Zoekresultaten 1-20 van de 22282 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:259 Hof van Discipline 's Gravenhage 240280 en 240281

    Verschoningsrecht. Kernwaarden onafhankelijkheid, integriteit en betamelijkheid. Bestuursorgaan als cliënt en Wet open overheid.De oorsprong van de klachten ligt in het strafrechtelijk onderzoek Castor waarin het Openbaar Ministerie via een (heimelijke) strafrechtelijke vordering de beschikking kreeg over e-mailberichten waarvan later is komen vast te staan dat deze onder het verschoningsrecht vielen van de advocaat die de verdachten bijstond. Het hof is van oordeel dat verweerder de kernwaarde onafhankelijkheid heeft geschonden doordat verweerder zomaar op de juridische opvatting van zijn cliënt heeft gevaren dat de e-mails niet onder het verschoningsrecht zouden vallen. Door kennis te nemen van de e-mails en deze voor het advies te gebruiken heeft verweerder zijn eigen verantwoordelijkheid om het verschoningsrecht van een andere advocaat te respecteren niet genomen en daarmee ook de kernwaarden integriteit en betamelijkheid geschonden. Het hof rekent het handelen van verweerder hem, gelet op het fundamentele en essentiële karakter van het verschoningsrecht in de rechtsstaat, zwaar aan. Verweerder heeft met zijn handelen het vertrouwen in de advocatuur ernstig geschaad. Rekening houdend met het betoonde inzicht van verweerder en gelet op alle omstandigheden van dit geval heeft het hof aan verweerder de maatregel van een berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:223 Raad van Discipline Amsterdam 25-719/A/A

    Voorzittersbeslissing. Verweerster heeft onbetwist aangevoerd dat zij alle producties (waaronder ook de herschreven tijdlijn) eerst nog ter goedkeuring aan haar cliënt M heeft overgelegd. Hierop heeft zij schriftelijk akkoord van cliënt M ontvangen. Vervolgens zijn de producties door verweerster bij het Hof ingediend. Dat verweerster ervan op de hoogte was, of kon zijn, dat klaagster de auteur was van deze tijdlijn, wordt door verweerster gemotiveerd betwist en dit is de voorzitter ook overigens niet gebleken. De naam van klaagster wordt niet als auteur van de tijdlijn vermeld en er bestond voor verweerster ook verder geen aanleiding om dit te kunnen vermoeden. Nu niet klaagster, maar M de cliënt van verweerster was en M ook zijn goedkeuring heeft gegeven voor indiening van de aangepaste tijdlijn, kan verweerster geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Verweerster heeft er verder nog op gewezen dat zij er pas tijdens de mondelinge behandeling bij het Hof kennis van kreeg dat klaagster het niet eens was met de wijzigingen in haar verklaring omdat het Hof haar liet weten dat klaagster zich daarover rechtstreeks per brief tot het Hof had gewend. Onder die omstandigheden kan het verweerster ook niet (tuchtrechtelijk) verweten worden dat zij geen nadere pogingen heeft gedaan om, toen haar duidelijk werd dat klaagster zich niet in de wijzigingen kon vonden, een oplossing daarvoor te vinden. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:258 Hof van Discipline 's Gravenhage 250415

    Niet-verwijzing klacht over deken. Klager klaagt over de volledig uitblijvende behandeling van zijn klacht over wijlen mr. S. Klager stelt dat zijn (daaruit volgende) schade het directe gevolg is van het ontbreken van toezicht, het structureel niet behandelen van de klachten van klager door verweerster en het afschermen van een advocaat die aantoonbaar tegen zijn belangen heeft gehandeld. Uit de bij de klacht bijgevoegde bijlage kan het hof niet afleiden dat verweerster de klacht(en) van klager over wijlen mr. S. niet in behandeling wenst te nemen. Het hof kan hieruit slechts afleiden dat verweerster weigert informatie te verstrekken over de beroepsaansprakelijkheidsverzekering van wijlen mr. S. In zoverre is de klacht over (het niet behandelen van de klacht over wijlen mr. S door) verweerster door het hof niet te verifiëren en is er in zoverre geen grond tot verwijzing voor onderzoek naar een andere deken. Het hof is niet bevoegd verweerster te bevelen informatie te verstrekken. Het hof is evenmin bevoegd te oordelen over door verweerster al dan niet veroorzaakte schade. Verweerster is ook geen partij in een eventuele door klager jegens (de verzekeraar van) mr. S te beginnen procedure tot verhaal van zijn schade.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:238 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-488/DH/DH

