Zoekresultaten 1-10 van de 3727 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:185 Hof van Discipline 's Gravenhage 220321

    Bekrachtiging beslissing raad. De advocaat van de wederpartij werd onder meer verweten dat hij kansloze en nodeloze procedures voor zijn cliënt heeft gevoerd en dat hij daarbij bij herhaling stellingen poneerde waarvan hij de onjuistheid kende. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:184 Hof van Discipline 's Gravenhage 220320

    Vernietiging beslissing raad. Gegrondverklaring beide klachtonderdelen. Verweerder heeft op zijn minst genomen het risico aanvaard dat de rechter ter zitting zou (kunnen) worden misleid. Door de overeenkomst bovendien te paraferen en deze te voorzien van zijn kantoorstempel onder de handtekening en door de opmerking waarbij verweerder heeft doen voorkomen dat klager bij hem op kantoor is geweest ter zitting na betwisting niet terstond in te trekken, heeft verweerder zich niet gedragen zoals een advocaat betaamt. Hof legt zwaardere maatregel op dan de raad. Verder houdt het hof ten nadele van verweerder in enige mate rekening met zijn tuchtrechtelijke verleden. Voorwaardelijke schorsing 2 weken met proeftijd van 2 jaren en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2023:124 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-184/DB/ZWB/D

    Dekenbezwaar. Onttrekken aan toezicht deken. Financiële administratie. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet en in strijd met gedragsregel 29 gehandeld, doordat hij de kengetallen over het boekjaar 2021 en de vergelijkbare cijfers over het jaar 2020 ondanks herhaalde verzoeken niet heeft aangeleverd. Ook heeft verweerder de jaarstukken waarom is verzocht in verband met het kantoorbezoek, ondanks herhaalde verzoeken, niet aangeleverd. Verweerder heeft de overige afspraken als verwoord in het verslag van het kantoorbezoek d.d. 6 oktober 2022 evenmin heeft nageleefd en heeft bovendien niet binnen de daartoe gestelde termijn CCV-opgave gedaan. Tot slot heeft verweerder in algemene zin niet op door of namens de deken gedane redelijke verzoeken om informatie gereageerd, waarmee hij zich aan het toezicht van de deken heeft onttrokken. Verweerder is reeds eerder tuchtrechtelijk veroordeeld wegens het niet aanleveren van gevraagde bescheiden en het belemmeren van de deken in diens toezichthoudende taak. Ter zitting heeft verweerder er geen blijk van gegeven inzicht te hebben in het kwalijke van zijn handelen. Uit de houding van verweerder, ook in deze procedure, is op te maken dat hij de ernst van de situatie blijkbaar niet inziet. De behandeling van het onderhavige dekenbezwaar is ter zitting van 22 mei 2023 aangehouden teneinde verweerder in de gelegenheid te stellen om de gevraagde stukken alsnog voor of uiterlijk op 1 juli 2023 aan de deken aan te leveren. Verweerder had dit moeten opvatten als een allerlaatste kans. Verweerder heeft de met de deken afgesproken en in het proces-verbaal van de zitting vastgelegde termijn echter ongebruikt laten verstrijken. Op grond van het voorgaande oordeelt de raad een schorsing van 36 weken, waarvan 24 weken voorwaardelijk, passend en geboden. Daarbij zal de raad als bijzondere voorwaarde stellen dat verweerder uiterlijk op 1 januari 2024 de definitieve jaarstukken 2018 tot en met 2022 bij de deken zal aanleveren en op de voorgeschreven wijze zal deponeren.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:189 Hof van Discipline 's Gravenhage 220298

    Klacht tegen de eigen advocaat over de kwaliteit van dienstverlening en de omvang van de opgedragen werkzaamheden ongegrond. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:190 Hof van Discipline 's Gravenhage 230041 230042

    Het hof bekrachtigt het oordeel van de raad dat klagers niet belanghebbend zijn bij hun klacht. Klagers zijn minderheidsaandeelhouders in een moedermaatschappij en de klacht is gericht tegen de advocaten van een dochtermaatschappij.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:224 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-233/DH/DH

    Verweerder heeft volhard in zijn weigering het dossier aan klager te verstrekken, waarbij hij zich ten onrechte heeft beroepen op zijn retentierecht. Ook heeft verweerder daarbij de voorwaarde gesteld dat klager zijn tuchtklacht tegen verweerder moest intrekken. Toen klager verweerder aansprakelijk stelde, heeft verweerder geweigerd de aansprakelijkstelling door te sturen aan zijn verzekeraar. Verweerder heeft daarmee onzorgvuldig en onprofessioneel gehandeld, de belangen van klager geschaad en het vertrouwen in de advocatuur beschaamd. Tuchtrechtelijk verleden. Vier weken schorsing onvoorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:191 Hof van Discipline 's Gravenhage 220282

    Het wettelijk systeem biedt na een voorzittersbeslissing van de raad uitsluitend de mogelijkheid om bij de raad verzet aan te tekenen. Nu deze andere rechtsingang bestaat, is het hof niet bevoegd om van een verzet of hoger beroep tegen een voorzittersbeslissing van de raad kennis te nemen. De voorzitter van het hof heeft zich terecht onbevoegd verklaard. Het verzet tegen die beslissing is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:225 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-292/DH/RO

    Verzet ongegrond. Geen sprake van strijd met art. 6 EVRM. Procedure bij de deken leidt niet tot gegrond verzet: de deken moet een klacht altijd onderzoeken en het innemen van een dekenstandpunt is ter beoordeling aan de deken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:192 Hof van Discipline 's Gravenhage 190202H

    Herzieningsverzoek niet-ontvankelijk. Buiten de daarvoor geldende termijn van een jaar na de uitspraak ingediend, geen sprake van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 1 van het herzieningsprotocol en geen aanleiding om een uitzondering te maken op de regel dat alleen de advocaat aan wie een maatregel is opgelegd een herzieningsverzoek kan indienen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2023:226 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-333/DH/DH

    Verweerster heeft als advocaat van de wederpartij in een gevoelige familiekwestie over zorg voor en omgang met een jong kind onvoldoende oog gehad voor klagers belangen en onvoldoende de-escalerend gehandeld. Zij heeft onjuiste informatie verstrekt en schikkingsonderhandelingen aan de rechtbank overgelegd. Ook heeft zij het mediationgeheim geschonden. Verder heeft verweerster over deze gevoelige privékwestie contact opgenomen met klagers werkgever, terwijl die werkgever op geen enkele wijze bij het geschil betrokken was. Verweerster heeft hiermee op meerdere momenten klagers belangen nodeloos geschaad. Berisping.