Verweerster kan zich evenmin met een beroep op de van haar cliënt, de heer Van O, verkregen opdracht, om (toch) niet ook voor klager op te treden, aan haar eigen verantwoordelijkheid, om haar eerdere toezegging aan klager gestand te doen, onttrekken. Voor het overige is de klacht ongegrond. Ter zake de gegrond bevonden klachtonderdelen legt de raad een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:125 Raad van Discipline Amsterdam 24-418/A/A
- Datum publicatie: 23-07-2024
- Datum uitspraak: 15-07-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:125
Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtzaak.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:119 Raad van Discipline Amsterdam 24-181/A/A/D
- Datum publicatie: 23-07-2024
- Datum uitspraak: 08-07-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:119
Dekenbezwaar; Uit onderzoek is gebleken dat het kantoor van verweerder en verweerder zelf (in 2020) een aantal contante betalingen heeft ontvangen van klanten waarvan twee betalingen het bedrag van € 5.000,- overstegen. Het dekenbezwaar houdt in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door deze contante betalingen aan te nemen zonder dat sprake was van feiten en omstandigheden die het aannemen ervan rechtvaardigden (artikel 6.27 lid 2 Voda) en zonder overleg te plegen met de deken voorafgaand aan het aanvaarden van betalingen van € 5000, - of meer (artikel 6.27 lid 3 Voda). De raad heeft gelet op het bepaalde in 6.27 Voda een aantal uitgangspunten geformuleerd. Ten eerste: voor de interpretatie dat de overlegplicht pas zou gelden bij het ontvangen van een bedrag van meer dan € 5.000,- is geen ruimte. Uit de formulering van de bepaling blijkt zonder meer dat het gaat om bedragen vanaf ‘€ 5000,- of meer’. Eventuele twijfel hierover heeft de Raad van Discipline ’s-Hertogenbosch bovendien reeds bij beslissing van 20 november 2017 (ECLI:NL:TADRSHE:2017:196) weggenomen. Ten tweede: artikel 6.27 lid 2 Voda biedt aan de advocaat een zekere mate van vrijheid om te beoordelen of er feiten of omstandigheden zijn die het aanvaarden van contante betalingen rechtvaardigen. Vanwege die vrijheid is het van belang dat een advocaat zorgdraagt voor een goede vastlegging van (de resultaten van) zijn onderzoek naar die feiten en omstandigheden. Uit die vastlegging moet blijken dat een advocaat zelf onderzoek heeft gedaan naar de (on)mogelijkheid van zijn cliënt om hem giraal te betalen en dat de advocaat niet enkel is afgegaan op de mededeling van zijn cliënt dat giraal betalen niet mogelijk is. Bij twijfel of de feiten en omstandigheden een contante betaling rechtvaardigen, verdient het ook bij contante betalingen van minder dan € 5.000,- aanbeveling dat de advocaat vooraf overleg voert met de deken. Ten derde: voor de inhoudelijke invulling van de norm of feiten en omstandigheden het aanvaarden van een contante betaling rechtvaardigen, geldt dat sprake moet zijn van een feitelijke belemmering om de betaling giraal te doen. De angst van een cliënt om sporen achter te laten door een girale betaling kan bijvoorbeeld niet gelden als een legitieme reden. Gelet op deze uitgangspunten is het dekenbezwaar (gedeeltelijk) gegrond verklaard. De raad heeft echter afgezien van oplegging van een maatregel. Verweerders handelen in strijd met de bepalingen van de Voda heeft plaatsgevonden in een periode waarin binnen de strafrechtadvocatuur nog veel onduidelijkheid bestond over de betekenis van artikel 6.27 Voda en de feiten en omstandigheden die het aanvaarden van een contante betaling door een cliënt zouden kunnen rechtvaardigen. Onder de strafrechtadvocaten heerste destijds nog een cultuur waarbij contante betalingen van bedragen van € 5.000,- of minder onvoorwaardelijk werden geaccepteerd. Verder geldt dat verweerder uitdrukkelijk kenbaar heeft gemaakt dat hij inmiddels geen contante betalingen meer accepteert. Bovendien heeft de deken verklaard dat geen twijfel bestaat over de (financiële) integriteit van verweerder. Tot slot is het tijdsverloop vanaf de start van het onderzoek van de deken naar de contante betalingen aan het kantoor van verweerder (medio 2021) tot de daadwerkelijke indiening van het dekenbezwaar (begin 2024) erg lang geweest en daarmee zeer belastend voor verweerder.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2024:103 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-220/DB/OB
