Zoekresultaten 1-50 van de 3236 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:255 Hof van Discipline 's Gravenhage 260295

    Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet bedoeld om te klagen over procedurele beslissingen die een deken tijdens het klachtonderzoek neemt (zoals het doorgeven van reactiemogelijkheden en termijnen aan partijen). Klager kan, na afronding van het klachtonderzoek door de deken en na betaling van het griffierecht, zijn klacht over mr. S laten toetsen door de raad van discipline. Binnen de kaders van die procedure kan klager al zijn bezwaren over het klachtonderzoek door de deken en de daarin door de deken genomen procedurele beslissingen onder de aandacht van de raad van discipline brengen. Daarom zal de voorzitter de klacht over de deken niet verwijzen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:256 Hof van Discipline 's Gravenhage 260300

    Op grond van het bepaalde in artikel 46c lid 5 Advocatenwet dient een klacht tegen een deken in beginsel te worden verwezen naar een deken van een andere orde. De voorzitter zal hiertoe echter niet beslissen en licht dit als volgt toe. De klacht van klager over verweerder heeft betrekking op het dekenaal onderzoek dat verweerder heeft uitgevoerd naar aanleiding van de tuchtklacht die klager over mr. W heeft ingediend. Een klacht over een deken is geen middel om de inhoud van een dekenvisie op een tuchtklacht over een andere advocaat ter discussie te stellen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:257 Hof van Discipline 's Gravenhage 260318

    Klacht over deken niet verwezen. Uit de mail waarin klager zijn klacht over de deken heeft ingediend, kan worden opgemaakt dat klager vindt dat de deken op basis van de door hem aangereikte informatie onderzoek moet doen. Het opvragen van een inventarislijst in reactie op de klacht van klager over mr. van D, is naar het oordeel van de voorzitter geen klachtwaardige reactie van de deken maar een -geoorloofd- verzoek om aanvulling/ verduidelijking van de klacht. Als klager opmerkingen heeft over het dekenonderzoek, dan kan hij deze, na afronding van het dekenale onderzoek en na betaling van het verschuldigde griffierecht, desgewenst voorleggen aan de tuchtrechter. Gelet hierop zal de klacht niet worden doorverwezen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:188 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-012/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijk geschil. Verweerder is met zijn uitlating (net) over de grens van het toelaatbare gegaan. Hij heeft met deze uitlating het geschil onnodig op de spits gedreven. Bij het opleggen van de maatregel weegt de raad mee dat verweerder niet getuigt van enige (zelf)reflectie. De raad volstaat staat met een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:182 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-434/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. Verweerder heeft als dominus litis de keuze kunnen maken om geluidsopnames pas in hoger beroep in te brengen. Niet gebleken dat een grief tardief is aangevoerd door toedoen van verweerder. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:189 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-708/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:183 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-504/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:190 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-872/DH/DH

    Gegrond verzet omdat de deken en de voorzitter uit zijn gegaan van een te beperkte klachtomschrijving. De raad ziet aanleiding om de zaak terug te verwijzen naar de deken voor nader onderzoek.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:184 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-505/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:185 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-889/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht van de VvE niet ontvankelijk vanwege een ontbrekende machtiging van de vergadering van eigenaars. Klacht van klaagster, die bestuurder was van de VvE, deels niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang en deels ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:186 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-022/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over het omzeilen van gedragsregel 25 door de advocaat van de wederpartij. De door de cliënt ingeschakelde vertegenwoordiger kan niet worden aangemerkt als een hulppersoon van verweerster. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:187 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-008/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over het handelen van de broer c.q. executeur in de nalatenschap van de ouders. Klacht ziet op handelen in 2004. Klager was daarmee in ieder geval in 2017 redelijkerwijs bekend. Klacht is daarom niet binnen de termijn ingediend en daarom niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:252 Hof van Discipline 's Gravenhage 260057

    Beroep bij het hof niet-ontvankelijk. De door appellante aangevoerde redenen leiden er niet toe dat de termijnoverschrijding als verschoonbaar kan worden aangemerkt. Het is de eigen keuze geweest van appellante om correspondentie van de deken en/of de raad niet te openen of niet daarop te reageren.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:177 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-399/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerster mocht het standpunt van haar cliënte, dat klager zich schuldig maakte aan fraude, verdedigen. Uit de processtukken blijkt uit de context dat het een standpunt van haar cliënte betreft. Zij heeft niet onzorgvuldig gehandeld. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:253 Hof van Discipline 's Gravenhage 260038

