Zoekresultaten 51-100 van de 2422 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:134 Hof van Discipline 's Gravenhage 260015

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Het hof stelt vast dat klager, ondanks meerdere verzoeken daartoe van de deken, geen (relevante) informatie heeft gegeven waaruit blijkt welke vordering hij wenst in te stellen, wat de grondslag van die beweerdelijke vordering is, bij welke instantie hij een procedure wil starten en wat zijn belang bij een dergelijke procedure is. Verder ontbreken concrete stukken die als aanknopingspunt kunnen dienen voor een juridische procedure. Als gevolg daarvan kan de haalbaarheid van een eventuele procedure niet worden beoordeeld. Evenmin kan worden beoordeeld of het zou gaan om een procedure waarvoor bijstand door een advocaat noodzakelijk of vereist is. Ten aanzien van de verjaring heeft klager wel een bewijs van de verzending van een aangetekende brief overgelegd, maar de brief zelf niet, zodat niet kan worden vastgesteld wat de inhoud van de brief is en of het gestelde vorderingsrecht is gestuit en om die reden nog succesvol kan zijn. Het hof stelt daarbij vast dat klager bij zijn beklag heeft aangevoerd dat hij wil dat een advocaat wordt aangewezen om de verjaring van zijn vorderingen te stuiten. Uit de eigen stellingen van klager volgt echter dat daarin inmiddels zou zijn voorzien, zodat het beklag om die reden ook niet kan slagen. Voor een stuitingshandeling is daarenboven geen advocatenbijstand vereist.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:135 Hof van Discipline 's Gravenhage 260009

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De deken heeft op goede gronden geweigerd aan klaagsters herhaalde verzoek te voldoen, omdat klaagster niet in de positie verkeert dat zij geen advocaat bereid kan vinden om haar bij te staan. Dat klaagster het kennelijk niet eens is met de wijze waarop haar advocaat de zaak aanpakt(e) is geen reden voor aanwijzing van een (nieuwe) advocaat. Klaagster miskent dat de aanwijzingsbevoegdheid van de deken een vangnetvoorziening is, die pas in werking treedt als de rechtzoekende zelf geen advocaat kan vinden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:129 Hof van Discipline 's Gravenhage 250221

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Gedeeltelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan eigen belang. Verwijt dat verweerder vertrouwelijke stukken uit de mediation in procedures heeft overgelegd, gegrond. De raad heeft de overige klachtonderdelen ongegrond verklaard, omdat de raad vanwege het geslaagde beroep van verweerder op zijn verschoningsrecht niet heeft kunnen vaststellen of verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het hof is met de raad van oordeel dat verweerder tegenover klaagster - de wederpartij - een beroep mag doen op zijn geheimhoudingsplicht jegens zijn oud-cliënten. Dat betekent echter niet dat de klachtonderdelen, waarvoor verweerder zich op zijn geheimhoudingsplicht beroept, ongegrond moeten worden verklaard vanwege het enkele feit dat verweerder zich daartegen niet heeft verweerd of kunnen verweren. Of die klachtonderdelen al dan niet gegrond moeten worden verklaard, hangt af van de feiten die, in dit geval met name aan de hand van de verschillende uitspraken van gerechtelijke instanties, ook zonder kennisneming van eventuele verweren van verweerder kunnen worden vastgesteld. Het hof verklaart deze klachtonderdelen voor het overgrote deel alsnog gegrond. Het had in deze specifieke zaak op de weg van verweerder gelegen om nader onderzoek te doen naar de informatie die hem door zijn cliënten werd aangereikt. Dat verweerder dit heeft gedaan is niet gebleken. Hij meegewerkt aan een opzetje om de executie van dwangsommen door klaagster te frustreren op basis van een vage, niet onderbouwde vordering, wat bovendien praktisch volledig buiten de beweerdelijke schuldeiser is omgegaan. Verweerder is meegegaan in het leggen van beslag op basis van ernstige beschuldigingen jegens klaagster, die mede gebaseerd bleken te zijn op gemanipuleerde beelden, die verweerder had kunnen en moeten controleren. Bijzonder kwalijk is dat verweerder aantoonbaar (en in rechte vastgesteld) in meerdere procedures - bewust - onjuiste en/of misleidende informatie aan de rechter heeft verstrekt, relevante feiten heeft verzwegen en betrokken is geweest bij acties om klaagster via publicaties in een kwaad daglicht te stellen. Verweerder heeft de kernwaarde onafhankelijkheid volledig uit het oog verloren. Onvoorwaardelijke schorsing van 13 weken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:136 Hof van Discipline 's Gravenhage 250452

    Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. Hoewel verweerster een processtuk van de wederpartij van klaagster niet direct na ontvangst heeft doorgestuurd naar klaagster, heeft verweerster – toen zij dit ontdekte – adequaat en zoals van een betamelijk handelend advocaat verwacht mag worden gehandeld. Ook overigens is niet gebleken dat verweerster in haar werkzaamheden voor klaagster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Evenals de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden acht ook het hof de klacht in al zijn onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:130 Hof van Discipline 's Gravenhage 250211D

    Dekenbezwaar. Er bestaan voldoende aanknopingspunten tussen het beroep van verweerder als advocaat en zijn doen en laten als bestuurder van onder meer een stichting voor een tuchtrechtelijke beoordeling. Verweerder had een persoonlijk belang bij zijn optreden als advocaat voor de stichting en deze “dubbele pet” heeft de onafhankelijkheid verweerder als advocaat aangetast. De belangen van de stichting kwamen niet (steeds) overeen met de belangen van verweerder als bestuurder en in privé. Door het aangaan van een A-B-C-transactie heeft verweerder zijn persoonlijke belang laten prevaleren boven het belang van de stichting. Ook uit een uitspraak van het gerechtshof blijkt dat verweerder zichzelf met die transactie financieel heeft willen bevoordelen. Verweerder heeft ook niet voldaan aan zijn wettelijke verplichtingen als bestuurder door geen deugdelijke administratie te voeren. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad. Nu verweerder niet of nauwelijks inzicht heeft getoond in de ernst van zijn handelen en ook overigens geen blijk heeft gegeven van enige zelfreflectie, verzwaart het hof de door de raad opgelegde maatregel tot een onvoorwaardelijke schorsing van 13 weken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:107 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-847/AL/GLD

    Klagers zijn als eigenaren van een appartement verenigd in een vereniging van eigenaren. Verweerder is sinds 2019 de advocaat van de VvE. Dat door de gang van zaken rondom onder meer de instemming met een vaststellingsovereenkomst na mediation bij klagers verwarring is ontstaan over de hoedanigheid van verweerder, betekent nog niet dat hem daarvan ook tuchtrechtelijk een verwijt kan worden gemaakt. Uit de stukken is de raad namelijk niet gebleken dat verweerder klagers onjuist heeft geadviseerd over zijn rol of hoedanigheid of dat verweerder daarin op enigerlei andere wijze is tekortgeschoten. Verweerder heeft als advocaat in opdracht van (het daartoe bevoegde bestuur van) de VvE gehandeld en kon in die hoedanigheid ook de VvE vertegenwoordigen in een procedure die een aantal leden - waaronder klagers - tegen de VvE hadden aangespannen. Verder is de raad van oordeel dat verweerder met de gewraakte uitlatingen niet de grens van het toelaatbare heeft opgezocht of overschreden. Hij heeft die uitlatingen gedaan namens de VvE. Dat klagers de door verweerder gebruikte bewoordingen als kwetsend en intimiderend hebben ervaren, is onvoldoende om daarvan aan verweerder tuchtrechtelijk een verwijt te maken. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:108 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-849/AL/GLD

