Zoekresultaten 51-100 van de 2994 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:122 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-264/DH/RO
- Datum publicatie: 03-06-2026
- Datum uitspraak: 27-05-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:122
Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk omdat niet tijdig is geklaagd.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:116 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-572/DH/DH
- Datum publicatie: 03-06-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:116
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:129 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-287/DH/DH
- Datum publicatie: 03-06-2026
- Datum uitspraak: 03-06-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:129
Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de opvolgend advocaat in hoger beroep in een kwestie over vaderschap. Van nalatigheid door verweerster is niet gebleken. In het appelschrift was al aandacht besteed aan de door klaagster genoemde punten. Het was niet verweersters taak dat nog eens allemaal te herhalen. Verweerster heeft klaagster terecht gewezen op de mogelijkheid om cassatie in te stellen en heeft toegelicht waarom herziening/herroeping op dat moment niet mogelijk was. Klachten kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:135 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-038/AL/NN
- Datum publicatie: 03-06-2026
- Datum uitspraak: 01-06-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:135
Klacht over de eigen advocaat. Aannemelijk is dat de advocaat uren heeft gedeclareerd die hij niet heeft gemaakt ofwel dat de advocaat voor de door hem die dag wel verrichte werkzaamheden veel meer tijd in rekening heeft gebracht dan deze werkzaamheden hebben geduurd. De advocaat heeft in strijd gehandeld met de kernwaarde financiële integriteit. Verder heeft de advocaat op ongepaste wijze gedreigd met het starten van kortgedingprocedure tegen klager. Maatregel onvoorwaardelijke schorsing voor vier weken.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:123 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-269/DH/RO
- Datum publicatie: 03-06-2026
- Datum uitspraak: 27-05-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:123
Voorzittersbeslissing. Klacht over een advocaat in de hoedanigheid van executeur van een nalatenschap. Klacht deels niet-ontvankelijk omdat daarover te laat is geklaagd. Het is in beginsel niet aan de tuchtrechter om geschillen te beslechten over het optreden van een executeur. Dat is aan de kantonrechter. Niet gebleken dat verweerder het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:117 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-611/DH/DH
- Datum publicatie: 03-06-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:117
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:130 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-289/DH/RO
- Datum publicatie: 03-06-2026
- Datum uitspraak: 03-06-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:130
Voorzittersbeslissing. Verweerder heeft niet klachtwaardig gehandeld door een second opinion te geven aan een (voormalig) cliënt van klaagster en het door klaagster opgebouwde dossier in te zien. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:111 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-444/DH/RO
- Datum publicatie: 03-06-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:111
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:124 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-277/DH/DH
- Datum publicatie: 03-06-2026
- Datum uitspraak: 27-05-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:124
Voorzittersbeslissing. Klacht over een advocaat in de hoedanigheid van hulppersoon van een curator. Verweerder is aanwezig geweest bij een taxatie van een woning. Van actieve betrokkenheid bij het taxatieproces, anders dan verweerders enkele fysieke aanwezigheid, is niet gebleken. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:118 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-641/DH/RO
- Datum publicatie: 03-06-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:118
Gegrond verzet: in de voorzittersbeslissing is het juiste toetsingskader opgenomen, maar dit is niet juist toegepast. Anders dan de voorzitter, is de raad van oordeel dat klager in december 2021 weliswaar het volledige dossier heeft ontvangen, maar dat niet van hem verwacht wordt dat hij dat volledig nakijkt. Pas in mei 2022 is klager bekend geworden met de e-mailwisseling van september 2021. De klacht is dan ook ontvankelijk. Verweerder was echter niet gehouden de betreffende mailwisseling met klager te delen, omdat deze gen belangrijke c.q. relevante informatie bevatte. De mailwisseling zag namelijk op een heel andere situatie. Klacht daarom ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:106 Raad van Discipline Amsterdam 25-709/A/A
