Zoekresultaten 1-50 van de 1494 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:116 Raad van Discipline Amsterdam 24-117/A/NH

    Raadsbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in beide onderdelen ongegrond. Er bestond voor verweerster in de gegeven omstandigheden voldoende aanleiding om klager in zijn hoedanigheid van bestuurder van de BV aan te spreken op zijn handelen en zij heeft met het aankondigen van een klacht tegen hem naar het oordeel van de raad de belangen van klager niet onevenredig geschaad. Dat klager het niet eens was met de door verweerster gebruikte bewoordingen, betekent niet dat verweerster de grenzen van de haar als advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid heeft overschreden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:222 Raad van Discipline Amsterdam 24-934/A/NH

    Raadsbeslissing. Artikel 60b Advocatenwet. De gezondheidsklachten van verweerder en zijn privésituatie laten zich op dit moment niet verenigen met het voeren van een behoorlijke advocatenpraktijk. Verweerder is met onmiddellijke ingang en voor onbepaalde tijd geschorst in de uitoefening van zijn praktijk.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:223 Raad van Discipline Amsterdam 24-095/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij gegrond. Het valt verweerder tuchtrechtelijk te verwijten dat hij ter zitting mededelingen heeft gedaan over de inhoud van de tussen partijen gevoerde schikkingsonderhandelingen. Hiermee heeft verweerder in strijd met gedragsregel 27 gehandeld. De raad acht hiervoor de oplegging van een waarschuwing passend, waarbij wordt meegewogen dat in de lange carrière van verweerder hij geen eerdere tuchtrechtelijke veroordeling heeft gehad en hij inmiddels inziet dat hij beter anders had kunnen handelen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:224 Raad van Discipline Amsterdam 24-475/A/NH

    Verzet. De raad verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:225 Raad van Discipline Amsterdam 24-605/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening door de eigen advocaat in alle klachtonderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:226 Raad van Discipline Amsterdam 24-851/A/A

    Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij. Verweerder heeft de vrijheid die hij als advocaat wederpartij geniet niet overschreden. Verweerder bepaalt niet de gang van zaken op zitting. Ook heeft verweerder niet bewust onjuiste feiten verkondigd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:1 Raad van Discipline Amsterdam 24-642/A/A

    Raadsbeslissing; ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:10 Raad van Discipline Amsterdam 24-215/A/A

    Raadsbeslissing. Belangenconflict. Geen sprake van een situatie waarop gedragsregel 15 van toepassing is. Van belangenverstrengeling als bedoeld in gedragsregel 15 kan alleen sprake zijn als klaagster op enig moment de cliënte van verweerster is geweest, maar dat is niet gebleken. Klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:100 Raad van Discipline Amsterdam 25-233/A/NH

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de kwaliteit van dienstverlening van verweerster in een strafzaak. Tegenover het verweer van verweerster heeft klaagster haar klacht onvoldoende onderbouwd, terwijl in de overgelegde stukken ook geen aanknopingspunten kunnen worden gevonden voor de juistheid van klaagsters verwijten.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:101 Raad van Discipline Amsterdam 25-251/A/A

    Beslissing op verzoek extra termijn dekenbezwaar van 3 juni 2025

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:102 Raad van Discipline Amsterdam 25-307/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de dienstverlening van de eigen advocaat in een langslepend huurgeschil gedeeltelijk niet-ontvankelijk vanwege een niet verschoonbare termijnoverschrijding en gedeeltelijk kennelijk ongegrond; verweerder heeft de zaak behandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat mag worden verwacht.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:103 Raad van Discipline Amsterdam 25-294/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is in alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond. De standpunten van verweerder betreffen de inhoud van het familierechtelijk geschil dat klager en de cliënte van verweerder verdeeld houdt. Het is niet aan de tuchtrechter daarover te oordelen, tenzij verweerder evident onjuist standpunten zou hebben ingenomen waarmee hij klagers belangen nodeloos en op ontoelaatbare wijze zou hebben geschaad. Onvoldoende is gebleken dat dit laatste het geval is.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:104 Raad van Discipline Amsterdam 25-243/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is ten aanzien van klachtonderdeel c) kennelijk niet-ontvankelijk nu klager niet rechtstreeks in zijn belang is geraakt door de vraag of verweerder ter zitting al dan niet voldoende was voorbereid op het voeren van schikkingsonderhandelingen. De overige klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond. Naar het oordeel van de voorzitter mocht verweerder de uitlatingen over klager doen en hij heeft hiermee geen tuchtrechtelijke norm overtreden. Verweerder diende het belang van zijn cliënte en hij had van haar de informatie verkregen dat de door klager ingebrachte berichten vals waren, als ook dat klager enige tijd in detentie had verbleven. Dat er voor verweerder aanleiding bestond om hieraan te twijfelen, is de voorzitter niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:105 Raad van Discipline Amsterdam 25-291/A/NH