    Klaagster is als eigenaar van een appartement in een complex lid van een vereniging van eigenaren. Verweerder is sinds 2019 de advocaat van de VvE. Dat door de gang van zaken rondom onder meer de instemming met een vaststellingsovereenkomst na mediation bij klaagster als toenmalig bestuurslid verwarring is ontstaan over de hoedanigheid van verweerder, betekent nog niet dat hem daarvan ook tuchtrechtelijk een verwijt kan worden gemaakt. Uit de stukken is de raad namelijk niet gebleken dat verweerder klaagster onjuist heeft geadviseerd over zijn rol of hoedanigheid of dat verweerder daarin op enigerlei andere wijze is tekortgeschoten. Verweerder heeft als advocaat in opdracht van (het daartoe bevoegde bestuur van) de VvE gehandeld en kon in die hoedanigheid ook de VvE vertegenwoordigen in een procedure die een aantal leden - niet klaagster - tegen de VvE hadden aangespannen. Niet is gebleken dat verweerder uitlatingen tegen klaagster heeft gedaan waarmee hij de grens van het toelaatbare heeft opgezocht of overschreden. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:109 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-894/AL/OV

    Klacht over eigen advocaat. De raad heeft geoordeeld dat verweerder op verschillende momenten niet heeft voldaan aan zijn informatieplicht en onvoldoende duidelijk met klaagster, zijn cliënte, heeft gecommuniceerd. Gelet op de ernst van dit handelen en omdat verweerder al (meermaals) eerder door de raad is veroordeeld, wordt aan verweerder een berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:128 Hof van Discipline 's Gravenhage 250346D

    Dekenbezwaar betreffende een praktijkvoering in strijd met de kernwaarden kwaliteit (deskundigheid) en integriteit. Naast het dekenbezwaar zijn bij de raad en het hof gelijktijdig twee klachten van oud-cliënten behandeld (250343 en 250344). De raad heeft de klachten en het dekenbezwaar gegrond verklaard en verweerder de maatregel van schrapping van het tableau opgelegd. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:124 Hof van Discipline 's Gravenhage 250427

    Deze zaak betreft een klacht van een advocaat tegen een andere advocaat. Volgens klager was verweerster zijn advocaat en heeft zij haar geheimhoudingsplicht geschonden door in een procedure tussen klager en de deken informatie aan de deken te verstrekken. Daarnaast zou verweerster een belofte niet zijn nagekomen, zich onnodig grievend over klager hebben uitgelaten en hebben gehandeld in strijd met gedragsregel 15 lid 1 onder b. Het hof verklaart -net als de raad- de klacht op alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:125 Hof van Discipline 's Gravenhage 250311D

    De deken heeft een dekenbezwaar ingediend tegen verweerster. De raad heeft bij tussenbeslissing een vooronderzoek gelast. De raad verklaart het dekenbezwaar gegrond en legt aan verweerster de maatregel van schrapping op. In hoger beroep oordeelt het hof dat de resultaten van het vooronderzoek deels niet als juist kunnen worden aanvaard, omdat deze niet berusten op een deugdelijke grondslag. Een deel van bevindingen van het vooronderzoek zijn slechts summier vastgelegd en een deel in het geheel niet. Van verweerster kan niet worden verlangd bevindingen die summier zijn onderbouwd met bewijs en bevindingen die in het geheel niet zijn vastgelegd te weerleggen. Het hof komt tot het oordeel dat het dossierbeheer en de dossieradministratie van verweerster tekortschieten en dat er tekortkomingen zijn ten aanzien van de waarneming, de naamgeving, de klachtenregeling en de privacyverklaring. Mede gelet op het tuchtrechtelijke verleden acht het hof een onvoorwaardelijke schorsing van 26 weken passend en geboden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:126 Hof van Discipline 's Gravenhage 260145

    Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet bedoeld om het hof te verzoeken te interveniëren in de behandeling van het verzoek van klager om aanwijzing van een advocaat. Klager zal de behandeling van zijn verzoek door de deken dienen af te wachten. Het klachtrecht is evenmin bedoeld om te klagen over een procedurele beslissing van de deken waarmee men het niet eens is.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:127 Hof van Discipline 's Gravenhage 260126

    Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Verkort dekenonderzoek in verband met herhaalde klachten en niet betalen griffierecht is een procedurele beslissing die in de (verdere) klachtprocedure aan de orde kan worden gesteld.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:105 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-188/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Klaagster is via DAS bij verweerder gekomen voor rechtsbijstand in een geschil met haar buren over een erfdienstbaarheid (van uitweg). Na onderzoek heeft verweerder besloten de zaak verder niet in behandeling te nemen omdat sprake van een kansloze zaak was. Die beslissing stond hem vrij. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:87 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-682/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Verweerster heeft onvoldoende distantie betracht ten opzichte van haar cliënte door namens haar bij klager aan te dringen op het versturen van een toestemmingsformulier, terwijl dat niet vereist was volgens het door de rechtbank bekrachtigde ouderschapsplan. Door desalniettemin te stellen dat klager het formulier moest hebben en het formulier ook als voorwaarde te stellen voor instemming met de vakantie, heeft verweerster de belangen van klager onnodig geschaad. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:106 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-772/AL/NN

    Klaagster is een vereniging van eigenaren waarvan verweerder jarenlang de advocaat was. Uit de stukken is de raad niet gebleken dat verweerder onvoldoende voortvarend of ondeskundig heeft opgetreden. Verweerder is naar het oordeel van de raad wel tekortgeschoten in zijn communicatie met (het nieuwe bestuur van) klaagster. Vast staat dat verweerder over de naleving van het kort geding vonnis door de wederpartij en inning van de verbeurde dwangsommen met het oud-bestuur van de VvE heeft gecorrespondeerd en afspraken heeft gemaakt. Uit de stukken is de raad gebleken dat verweerder en het nieuwe bestuur langs elkaar heen hebben gecommuniceerd, in het bijzonder over de vraag over welke dwangsommen het ging. Alhoewel verweerder inhoudelijk op de vragen namens het nieuwe bestuur heeft gereageerd, bleek uit hun reacties dat zijn antwoorden tot nog meer onbegrip en irritatie leidden. Die situatie had naar het oordeel van de raad toen voor verweerder aanleiding moeten zijn om de regie te nemen en een verhelderend gesprek met het nieuwe bestuur te regelen, zeker gelet op de juridische complexe materie. Verweerder heeft de voor het nieuwe bestuur ontbrekende informatie, de door hem ontvangen e-mails van jaren geleden van het oud-bestuur van de VvE, ook pas voor het eerst bij zijn verweerschrift bij de deken gevoegd. Het nieuwe bestuur heeft daarvan toen pas kennis kunnen nemen terwijl daarover door het bestuur al bijna een jaar eerder meermaals vragen aan verweerder waren gesteld. Tijdens de zitting bij de raad heeft verweerder verklaard dat de indringende en eisende toonzetting in de e-mails van het nieuwe bestuur ertoe hebben geleid dat hij zijn cliënt meer zag als zijn wederpartij dan als zijn eigen cliënt en zich daarom zo heeft opgesteld. Dat is voor een deskundig advocaat met voldoende professionele afstand geen rechtvaardiging voor zijn handelen. Dit alles leidt tot de maatregel van een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:88 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-818/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een arbeidsrechtelijk geschil. Verweerder heeft nagelaten om bij aanvang een kosteninschatting te geven aan klager en hem op de hoogte te houden van zijn tijdsbesteding. Niet voldaan aan gedragsregel 17. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:101 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-584/AL/GLD

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:89 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-896/DH/DH/D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft erkend niet te hebben voldaan aan zijn informatie- en opleidingsverplichtingen en dat zijn kantoororganisatie niet op orde is. Voorwaardelijke schorsing van 4 weken met als bijzondere voorwaarde het doorlopen van een (reeds ingezet) coachingstraject.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:102 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-456/AL/NN