    Verzet ongegrond. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan die van de voorzitter. Uit de door klager overgelegde stukken leidt het hof af dat de klacht van klager over de deken nauw samenhangt met diens onvrede over het feit dat de deken heeft geweigerd om opnieuw een advocaat ten behoeve van klager aan te wijzen nadat de eerder bij beslissing van de deken van 23 januari 2026 ten behoeve van klager aangewezen advocaat een negatief procesadvies had verstrekt en de zaak daarom niet heeft aangenomen. Daarvan kan de deken echter geen verwijt worden gemaakt. Een deken is ook niet gehouden opnieuw een advocaat aan te wijzen als hij dat al heeft gedaan en de aangewezen advocaat niet aan al de wensen van een klager tegemoet komt (HvD 21 april 2017, ECLI:NL:TAHVD:2017:68). De voorziening van artikel 13 Advocatenwet is, anders dan klager lijkt te veronderstellen, geen absolute waarborg voor daadwerkelijke toegang tot de rechter.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:178 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-440/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over belangenverstrengeling. Klager is in 2015 cliënt geweest bij het kantoor van verweerder in verband met een echtscheiding. Verweerders treden nu op tegen twee vennootschappen waarvan klager bestuurder en aandeelhouder is geweest. Deze vennootschappen zijn nooit cliënt geweest van verweerders c.q. het kantoor, daarom is geen sprake van optreden tegen een (voormalig) cliënt. Zelfs als dat wel zo zou zijn, is voldaan aan de voorwaarden van gedragsregel 13 lid 3. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:254 Hof van Discipline 's Gravenhage 250107W

    Afwijzing verzoek tot wraking. De samenstelling van de kamer wordt vanaf een week voor de zitting gepubliceerd op de website van het hof. Verzoeker had na raadpleging van de curricula vitae van de leden van de kamer zijn verzoek tot wraking behoren in te dienen. Nu verzoeker dit eerst tijdens de zitting heeft gedaan, is zijn wrakingsverzoek tardief. Het hof is niet gebleken dat de nevenfuncties van verweerders een indicatie voor partijdigheid of vooringenomenheid zouden kunnen zijn (Hof van Discipline, 8 december 2023, ECLI:NL:TAHVD:2023:223). De toelichting van verzoeker op de wrakingsgronden 1, 5 en 6 alsook het proces-verbaal van de zitting leveren volgens het hof ook overigens geen aanwijzingen op voor het oordeel dat verweerders ten opzichte van verzoeker vooringenomen waren, althans dat de bij verzoeker bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is.Afwijzing verzoek tot wraking. De samenstelling van de kamer wordt vanaf een week voor de zitting gepubliceerd op de website van het hof. Verzoeker had na raadpleging van de curricula vitae van de leden van de kamer zijn verzoek tot wraking behoren in te dienen. Nu verzoeker dit eerst tijdens de zitting heeft gedaan, is zijn wrakingsverzoek tardief. Het hof is niet gebleken dat de nevenfuncties van verweerders een indicatie voor partijdigheid of vooringenomenheid zouden kunnen zijn (Hof van Discipline, 8 december 2023, ECLI:NL:TAHVD:2023:223). De toelichting van verzoeker op de wrakingsgronden 1, 5 en 6 alsook het proces-verbaal van de zitting leveren volgens het hof ook overigens geen aanwijzingen op voor het oordeel dat verweerders ten opzichte van verzoeker vooringenomen waren, althans dat de bij verzoeker bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:179 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-452/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verwijt is dat verweerder onrechtmatig en onzorgvuldig gebruik heeft gemaakt van klaagsters geheime woonadres. Verweerster mocht de gegevens opvragen bij de gemeente in verband met een te starten procedure. De gemeente had de gegevens niet mogen verstrekken, althans aan verweerster moeten melden dat die geheim waren. Voor verweerster was op geen enkele manier kenbaar dat klaagsters gegevens geheim waren. Verweerster kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:180 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-473/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ne bis in idem-beginsel en de beginselen van een behoorlijke tuchtprocesorde. Misbruik van recht-bepaling.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:181 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-523/DH/RO