- Datum publicatie: 23-07-2024
- Datum uitspraak: 22-07-2024
- ECLI:NL:TADRSHE:2024:103
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft in strijd gehandeld met gedragsregel 25 door klaagster zowel telefonisch als schriftelijk rechtstreeks te benaderen terwijl hij wist dat zij werd bijgestaan door een advocaat. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:177 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-157/AL/MN
- Datum publicatie: 23-07-2024
- Datum uitspraak: 22-07-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:177
Klager verwijt verweerder dat hij 2 essentiële brieven van de gemeente aan hem niet in de procedure heeft gebracht waardoor hij die zaak heeft verloren. Een brief is door de wederpartij in het geding gebracht, zodat de rechter daarmee bekend was. Alhoewel verweerder er beter aan had gedaan om de strategisch gemaakte proceskeuze om de twee voor klager nadelige brieven niet in het geding te brengen schriftelijk aan klager te bevestigen, kan de raad niet vaststellen of bedoelde brieven essentiële bewijsstukken voor klager in de kortgedingprocedure waren. Of dat zo is, is een oordeel dat is voorbehouden aan de civiele rechter. Uit het overgelegde vonnis in kort geding is de raad niet gebleken dat de vordering van klager is afgewezen door het niet overleggen van de tweede brief. Daaruit volgt dat de kern van de afwijzende beslissing is dat klager tijdens de eerdere procedure en daarna zelf heeft doorgebouwd in strijd met de hem verleende omgevingsvergunning. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2024:99 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-109/DB/ZWB
- Datum publicatie: 23-07-2024
- Datum uitspraak: 22-07-2024
- ECLI:NL:TADRSHE:2024:99
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat zij in strijd heeft gehandeld met gedragsregel 25. Vast staat dat verweerster op 27 oktober 2023 rechtstreeks aan mevrouw J, die door klager werd bijgestaan, een sommatiebrief heeft gestuurd, zonder daarvan gelijktijdig een afschrift aan klager te sturen. Dat op vrijdag 27 oktober 2023 is verzuimd om een afschrift van verweersters brief aan klager toe te sturen, berustte op een vergissing, aldus verweerster. De raad overweegt dat het verzuim om van de brief van 27 oktober 2023 een afschrift aan klager toe te sturen heeft plaatsgevonden onder verweersters verantwoordelijkheid, die daarvoor ook in tuchtrechtelijke zin verantwoordelijk moet worden gehouden. Dat dit verzuim berustte op een vergissing ontneemt aan het verzuim niet de tuchtrechtelijke verwijtbaarheid. Gegrond. De raad komt het verweer, dat het verzuim om een afschrift aan klager toe te sturen, berustte op een vergissing, aannemelijk voor. Verweerster heeft bij brief van 6 november 2023 aan klager haar verontschuldigingen aangeboden. Verweerster is niet eerder tuchtrechtelijk veroordeeld. De raad ziet op grond van deze omstandigheden af van het opleggen van een maatregel.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:126 Raad van Discipline Amsterdam 23-905/A/A
- Datum publicatie: 23-07-2024
- Datum uitspraak: 15-07-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:126
Raadsbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij deels gegrond. Verweerder heeft in meerdere processtukken de gedragsregels 7 en 8 geschonden en de belangen van klager met zijn handelen onnodig en onevenredig geschaad. De raad acht alles overziend een maatregel van een berisping op zijn plaats.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:120 Raad van Discipline Amsterdam 24-182/A/A/D
- Datum publicatie: 23-07-2024
- Datum uitspraak: 08-07-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:120