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtzaak. Op verweerster rustte geen verplichting om op e-mails van klager over praktische zaken te reageren. Niet is gebleken dat verweerster niet reageerde op e-mails die over de zaak zelf gingen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:106 Raad van Discipline Amsterdam 24-939/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening door de eigen advocaat deels gegrond. Door klaagster niet tussentijds te informeren over de kosten, heeft verweerster niet aan haar informatieplicht richting klaagster voldaan. Dit valt haar tuchtrechtelijk te verwijten. De raad houdt bij de oplegging van de maatregel rekening met het schoon tuchtrechtelijk verleden van verweerster en het inzicht dat zij ter zitting heeft getoond in haar handelen. De raad acht de oplegging van een maatregel in de vorm van een waarschuwing daarom passend.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:107 Raad van Discipline Amsterdam 25-076/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat. De raad concludeert dat verweerder veel tijd en moeite in de zaak van klaagster heeft gestoken. Daarbij heeft verweerder ook een resultaat in de zin van een redelijke regeling weten te bereiken. Dat dit alles veel tijd in beslag heeft genomen is duidelijk. Mogelijk had verweerder op sommige momenten duidelijker met klaagster kunnen communiceren door aan haar bijvoorbeeld meer vastomlijnde keuzes voor te leggen, maar de raad is alles bij elkaar genomen niet van oordeel dat verweerder een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. De klacht wordt in alle klachtonderdelen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:108 Raad van Discipline Amsterdam 24-926/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:109 Raad van Discipline Amsterdam 24-907/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening door de (voormalig) eigen advocaat. Klager heeft op verschillende momenten en in diverse berichten zijn ongenoegen over het handelen van verweerder geuit. Dit heeft er evenwel niet toe geleid dat verweerder zijn handelen heeft aangepast. Hoewel verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, zal de raad geen maatregel aan hem opleggen. De raad weegt hierin mee dat verweerder in 2023 is getroffen door een herseninfarct. Verweerder verkeert nu in een zodanige toestand dat de gemachtigde niet met hem heeft kunnen overleggen en daarom geen verweer namens hem heeft kunnen voeren. Verweerder is inmiddels uitgeschreven als advocaat.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:11 Raad van Discipline Amsterdam 24-727/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Verweerster heeft de belangen van klaagster voldoende behartigd en de zaak met voldoende voortvarendheid behandeld. De omstandigheid dat verweerster niet alle door klaagster aangeleverde informatie heeft gebruikt, is niet klachtwaardig. Het is immers aan verweerster om de juridische noodzaak en relevantie van de door klaagster aangeleverde informatie te beoordelen en daarbij ook af te wegen welke informatie in het belang van klaagster beter wel of niet kan worden overgelegd. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:110 Raad van Discipline Amsterdam 25-327/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat in andere hoedanigheid (directeur opleidingscentrum). De toets van de voorzitter beperkt zich tot de vraag of verweerster met haar optreden het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Daarvan is geen sprake. Geen schending gedragsregel 4. Deze gedragsregel ziet specifiek toe op een regel die in achtgenomen dient te worden bij de uitoefening van het beroep van advocaat.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:111 Raad van Discipline Amsterdam 25-008/A/A