    De raad verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:53 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-563/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat in hoedanigheid van faillissementscurator. Vast staat dat zowel de rechter-commissaris als de civiele rechter zich reeds over het optreden van verweerder in zijn hoedanigheid van curator hebben gebogen. Beiden zijn niet tot het oordeel gekomen dat de curator handelingen heeft verricht die hij niet had behoren te verrichten. De raad overweegt voorts dat het tuchtrecht niet is bedoeld voor het (opnieuw) voeren van een discussie over de juistheid van de standpunten die partijen in het civielrechtelijke geschil verdeeld houden en die zij over en weer in de civielrechtelijke procedure naar voren hebben gebracht. Indien en voor zover klager zich in de door verweerder verwoorde standpunten niet kon vinden, konden klager en zijn advocaat dit in de civiele procedure naar voren brengen. Het was vervolgens aan de civiele rechter, en niet thans aan de tuchtrechter, om daarover een oordeel te geven. Het feit dat de curator in zijn procedure tegen klager in het ongelijk is gesteld maakt niet dat daarmee klachtwaardig handelen is komen vast te staan. In de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht heeft de raad overigens geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat door verweerders optreden het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. De raad zal de klachtonderdelen 1, 2, 3 en 4 daarom ongegrond verklaren. Klager verwijt verweerder tot slot dat hij geen inhoudelijke reactie heeft gegeven op de klacht. Dit klachtonderdeel mist feitelijke grondslag en is daarom eveneens ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:103 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-716/AL/GLD

    Klager maakt als eigenaar van een appartement in een complex deel uit van een vereniging van eigenaren. Verweerder is sinds 2019 de advocaat van de VvE. Dat door de gang van zaken rondom onder meer de instemming met een vaststellingsovereenkomst na mediation bij klager verwarring is ontstaan over de hoedanigheid van verweerder, betekent nog niet dat hem daarvan ook tuchtrechtelijk een verwijt kan worden gemaakt. Uit de stukken is de raad namelijk niet gebleken dat verweerder klager onjuist heeft geadviseerd over zijn rol of hoedanigheid of dat verweerder daarin op enigerlei andere wijze is tekortgeschoten. Verweerder heeft als advocaat in opdracht van (het daartoe bevoegde bestuur van) de VvE gehandeld en kon in die hoedanigheid ook de VvE vertegenwoordigen in een procedure die een aantal leden - waaronder klager - tegen de VvE hadden aangespannen. Verder is de raad van oordeel dat verweerder met de gewraakte uitlatingen niet de grens van het toelaatbare heeft opgezocht of overschreden. Hij heeft die uitlatingen gedaan namens de VvE. Dat klager de door verweerder gebruikte bewoordingen als kwetsend en intimiderend hebben ervaren, is onvoldoende om daarvan aan verweerder tuchtrechtelijk een verwijt te maken. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:54 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-637/DB/OB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:85 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-314/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de (voormalige) eigen advocaat. Verweerder heeft opgetreden voor de maatschap van drie broers, waaronder klager. Omdat een maatschap geen rechtspersoonlijkheid heeft, heeft hij direct opgetreden voor hun afzonderlijke belangen. Nadat er tussen de broers verschil van inzicht is ontstaan over het al dan niet accepteren van een schikkingsvoorstel, kon verweerder de twee andere broers niet meer bijstaan zonder tegen de belangen van klager in te gaan. Schending van gedragsregel 15 lid 1 en 2. Verweerder heeft daarbij wel oog gehad voor klagers belangen omdat hij een beter financieel resultaat wilde bereiken. Klager mag echter zelf bepalen wat zijn daadwerkelijke belang is. Verweerder heeft onvoldoende afstand bewaard tot de zaak, hoewel hij integere intenties heeft gehad. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:104 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-107/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over een eigen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:86 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-658/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:51 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-873/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat hij heeft nagelaten tijdig voorafgaand aan de betekening door de deurwaarder een afschrift van de dagvaarding aan klaagsters advocaat te sturen. In de uitspraak van het Hof van Discipline van 13 februari 2026 heeft het Hof in de omstandigheid dat lang onduidelijkheid heeft bestaan over het al dan niet moeten toesturen van de concept dagvaarding aan de advocaat van de wederpartij, aanleiding gezien om geen maatregel op te leggen. Omdat verweerder in deze zaak echter zijn expliciete toezegging, om de dagvaarding te doen betekenen aan het kantooradres van klaagsters advocaat, niet is nagekomen, acht de raad een waarschuwing toch een passende maatregel.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:52 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-003/DB/LI/D