Dekenbezwaar; Uit onderzoek is gebleken dat verweerder (in 2017) contante betalingen heeft ontvangen van klanten waarvan een deel € 5.000,- of meer was. Het dekenbezwaar houdt in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door deze contante betalingen aan te nemen zonder dat sprake was van feiten en omstandigheden die het aannemen ervan rechtvaardigden (artikel 6.27 lid 2 Voda) en zonder overleg te plegen met de deken voorafgaand aan het aanvaarden van betalingen van € 5000, - of meer (artikel 6.27 lid 3 Voda). De raad heeft gelet op het bepaalde in 6.27 Voda een aantal uitgangspunten geformuleerd. Ten eerste: voor de interpretatie dat de overlegplicht pas zou gelden bij het ontvangen van een bedrag van meer dan € 5.000,- is geen ruimte. Uit de formulering van de bepaling blijkt zonder meer dat het gaat om bedragen vanaf ‘€ 5000,- of meer’. Eventuele twijfel hierover heeft de Raad van Discipline ’s-Hertogenbosch bovendien reeds bij beslissing van 20 november 2017 (ECLI:NL:TADRSHE:2017:196) weggenomen. Ten tweede: artikel 6.27 lid 2 Voda biedt aan de advocaat een zekere mate van vrijheid om te beoordelen of er feiten of omstandigheden zijn die het aanvaarden van contante betalingen rechtvaardigen. Vanwege die vrijheid is het van belang dat een advocaat zorgdraagt voor een goede vastlegging van (de resultaten van) zijn onderzoek naar die feiten en omstandigheden. Uit die vastlegging moet blijken dat een advocaat zelf onderzoek heeft gedaan naar de (on)mogelijkheid van zijn cliënt om hem giraal te betalen en dat hij niet enkel is afgegaan op de mededeling van zijn cliënt dat giraal betalen niet mogelijk is. Bij twijfel of de feiten en omstandigheden een contante betaling rechtvaardigen, verdient het ook bij contante betalingen van minder dan € 5.000,- aanbeveling dat de advocaat vooraf overleg voert met de deken. Ten derde: voor de inhoudelijke invulling van de norm of feiten en omstandigheden het aanvaarden van een contante betaling rechtvaardigen, geldt dat sprake moet zijn van een feitelijke belemmering om de betaling giraal te doen. De angst van een cliënt om sporen achter te laten door een girale betaling kan bijvoorbeeld niet gelden als een legitieme reden om een contante betaling te aanvaarden. Gelet op deze uitgangspunten is het dekenbezwaar (gedeeltelijk) gegrond verklaard. De raad heeft echter afgezien van oplegging van een maatregel. Verweerders handelen in strijd met de bepalingen van de Voda heeft plaatsgevonden in een periode waarin binnen de strafrechtadvocatuur nog veel onduidelijkheid bestond over de betekenis van artikel 6.27 Voda en de feiten en omstandigheden die het aanvaarden van een contante betaling door een cliënt zouden kunnen rechtvaardigen. Onder de strafrechtadvocaten heerste destijds nog een cultuur waarbij contante betalingen van bedragen van € 5.000,- of minder onvoorwaardelijk werden geaccepteerd. Verder geldt dat verweerder uitdrukkelijk kenbaar heeft gemaakt dat hij inmiddels geen contante betalingen meer accepteert. Bovendien heeft de deken verklaard dat geen twijfel bestaat over de (financiële) integriteit van verweerder. Tot slot is het tijdsverloop vanaf de start van het onderzoek van de deken naar de contante betalingen aan het kantoor van verweerder (medio 2021) tot de daadwerkelijke indiening van het dekenbezwaar (begin 2024) erg lang geweest en daarmee zeer belastend voor verweerder.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:114 Raad van Discipline Amsterdam 24-381/A/NH
- Datum publicatie: 23-07-2024
- Datum uitspraak: 08-07-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:114
Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtzaak. Niet gebleken is dat verweerster bewust onjuiste informatie heeft gegeven aan de rechtbank. zij mocht afgaan op de informatie die haar cliënt haar had verstrekt. Niet gebleken is van een uitzonderingssituatie waarbij verweerster gehouden was deze informatie nader te onderzoeken. Evenmin is komen vast te staan dat verweerster over klaagster (ook advocaat) een signaal bij de deken heeft gegeven. Los daarvan geldt dat het afgeven van een signaal over het algemeen niet gezien wordt als tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:127 Raad van Discipline Amsterdam 24-122/A/NH