    Raadsbeslissing; ongegronde klacht over de advocaat wederpartij. Het verwijt dat verweerder ondoelmatig, en daarmee in strijd met gedragsregel 6 lid 1, procedeert treft geen doel. Dat de onderliggende procedure lang duurt en hoge kosten voor partijen meebrengt, staat buiten kijf. De raad heeft echter niet kunnen vaststellen dat (uitsluitend) verweerder hiervoor verantwoordelijk moet worden gehouden, laat staan dat hem daarvan een tuchtrechtelijk verwijt valt te maken. Verder is de raad niet gebleken dat verweerder in strijd met gedragsregel 8 bewust onjuiste informatie heeft verstrekt. Het staat verweerder als advocaat van de wederpartij vrij om het standpunt van zijn cliënte op partijdige wijze weer te geven. Het feit dat klaagster het oneens is met de manier waarop verweerder de stellingen namens zijn cliënte heeft verwoord, is inherent aan het civiele geschil dat partijen verdeeld houdt. Ook van het doen van grievende uitlatingen (gedragsregel 7) is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:112 Raad van Discipline Amsterdam 25-015/A/A

    Raadsbeslissing; ongegronde klacht tegen een advocaat van een derde, te weten de advocaat van de voormalig opdrachtgever van klaagster. Van schending van gedragsregel 8 is niet gebleken. Verweerder mocht zich baseren op informatie die hij had ontvangen van zijn cliënte. Het is de raad niet gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan verweerder nader onderzoek had moeten verrichten naar de juistheid van deze informatie. Dat verweerder ter zitting heeft verklaard dat hij achteraf gezien - en zeker gelet op de onderhavige klachtprocedure - beter wel nader onderzoek had kunnen doen naar de juistheid van de aan hem door zijn cliënt verstrekte informatie en dat achteraf bleek dat er toch niet zoveel bewijs was voor de door zijn cliënte ingenomen stelling, maakt nog niet dat verweerders handelen tuchtrechtelijk verwijtbaar is.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:113 Raad van Discipline Amsterdam 24-914/A/A

    Raadsbeslissing. Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:114 Raad van Discipline Amsterdam 25-330/A/NH

    Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht van een derde. Anders dan klager heeft betoogd, heeft verweerster niet specifieke gegevens over klager opgevraagd bij de gemeente. Verweerster heeft in verband met het entameren van een procedure opgevraagd welke personen op een bepaald adres stonden ingeschreven en vanaf wanneer dat het geval was. Verweerster ontving hierop onder meer de gegevens van klager. Hoewel het vervelend is dat klager verweersters handelwijze heeft ervaren als privacy schending, betekent dat niet dat verweerster de grenzen van het betamelijke heeft overschreden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:115 Raad van Discipline Amsterdam 25-020/A/A

    Raadsbeslissing; ongegronde klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat. In hetgeen klaagster stelt zijn onvoldoende aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat verweerder haar zaak niet naar behoren heeft behandeld of op andere (juridisch inhoudelijke) aspecten tekortgeschoten is. Verweerder dient als dominus litis zelf te bepalen welke argumenten wel of niet relevant zijn om in de gerechtelijke procedure in te brengen en is niet verplicht uitvoering te geven aan alle verzoeken van zijn cliënte.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:116 Raad van Discipline Amsterdam 25-098/A/A

    Raadsbeslissing; klacht over de kwaliteit van dienstverlening in een cassatieprocedure op één onderdeel gedeeltelijk gegrond. Door het cassatieschriftuur zonder dit vooraf aan klager voor te leggen in te dienen, heeft verweerder niet gehandeld met de zorgvuldigheid die van een behoorlijk advocaat mag worden verwacht. Een waarschuwing met kostenveroordeling is op zijn plaats.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:117 Raad van Discipline Amsterdam 24-871/A/A

    Raadsbeslissing; gegronde klacht over de kwaliteit van dienstverlening eigen advocaat. Verweerster heeft vanaf het aannemen van de zaken in oktober 2022 tot aan het indienen van de klacht in april 2024 klaagster ruim anderhalf jaar aan het lijntje gehouden en al die tijd nauwelijks concrete werkzaamheden verricht voor klaagster. Verweerster was zeer slecht bereikbaar en heeft klaagster op cruciale momenten - zoals bij het verweer bij de kantonrechter, het verzet tegen het verstekvonnis en de inbeslagname van haar auto - in de kou laten staan. Ook het verzoek van klaagster om haar dossier terug te geven, heeft verweerster niet naar behoren afgehandeld. Verweerster had niet voorzien in haar waarneming, terwijl zij door ingrijpende persoonlijk omstandigheden niet (steeds) in staat was haar werk naar behoren te doen. Het gaat om ernstige tekortkomingen, waarmee verweerster niet alleen de belangen van kaagster, maar ook het vertrouwen in de advocatuur ernstig heeft geschaad. De raad heeft echter ook oog voor de ingrijpende persoonlijke omstandigheden waaraan verweerster is blootgesteld. Verweerster heeft bovendien op zitting uiteindelijk inzicht getoond in haar handelen. Dit alles maakt dat de raad de maatregel van een voorwaardelijke schorsing van vier weken en kostenveroordeling passend acht. Samenloop tussen de schorsing op grond van 60b Advocatenwet en de tuchtprocedure levert geen strijd met het ne bis in idem-beginsel op. Een 60b-procedure is immers geen tuchtrechtelijke procedure. De procedures kennen elk eigen criteria (zie Hof van Discipline, 12 juli 2010, ECLI:NL:TAHVD:2010:YA0851).