- Datum publicatie: 01-06-2026
- Datum uitspraak: 01-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:106
Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening en excessief declareren. Verweerder heeft het vertrouwen in de advocatuur geschaad door te handelen in strijd met de in de advocatuur belangrijke kernwaarden deskundigheid en (financiële) integriteit. Dat is tuchtrechtelijk verwijtbaar. De aard en ernst daarvan rechtvaardigen de oplegging van een maatregel. In dat verband rekent de raad het verweerder zwaar aan dat hij op geen enkel moment schriftelijk aan klager heeft bevestigd welk risico er kleeft aan de processtrategie om de verklaring van klager te wijzigen, terwijl er al een andersluidende verklaring van klager in het strafdossier zat. Door deze processtrategie wordt de in zedenzaken zo belangrijke betrouwbaarheid van (de verklaring van) de verdachte, klager, aangetast. Verder rekent de raad het verweerder zwaar aan dat hij excessief voor de verrichte werkzaamheden heeft gedeclareerd in een relatief eenvoudig strafdossier van beperkte omvang en dat hij klager voorafgaand aan zijn werkzaamheden geen inschatting heeft gegeven van de totale kosten. Ook het niet maandelijks verstrekken van overzichten, zoals door het kantoor van verweerder toegezegd, en de onoverzichtelijke en niet transparante opdrachtbevestiging en declaraties, waardoor ook ter zitting onduidelijkheid bestond over wat er in totaal is gedeclareerd en welke declaraties klager heeft betaald, is ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar. Voorwaardelijke schorsing van vier weken.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:107 Raad van Discipline Amsterdam 25-710/A/A
- Datum publicatie: 01-06-2026
- Datum uitspraak: 01-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:107
Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Verweerster heeft ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door excessief te declareren, vooraf geen kosteninschatting te geven, geen transparante opdrachtbevestiging en declaraties te verstrekken en door geen maandelijkse overzichten te verstrekken. Dit raakt aan de kernwaarde (financiële) integriteit. De aard en ernst daarvan rechtvaardigen de oplegging van een maatregel. Daarbij weegt de raad mee dat excessief is gedeclareerd in een relatief eenvoudig strafdossier van beperkte omvang. Ook weegt de raad mee dat verweerster voorafgaand aan de werkzaamheden geen inschatting heeft gegeven van de werkzaamheden en bijbehorende totale kosten en dat er door de onoverzichtelijke en niet transparante opdrachtbevestiging en declaraties ook ter zitting onduidelijkheid bestond over wat er in totaal is gedeclareerd en welke declaraties klager heeft betaald. Tot slot weegt de raad mee dat verweerster ter zitting heeft erkend dat er geen maandelijkse urenoverzichten zijn gestuurd, dat verweerster feitelijk niet de behandelend advocaat in de strafzaak van klager is geweest en dat aan verweerster niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:129 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-241/AL/MN
- Datum publicatie: 01-06-2026
- Datum uitspraak: 01-06-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:129
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:167 Hof van Discipline 's Gravenhage 250305
- Datum publicatie: 01-06-2026
- Datum uitspraak: 29-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:167
Klacht over advocaat in haar hoedanigheid van deken. De klacht ziet op de manier waarop verweerster met een brief van klager is omgegaan. Verweerster valt daarvan geen tuchtrechtelijk verwijt te maken. Verweerster had uit de brief niet hoeven opmaken dat dit een nieuwe klacht betrof. De brief bevat namelijk geen concrete klacht maar een verzoek om reactie c.q. duidelijkheid op klagers vragen. Verweerster heeft daar correct en zakelijk op gereageerd.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:130 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-246/AL/GLD
- Datum publicatie: 01-06-2026
- Datum uitspraak: 01-06-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:130
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:126 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-866/AL/GLD
- Datum publicatie: 29-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:126
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de huwelijkse voorwaarden van klager en haar echtgenoot bij de rechtbank op te vragen. Het opvragen van de huwelijkse voorwaarden stond verweerster in het belang van haar cliënte vrij en zij had daar geen toestemming van klaagster voor nodig. Het huwelijksgoederenregister is een openbaar register bedoeld voor derdenwerking, zodat echtgenoten onderling beschermd zijn tegen aanspraken van derden op hun privévermogens. Het staat niet vast dat het opvragen van huwelijkse voorwaarden uit dit register door een advocaat namens een cliënt evident niet mag. Ook binnen de advocatuur is het niet duidelijk of er een algemene regel is dat het opvragen van huwelijkse voorwaarden door advocaten zonder toestemming van betrokkenen niet is toegestaan. Klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:127 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-882/AL/MN
