Zoekresultaten 101-150 van de 3473 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:200 Raad van Discipline Amsterdam 24-576/A/A

    Raadsbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij; de klacht is gedeeltelijk niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de vervaltermijn en in verband met het ne bis in idem beginsel. Voor het overige is de klacht ongegrond. De bewoordingen ‘ontsproten aan de fantasie van klaagster’ en ‘complotdenker’ kwalificeren, tegen de achtergrond van de onderliggende zaak en de wijze waarop klaagster op haar beurt beschuldigingen aan het adres van de cliënte van verweerder heeft geuit, niet als onnodig grievend. Verder mocht verweerder de belangen van zijn cliënte behartigen aan de hand van het feitenmateriaal dat zijn cliënte hem had verstrekt. Van schending van gedragsregels 7 en 8 is geen sprake.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:201 Raad van Discipline Amsterdam 24-527/A/A

    Raadsbeslissing; ongegronde klacht over de advocaat wederpartij. De onderliggende zaak speelt zich af in de particuliere sfeer (verkoop van een vouwwagen) met een beperkt financieel belang. Verweersters handelen was onvoldoende gericht op het bereiken van een oplossing. De toon van verweersters correspondentie bood geen opening voor het beproeven van een minnelijke regeling en ook het meesturen van een 18 pagina’s tellende concept-dagvaarding is in een geschil van beperkt formaat disproportioneel en ondoelmatig. Nu echter de correspondentie van klagers advocaat eveneens fel van toon was en evenmin uitnodigde tot overleg tussen partijen, is verweersters handelen nog net binnen de grenzen van het betamelijke gebleven.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:202 Raad van Discipline Amsterdam 24-710/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat wederpartij deels kennelijk niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang voor klager. De overige klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond. Verweerder heeft geen evident onjuist standpunt ingenomen of klagers belangen nodeloos en op ontoelaatbare wijze geschaad. Dat verweerder de rechter feiten heeft voorgehouden, waarvan hij de onwaarheid kende of kon kennen, is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:203 Raad van Discipline Amsterdam 24-718/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij kennelijk niet-ontvankelijk; Klager heeft geen rechtstreeks eigen belang bij zijn klacht over de declaraties van verweerder aan zijn cliënt. De inrichting van declaraties betreft een aangelegenheid die uitsluitend speelt tussen de advocaat en zijn cliënt. Klager staat hier als wederpartij buiten.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:204 Raad van Discipline Amsterdam 24-709/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ne bis in idem beginsel.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:205 Raad van Discipline Amsterdam 24-762/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij is gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang en gedeeltelijk kennelijk ongegrond. Op verweerster rust geen verplichting om voor vertalingen van processtukken voor de wederpartij zorg te dragen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:206 Raad van Discipline Amsterdam 24-740/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij in een huurzaak. Verweerder heeft gehandeld zoals van hem als partijdig raadsman mag worden verwacht.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:207 Raad van Discipline Amsterdam 24-723/A/A 24-725/A/A

    Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klachten over de advocaat wederpartij in een geschil over het duiden van een consulting agreement. Verweerster is bij de behartiging van de belangen van haar cliënte binnen de grenzen van het betamelijke gebleven. Ook van schending van gedragsregel 8 is geen sprake. Verder mocht verweerster bij haar verweer tegen de klachten de consulting agreement overleggen. Van verweerster kan in het kader van haar verdediging niet verwacht worden dat zij terughoudend omgaat met het overleggen van stukken. Daarbij rust bovendien zowel op de deken als op de tuchtrechter een beroepsgeheim.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:208 Raad van Discipline Amsterdam 24-715/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij in een erfrechtzaak gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang en gedeeltelijk kennelijk ongegrond. Van oneigenlijk gebruik van de derdengeldenrekening van het kantoor van verweerder is geen sprake.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:209 Raad van Discipline Amsterdam 24-411/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij ongegrond. Gelet op de context waarin verweerster haar e-mail heeft gestuurd, de onderlinge verhoudingen tussen partijen en de vrijheid die verweerster als advocaat van haar cliënte heeft om haar belangen te behartigen, kunnen de bewuste bewoordingen niet als onnodig grievend worden aangemerkt en mocht verweerster gelet op alle omstandigheden ook afgaan op de van haar cliënte verkregen informatie. Ook kan het verweerster niet tuchtrechtelijk worden verweten dat de procedure tussen klager en de vrouw vertraging heeft opgelopen. Evenmin is het de raad gebleken dat de procedure door toedoen van verweerster onnodig is verhard of gepolariseerd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:210 Raad van Discipline Amsterdam 24-284/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening door de eigen advocaat deels gegrond. Verweerster heeft in een voor de procedure cruciaal punt gemist. Hiermee heeft verweerster niet gehandeld met de zorgvuldigheid die van haar in de gegeven omstandigheden mocht worden verwacht. De raad ziet af van het opleggen van een maatregel, nu verweerster ter zitting heeft erkend dat zij niet juist heeft gehandeld en zij, op het moment dat haar de juiste cijfers bekend werden, de advocaat van de wederpartij hierover alsnog heeft bericht waarna er een schikking tussen partijen is getroffen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:211 Raad van Discipline Amsterdam 24-501/A/A