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:118 Raad van Discipline Amsterdam 24-715/A/NH

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:119 Raad van Discipline Amsterdam 25-343/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klager heeft zijn verwijt, tegenover de gemotiveerde betwisting door verweerster, van een onvoldoende feitelijke onderbouwing voorzien. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • Raadsbeslissing. De klacht is onder meer gericht tegen een advocatenkantoor en heeft daarnaast betrekking op de dienstverlening van enkele (voormalig) eigen advocaten, werkzaam bij dit kantoor. De klacht ziet op de organisatie en administratie van het kantoor en de uitvoering van hun diensten. Ook verwijt klaagster verweerders excessief te hebben gedeclareerd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:120 Raad van Discipline Amsterdam 25-412/A/RO/W 25-413/A/RO/W 25-426/A/DH/W 25-427/A/RO/W

    Wraking afgewezen met misbruik van recht bepaling.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:121 Raad van Discipline Amsterdam 25-382/A/A

    Raadsbeslissing; de raad heeft het verzoek om opheffing van de op grond van artikel 60b Advocatenwet opgelegde schorsing toegewezen. De raad heeft het bijkomend verzoek de schorsingsbeslissing niet meer zichtbaar te maken op de website (www.tuchtrecht.overheid.nl) is afgewezen. Nog afgezien van het feit dat een wettelijke grondslag hiervoor in de Advocatenwet ontbreekt, geldt bovendien dat de openbaarheid van (tucht)rechtspraak een fundamenteel principe in Nederland is. Dit principe is vastgelegd in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en artikel 121 van de Grondwet. Naar het oordeel van de raad prevaleert het belang van een transparante en openbare (tucht)rechtspraak boven het belang om verschoond te blijven van eventuele negatieve gevolgen van een uitspraak, die ondanks dat die geanonimiseerd is, (mogelijk) tot de persoon van de advocaat herleidbaar is.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:122 Raad van Discipline Amsterdam 25-369/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij. Van onterechte beschuldigingen aan het adres van klager is geen sprake. Verweerster mocht afgaan op de informatie die haar cliënte haar had verstrekt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:123 Raad van Discipline Amsterdam 25-367/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over het handelen van een advocaat in de hoedanigheid van deken. Het is de voorzitter niet gebleken dat verweerster zich bij de vervulling van haar functie als deken zodanig heeft gedragen dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. De klacht is kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:124 Raad van Discipline Amsterdam 24-853/A/NH