- Datum publicatie: 29-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:127
Raadsbeslissing. Gegronde klacht over eigen advocaat. Kwaliteit van de dienstverlening. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door er niet (tijdig) voor te zorgen dat klager en verweerder de zitting samen online zouden kunnen bijwonen. Daardoor is de mogelijkheid tot communicatie van klager met verweerder tijdens de zitting in negatieve zin beïnvloed. Ook het niet schriftelijk informeren van klager over de uitsluitingsclausule en de gevolgen daarvan is tuchtrechtelijk verwijtbaar. De aard en ernst van deze gegronde tuchtrechtelijke verwijten rechtvaardigen de oplegging van een maatregel. Daarbij houdt de raad rekening met alle omstandigheden van deze klachtzaak, waaronder het door verweerder ter zitting getoonde zelfinzicht en het door verweerder gewijzigde intakeformulier dat op zijn kantoor wordt gebruikt in echtscheidingszaken. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:128 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-016/AL/MN
- Datum publicatie: 29-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:128
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in echtscheidingskwestie. Bij het indienen van het echtscheidingsverzoek is verweerster niet over een nacht ijs gegaan. Verweerster is op basis van haar eigen waarneming tijdens haar gesprekken met de man en naar aanleiding van de informatie van de bewindvoerder/mentor van de man en de zorgverantwoordelijke in het verzorgingstehuis uiteindelijk tot de conclusie gekomen dat de man zijn wil kon bepalen ten aanzien van het echtscheidingsverzoek. De aan de orde zijnde CIZ-indicatie betekent niet automatisch dat een advocaat voor de betreffende cliënt nooit een verzoek tot echtscheiding mag indienen. De man stond ook niet onder curatele, dus hij was niet handelingsonbekwaam en de kantonrechter heeft de man toestemming gegeven voor het starten van de echtscheidingsprocedure. De bewindvoerder heeft zich daar evenmin tegen verzet. Klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:166 Hof van Discipline 's Gravenhage 250387
- Datum publicatie: 29-05-2026
- Datum uitspraak: 01-06-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:166
Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft in een faillissementskwestie kennis genomen van een machtiging tot binnentreden die door de rechtbank abusievelijk niet naar de curator is gestuurd, maar naar het advocatenkantoor van verweerder. De brief waarin de machtiging was opgenomen, was niet gericht aan een specifieke geadresseerde, maar “Aan ieder die dit aangaat”. Verweerder heeft nadat hij kennis had genomen van de inhoud van deze brief contact opgenomen met de curator en zijn cliënt geïnformeerd, aan wie ook de brief van de rechter-commissaris is doorgestuurd. Het hof bekrachtigt het oordeel van de raad dat deze handelwijze van verweerder tuchtrechtelijk niet verwijtbaar is.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:125 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-855/AL/NN
- Datum publicatie: 28-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:125
Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. De raad kan niet vaststellen dat verweerder de handtekening van de heer Y op de vaststellingsovereenkomst (vso) heeft laten vervalsen. Geen van partijen heeft het betreffende document van de vso dat overgelegd en ter zitting is het ook niet duidelijk geworden hoe de heer X namens de heer Y heeft getekend en of daar bijvoorbeeld ‘in opdracht’ of ‘per opdracht’ bij is gezet, zodat de raad over de gang van zaken rondom de door de heer X namens de heer Y gezette handtekening verder niet kan oordelen. Verder oordeelt de raad dat de omstandigheid dat de heer Y de vso voorafgaand aan zijn akkoord niet had gelezen, dat hij niet wist waar hij akkoord mee ging en dat het hem pas later duidelijk werd wat werkelijk was vastgelegd, verweerder niet kan worden verweten. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:165 Hof van Discipline 's Gravenhage 260167
- Datum publicatie: 28-05-2026
- Datum uitspraak: 28-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:165
Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46 c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet bedoeld om het hof te verzoeken te interveniëren in een lopend klachtonderzoek van een deken, waartoe het hof overigens ook geen wettelijke bevoegdheid heeft. Evenmin is het klachtrecht bedoeld om te klagen over procedurele beslissingen die een deken tijdens het klachtonderzoek neemt (zoals het hanteren van termijnen).
