Zoekresultaten 21-40 van de 2152 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:111 Raad van Discipline Amsterdam 25-008/A/A

    Raadsbeslissing; ongegronde klacht over de advocaat wederpartij. Het verwijt dat verweerder ondoelmatig, en daarmee in strijd met gedragsregel 6 lid 1, procedeert treft geen doel. Dat de onderliggende procedure lang duurt en hoge kosten voor partijen meebrengt, staat buiten kijf. De raad heeft echter niet kunnen vaststellen dat (uitsluitend) verweerder hiervoor verantwoordelijk moet worden gehouden, laat staan dat hem daarvan een tuchtrechtelijk verwijt valt te maken. Verder is de raad niet gebleken dat verweerder in strijd met gedragsregel 8 bewust onjuiste informatie heeft verstrekt. Het staat verweerder als advocaat van de wederpartij vrij om het standpunt van zijn cliënte op partijdige wijze weer te geven. Het feit dat klaagster het oneens is met de manier waarop verweerder de stellingen namens zijn cliënte heeft verwoord, is inherent aan het civiele geschil dat partijen verdeeld houdt. Ook van het doen van grievende uitlatingen (gedragsregel 7) is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:112 Raad van Discipline Amsterdam 25-015/A/A

    Raadsbeslissing; ongegronde klacht tegen een advocaat van een derde, te weten de advocaat van de voormalig opdrachtgever van klaagster. Van schending van gedragsregel 8 is niet gebleken. Verweerder mocht zich baseren op informatie die hij had ontvangen van zijn cliënte. Het is de raad niet gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan verweerder nader onderzoek had moeten verrichten naar de juistheid van deze informatie. Dat verweerder ter zitting heeft verklaard dat hij achteraf gezien - en zeker gelet op de onderhavige klachtprocedure - beter wel nader onderzoek had kunnen doen naar de juistheid van de aan hem door zijn cliënt verstrekte informatie en dat achteraf bleek dat er toch niet zoveel bewijs was voor de door zijn cliënte ingenomen stelling, maakt nog niet dat verweerders handelen tuchtrechtelijk verwijtbaar is.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:113 Raad van Discipline Amsterdam 24-914/A/A

    Raadsbeslissing. Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:114 Raad van Discipline Amsterdam 25-330/A/NH

    Voorzittersbeslissing; Kennelijk ongegronde klacht van een derde. Anders dan klager heeft betoogd, heeft verweerster niet specifieke gegevens over klager opgevraagd bij de gemeente. Verweerster heeft in verband met het entameren van een procedure opgevraagd welke personen op een bepaald adres stonden ingeschreven en vanaf wanneer dat het geval was. Verweerster ontving hierop onder meer de gegevens van klager. Hoewel het vervelend is dat klager verweersters handelwijze heeft ervaren als privacy schending, betekent dat niet dat verweerster de grenzen van het betamelijke heeft overschreden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:115 Raad van Discipline Amsterdam 25-020/A/A

    Raadsbeslissing; ongegronde klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat. In hetgeen klaagster stelt zijn onvoldoende aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat verweerder haar zaak niet naar behoren heeft behandeld of op andere (juridisch inhoudelijke) aspecten tekortgeschoten is. Verweerder dient als dominus litis zelf te bepalen welke argumenten wel of niet relevant zijn om in de gerechtelijke procedure in te brengen en is niet verplicht uitvoering te geven aan alle verzoeken van zijn cliënte.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:116 Raad van Discipline Amsterdam 25-098/A/A

    Raadsbeslissing; klacht over de kwaliteit van dienstverlening in een cassatieprocedure op één onderdeel gedeeltelijk gegrond. Door het cassatieschriftuur zonder dit vooraf aan klager voor te leggen in te dienen, heeft verweerder niet gehandeld met de zorgvuldigheid die van een behoorlijk advocaat mag worden verwacht. Een waarschuwing met kostenveroordeling is op zijn plaats.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:117 Raad van Discipline Amsterdam 24-871/A/A