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij is gegrond. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klaagster rauwelijks te dagvaarden en een bericht van klaagster in de dagvaarding onvermeld te laten. De raad ziet echter af van het opleggen van een maatregel. Verweerder heeft ter zitting erkend dat hij niet goed heeft opgelet, dat hij het bericht van klaagster heeft gemist en dat het beter was geweest als hij hierop wel had gereageerd en dit bericht ook in de dagvaarding had vermeld. Verder heeft de raad niet kunnen vaststellen dat er als gevolg van het handelen van verweerder nodeloos een procedure moest worden gevoerd of dat het handelen van verweerder op enige andere wijze gevolgen voor klaagster heeft gehad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:125 Raad van Discipline Amsterdam 25-065/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening door de eigen advocaat is ongegrond. De raad is van oordeel dat het enkele instemmend knikken door verweerder tijdens een gesprek, onvoldoende is om vast te kunnen stellen dat verweerder ook een actief aandeel heeft gehad in het aan klager verstrekte advies.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:126 Raad van Discipline Amsterdam 25-066/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening door de eigen advocaat is deels gegrond. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door een dagvaardingsexploot over het hoofd te zien. Ook de hierna door het Hof aan verweerder gestuurde berichten hierover heeft verweerder gemist, waardoor hij zich niet op tijd als advocaat voor klager heeft gesteld. Verweerder heeft hiermee naar het oordeel van de raad zeer onzorgvuldig gehandeld. Alhoewel verweerder zijn fout ter zitting heeft erkend, heeft hij naar het oordeel van de raad geen inzicht getoond in de hoge mate van verwijtbaarheid van zijn handelen. Dit alles bij elkaar genomen, maakt dat de raad de oplegging van de maatregel van een berisping passend vindt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:127 Raad van Discipline Amsterdam 25-145/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij is gegrond. Verweerder heeft de in zijn processtukken opgenomen uitlatingen over klager onvoldoende geverifieerd. Gelet op de ernst van deze uitlatingen en de context van het familierechtelijk geschil waarbinnen deze door verweerder zijn gedaan, had verweerder deze uitlatingen niet zomaar mogen doen en dit valt hem tuchtrechtelijk te verwijten. De raad acht de oplegging van een maatregel in de vorm van een waarschuwing passend.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:128 Raad van Discipline Amsterdam 25-186/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de advocaat is in alle klachtonderdelen ongegrond. De raad is van oordeel dat op geen enkele wijze door klagers de indruk is gewekt dat de gekozen processtrategie klagers niet beviel, dat zij hier niet mee instemden of dat zij niet wisten wat de kansen en risico’s daarvan voor hen waren. Er is dan ook niet gebleken dat verweerster niet zou hebben gehandeld met de zorgvuldigheid die van haar in de gegeven omstandigheden mocht worden verwacht.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:129 Raad van Discipline Amsterdam 25-074/A/NH

    Raadsbeslissing. Klacht van advocaat over een advocaat van de wederpartij. De raad ziet geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerder in de wijze waarop hij zich namens zijn cliënt tegen het verzochte uitstel heeft verzet. Verweerder is, zoals hij heeft toegelicht, opgekomen voor de belangen van zijn cliënt die ermee gediend was dat de zaak niet nog meer vertraging zou oplopen en niet valt in te zien dat hij daarbij de belangen van de wederpartij onnodig heeft geschaad. Klager leest in de woorden van verweerder allerlei – in zijn optiek – kwalijke suggesties, maar daarin wordt klager niet gevolgd. De klacht wordt daarom ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:13 Raad van Discipline Amsterdam 24-900/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij deels kennelijk ongegrond omdat uit niets blijkt dat verweerster dreigende bewoordingen zou hebben geuit of dat zij niet bereid was om in overleg met de advocaat van klager te treden. Verweerster diende de belangen van haar cliënte en het stond haar in die hoedanigheid vrij om een mogelijke procedure aan te kondigen en te communiceren op de wijze zoals zij heeft gedaan. Dat de rechtbank de zittingsdatum heeft vastgesteld, kan verweerster niet worden verweten. Ook blijkt nergens uit dat verweerster de advocaat van klager niet bij de correspondentie zou hebben betrokken. Het laatste klachtonderdeel is kennelijk niet-ontvankelijk, omdat dit verwijt ziet op de verhouding tussen verweerster en haar cliënte.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:130 Raad van Discipline Amsterdam 24-888/A/NH

    Raadsbeslissing. Klacht van advocaat over een advocaat van de wederpartij. Klachtonderdeel a) gaat over onnodig grievende uitlatingen richting de deken, richting het gerechtshof en richting kantoorgenoten van klager. De uitlatingen van verweerder tegenover het gerechtshof en de kantoorgenoten van klager overschrijden het betamelijke. Het klachtonderdeel is in zoverre gegrond. De uitlatingen van verweerder tegenover de deken waren in de context van het gevoerde debat toelaatbaar en het klachtonderdeel is in zoverre ongegrond. In klachtonderdeel b) wordt verweerder verweten dat hij zich tot het gerechtshof heeft gewend nadat arrest was gewezen en zonder daarvan afschrift te sturen aan klager. De raad oordeelt dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Verweerder had klager, als advocaat van de wederpartij, moeten informeren over zijn verzoeken aan het hof zodat klager ook de kans had gekregen om hierop te reageren. Verweerder heeft onvoldoende blijk gegeven van een betamelijke en professionele beroepsuitoefening. Verweerder toont weinig professionele distantie van zijn cliënten en lijkt zich (daardoor) van een onprofessionele toon te bedienen. De raad acht oplegging van en berisping in dit geval passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:131 Raad van Discipline Amsterdam 25-077/A/NH