    Klacht over het niet tijdig terugbellen door een advocaat naar wie klager was verwezen door het Juridisch Loket. Verweerster heeft klager teruggebeld op het moment dat zij daartoe in de gelegenheid was na terugkeer van haar vakantie. Klacht kennelijk ongegrond, voor zover deze niet al van kennelijk onvoldoende gewicht is.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:169 Raad van Discipline Amsterdam 26-578/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een advocatenkantoor. Gebrek aan belang. Geen van de advocaten die bij verweerder werkzaam zijn treedt namens de werkgever van klager op in het geschil over de door klager gestelde werkgeversaansprakelijkheid. Verder staat vast dat klager de medische informatie zelf heeft verstrekt om zijn verzet in de klachtprocedure tegen mr. Z. te onderbouwen. Voor zover verweerder deze informatie intern heeft verwerkt, bewaard en gedeeld staat vast dat dit nodig was voor het voeren van verweer tegen de over mr. Z. ingediende klacht. Ook staat vast dat verweerder de medische informatie van klager na afloop van de verzetprocedure tegen mr. Z. heeft vernietigd. Klacht is kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:251 Hof van Discipline 's Gravenhage 260106V

    Verzet tegen voorzittersbeslissing ongegrond. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan die van de voorzitter. Hetgeen klager in zijn klacht, in zijn toelichting daarop, alsook in zijn verzetschrift, naar voren heeft gebracht, houdt verband met het onderzoek van de deken van de klachten die klager over mrs. B en B heeft ingediend. Het hof sluit zich om die reden aan bij de beoordeling van de voorzitter en neemt die over. De door klager aangehaalde uitspraak van het hof van discipline van 30 maart 2026 (ECLI:NL:TAHVD:2026:91) ziet op een geheel andere kwestie en mist toepassing in deze zaak. De overige verzoeken van klager blijven buiten behandeling omdat het hof daartoe geen wettelijke bevoegdheid heeft. Wat in verzet verder nog naar voren is gebracht, leidt niet tot een ander oordeel.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:246 Hof van Discipline 's Gravenhage 240355

    Klacht over eigen advocaat. Klager is ontevreden over de wijze waarop verweerder hem heeft bijgestaan in een geschil tussen klager en zijn zus over de nalatenschap van hun moeder. De raad heeft de klachtonderdelen ongegrond verklaard. Klager heeft in hoger beroep met name bezwaren gericht tegen de klachtomschrijving door de deken en heeft verzocht om een nieuw klachtschrift te mogen indienen, dan wel om terugverwijzing naar de deken. Het hof ziet geen aanleiding om de zaak terug te verwijzen naar de deken en beslist op de klacht zoals die bij de raad is voorgelegd. Het hof oordeelt in hoger beroep dat verweerder klager zorgvuldig en deskundig heeft bijgestaan, voldoende heeft geïnformeerd en geen onnodige kosten in rekening heeft gebracht. De klacht is in alle klachtonderdelen ongegrond. Bekrachtiging raadsbeslissing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:170 Raad van Discipline Amsterdam 26-579/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Vanwege deze vertrouwensbreuk was verweerder gehouden om zijn werkzaamheden voor klager te beëindigen. Niet gebleken dat verweerder dit ontijdig of anderszins op onzorgvuldige wijze heeft gedaan. Verder is niet gebleken dat verweerder klager heeft laten betalen voor werkzaamheden die niet zijn verricht. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:247 Hof van Discipline 's Gravenhage 260170

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Nu duidelijk is dat klaagster het griffierecht voor een te voeren procedure en de eigen bijdrage van een toevoeging niet kan betalen, heeft de deken het verzoek op goede gronden afgewezen. Het hof onderschrijft het standpunt van de deken dat zij van een advocaat niet kan verlangen dat hij/zij voor klaagster het griffierecht betaalt en afziet van de eigen bijdrage.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:248 Hof van Discipline 's Gravenhage 260156

    Beklag artikel 13 ongegrond. Het hof is met de deken van oordeel dat klager onvoldoende bewijzen heeft overgelegd waaruit is gebleken dat hij recent advocaten heeft benaderd. Verder maakt het hof uit het dossier op dat klager in de loop der tijd door verschillende advocaten is bijgestaan maar dat die hun werkzaamheden kennelijk hebben neergelegd omdat klager het door de WAM-verzekeraar gedane bod ondanks het advies van de advocaten, niet heeft geaccepteerd. Ook andere benaderde advocaten geven na bestudering van het dossier en het aanwezige bewijs aan dat zij geen redelijke kans zien om een ander percentage aansprakelijkheid dan reeds erkend te bewerkstelligen dan wel om een hogere schadevergoeding voor klager te realiseren. Het hof is dan ook met de deken van oordeel dat de procedure waarvoor klager een advocaat wil (een hoger percentage aansprakelijkheid en een hogere schadevergoeding) geen redelijke kans van slagen heeft. Ook op die grond die de deken weliswaar ten overvloede aan zijn beslissing ten grondslag heeft gelegd, is terecht het verzoek afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:166 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-759/AL/MN