    Dekenbezwaar. Afhechtingsadvocaat. Verweerster heeft in de jaren 2023 en 2024 bij de behandeling van een zeer groot aantal echtscheidingszaken gehandeld in strijd met (A) de kernwaarden integriteit, partijdigheid en deskundigheid , (B) het bepaalde in de artikelen 7.1, 7.5 en 7.11 Voda en (C) de gedragsregels 1, 2, 12, 13 lid 2, 14, 16, 17 en 18. Verweerster heeft namelijk: (1) de opdracht niet of niet deugdelijk schriftelijk vastgelegd, (2) de identiteit van de cliënten niet of niet deugdelijk vastgesteld, (3) het contact met haar cliënten beperkt tot het voeren van een telefoongesprek, waarvan de inhoud niet of onvoldoende schriftelijk is vastgelegd, (4) haar cliënten niet of onvoldoende geïnformeerd over de te verwachten kosten en de mogelijkheid van gefinancierde rechtshulp, (5) zich onvoldoende rekenschap gegeven van en onvoldoende invulling gegeven aan de verzwaarde zorgplicht die op haar rust als gemeenschappelijk echtscheidingsadvocaat, doordat zij zich er niet (voldoende) van heeft vergewist dat beide partijen de inhoud en de juridische consequenties van de overeengekomen regeling begrijpen; (6) teveel geleund op de mediators en de inhoud van de door de mediators vervaardigde stukken onvoldoende gecontroleerd en, waar nodig, gecorrigeerd. Gegrond. Schorsing voor de duur van 20 weken, waarvan 18 voorwaardelijk

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:121 Hof van Discipline 's Gravenhage 230307

    Deze zaak betreft een klacht tegen de advocaat die klagers heeft bijgestaan in een procedure die tot doel had dat de bestuursleden van een vereniging in het handelsregister werden ingeschreven. Het hof is net als de raad van oordeel dat verweerster geen tuchtrechtelijk verwijt valt te maken en bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:122 Hof van Discipline 's Gravenhage 250242

    Beklag artikel 13 ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:123 Hof van Discipline 's Gravenhage 250251

    Beklag artikel 13 ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:85 Raad van Discipline Amsterdam 26-036/A/A

    Raadsbeslissing; klacht gedeeltelijk gegrond. Verweerder heeft zijn declaraties rechtstreeks bij DAS ingediend zonder deze eerst aan klager voor te leggen. Met zijn handelwijze miskent verweerder dat, hoewel de kosten door DAS worden gedragen, zijn opdrachtgever niet DAS is, maar klager, als de verzekerde. Het had op de weg van verweerder gelegen om klager een opdrachtbevestiging te sturen met (onder meer) duidelijke prijsafspraken ter zake van zijn werkzaamheden en klager periodiek declaraties te sturen waaruit klager de kosten en het uurtarief had kunnen afleiden. Door dit na te laten heeft verweerder niet gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat mag worden verwacht. Voor dit verwijt acht de raad een waarschuwing passend.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:86 Raad van Discipline Amsterdam 25-595/A/A

    Raadsbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij gedeeltelijk gegrond. Verweerster heeft voorafgaand en tijdens de getuigenverhoren handelingen verricht die hebben kunnen leiden tot ongeoorloofde beïnvloeding van de getuigen. Daarmee heeft verweerster gedragsregel 22 geschonden, hetgeen haar tuchtrechtelijk kan worden verweten. Waarschuwing met kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:87 Raad van Discipline Amsterdam 25-786/A/NH

    Raadsbeslissing; gegronde klacht over de advocaat wederpartij. Verweerder heeft bij de behartiging van de belangen van zijn cliënt de belangen van klaagster onnodig en onevenredig geschaad zonder redelijk doel. Niet alleen was de beslaglegging op het loon, de levensverzekering en op het depot onder de notaris, naast onzorgvuldig, vergaand disproportioneel nu uit de afrekening van de notaris bleek dat het depot reeds voldoende verhaal bood, maar bovendien heeft verweerder zich onvoldoende ingezet om tussen partijen tot een oplossing te komen en te voorkomen dat er onnodig procedures moesten worden gevoerd. Gelet op de ernst van de verwijten is in beginsel de oplegging van een berisping gerechtvaardigd. In het voordeel van verweerder houdt de raad er echter rekening mee dat verweerder op de zitting van de raad heeft erkend dat hij achteraf gezien anders had moeten handelen en dat hij niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld. Gelet op deze omstandigheden is de raad van oordeel dat kan worden volstaan met de oplegging van een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:88 Raad van Discipline Amsterdam 25-681/A/A