    Verzetbeslissing. In zijn verzetschrift heeft klager geen verzetgronden aangevoerd die de raad aanleiding geven om aan de juistheid van de voorzittersbeslissing te twijfelen. Verzet ongegrond. Voor zover klager in zijn verzetschrift een nieuwe klacht over verweerder heeft ingediend, is het verzet niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:171 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-740/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat die is aangewezen op grond van artikel 13 Advocatenwet. Verweerder hoefde enkel te beoordelen of klagers tegenvorderingen voldoende kansen hadden. De memo waarin verweerder de tegenvorderingen heeft beoordeeld is niet kwalitatief ondermaats. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:251 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-658/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de deken. Niet kan worden vastgesteld dat er sprake is geweest van een onpartijdige en onzorgvuldige klachtbehandeling. Verweerster kon ervoor kiezen geen inhoudelijk oordeel (visie) te geven. Zij heeft dat later alsnog gedaan. Het is de voorzitter niet gebleken dat verweerster het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:245 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-654/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een VvE-kwestie. Klacht deels niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet, deels kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan een eigen, rechtstreeks betrokken belang en voor het overige kennelijk ongegrond. Niet gebleken van onder meer opzettelijke intimidatie, het nemen van onnodige juridische stappen, onnodig kwetsende uitlatingen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:239 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-318/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over het zonder toestemming en/of opdracht voor klager optreden. Verweerster heeft mede namens klager een verzoekschrift ingediend bij de kantonrechter, zonder daartoe strekkende opdracht van klager en zonder klager daarin te kennen. Klager is er pas veel later – ruim twee jaar later – achter gekomen dat er mede namens hem een procedure is gevoerd, terwijl hij in de veronderstelling was dat die procedure niet was gevoerd en de huurovereenkomst daarom inmiddels voor onbepaalde tijd was. Verweerster heeft daarmee onzorgvuldig en tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:252 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-724/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Verweerster mocht klager vragen niet meer te e-mailen om de kosten voor haar cliënte te beperken. Niet gebleken van ‘natrappen’ of ‘inwrijven’ door het vonnis aan klager op te sturen. Zij gaf daarin opvolging aan het vonnis en heeft haar verzoek om geen contact op te nemen mogen herhalen. Niet gebleken van vereenzelviging met de cliënte. Klacht kennelijk ongegrond. Misbruik van recht-bepaling.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:246 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-671/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. De verwijten die klager verweerder maakt vloeien voort uit het huurgeschil met de verhuurder en uit het feit dat klager het niet eens is met de door verweerder namens de verhuurder ingenomen standpunten over het bestemmingsplan en de huurovereenkomst. Het stond verweerder echter vrij om deze standpunten in te nemen. De omstandigheid dat klager het met deze standpunten niet eens is, betekent niet dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Daar komt bij dat de inhoudelijke beoordeling van de standpunten die klager en de verhuurder hebben ingenomen is voorbehouden aan de civiele rechter. De tuchtrechter heeft daar in het kader van een klachtprocedure geen ruimte voor. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:240 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-166/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in een familierechtkwestie. Niet gebleken van intimiderende, dreigende of onprofessionele toon van verweerder in de correspondentie met klager. Het stond verweerder vrij om klager op de gevolgen te wijzen van het niet nakomen van de met de ex-echtgenote gemaakte afspraken zoals vastgelegd in het echtscheidingsconvenant, waarbij verweerder ook oog heeft gehad voor de financiële situatie van klager door namens zijn cliënte in te stemmen met uitstel van betaling en een tegenvoorstel te doen. Verder heeft verweerder gehandeld binnen de vrijheid die hem als advocaat van de wederpartij van klager in familierechtkwesties toekomt en overeenkomstig de afspraak die partijen over hun pensioenrechten in het convenant hebben vastgelegd. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:253 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-952/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:272 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-569/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De over verweerster - als advocaat van een executeur in een nalatenschap - is kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:247 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-118/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een conflict met de verhuurder. Verweerder heeft een beroepsfout gemaakt, door namens één van de vennoten te dagvaarden in plaats van namens de vof. Verweerders bejegening van de vennoot die namens de vof optrad is verder niet zorgvuldig en zelfs onprofessioneel. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:241 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-162/DH/RO

    Verzetbeslissing. Verzetgronden slagen niet. Geen aanleiding om aan de juistheid van de beslissing van de voorzitter te twijfelen. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:254 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-102/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Geen sprake van onnodig kwetsende uitlatingen. Verweerders beeldspraak had neutraler gekund, maar daarmee is hij nog niet door de tuchtrechtelijke ondergrens gezakt. Niet gebleken dat verweerder onjuiste feiten naar voren heeft gebracht. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:248 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-315/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in een incassoprocedure. Verweerder heeft aan klager onvoldoende duidelijkheid verschaft over wat hij nu precies van klager verwachtte en waarom. Het had op verweerders weg gelegen om klager expliciet en schriftelijk op de risico’s van het dagvaarden namens de verkeerde entiteit te wijzen. De raad legt een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:242 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-912/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat bij de echtscheiding. Klacht deels niet-ontvankelijk vanwege nis bis in idem en strijd met de beginselen met de tuchtprocesrode. Een klachtonderdeel is wel ontvankelijk, omdat klager dit in de eerdere tuchtprocedure heeft willen inbrengen, maar daar geen gelegenheid voor kreeg. Deze klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:255 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-259/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening. Niet gebleken van onzorgvuldige advisering, een vooringenomen houding ten gunste van de wederpartij, onvoldoende inspanning of het onzorgvuldig neerleggen van de werkzaamheden. Verweerder heeft toegelicht Dropbox-documenten via het account van zijn vrouw te hebben gedownload vanaf zijn vakantieadres omdat hij niet bij zijn eigen account kon. Nadat hij de documenten heeft gedownload, heeft hij deze verwijderd van het account van zijn vrouw zodat enkel hij daar kennis van kon nemen. Met die toelichting heeft verweerder voldoende maatregelen getroffen om de vertrouwelijkheid van de documenten te waarborgen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:249 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-689/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de bijstand van de eigen advocaat in een kort geding tussen een franchisegever en -nemer. De voorzitter kan niet vaststellen dat verweerder tekort is geschoten in zijn dienstverlening aan klager. Klager was er mee bekend dat het onderwerp knowhow van groot belang was. Van klager mocht worden verwacht dat hij alle knowhow ter kennis van verweerder bracht. Verweerder mocht erop vertrouwen dat klager alle relevante feitelijke informatie had gemeld.