    De raad heeft geoordeeld dat verweerder klaagster onvoldoende heeft geïnformeerd over – onder meer – de kosten van zijn diensten. Ook heeft verweerder een termijn voor het indienen van een verweerschrift gemist en klaagster daarover niet geïnformeerd. Verweerder heeft hiermee gehandeld in strijd met de gedragsregels en de kernwaarde deskundigheid. De raad rekent dit verweerder aan. Bij het bepalen van de maatregel weegt de raad het tuchtrechtelijk verleden van verweerder zwaar mee. Verweer is meermalen door de tuchtrechter veroordeeld, ook voor soortgelijke feiten. Het hof van discipline heeft recent een beslissing van de raad van discipline bekrachtigd, waarin hem een voorwaardelijke schorsing was opgelegd ter zake van (onder meer) het niet helder communiceren in de richting van zijn cliënt over de door hem in rekening te brengen werkzaamheden. Vanwege de ernst van het handelen en nalaten van verweerder en het tuchtrechtelijk verleden van verweerder, kan niet worden volstaan met een andere maatregel dan een onvoorwaardelijke schorsing. De raad legt aan verweerder de maatregel van schorsing in de praktijkoefening op voor de duur van vier weken op.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:166 Raad van Discipline Amsterdam 26-013/A/A

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:249 Hof van Discipline 's Gravenhage 260153

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De deken heeft zijn beslissing om geen advocaat toe te wijzen gebaseerd op een drietal gronden. Het hof is van oordeel dat de deken zich terecht op twee van die gronden (“verplichte procesvertegenwoordiging” en “redelijke kans van slagen”) heeft mogen baseren.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:167 Raad van Discipline Amsterdam 26-457/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat in zijn hoedanigheid van bindend adviseur. Voldoende aanknopingspunten met het beroep van advocaat. Het advocatentuchtrecht is volledig van toepassing. Niet gebleken dat verweerder voor de adviesaanvraag relevante informatie heeft genegeerd. Het advies is op zorgvuldige wijze tot stand gekomen. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld in zijn rol van bindend adviseur. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:168 Raad van Discipline Amsterdam 26-557/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Vertrouwensbreuk. Uit de toon en inhoud van de overgelegde e-mails van klager van februari en september 2025 blijkt duidelijk dat klager al langere tijd niet tevreden was over de dienstverlening van verweerster. De voorzitter is het met verweerster eens dat daaruit blijkt dat klager geen vertrouwen meer had in de bijstand van verweerster. Vanwege deze vertrouwensbreuk was verweerster gehouden om haar werkzaamheden voor klager te beëindigen. Niet gebleken dat verweerster dat ontijdig of onzorgvuldig heeft gedaan. Vertrouwensbreuk is aan klager te wijten. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:250 Hof van Discipline 's Gravenhage 260155

    Beklag artikel 13 advocatenwet ongegrond. Het hof onderschrijft het standpunt van de deken dat er geen grond was voor aanwijzing van een advocaat omdat klaagster op het moment van het verzoek de bijstand van een advocaat had. Het feit dat de advocaat van klaagster zich heeft onttrokken, heeft de deken terecht geen reden gegeven om zijn standpunt te herzien. De deken heeft er met juistheid op gewezen dat de advocaat ‘dominus litis’ is. Het hof onderschrijft de toelichting van de deken dat de advocaat bij de behandeling van de zaak de leiding heeft en dat het -mede- aan de opstelling van klaagster te danken is dat de advocaat zich heeft onttrokken. De deken heeft in dit verband er terecht op gewezen dat artikel 13 Advocatenwet een aanvullende voorziening betreft en niet een remedie is voor een verschil van inzicht over de professionele beoordeling van de zaak. (zie bijvoorbeeld HvD 30 oktober 2017, ECLI:NL:TAHVD:2017:202).