    Raadsbeslissing; verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:82 Raad van Discipline Amsterdam 26-196/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft klager correct geïnformeerd en op grond van gedragsregel 16 lid 1 belangrijke afspraken (zoals de afspraak dat hij niet meer voor klager zou optreden) schriftelijk aan klager bevestigd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:89 Raad van Discipline Amsterdam 25-659/A/A

    Raadsbeslissing; klacht tegen de deken. De voortzetting van de oorspronkelijke klacht tegen klager is een beslissing geweest van de Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden, gegrond op artikel 47a lid 4 van de Advocatenwet. De raad heeft deze beslissing genomen na hoor en wederhoor te hebben toegepast. Verweerster heeft als deken enkel en alleen een standpunt ingenomen en daarin heeft de raad geen onjuistheden geconstateerd of dat onjuiste informatie is verstrekt of argumenten zijn gebezigd die thans als klachtwaardig zouden moeten worden beoordeeld. Voor het overige zien de klachtonderdelen op het handelen van de deken in diens hoedanigheid als (door de raad aangewezen) klager in de voortgezette klachtprocedure. Daarbij is steeds hoor en wederhoor toegepast en klager heeft op de door de deken ingenomen standpunten kunnen reageren. De klacht wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:83 Raad van Discipline Amsterdam 25-678/A/A

    Raadsbeslissing; ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:90 Raad van Discipline Amsterdam 25-812/A/A

    Raadsbeslissing. Klaagster is het niet eens met de hoogte van de declaratie van verweerster. De raad oordeelt echter dat verweerster heeft gehandeld conform de aan haar gegeven opdracht. Verweerster heeft een uurtarief gehanteerd dat zij met klaagster was overeengekomen. Verweerster heeft gewerkt volgens de opdracht en de gewerkte uren bij klaagster in rekening gebracht conform de tussen hen gemaakte afspraken. De klacht wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:84 Raad van Discipline Amsterdam 25-787/A/A

    Raadsbeslissing; gedeeltelijk gegrond. Verweerster heeft in een familierechtzaak in ongepaste en ongewenste bewoordingen de vertegenwoordigster van de RvdK op zitting onder druk gezet om binnen drie dagen aan de rechtbank een verklaring af te geven. Verweersters handelwijze is in strijd met hetgeen van een behoorlijk advocaat mag worden verwacht, en temeer met hetgeen mag worden verwacht van een familierechtadvocaat. Gezien het zeer conflictueuze karakter van deze familierechtzaak, waarin partijen, noch hun advocaten, er nog in slaagden om op constructieve wijze met elkaar te communiceren, ziet de raad geen aanleiding om een maatregel op te leggen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:79 Raad van Discipline Amsterdam 26-158/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht kennelijk niet-ontvankelijk vanwege misbruik van klachtrecht. Klager heeft voor de tweede keer over hetzelfde feitencomplex een klacht ingediend. Het tuchtrecht is er niet om onbeperkt ruimte te geven aan klagers om hun onvrede over advocaten telkens opnieuw, in iets andere vorm, maar met op hoofdlijnen dezelfde soort klachten, aan de orde te stellen. Alleen als het gaat om (volledig) nieuwe feiten, wordt een volgende klacht nog in behandeling genomen. Het is daarbij niet de taak van de voorzitter om in de stukken te zoeken naar gedragingen van verweerder die mogelijk na indiening van de eerste klacht hebben plaatsgevonden. Nu van volledig nieuwe feiten niet is gebleken, althans niet kan worden vastgesteld of daarvan sprake is, komt de voorzitter tot de slotsom dat de beginselen van een behoorlijk tuchtprocesrecht aan een inhoudelijke beoordeling van onderhavige klacht in de weg staan.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:80 Raad van Discipline Amsterdam 26-164/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de deken kennelijk ongegrond in procedures rondom aanwijzing advocaat (artikel 13 Advocatenwet).

