Zoekresultaten 1-10 van de 2422 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:118 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-132/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over een deken kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:284 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-075/AL/OV

    Verzetbeslissing. Er is door de voorzitter in de voorzittersbeslissing niet op alle klachtonderdelen beslist. Verzet gegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:58 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-051/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Het verwijt, dat verweerder ondanks een belangenconflict tegen klager heeft opgetreden is ongegrond. Naar het oordeel van de raad is niet gebleken dat klager tijdens het gesprek met mr. H informatie heeft verstrekt die verweerder moest beletten om tegen klager op te treden. Van (de schijn van) belangenverstrengeling, zoals genoemd in het toetsingskader onder 5.3, is naar het oordeel van de raad geen sprake. Evenmin is gebleken dat verweerder heeft geweigerd inhoudelijke antwoorden gegeven en zich obstructief heeft opgesteld, noch dat hij een misleidend schikkingsvoorstel heeft gedaan, zonder dit te onderbouwen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:59 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-242/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat in de hoedanigheid van deken. Vast staat dat klaagster reeds eerder heeft geklaagd over verweersters optreden. De voorzitter constateert in de eerste plaats dat de onderhavige klacht van gelijke aard en inhoud is en op hetzelfde feitencomplex ziet als de eerdere klacht. De raad heeft deze eerdere klacht bij beslissing van 7 april 2026 ongegrond verklaard. Klaagster heeft tegen de beslissing van de raad hoger beroep ingesteld, zodat de beslissing van de raad van 7 april 2026 nog niet onherroepelijk is geworden. Het “ne bis in idem-beginsel”, zoals vastgelegd in artikel 47b Advocatenwet, staat om die reden niet aan ontvankelijkheid van de onderhavige (tweede0 klacht van klaagster niet in de weg. De voorzitter constateert in de tweede plaats dat uit het onderhavige klachtdossier geen andere – voor de beoordeling van de klacht relevante – feiten blijken dan zoals reeds door de raad vastgesteld in de genoemde beslissing van 7 april 2026 (ECLI: NL:TADRSHE:2026:45). De voorzitter ziet in hetgeen klaagster naar voren heeft gebracht geen aanleiding om anders te oordelen dan de raad heeft gedaan in de genoemde beslissing van 7 april 2026 (ECLI: NL:TADRSHE:2026:45). Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:60 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-773/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klager verwijt verweerster dat zij hem niet naar behoren heeft bijgestaan, nu zij geen regeling met de Duitse fiscus voor klager heeft getroffen, waardoor klager schade heeft geleden. De raad oordeelt dat klager in de zaak waarop de onderhavige klacht betrekking heeft geen cliënt is geweest van verweerster. Omdat verweerster in het geschil met de Duitse fiscus niet als advocaat voor klager is opgetreden, mist het tuchtrechtelijk verwijt van klager, dat verweerster klager niet naar behoren heeft bijgestaan, omdat zij voor hem geen regeling heeft getroffen, feitelijke grondslag. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:116 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-185/AL/MN

    voorzittersbeslissing van klacht tegen een deken. Niet is gebleken dat verweerster haar taak als deken verwaarloosd heeft doordat zij op 27 januari 2022 niet aanwezig was bij de civiele beslaglegging onder klager als voormalig bestuurder van een stichting, dat was gevestigd op hetzelfde adres als het advocatenkantoor van verweerder. Geen (rechts)regel verplicht een deken daartoe. Nu de afwezigheid van verweerster ten tijde van de beslaglegging onder klager het vertrouwen in de advocatuur niet heeft geschaad. Naar het oordeel van de voorzitter kan het optreden van de deurwaarder op 27 januari 2022 of het handelen van de nieuwe bestuurder van de stichting verweerster niet worden aangerekend. Daar stond zij immers buiten. Op verzoek van de nieuwe bestuurder van de stichting heeft verweerster een praktisch voorstel gedaan om een oplossing te vinden vanwege de patstelling tussen klager en de bestuurder over de inbeslaggenomen administratie. Klager heeft er om hem moverende redenen voor gekozen om van dat aanbod geen gebruik te maken. Niet valt in te zien in welke zin door het optreden van verweerster het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Ook overigens oordeelt de voorzitter de klachten kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:61 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-683/DB/LI

    Verzet. De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:117 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-213/AL/GLD

    voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerder op zorgvuldige en deskundige wijze in heldere bewoordingen met klager gecommuniceerd over de inhoud van de eventuele opdracht, de eventuele kosten daarvan en over de voorwaarden die verweerder aan het aannemen van de opdracht stelde. Dreigend of onnodig grievend taalgebruik door verweerder richting klager blijkt niet uit de stukken. Evenmin volgt daaruit dat verweerder zich niet integer of onethisch heeft gedragen. Klager heeft die ernstige verwijten tegenover de betwisting daarvan door verweerder, ook geenszins inzichtelijk gemaakt. Dat een vaste prijsafspraak is gemaakt is niet komen vast te staan. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:56 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-019/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerder de afwikkeling van de nalatenschap fors heeft vertraagd en gefrustreerd, noch dat hij, zonder voorafgaand onderzoek en zonder feitelijke onderbouwing, onjuiste stellingen heeft herhaald. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:57 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-058/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij deels gegrond. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat zij in strijd heeft gehandeld met de gedragsregels 21 lid 3 en 25, doordat zij een niet voor haar of haar cliënt bestemde e-mail van 8 oktober 2024 aan haar cliënt heeft doorgestuurd en doordat zij in rechte feiten heeft gesteld, waarvan zij de onjuistheid kende. Daarmee staat vast dat verweerster in een en dezelfde zaak meerdere tuchtrechtelijk verwijtbare handelingen heeft gepleegd. Dat verontrust de raad want hierdoor ontstaat de indruk dat verweerster structureel onvoldoende alertheid betoont bij het naleven van de gedragsregels. Omdat verweerster ter zitting op overtuigende wijze reflectie heeft getoond, aan klaagster haar verontschuldigingen heeft aangeboden, de gedragsrechtelijke misstappen van verweerster van relatieve ernst zijn en geen schade bij klaagster hebben veroorzaakt, zal de raad echter volstaan met oplegging van een waarschuwing. Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij deels gegrond. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat zij in strijd heeft gehandeld met de gedragsregels 21 lid 3 en 25, doordat zij een niet voor haar of haar cliënt bestemde e-mail van 8 oktober 2024 aan haar cliënt heeft doorgestuurd en doordat zij in rechte feiten heeft gesteld, waarvan zij de onjuistheid kende. Daarmee staat vast dat verweerster in een en dezelfde zaak meerdere tuchtrechtelijk verwijtbare handelingen heeft gepleegd. Dat verontrust de raad want hierdoor ontstaat de indruk dat verweerster structureel onvoldoende alertheid betoont bij het naleven van de gedragsregels. Omdat verweerster ter zitting op overtuigende wijze reflectie heeft getoond, aan klaagster haar verontschuldigingen heeft aangeboden, de gedragsrechtelijke misstappen van verweerster van relatieve ernst zijn en geen schade bij klaagster hebben veroorzaakt, zal de raad echter volstaan met oplegging van een waarschuwing.