    Raadsbeslissing; gegronde klacht over de kwaliteit van dienstverlening eigen advocaat. Verweerster heeft vanaf het aannemen van de zaken in oktober 2022 tot aan het indienen van de klacht in april 2024 klaagster ruim anderhalf jaar aan het lijntje gehouden en al die tijd nauwelijks concrete werkzaamheden verricht voor klaagster. Verweerster was zeer slecht bereikbaar en heeft klaagster op cruciale momenten - zoals bij het verweer bij de kantonrechter, het verzet tegen het verstekvonnis en de inbeslagname van haar auto - in de kou laten staan. Ook het verzoek van klaagster om haar dossier terug te geven, heeft verweerster niet naar behoren afgehandeld. Verweerster had niet voorzien in haar waarneming, terwijl zij door ingrijpende persoonlijk omstandigheden niet (steeds) in staat was haar werk naar behoren te doen. Het gaat om ernstige tekortkomingen, waarmee verweerster niet alleen de belangen van kaagster, maar ook het vertrouwen in de advocatuur ernstig heeft geschaad. De raad heeft echter ook oog voor de ingrijpende persoonlijke omstandigheden waaraan verweerster is blootgesteld. Verweerster heeft bovendien op zitting uiteindelijk inzicht getoond in haar handelen. Dit alles maakt dat de raad de maatregel van een voorwaardelijke schorsing van vier weken en kostenveroordeling passend acht. Samenloop tussen de schorsing op grond van 60b Advocatenwet en de tuchtprocedure levert geen strijd met het ne bis in idem-beginsel op. Een 60b-procedure is immers geen tuchtrechtelijke procedure. De procedures kennen elk eigen criteria (zie Hof van Discipline, 12 juli 2010, ECLI:NL:TAHVD:2010:YA0851).

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:118 Raad van Discipline Amsterdam 24-715/A/NH

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:119 Raad van Discipline Amsterdam 25-343/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klager heeft zijn verwijt, tegenover de gemotiveerde betwisting door verweerster, van een onvoldoende feitelijke onderbouwing voorzien. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • Raadsbeslissing. De klacht is onder meer gericht tegen een advocatenkantoor en heeft daarnaast betrekking op de dienstverlening van enkele (voormalig) eigen advocaten, werkzaam bij dit kantoor. De klacht ziet op de organisatie en administratie van het kantoor en de uitvoering van hun diensten. Ook verwijt klaagster verweerders excessief te hebben gedeclareerd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:120 Raad van Discipline Amsterdam 25-412/A/RO/W 25-413/A/RO/W 25-426/A/DH/W 25-427/A/RO/W

    Wraking afgewezen met misbruik van recht bepaling.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:121 Raad van Discipline Amsterdam 25-382/A/A

    Raadsbeslissing; de raad heeft het verzoek om opheffing van de op grond van artikel 60b Advocatenwet opgelegde schorsing toegewezen. De raad heeft het bijkomend verzoek de schorsingsbeslissing niet meer zichtbaar te maken op de website (www.tuchtrecht.overheid.nl) is afgewezen. Nog afgezien van het feit dat een wettelijke grondslag hiervoor in de Advocatenwet ontbreekt, geldt bovendien dat de openbaarheid van (tucht)rechtspraak een fundamenteel principe in Nederland is. Dit principe is vastgelegd in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en artikel 121 van de Grondwet. Naar het oordeel van de raad prevaleert het belang van een transparante en openbare (tucht)rechtspraak boven het belang om verschoond te blijven van eventuele negatieve gevolgen van een uitspraak, die ondanks dat die geanonimiseerd is, (mogelijk) tot de persoon van de advocaat herleidbaar is.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:122 Raad van Discipline Amsterdam 25-369/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij. Van onterechte beschuldigingen aan het adres van klager is geen sprake. Verweerster mocht afgaan op de informatie die haar cliënte haar had verstrekt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:123 Raad van Discipline Amsterdam 25-367/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over het handelen van een advocaat in de hoedanigheid van deken. Het is de voorzitter niet gebleken dat verweerster zich bij de vervulling van haar functie als deken zodanig heeft gedragen dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. De klacht is kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:124 Raad van Discipline Amsterdam 24-853/A/NH