    Raadsbeslissing. Ongegronde klacht over de dienstverlening door de eigen advocaat. De raad is van oordeel dat verweerder binnen de beperkte tijd die hiervoor stond de belangen van klager op deugdelijke wijze heeft behartigd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:212 Raad van Discipline Amsterdam 23-747/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij deels gegrond. Verweerster heeft in strijd met gedragsregel 8 gehandeld door een gegeven aan klaagster te verstrekken, waarvan zij wist dat die onjuist was. De overige klachtonderdelen worden ongegrond verklaard. Aan verweerster wordt de maatregel van een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:213 Raad van Discipline Amsterdam 24-783/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij in een arbeidsrechtzaak. Als partijdig belangenbehartiger stond het verweerder vrij om betrokkene (oud-collega van klager) naar aanleiding van zijn verklaring namens de werkgever te wijzen op zijn contractuele verplichtingen jegens de werkgever en te verzoeken te stoppen met het schenden van het overeengekomen geheimhoudingsbeding. Van schending van gedragsregel 22 is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:214 Raad van Discipline Amsterdam 24-756/A/NH

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak. Verweerster mocht uitgaan van de juistheid van de bewijsstukken die haar cliënt haar had verstrekt. Van een uitzonderingssituatie waarin zij nader onderzoek had moeten doen naar de stukken is niet gebleken. Daarvoor moet sprake zijn van een duidelijke (vrijwel) evidente aanwijzing voor de onjuistheid van de bewijsstukken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:215 Raad van Discipline Amsterdam 24-409/A/A

    Raadsbeslissing; verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:216 Raad van Discipline Amsterdam 24-433/A/A

    Raadsbeslissing; gegronde klacht over de advocaat wederpartij. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door in strijd met de gedragsregels 6 lid 1 en 8 de verweren van klaagster tegen de vordering van verweerders cliënte niet te vermelden in het beslagrekest en in de dagvaarding. Verweerder heeft de rechter daarmee niet juist en onvolledig geïnformeerd, waardoor klaagster onnodig extra advocaatkosten voor haar verweer heeft moeten maken. Dit verwijt valt verweerder extra aan te rekenen inzake de procedure waarin om verlof is gevraagd voor het leggen van conservatoir beslag, nu de rechtbank voorafgaand aan het verlenen van verlof tot beslaglegging geen kennis heeft genomen van het standpunt van klaagster. Aan verweerder wordt, ook rekening houdend met het feit dat aan verweerder niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd, een waarschuwing met proceskostenveroordeling opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:217 Raad van Discipline Amsterdam 24-559/A/NH

    Raadsbeslissing; (gedeeltelijk) gegronde klacht over de advocaat wederpartij in een familiezaak. Verweerder heeft zich bij de uitvoering van de opdracht van zijn cliënte te veel laten leiden door de wensen van zijn cliënte en onvoldoende oog gehad voor het belang van zo min mogelijk escalatie. Omdat aan verweerder niet eerder een maatregel is opgelegd en hij ter zitting er blijk van heeft gegeven in te zien dat zijn handelen niet juist was, ziet de raad aanleiding om aan verweerder een waarschuwing op te leggen met proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:218 Raad van Discipline Amsterdam 24-533/A/A