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:169 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-319/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerster heeft antwoord gegeven op klagers vragen en bij het verkrijgen van een schade-uitkering gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat mag worden verwacht. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:245 Hof van Discipline 's Gravenhage 260151

    Beroep niet-ontvankelijk. Het hof ziet in hetgeen klager heeft aangevoerd geen bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken. Klager had, zoals hij zelf ook aangeeft, het beroepschrift tijdig per e-mail kunnen indienen. In de beslissing van de raad staat ook expliciet het e-mailadres van de griffie van het hof van discipline vermeld waar het beroepschrift naar toe kan worden gestuurd. Dat klager in plaats daarvan ervoor heeft gekozen om het beroepschrift uitsluitend per post in te dienen en degene die dit voor hem heeft verzorgd het beroepschrift niet aangetekend heeft verzonden, ligt in de risicosfeer van klager. Dit betekent dat het beroepschrift te laat is ingediend en het hof klager in zijn beroep niet-ontvankelijk zal verklaren.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:163 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-601/DH/DH 25-602/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaten. Kwaliteit dienstverlening. Uit de overgelegde stukken leidt de raad af dat verweersters de juiste stappen hebben gezet om het echtscheidingsverzoek van klager aan zijn ex-echtgenote in India te laten betekenen en dat zij klager van het verloop van de procedure op de hoogte hebben gehouden. Verweersters mochten vertrouwen op de juistheid van het bericht van de deurwaarder dat hij het deurwaardersexploot met het echtscheidingsverzoek bij het parket van het OM had achtergelaten. Het kan verweersters niet worden aangerekend dat zij geen verzendbewijs van het OM aan de rechtbank konden overleggen, omdat zij dit niet hadden ontvangen. Door niet eerder bij de deurwaarder te informeren, hebben verweersters de grenzen van het tuchtrechtelijk betamelijke niet overschreden. Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:176 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-010/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verwijt is dat verweerder aanwezig was terwijl zijn cliënt een vrachtwagen onttrok aan het retentierecht van klager. Het is in een dergelijke situatie aan de advocaat om, gelet op de kernwaarde onafhankelijkheid, voldoende afstand te bewaren en zich niet te laten meeslepen in de escalatie van het geschil. Het vergezellen van de cliënt ter plaatse om de situatie op te nemen, is op zichzelf niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Dat wordt anders op het moment dat verweerder zijn cliënt informeert dat de politie niet zal ingrijpen zijn cliënt daarmee in feite een vrijbrief geeft om de vrachtwagen mee te nemen. Verweerder had zijn cliënt erop moeten wijzen dat sprake was van een door klager gesteld retentierecht. Hij had in een situatie als deze zijn cliënt moeten weerhouden van het plegen van eigenrichting of afstand moeten nemen van het gedrag van de cliënt. Klacht gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:170 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-430/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een klachtenfunctionaris. Verweerder heeft het vertrouwen in de advocatuur niet geschonden bij de klachtbehandeling. Klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang en deels kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:164 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-656/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:171 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-454/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtkwestie. Verweerster mocht klager rechtstreeks aanschrijven, aangezien hij geen advocaat meer had die hem vertegenwoordigde. Zij heeft niet gedaan alsof de dagvaarding al betekend was. Verweerster mocht klager vragen om zijn huidige adres zodat de dagvaarding daar betekend kon worden. Dat zij klager later heeft geïnformeerd over de openbaar betekende dagvaarding, is niet klachtwaardig maar juist zorgvuldig. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:165 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-672/DH/RO

    Verzetbeslissing. Geen aanleiding om aan de juistheid van de voorzittersbeslissing te twijfelen. Binnen de tuchtprocedure heeft de tuchtrechter geen ruimte om de door verweerder namens de verhuurder ingenomen standpunten inhoudelijk op juistheid te toetsen en/of te verifiëren. De tuchtrechter toetst het handelen van verweerder aan de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen en in dat verband heeft de voorzitter bij de beoordeling van de klachtonderdelen de juiste toetsingskaders toegepast. Ook heeft de voorzitter rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval zoals die uit het klachtdossier blijken. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:172 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-477/DH/RO 26-478/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klaagster kennelijk niet-ontvankelijk omdat zij geen bestaande rechtspersoon is. Klager kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan een eigen, rechtstreeks belang.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:166 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-714/DH/DH

    Verzet gegrond. Klager is niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. Verweerder heeft zich onvoldoende ingezet voor zijn cliënte en ook de inhoud van zijn werk was onder de maat. Hij heeft geen zicht gehouden op de afspraken uit de schikking en de termijn die daarbij gold. Evenmin heeft hij actie ondernomen nadat deze termijn was verstreken. Schending kernwaarde deskundigheid. Belangrijke afspraken en informatie zijn door verweerder niet schriftelijk vastgelegd, waardoor bij klaagster verwarring is ontstaan over de voortgang van haar zaak. Berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:242 Hof van Discipline 's Gravenhage 260259 260260 260261