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:124 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-267/AL/MN
- Datum publicatie: 28-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:124
Voorzittersbeslissing over de eigen advocaat in een letselschadeclaim. Naar het oordeel van de voorzitter is verweerster op zorgvuldige wijze voor klager opgetreden. Verweerster was bij haar handelen beperkt door het juridisch kader van een letselschadezaak. Niettemin heeft zij de van klager ontvangen berichten op zijn verzoek ook aan de wederpartij, medisch adviseur en deskundige verstrekt. Vast staat dat die informatie van klager door de deskundige ook in zijn beoordeling is betrokken. Toen verweerster bemerkte dat klager en zij uiteenlopende visies op de wijze van aanpak van de zaak kregen, heeft zij klager gewezen op de mogelijkheid om een second opinion via DAS te vragen. Gezien de stand van zaken in het dossier, de constatering van verweerster dat zij - anders dan klager - geen redelijke kans van slagen meer zag, kon verweerster niet anders dan besluiten om met haar werkzaamheden in de zaak van klager te stoppen. Dat heeft zij naar het oordeel van de voorzitter op zorgvuldige wijze gedaan door klager tijdig en duidelijk te wijzen op de ophanden zijnde verjaring en zijn mogelijkheden. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:121 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-126/AL/GLD
- Datum publicatie: 27-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:121
Voorzittersbeslissing. De klacht van een derde wordt deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:122 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-183/AL/NN
- Datum publicatie: 27-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:122
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart de klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de klachttermijn.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:123 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-198/AL/MN
- Datum publicatie: 27-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:123
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:62 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-257/DB/ZWB
- Datum publicatie: 26-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:62
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Voor zover de klacht betrekking heeft op schending van de AVG is de raad niet bevoegd. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond omdat niet is gebleken dat verweerder feiten heeft gesteld waarvan hij de onjuistheid kende of behoorde te kennen, noch dat hij zich onnodig grievend over klaagster heeft uitgelaten.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:63 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-258/DB/ZWB
- Datum publicatie: 26-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:63
Voorzittersbeslissing. Klacht van een derde. Voor zover de klacht strafrechtelijke kwalificaties bevat is de raad niet bevoegd. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond omdat niet is gebleken dat verweerder feiten heeft gesteld waarvan hij de onjuistheid kende of behoorde te kennen, noch dat hij zich onnodig grievend over klager heeft uitgelaten.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:64 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-256/DB/ZWB
- Datum publicatie: 26-05-2026
- Datum uitspraak: 26-05-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:64
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat in de hoedanigheid van deken. De voorzitter stelt vast dat de klacht ziet op optreden van verweerster in de periode van 7 juni 2021 tot 17 maart 2022. De voorzitter overweegt dat klaagster, die al ruim 25 jaar werkzaam is als advocaat, bekend mag worden verondersteld met de wettelijke regeling van de vervaltermijnen voor tuchtklachten. Klaagster heeft zich bij brief van 2 mei 2025, derhalve na het verstrijken van de in artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet bedoelde termijn, met een klacht over verweerster tot het Hof van Discipline gewend. Niet is gebleken dat klaagster niet eerder dan op 2 mei 2025 heeft kunnen klagen. Van een verschoonbare termijnoverschrijding is geen sprake. Dat sprake zou zijn van de in artikel 46g lid 2 Advocatenwet bedoelde situatie is voorts evenmin gebleken. Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:162 Hof van Discipline 's Gravenhage 260040
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 22-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:162
Beklag artikel 13 Advocatenwet. Klager heeft om aanwijzing van een advocaat verzocht voor een huurgeschil. Zoals de deken terecht heeft aangegeven, moeten huurgeschillen worden aangebracht bij de kantonrechter. Voor een procedure bij de kantonrechter is geen bijstand van een advocaat vereist. Klager mag zelf een procedure voor de kantonrechter starten. Nu op grond van artikel 13 Advocatenwet door de deken alleen een advocaat kan worden aangewezen in zaken waarin vertegenwoordiging door een advocaat is voorgeschreven, dan wel bijstand uitsluitend door een advocaat kan geschieden, is het hof van oordeel dat de deken klagers verzoek om aanwijzing terecht heeft afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:105 Raad van Discipline Amsterdam 26-281/A/NH