    Raadsbeslissing; ongegronde klacht over de advocaat wederpartij in een familiezaak. Verweerster heeft met haar handelwijze de grenzen van de haar als advocaat wederpartij toekomende vrijheid niet overschreden. Van schending van gedragsregels 8 en 20 is geen sprake.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:219 Raad van Discipline Amsterdam 24-381/A/NH

    Raadsbeslissing; ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:220 Raad van Discipline Amsterdam 24-778/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over het optreden van een advocaat in een andere hoedanigheid, te weten die van een partner van een advocatenkantoor, is kennelijk ongegrond. Uit niets blijkt dat verweerder met zijn handelen het vertrouwen in de advocatuur zou hebben geschaad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:221 Raad van Discipline Amsterdam 24-777/A/A

    Voorzittersbeslissing. De klacht strandt op het ne bis in idem beginsel en is daarom in beide klachtonderdelen kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:222 Raad van Discipline Amsterdam 24-934/A/NH

    Raadsbeslissing. Artikel 60b Advocatenwet. De gezondheidsklachten van verweerder en zijn privésituatie laten zich op dit moment niet verenigen met het voeren van een behoorlijke advocatenpraktijk. Verweerder is met onmiddellijke ingang en voor onbepaalde tijd geschorst in de uitoefening van zijn praktijk.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:223 Raad van Discipline Amsterdam 24-095/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij gegrond. Het valt verweerder tuchtrechtelijk te verwijten dat hij ter zitting mededelingen heeft gedaan over de inhoud van de tussen partijen gevoerde schikkingsonderhandelingen. Hiermee heeft verweerder in strijd met gedragsregel 27 gehandeld. De raad acht hiervoor de oplegging van een waarschuwing passend, waarbij wordt meegewogen dat in de lange carrière van verweerder hij geen eerdere tuchtrechtelijke veroordeling heeft gehad en hij inmiddels inziet dat hij beter anders had kunnen handelen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:224 Raad van Discipline Amsterdam 24-475/A/NH

    Verzet. De raad verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:225 Raad van Discipline Amsterdam 24-605/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening door de eigen advocaat in alle klachtonderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:226 Raad van Discipline Amsterdam 24-851/A/A

    Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij. Verweerder heeft de vrijheid die hij als advocaat wederpartij geniet niet overschreden. Verweerder bepaalt niet de gang van zaken op zitting. Ook heeft verweerder niet bewust onjuiste feiten verkondigd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:23 Raad van Discipline Amsterdam 23-907/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht is kennelijk niet-ontvankelijk op grond van het ne bis in idem beginsel. klager heeft voor de tweede keer een klacht ingediend over verweerder. Beide klachten hebben betrekking op hetzelfde voortslepende feitencomplex, namelijk het langdurige (echtscheidings)geschil dat speelt tussen klager en de ex-echtgenote en waarin verweerder de ex-echtgenote als advocaat bijstand verleent. De eerste klacht over verweerder is bij (inmiddels onherroepelijke) beslissing kennelijk ongegrond verklaard. En hoewel de huidige klacht in een iets andere vorm is gegoten en van een latere datum is, komt het verwijt aan verweerders adres (in essentie) op hetzelfde neer. Het ne bis in idem (weergegeven onder r.o. 4.1), dat dient ter bescherming van advocaten tegen herhaalde klachten over in de kern hetzelfde feitencomplex, brengt naar het oordeel van de voorzitter ook in dit geval mee dat klager niet een tweede maal kan klagen over hetzelfde feitencomplex. Dat onderhavige klacht van een latere periode is dan de eerdere klacht, maakt dit niet anders. De doelen van het tuchtrecht zijn het bewaken en bevorderen van de kwaliteit van de advocatuur en bescherming tegen onzorgvuldig handelen van advocaten. Het tuchtrecht is er niet om onbeperkt ruimte te geven aan klagers om hun onvrede over advocaten telkens opnieuw, in iets andere vorm, maar met op hoofdlijnen dezelfde klachten, aan de orde te stellen. Van uitzonderlijke omstandigheden die tot een ander oordeel moeten leiden is de voorzitter niet gebleken. Dat betekent dat de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:24 Raad van Discipline Amsterdam 23-869/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht over het handelen van verweerster in haar hoedanigheid van deken is kennelijk niet-ontvankelijk wegens misbruik van klachtrecht