    Klacht over deken niet verwezen. De vijf klachten van klaagster over verweerster hebben betrekking op het dekenaal onderzoek dat verweerster heeft uitgevoerd naar aanleiding van de tuchtklachten die klaagster over mr. V heeft ingediend. Een klacht over een deken is geen middel om de inhoud van een dekenvisie op een tuchtklacht over een andere advocaat ter discussie te stellen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:173 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-734/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat bij de teruggeleiding van het (minderjarige) kind naar Nederland. Kernverwijt is dat verweerder geen teruggeleidingsprocedure is gestart. Klager en verweerder waren nog in gesprek over de te voeren strategie en de vraag welke procedure zou worden gestart. Niet onbegrijpelijk dat toen nog geen opdrachtbevestiging is gestuurd. De keuze van verweerder om de teruggeleiding te willen bewerkstelligen via een echtscheidingsprocedure met voorlopige voorzieningen is een reële en te verdedigen strategie. De opdracht om een teruggeleidingsprocedure te starten heeft verweerder nooit aangenomen Klacht daarom ongegrond. Geen sprake van (grove) foute in de procedure over vervangende toestemming paspoort. Van een strafrechtelijke procedure was (bij aanvang) nog geen sprake en verweerder heeft de opdracht voor een strafrechtelijke procedure ook nooit aanvaard. Klacht over de toevoegingsaanvraag, de procedure bij de RvR en einde bijstand eveneens ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:167 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-724/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:243 Hof van Discipline 's Gravenhage 250271

    In deze zaak wordt geklaagd over een advocaat die uitlatingen over klager heeft gedaan op LinkedIn. Het hof is evenals de raad van discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch (hierna: de raad) van oordeel dat niet gebleken is dat in het gewraakte LinkedIn-bericht feiten zijn gesteld waarvan verweerder wist of behoorde te weten dat deze onjuist zijn. Verweerder heeft geen misbruik gemaakt van zijn geheimhoudingsplicht door niet de naam te noemen van de cliënt van klager die verweerder had benaderd en die verweerder aanhaalt in het betreffende LinkedIn-bericht. De raad heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof bekrachtigt deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:174 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-753/DH/RO

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:168 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-009/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen (letselschade)advocaat. Verweerder heeft klager terecht verwijzen naar een arbeidsrechtadvocaat omdat hij geen verstand had van het arbeidsrecht. Ook mocht hij proberen om te klacht onderling met klager op te lossen. Verweerder heeft wel tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klager onder druk te zetten om op betalende basis verder te werken, terwijl klager in aanmerking kwam voor een toevoeging. Omdat verweerder zijn voorstel niet heeft herhaald en hij helder heeft gemaakt te weten dat toevoegingszaken de aandacht moeten krijgen die zij verdienen, gaat de raad ervan uit dat verweerder in het vervolg anders zal handelen. Gegrond zonder oplegging van maatregel.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:244 Hof van Discipline 's Gravenhage 260152

    Beklag artikel 13 Advocatenwet gedeeltelijk gegrond. In tegenstelling tot de deken maakt het hof uit de stukken niet op dat klaagster de notarissen alleen aansprakelijk wil stellen. In haar verzoek om aanwijzing geeft klaagster aan ook tegen de notarissen een procedure te willen starten. Het aanwijzingsverzoek van klaagster strekt daarmee verder dan wat de deken heeft aangevoerd (alleen aansprakelijk stellen). Op dit onderdeel heeft de deken het aanwijzingsverzoek te beperkt opgevat. Daarmee ontvalt in zoverre de grondslag aan de beslissing van de deken. De deken zal dan ook opnieuw moeten beslissen op het verzoek van klaagster voor zover dit op de kwestie aangaande de notarissen ziet.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:175 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-863/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in de echtscheidingsprocedure. Kern van de verwijten is dat verweerster klaagster niet goed heeft bijgestaan en onder druk heeft gezet bij de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst. Hoewel voorstelbaar is dat klaagster druk heeft gevoeld om een keuze te maken, blijkt niet dat verweerster klaagster onder druk heeft gezet. Verweerster heeft klaagster juist duidelijk geadviseerd en haar de opties voorgelegd, waarbij zij klaagster erop heeft gewezen dat het klaagster is die de keuze moet maken. Niet gebleken van onvoldoende advisering of onvoldoende belangenbehartiging. Klacht in alle onderdelen ongegrond.