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:105
Voorzittersbeslissing; klacht niet-ontvankelijk vanwege een niet-verschoonbare termijnoverschrijding.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:163 Hof van Discipline 's Gravenhage 260008
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 22-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:163
Hoger beroep niet-ontvankelijk. Verweerder is bij beslissing van de raad van 8 december geschorst in de uitoefening van zijn praktijk als advocaat op grond van artikel 60ab lid 1 Advocatenwet. De raad heeft daarbij de termijn als bedoeld in artikel 60ab lid 5 Advocatenwet (indienen dekenbezwaar) op zes weken bepaald. Verweerder heeft zich op 18 december 2025 uitgeschreven als advocaat. De deken heeft daarop besloten om geen dekenbezwaar in te dienen. Uit artikel 60ab lid 5 Advocatenwet volgt dat de schorsing na de termijn van zes weken van rechtswege vervalt als niet binnen die termijn een dekenbezwaar is ingediend. Nu dat niet is gebeurd, is de aan verweerder opgelegde schorsing in de uitoefening van zijn praktijk als advocaat komen te vervallen. Gelet hierop heeft verweerder geen belang meer bij een beoordeling van de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:164 Hof van Discipline 's Gravenhage 260005
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 22-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:164
Het verzet tegen voorzittersbeslissing waarbij een klacht niet is verwezen is ongegrond. Voor zover klager heeft aangevoerd dat de voorzittersbeslissing is genomen zonder dat sprake is geweest van hoor-en wederhoor, wijst het hof erop dat er in de procedure in verzet invulling is gegeven aan dit beginsel door het bieden van de mogelijkheid van verweer, re- en dupliek. Hiervan is door klager en verweerster ook gebruikgemaakt. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan die van de voorzitter. Klager heeft de mogelijkheid gehad om bij de Raad van Discipline zijn standpunt over het dekenbezwaar, de wijze van totstandkoming ervan en het handelen van de deken in dat kader naar voren te brengen. Van die mogelijkheid heeft klager gebruik gemaakt. Dat betekent dat klager niet alsnog zijn bezwaren over -het handelen van- de deken aan de orde kan stellen door middel van een klacht tegen de deken. Daar is het klachtrecht niet voor bedoeld.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:101 Raad van Discipline Amsterdam 26-284/A/NH
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:101
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over verweerder in hoedanigheid van deken.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:159 Hof van Discipline 's Gravenhage 260085
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 22-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:159
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Naar het oordeel van het hof heeft de deken zich terecht op het standpunt gesteld dat de procedure waarvoor klager om aanwijzing van een advocaat heeft verzocht bij de kantonrechter kan worden gevoerd. Bijstand van een advocaat is daarbij niet vereist. Ook onderschrijft het hof het standpunt van de deken dat het starten van een executiegeschil -in kort geding- geen redelijke kans van slagen heeft nu vaststaat dat het vonnis en de dwangbevelen waarvan klager schorsing wenst alle onaantastbaar zijn. Terecht heeft de deken erop gewezen dat voor uitspraken waartegen geen rechtsmiddelen (meer) openstaan slechts grond voor schorsing bestaat ingeval van -kort gezegd- misbruik van bevoegdheid (art. 3:13 BW). Datzelfde geldt voor dwangbevelen die onaantastbaar zijn.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:102 Raad van Discipline Amsterdam 26-279/A/A
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:102
Voorzittersbeslissing; klacht is kennelijk ongegrond. Het staat verweerster vrij om een zaak al dan niet aan te nemen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:160 Hof van Discipline 's Gravenhage 260042
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 22-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:160
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De deken heeft aan klaagster een advocaat aangewezen voor het hoger beroep tegen een vonnis van de kantonrechter. Vervolgens heeft klaagster een herhaald verzoek gedaan om aanwijzing van een advocaat voor dezelfde procedure. Het hof is van oordeel dat de deken op goede gronden heeft geweigerd aan klaagsters herhaalde verzoek te voldoen. Het standpunt van de deken dat het feit dat de aangewezen advocaat zich heeft onttrokken geen reden geeft voor aanwijzing van een nieuwe advocaat wordt door het hof onderschreven. De deken heeft er terecht op gewezen dat de aangewezen advocaat ‘dominus litis’ is. Het hof onderschrijft de toelichting van de deken dat de advocaat – in overleg met klaagster – de strategie bepaalt in de zaak. De advocaat mag geen handelingen verrichten tegen klaagsters wil, maar wanneer er sprake is van een verschil van mening over wat in de procedure naar voren moet worden gebracht, kan klaagster de advocaat niet dwingen bepaalde argumenten aan te voeren of om bepaalde incidenten op te werpen. Wanneer er geen overeenstemming kan worden bereikt over de strategie in de zaak, mag de aangewezen advocaat zich onttrekken. De deken heeft bij de eerste aanwijzing al te kennen gegeven dat dit geen reden zal zijn om een nieuwe advocaat aan te wijzen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:103 Raad van Discipline Amsterdam 26-272/A/A 26-276/A/A