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:81 Raad van Discipline Amsterdam 26-172/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak kennelijk ongegrond. Verweerder is in zijn bijstand aan de man binnen de grenzen van het betamelijke gebleven. Van het langdurig rekken van de echtscheidingsprocedure is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:78 Raad van Discipline Amsterdam 26-197/A/A 26-206/A/A

    Voorzittersbeslissing; de klacht van klager over verweerders is kennelijk niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:100 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-175/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Uit de stukken is niet gebleken dat verweerder klaagster onjuist heeft geadviseerd over de mogelijkheden om hoger beroep in te stellen. Verweerder werkte als advocaat in loondienst bij een rechtsbijstandsverzekeraar. Na zijn onttrekking is zijn dossier intern meteen gesloten en heeft zijn teamleider de communicatie en nazorg voor klaagster op zorgvuldige wijze gedaan. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:120 Hof van Discipline 's Gravenhage 250377

    Verzet tegen niet-verwijzing niet-ontvankelijk. Verzetschrift is te laat ingekomen en termijnoverschrijding niet verschoonbaar.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:118 Hof van Discipline 's Gravenhage 250432

    Beklag. Op grond van artikel 13 Advocatenwet kan door de deken alleen een advocaat kan worden aangewezen in zaken waarin vertegenwoordiging door een advocaat is voorgeschreven, dan wel bijstand uitsluitend door een advocaat kan geschieden. Klager heeft verzocht om aanwijzing van een advocaat in een huurgeschil. De kantonrechter is bij huurgeschillen absoluut bevoegd ongeacht de hoogte van de vordering. Voor een procedure bij de kantonrechter is geen bijstand van een advocaat vereist. De deken heeft klagers verzoek om aanwijzing terecht afgewezen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:119 Hof van Discipline 's Gravenhage 250239

    Klager heeft een geschil gehad met zijn zus, die naast hem woont. Het geschil had onder meer betrekking op de eigendom van een stuk grond dat kadastraal behoort tot het perceel van klager, maar ter zake waarvan de zus stelt dat zij door verjaring de eigendom heeft verkregen. Klager heeft een klacht ingediend over de advocaat van zijn zus. Dat is verweerder. De klacht komt erop neer dat verweerder nodeloos heeft geprocedeerd en een deurwaarder op klager heeft afgestuurd, omdat de vraag wie eigenaar was van het betwiste stuk grond volgens klager al was beantwoord. De raad heeft de klacht ongegrond verklaard. Klager is het daar niet mee eens en heeft hoger beroep ingesteld. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:98 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-047/AL/GLD

    Raadsbeslissing. Hoewel verweerder klaagster al had verzocht zijn eerder gezonden facturen te betalen voordat de Raad voor Rechtsbijstand de toevoeging formeel had ingetrokken, heeft hij pas incassomaatregelen getroffen nadat de Raad de toevoeging ook daadwerkelijk had ingetrokken. Verweerder had wellicht beter kunnen of moeten wachten met zijn betalingsverzoek totdat de toevoeging was ingetrokken, maar gelet op het feit dat het resultaat in hoger beroep niet meer ter discussie stond en verweerder ook geen incassomaatregelen heeft genomen voordat de intrekking er was en gelet op het door verweerder genoemde verhaalsrisico nu klaagster naar China was vertrokken, is de raad van oordeel dat verweerder in dit geval geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:114 Hof van Discipline 's Gravenhage 250227

    Klacht over de advocaat van de wederpartij in een ondernemingsrechtelijke en erfrechtelijke procedure. De klachten gaan over het in het geheim samenspannen met klaagsters advocaten, het bijdragen aan het overlijden van zijn cliënt, het geheim houden dat een zitting door zou gaan, de wijze waarop verweerder stukken in een kort geding heeft ingediend, liegen, schending van artikel 21 Rv, het doen van onnodig grievende uitlatingen en het overtreden van gedragsregel 15. De raad heeft de klacht in zijn geheel ongegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.