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:132 Raad van Discipline Amsterdam 25-208/A/A

    Raadsbeslissing; ongegronde klacht over de advocaat wederpartij. Verweerster heeft de belangen van haar cliënte behartigd zoals het een behoorlijk advocaat betaamt, zonder de belangen van klager onevenredig te schaden. Zij was niet verplicht om in te gaan op het voorstel van klager om een regeling te treffen. Hoewel een regeling in der minne de voorkeur heeft (gedragsregel 5), betreft dit geen absolute verplichting, maar staat dit ter vrije beoordeling van de advocaat en de cliënt. Ook geen schending van gedragsregel 8; verweerster mocht uitgaan van de juistheid van de informatie die haar cliënte haar had verstrekt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:133 Raad van Discipline Amsterdam 25-128/A/A

    Raadsbeslissing; gegronde klacht over de advocaat wederpartij. Verweerster heeft zich in strijd met gedragsregel 21 lid 3 zonder toestemming van klaagster(s advocaat) tot het hof gewend. Ondank de gegrondverklaring heeft de raad aanleiding gezien geen maatregel op te leggen. Verweerster heeft haar bericht direct nadat de advocaat van klaagster haar hierop had gewezen ingetrokken en niet gebleken is dat klaagster benadeeld is door het bericht. Het hof heeft de e-mail niet betrokken in het arrest.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:134 Raad van Discipline Amsterdam 24-923/A/A

    Raadsbeslissing; ongegronde klacht over de advocaat wederpartij. Verweerder is bij de behandeling van de zaak binnen de grenzen van het betamelijke gebleven. Geen strijd met gedragsregels 8 of 25 lid 1.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:135 Raad van Discipline Amsterdam 25-402/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat van een wederpartij in een VvE-kwestie. Klager meent dat verweerder hem in een kansloze procedure heeft betrokken, waardoor hij onnodig kosten heeft gemaakt. Het stond verweerder echter vrij namens zijn cliënte een bepaald juridisch standpunt in te nemen in de procedure. Dat het standpunt achteraf gezien niet juist blijkt, maakt niet dat verweerder daarmee klachtwaardig heeft gehandeld jegens klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:136 Raad van Discipline Amsterdam 25-373/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de kwaliteit van dienstverlening. Klager heeft tot tweemaal toe laten weten geen hoger beroep te willen instellen. Gelet hierop was er geen aanleiding voor verweerster om uitgebreider te adviseren over het instellen van hoger beroep. Voor het overige heeft klager zijn klacht onvoldoende feitelijk onderbouwd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:137 Raad van Discipline Amsterdam 25-071/A/A

    Raadsbeslissing; (gedeeltelijk) gegronde klacht over de advocaat wederpartij. De wijze waarop verweerster de (potentiële) getuige van klaagster heeft benaderd, kan niet anders worden geïnterpreteerd dan als een poging tot ongeoorloofde beïnvloeding van een (potentiële) getuige. Daarmee heeft verweerster in strijd gehandeld met de kernwaarde integriteit, zoals (onder meer) uitgewerkt in gedragsregel 22. Verweerster heeft daarmee schade toegebracht aan het vertrouwen in de advocatuur. Een berisping is in deze situatie passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:138 Raad van Discipline Amsterdam 25-072/A/A 25-073/A/A

    Raadsbeslissing; (gedeeltelijk) gegronde klacht over de advocaten van de wederpartij. Verweerders hebben de wijze waarop hun kantoorgenoot, een (potentiële) getuige heeft benaderd in de procedure waarin zij als procesadvocaten optreden voor de wederpartij niet als onbehoorlijk aangemerkt, maar dit gedrag juist verdedigd. Met deze houding hebben verweerders laten zien onvoldoende gewicht toe kennen aan het belang van gedragsregel 22, die beoogt de onafhankelijkheid van getuigen te waarborgen en ongeoorloofde beïnvloeding te voorkomen. Een waarschuwing met kostenveroordeling is passend en geboden.