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:103
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaten van de wederpartij. Geen sprake van rauwelijks dagvaarden, het niet-meewerken aan verplaatsing zittingsdatum of het doen van valse verklaringen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:161 Hof van Discipline 's Gravenhage 260041
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 22-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:161
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De deken heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat voor de procedure die klager wil voeren verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat niet noodzakelijk is. Het betreft een procedure bij de kantonrechter, waarvoor geen verplichte procesvertegenwoordiging geldt. De verplichting voor de deken om op grond van artikel 13 Advocatenwet een advocaat aan te wijzen geldt alleen voor personen die een advocaat zoeken voor een procedure waarbij een advocaat verplicht is of voor een procedure waarin zij uitsluitend door een advocaat kunnen worden bijgestaan.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:104 Raad van Discipline Amsterdam 26-270/A/A
- Datum publicatie: 22-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:104
Voorzittersbeslissing; klacht over verweerder in zijn hoedanigheid van klachtenfunctionaris kennelijk ongegrond. Vertrouwen advocatuur niet geschaad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:156 Hof van Discipline 's Gravenhage 250119
- Datum publicatie: 20-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:156
Deze procedure betreft een klacht die is ingediend door klaagster en een andere klaagster, hierna aangeduid als klaagster respectievelijk klaagster sub 2 (hierna gezamenlijk: klaagsters). Samenhang met 250108D. De Raad van Discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch (hierna: de raad) heeft klaagster sub 2 niet-ontvankelijk verklaard in alle klachtonderdelen. Daartegen is klaagster sub 2 niet opgekomen. De raad heeft geoordeeld dat verweerder in strijd met de kernwaarde (financiële) integriteit heeft gehandeld, omdat het door hem gedreven Advocatenkantoor, waarvan verweerder (middellijk) enig aandeelhouder en enig bestuurder is, excessief heeft gedeclareerd. De raad heeft verweerder een schorsing voor de duur van twaalf weken opgelegd. Verweerder komt van die beslissing in hoger beroep. Ook klaagster komt in hoger beroep.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:157 Hof van Discipline 's Gravenhage 250108D
- Datum publicatie: 20-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:157
Dekenbezwaar. Samenhang met 250119. De raad heeft geoordeeld dat verweerder in strijd heeft gehandeld met de kernwaarde financiële integriteit (artikel 10a Advocatenwet), omdat het onder zijn verantwoordelijkheid gedreven Advocatenkantoor, waarvan verweerder (middellijk) enig aandeelhouder en enig bestuurder is, excessief heeft gedeclareerd. De raad heeft verweerder een schorsing voor de duur van twaalf weken opgelegd. Verweerder komt van die beslissing in hoger beroep.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:158 Hof van Discipline 's Gravenhage 250114D 250115D 250116D
- Datum publicatie: 20-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:158
Dekenbezwaar. Verhouding tuchtrechter en bestuursrechter. De deken heeft tegen verweerder dekenbezwaren ingediend wegens het niet voldoen aan de uitvraag van de financiële kengetallen. Verweerders hebben gemotiveerd bezwaar gemaakt tegen deze uitvraag en latere uitvragen en hebben geweigerd aan alle verzoeken te voldoen. Na de uitspraak van dit hof van 15 november 2021 (“de kengetallenzaak”) hebben verweerders een bestuursrechtelijke procedure gestart. Aanvankelijk is de tuchtrechtelijke procedure in afwachting daarvan aangehouden. In mei 2024 heeft de deken aan verweerders ook een last onder dwangsom opgelegd. De raad heeft op enig moment verdere aanhouding afgewezen. De raad heeft het dekenbezwaar gegrond verklaard maar geen maatregel opgelegd. Na de beslissing van de raad heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 1 mei 2024 bevestigd. In die uitspraak was geoordeeld dat de uitvraag een feitelijke handeling is, waartegen bestuursrechtelijk geen bezwaar en beroep openstaat. Inmiddels loopt er bij de Afdeling een hoger beroepszaak over de rechtmatigheid van de uitvraag naar aanleiding van een door de deken Gelderland opgelegde last onder dwangsom wegens het niet voldoen aan een uitvraag. Het hof acht het opportuun om de uitkomst van thans lopende procedure over de rechtmatigheid van de uitvraag bij Afdeling af te wachten. Het hof houdt de behandeling van de wederzijdse beroepen aan.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:106 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-137/DH/DH
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 13-05-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:106
Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een geschil met een onderwijsinstelling. Van belangenverstrenging of een gebrek aan onafhankelijkheid van de advocaat is niet gebleken. Als klager in detentie bezoek van verweerder had gewild, dan had hij verweerder over zijn detentie moeten informeren en hem moeten vragen langs te komen. Geen sprake van onvoldoende deskundigheid. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:107 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-138/DH/RO
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 13-05-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:107
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Verweerster is binnen de aan haar toekomende vrijheid gebleven bij het behartigen van de belangen van haar cliënt, door het inbrengen van het vonnis uit klaagsters procedure in een procedure van haar cliënte tegen een andere ex-partner. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:120 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-835/AL/OV
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:120
Klager is door verweerder bijgestaan in verschillende zaken. Naar het oordeel van de raad is verweerder tekortgeschoten in zijn zorgplicht door financiële afspraken onvoldoende duidelijk vast te leggen, zoals gedragsregel 16 vereist. In een aantal dossiers heeft verweerder geen opdrachtbevestiging aan klager gestuurd. Daarnaast ontbreekt een stuk van verweerder met daarin en inschatting van te verwachten kosten en kansen. Tussentijdse facturen waarin de reeds gemaakte uren helder zijn vermeld, ontbreken eveneens bij de stukken. Dit alles heeft ertoe geleid dat klager in het ongewisse is gebleven over belangrijke financiële informatie, waarover hij wel had moeten kunnen beschikken. Hierin is verweerder ook tekortgeschoten in zijn zorgplicht. Deze omstandigheden in combinatie met het tuchtrechtelijk verleden van verweerder leiden tot oplegging van een deels voorwaardelijke (4 weken) en deels onvoorwaardelijke schorsing (2 weken).
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:108 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-140/DH/RO
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 13-05-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:108
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een familierechtelijke procedure. Het stond verweerder vrij om alleen een procedure over de onderhoudsbijdrage aan de jongste zoon van klager te willen starten, omdat hij in de andere zaken onvoldoende slagingskans zag. Niet gebleken dat verweerder zich onvoldoende heeft ingezet. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:152 Hof van Discipline 's Gravenhage 260021
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:152
Artikel 13 lid 1 Advocatenwet. Beklag ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:109 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-209/DH/MN
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 13-05-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:109
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een KIFID-procedure. Verweerster mocht standpunten innemen die afwijken van klaagsters beleving en mocht procedurele verzoeken doen. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:153 Hof van Discipline 's Gravenhage 250459
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:153
Klacht over advocaat wederpartij. Klaagster heeft een klacht ingediend over de advocaat van haar (oud)-werkgever. Zij verwijt verweerster dat zij in de procedure over de ontbinding van de arbeidsovereenkomst brieven heeft overgelegd, terwijl de werkgever in een eerdere kortgedingprocedure was veroordeeld deze brieven uit het personeelsdossier van klaagster te verwijderen. Ook verwijt klaagster verweerster gebruik te hebben gemaakt van gegevens afkomstig van het UWV, die de werkgever door middel van een datalek heeft verkregen. Tot slot stelt klaagster dat verweerster zich onprofessioneel heeft gedragen tijdens een schorsing van de zitting. De raad heeft de klachten van klaagster ongegrond verklaard. Het hof is het daarmee eens en bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:154 Hof van Discipline 's Gravenhage 250443
- Datum publicatie: 19-05-2026
- Datum uitspraak: 18-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:154
Dekenbezwaar. De deken verwijt verweerder dat hij verzuimd heeft zorg te dragen voor continuïteit en bereikbaarheid van zijn praktijk gedurende zijn vakantie en dat verweerder ook voor de deken niet goed bereikbaar was en geen gevolg heeft gegeven aan herhaalde informatieverzoeken en gemaakte afspraken. Ook de financiële continuïteit van de praktijk van verweerder is volgens de deken niet gewaarborgd en tot slot gebruikt verweerder in zijn e-mailadres en de URL van de website van zijn kantoor het woord “advocaten”, terwijl verweerder een solopraktijk heeft. De raad heeft het bezwaar gegrond verklaard en aan verweerder een onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van 12 weken opgelegd. Het hof bekrachtigt het oordeel van de raad voor zover het bezwaar gegrond is verklaard. Het hof ziet echter, mede naar aanleiding van ontwikkelingen na de uitspraak van de raad, aanleiding de maatregel aan te passen tot een schorsing van 8 weken onvoorwaardelijk.