- Datum publicatie: 23-07-2024
- Datum uitspraak: 15-07-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:127
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening door de eigen advocaat in alle onderdelen ongegrond. Alhoewel het, gelet op de algemene “nazorg” die van een advocaat wordt verwacht, wel op de weg van verweerder had gelegen om klager desondanks kort te informeren over de inhoud van het vonnis, is het naar het oordeel van de raad in de gegeven omstandigheden te rechtvaardigen dat hij hiervan heeft afgezien. Klachtonderdeel a) is daarom ongegrond. Ten aanzien van het onder b) gemaakte verwijt van klager dat verweerder op zijn website ten onrechte stelt dat hij is aangesloten bij de Geschillencommissie, is de raad van oordeel dat deze omissie niet van een zodanige aard is dat verweerder hierdoor als onbetrouwbaar kan worden aangemerkt of kan worden gezegd dat verweerder klager heeft misleid. Klachtonderdelen c) en d) zijn door klager onvoldoende onderbouwd en door verweerder gemotiveerd betwist.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:121 Raad van Discipline Amsterdam 24-188/A/NH
- Datum publicatie: 23-07-2024
- Datum uitspraak: 08-07-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:121
Raadsbeslissing; klacht over de advocaat van de wederpartij in een echtscheidingsprocedure. Klager verwijt verweerster verwijtbaar jegens hem te hebben gehandeld door na te laten de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand in te schrijven. Hierdoor moest de gehele echtscheidingsprocedure opnieuw gevoerd worden. De klacht is ongegrond. Verweerster behartigde in de echtscheidingsprocedure de belangen van de ex-echtgenote. De belangen van klager werden op dat moment behartigd door zijn advocaat. Zowel verweerster als de advocaat van klager droegen naar hun eigen cliënt toe de verantwoordelijkheid voor inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand. Klager stelt ten onrechte dat de advocaat die de echtscheidingsprocedure start ook degene is die zorgt voor inschrijving van de echtscheidingsbeschikking. Er bestaat geen wettelijke regel op grond waarvan advocaten verplicht zijn om de echtscheidingsbeschikking in te laten schrijven als zij namens een cliënt een echtscheidingsprocedure zijn gestart (zie ook Raad van Discipline ’s-Gravenhage van 24 mei 2023, ECLI:NL:TADRSGR:2023:111). Het feit dat verweerster heeft nagelaten de echtscheidingsbeschikking in te schrijven betreft derhalve geen verwijtbaar handelen jegens klager.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2024:115 Raad van Discipline Amsterdam 24-153/A/A
- Datum publicatie: 23-07-2024
- Datum uitspraak: 08-07-2024
- ECLI:NL:TADRAMS:2024:115
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening door de eigen advocaat deels gegrond ten aanzien van klachtonderdeel a). De overige klachtonderdelen worden ongegrond verklaard. Hoewel verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door procedurele onjuistheden aan hem te verkondigen en niet duidelijk met hem te communiceren, ziet de raad in de gegeven omstandigheden aanleiding af te zien van het opleggen van een maatregel. De raad weegt hierin mee dat verweerder in het kader van de behandeling van de onderhavige klacht meteen heeft erkend dat zijn berichtgeving aan klager over de gevolgen van het feit dat de wederpartij in de hogerberoepprocedure verstek had laten gaan, niet toereikend was. Ook heeft verweerder erkend dat hij scherper had kunnen formuleren toen klager de mogelijkheid opwierp dat in de procedure nog aanvullende stukken konden worden ingediend. Daarnaast heeft verweerder zich op vele andere punten in zijn bijstand aan klager overduidelijk ingespannen, ook op de momenten waar bijstand door een advocaat niet vanzelfsprekend is. Ook weegt de raad mee dat verweerder geen tuchtrechtelijk verleden heeft.