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:25 Raad van Discipline Amsterdam 23-871/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij. Niet gebleken is dat verweerder zijn derdengeldrekening voor oneigenlijke doeleinden heeft gebruikt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:26 Raad van Discipline Amsterdam 24-004/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht in beide onderdelen niet-ontvankelijk vanwege de termijnoverschrijding van drie jaar.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:27 Raad van Discipline Amsterdam 24-007/A/A

    Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over de dienstverlening door de eigen advocaat in een strafzaak; Verweerder heeft in voldoende mate voldaan aan de eisen van gedragsregel 16 lid 1.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:28 Raad van Discipline Amsterdam 24-010/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht tegen de advocaat van de wederpartij kennelijk niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang voor klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:29 Raad van Discipline Amsterdam 23-827/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in alle onderdelen kennelijk ongegrond. De verschillende klachtonderdelen zijn door klager deels onvoldoende onderbouwd en missen feitelijke grondslag.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:30 Raad van Discipline Amsterdam 23-912/A/A

    Voorzittersbeslissing; Klacht betreft het handelen van verweerder als advocaat wederpartij. De klacht is gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang en gedeeltelijk kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:31 Raad van Discipline Amsterdam 24-015/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de dienstverlening door de (voormalig) eigen advocaat kennelijk ongegrond. Verweerster heeft gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:32 Raad van Discipline Amsterdam 24-019/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht tegen een advocaat die optreedt in een andere hoedanigheid is in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Uit niets blijkt dat verweerder met zijn handelen het vertrouwen in de advocatuur zou hebben geschaad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:33 Raad van Discipline Amsterdam 23-675/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat in medische aansprakelijkheidskwestie. Kwaliteit dienstverlening. Verweerster kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Op het moment dat Achmea verweerster inschakelde voor een second opinion lagen er al twee, voor klaagster ongunstige, deskundigenrapporten. Er was dan ook van begin af aan geen rooskleurig perspectief voor de zaak van klaagster. Uit de overgelegde e mails en de verdere communicatie van verweerster met klaagster is de raad niet gebleken van een gebrek aan empathie bij verweerster voor de situatie waarin klaagster zich na de operatie bevindt. Hoe verdrietig en teleurstellend de uitkomst van de operatie en de door verweerster gegeven second opinion voor klaagster ook is, verweerster heeft datgene gedaan wat van haar in het kader van de second opinion verwacht mocht worden. De klacht is daarom ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:34 Raad van Discipline Amsterdam 23-729/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Niet gebleken van klachtwaardig handelen. Los van de vraag of hij daartoe gehouden was, heeft verweerder (de advocaat van) klaagster uitleg gegeven over de bankrekening van en heeft hij een alternatieve bankrekening voorgesteld waar klaagster het door de rechtbank vastgestelde bedrag naar kon overmaken. Voor de standpunten van klaagster dat verweerder heeft meegewerkt aan een verdachte financiële transactie en dat verweerder haar schimmige rekeningnummers heeft gegeven, zijn geen aanknopingspunten in het dossier te vinden. De omstandigheid dat klaagster klaarblijkelijk vraagtekens zet bij het gebruik van de bankrekening van de schoonzus van de cliënt van verweerder, betekent niet dat verweerder klachtwaardig heeft gehandeld. De klacht is dan ook ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:35 Raad van Discipline Amsterdam 23-788/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. In deze zaak heeft verweerder steken laten vallen op het gebied van voortvarendheid en communicatie met zijn cliënt, terwijl verweerder uit de berichten van klager had moeten kunnen afleiden hoe belangrijk een voortvarende aanpak en een duidelijke communicatie voor klager waren. De aard en ernst hiervan rechtvaardigen de oplegging van een maatregel. Bij de oplegging van een maatregel wordt rekening gehouden met de omstandigheden van deze zaak en ook met het tuchtrechtelijke verleden van verweerder. Uit dat verleden blijkt dat de raad in 2022 een berisping aan verweerder heeft opgelegd voor vergelijkbaar klachtwaardig handelen op het gebied van de communicatie met zijn cliënt. De raad ziet in deze zaak ook aanleiding om aan verweerder een berisping op te leggen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:36 Raad van Discipline Amsterdam 23-613/A/A