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij is gegrond. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klaagster rauwelijks te dagvaarden en een bericht van klaagster in de dagvaarding onvermeld te laten. De raad ziet echter af van het opleggen van een maatregel. Verweerder heeft ter zitting erkend dat hij niet goed heeft opgelet, dat hij het bericht van klaagster heeft gemist en dat het beter was geweest als hij hierop wel had gereageerd en dit bericht ook in de dagvaarding had vermeld. Verder heeft de raad niet kunnen vaststellen dat er als gevolg van het handelen van verweerder nodeloos een procedure moest worden gevoerd of dat het handelen van verweerder op enige andere wijze gevolgen voor klaagster heeft gehad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:125 Raad van Discipline Amsterdam 25-065/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening door de eigen advocaat is ongegrond. De raad is van oordeel dat het enkele instemmend knikken door verweerder tijdens een gesprek, onvoldoende is om vast te kunnen stellen dat verweerder ook een actief aandeel heeft gehad in het aan klager verstrekte advies.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:126 Raad van Discipline Amsterdam 25-066/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening door de eigen advocaat is deels gegrond. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door een dagvaardingsexploot over het hoofd te zien. Ook de hierna door het Hof aan verweerder gestuurde berichten hierover heeft verweerder gemist, waardoor hij zich niet op tijd als advocaat voor klager heeft gesteld. Verweerder heeft hiermee naar het oordeel van de raad zeer onzorgvuldig gehandeld. Alhoewel verweerder zijn fout ter zitting heeft erkend, heeft hij naar het oordeel van de raad geen inzicht getoond in de hoge mate van verwijtbaarheid van zijn handelen. Dit alles bij elkaar genomen, maakt dat de raad de oplegging van de maatregel van een berisping passend vindt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:127 Raad van Discipline Amsterdam 25-145/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij is gegrond. Verweerder heeft de in zijn processtukken opgenomen uitlatingen over klager onvoldoende geverifieerd. Gelet op de ernst van deze uitlatingen en de context van het familierechtelijk geschil waarbinnen deze door verweerder zijn gedaan, had verweerder deze uitlatingen niet zomaar mogen doen en dit valt hem tuchtrechtelijk te verwijten. De raad acht de oplegging van een maatregel in de vorm van een waarschuwing passend.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:128 Raad van Discipline Amsterdam 25-186/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de advocaat is in alle klachtonderdelen ongegrond. De raad is van oordeel dat op geen enkele wijze door klagers de indruk is gewekt dat de gekozen processtrategie klagers niet beviel, dat zij hier niet mee instemden of dat zij niet wisten wat de kansen en risico’s daarvan voor hen waren. Er is dan ook niet gebleken dat verweerster niet zou hebben gehandeld met de zorgvuldigheid die van haar in de gegeven omstandigheden mocht worden verwacht.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:129 Raad van Discipline Amsterdam 25-074/A/NH

    Raadsbeslissing. Klacht van advocaat over een advocaat van de wederpartij. De raad ziet geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerder in de wijze waarop hij zich namens zijn cliënt tegen het verzochte uitstel heeft verzet. Verweerder is, zoals hij heeft toegelicht, opgekomen voor de belangen van zijn cliënt die ermee gediend was dat de zaak niet nog meer vertraging zou oplopen en niet valt in te zien dat hij daarbij de belangen van de wederpartij onnodig heeft geschaad. Klager leest in de woorden van verweerder allerlei – in zijn optiek – kwalijke suggesties, maar daarin wordt klager niet gevolgd. De klacht wordt daarom ongegrond verklaard.