Zoekresultaten 1-10 van de 2748 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:105 Hof van Discipline 's Gravenhage 250376

    Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan de voorzitter. Het is vaste jurisprudentie van het hof dat bezwaren over (de uitvoering van) het dekenonderzoek en/of de dekenvisie door een klager dienen te worden ingebracht in de procedure bij de raad van discipline die de klacht behandelt waarop het dekenonderzoek en het dekenstandpunt betrekking hebben. Dat is de geëigende route en niet, zoals klaagster heeft gedaan, een klacht indienen over verweerster. Daarvoor is het klachtrecht niet bedoeld.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:106 Hof van Discipline 's Gravenhage 250311D

    De deken heeft een dekenbezwaar ingediend tegen verweerster. De raad heeft bij tussenbeslissing een vooronderzoek gelast. De raad verklaart het dekenbezwaar gegrond en legt aan verweerster de maatregel van schrapping op. In hoger beroep oordeelt het hof dat de resultaten van het vooronderzoek deels niet als juist kunnen worden aanvaard, omdat deze niet berusten op een deugdelijke grondslag. Een deel van bevindingen van het vooronderzoek zijn slechts summier vastgelegd en een deel in het geheel niet. Van verweerster kan niet worden verlangd bevindingen die summier zijn onderbouwd met bewijs en bevindingen die in het geheel niet zijn vastgelegd te weerleggen. Het hof komt tot het oordeel dat het dossierbeheer en de dossieradministratie van verweerster tekortschieten en dat er tekortkomingen zijn ten aanzien van de waarneming, de naamgeving, de klachtenregeling en de privacyverklaring. Mede gelet op het tuchtrechtelijke verleden acht het hof een onvoorwaardelijke schorsing van 26 weken passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:92 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-396/AL/GLD

    Raadsbeslissing. Klacht van een onder curatele gestelde. Klacht ingediend door curatoren. De raad verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:91 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-131/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:102 Hof van Discipline 's Gravenhage 250429

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De deken heeft volgens het hof terecht overwogen dat het verzoek van klager onvoldoende is onderbouwd en geen redelijke kans van slagen heeft.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:103 Hof van Discipline 's Gravenhage 250423

    Beklag artikel 13 ongegrond. De deken heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat voor de procedure die klaagster wil voeren bijstand van een advocaat niet noodzakelijk is. Dit omdat het een bestuursrechtelijke procedure betreft, waarvoor geen verplichte procesvertegenwoordiging geldt. De verplichting voor de deken om op grond van artikel 13 Advocatenwet een advocaat aan te wijzen geldt alleen voor personen die een advocaat zoeken voor een procedure waarbij een advocaat verplicht is of voor een procedure waarin zij uitsluitend door een advocaat kunnen worden bijgestaan.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:104 Hof van Discipline 's Gravenhage 250413

    Klaagster heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam (hierna: de raad) waarbij het verzet van klaagster tegen een voorzittersbeslissing ongegrond is verklaard. Tegen een dergelijke beslissing staat geen hoger beroep open. Hetgeen klaagster bij het hof heeft aangevoerd levert naar vaste jurisprudentie van het hof geen grond op voor doorbreking van het appelverbod. Klaagster kan dan ook niet in hoger beroep worden ontvangen. Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:101 Hof van Discipline 's Gravenhage 250238

    Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klager heeft als bungaloweigenaar en voorzitter van de belangenvereniging van bungaloweigenaren een klacht ingediend tegen de advocaat van de v.o.f. die het bungalowpark exploiteert. Voor zover in hoger beroep van belang ziet deze klacht erop dat verweerster onvoldoende zorg ervoor heeft gedragen dat geen misverstand bestond over de hoedanigheid waarin zij handelde en dat zij tijdens een bespreking met de belangenvereniging niet duidelijk heeft gemaakt dat zij advocaat was. Verder verwijt klager verweerster dat zij onbetamelijk heeft gehandeld door klager onder druk te zetten met dreigementen, waaronder het in rekening brengen van kosten aan klager als hij e-mails aan een bepaald e-mailadres zou blijven sturen. Het hof oordeelt in dit hoger beroep dat de klachten van klager gegrond zijn. De tuchtrechtelijke verwijtbare gedragingen in combinatie met de wijze waarop verweerster in de onderhavige klachtprocedure heeft gereageerd, rechtvaardigen de zware maatregel van schrapping van het tableau die de raad heeft opgelegd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:100 Hof van Discipline 's Gravenhage 260070

    Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Een klacht over een deken is geen middel om de inhoud van een aanwijzingsbeslissing van een deken ter discussie te stellen. Hetgeen verweerster heeft geschreven aan klager over de wijze waarop een advocaat wordt aangewezen en de werkwijze van de aangewezen advocaat is bovendien juist. De mogelijkheid de deken te verzoeken een advocaat aan te wijzen is een aanvullende voorziening voor het geval de rechtzoekende niet op eigen initiatief een advocaat weet te vinden die bereid is hem of haar bijstand te verlenen. Deze aanvulling op de in beginsel vrije advocaatkeuze maakt dat de deken een ruime beleidsvrijheid toekomt bij het aanwijzen van een advocaat alsook dat de deken niet gehouden is de advocaat te verplichten iedere door een klager gewenste procedure te voeren (Hof van Discipline 26 januari 2026, ECLI:NL:TAHVD:2026:24).

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:48 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-630/DB/OB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.