    Verzetbeslissing. Bij de beoordeling van de klacht heeft de voorzitter de juiste toetsingsmaatstaf toegepast. Ook heeft de voorzitter rekening gehouden met alle noodzakelijke informatie en omstandigheden die van belang zijn bij de beoordeling van de klachtonderdelen. Geen nieuwe gezichtspunten. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:37 Raad van Discipline Amsterdam 23-614/A/NH

    Verzetbeslissing. Uit de beslissing van de voorzitter blijkt dat deze op 30 oktober 2023 naar klager en verweerder is verzonden. Klager kon dus uiterlijk 29 november 2023 een verzetschrift bij de griffie van de raad indienen. De raad heeft het verzetschrift van klager echter pas op 30 november 2023, een dag te laat, ontvangen en op die datum was de verzettermijn al verlopen. De omstandigheden dat klager, tijdens de verzettermijn, ziek was en dat hij na twee weken iemand om hulp heeft gevraagd bij het opstellen en indienen van een verzetschrift omdat hij moeite heeft met schrijven in het Nederlands, komen voor risico van klager. Er is geen reden om de overschrijding van de verzettermijn toelaatbaar te achten. Het verzet is daarom niet ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:38 Raad van Discipline Amsterdam 23-784/A/NH 23-785/A/NH

    Raadsbeslissing; Betreft klachten over de advocaat van de wederpartij en zijn waarnemer. De klachten zijn (gedeeltelijk) gegrond. Er is wegens strijd met gedragsregels 25 en 8 tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Aan beide verweerders is een waarschuwing met kostenveroordeling opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:39 Raad van Discipline Amsterdam 23-893/A/NH

    Raadsbeslissing; Ongegronde klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van verweerder. Niet gebleken is dat verweerder traag is of dat hij zijn afspraken niet is nagekomen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:40 Raad van Discipline Amsterdam 24-003/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij. Het is de voorzitter niet gebleken dat verweerster de grenzen van de aan haar in haar hoedanigheid van advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid heeft overschreden. Verweerster heeft steeds de mogelijkheid opengehouden dat de vrouw met klager tot een minnelijke regeling zou komen. Voor het bereiken van een onderlinge oplossing dienden klager en de vrouw evenwel beiden mee te werken en verweerster kon haar cliënte hiertoe niet dwingen. Dat de toonzetting van de mailberichten stevig was en dat verweerster in deze berichten heeft aangekondigd een gerechtelijke procedure te zullen starten, is onvoldoende om haar tuchtrechtelijk een verwijt te maken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:41 Raad van Discipline Amsterdam 24-044/A/A 24-054/A/A 24-055/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaten van de wederpartij. De klacht over het kantoor is kennelijk niet-ontvankelijk, omdat de klacht niet gaat over de organisatie van het advocatenkantoor als zodanig.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:42 Raad van Discipline Amsterdam 24-046/A/A

    Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtzaak. Van schending van gedragsregels 7 en 8 is geen sprake.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:43 Raad van Discipline Amsterdam 23-824/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de dienstverlening door de eigen advocaat ongegrond. Tegenover de gemotiveerde betwisting door verweerster, heeft klager niet aannemelijk gemaakt dat verweerster de (gerechtvaardigde) indruk bij hem heeft gewekt dat zij hoger beroep (in zaak a) voor klager zou instellen. Verweerster heeft gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:44 Raad van Discipline Amsterdam 23-831/A/NH

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening door de eigen advocaat ongegrond. Verweerder heeft binnen de grenzen gehandeld van de beleidsvrijheid die hij als advocaat heeft en van enige onzorgvuldigheid aan de kant van verweerder is de raad niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:45 Raad van Discipline Amsterdam 23-631/A/NH 23-632/A/NH 23-633/A/NH

    Verzetbeslissing. De raad verklaart het verzet ongegrond.