Zoekresultaten 571-580 van de 2040 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:61 Hof van Discipline 's Gravenhage 260027
- Datum publicatie: 23-02-2026
- Datum uitspraak: 20-02-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:61
Verzoek om verwijzing naar een raad van discipline in een ander ressort niet-ontvankelijk. Artikel 46aa lid 3 Advocatenwet is niet van toepassing omdat de klacht niet is gericht tegen een advocaat-lid van de raad. Ook overigens is er geen wettelijke grondslag om het verzoek toe te wijzen. Het verzoek kan niet worden toegewezen. Omdat de wettelijke grondslag voor het verzoek ontbreekt zal het hof het verzoek om verwijzing van de behandeling van de klacht van klaagster over verweerder naar een raad van discipline in een ander ressort niet-ontvankelijk verklaren.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:25 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-632/DB/OB
- Datum publicatie: 23-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:25
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. De klacht dat verweerder klaagster ten onrechte heeft betrokken in een faillissementsprocedure en ten onrechte aan klaagster een faillissementsprocedure heeft aangezegd is ongegrond. De raad is van oordeel dat verweerder genoegzaam gemotiveerd heeft toegelicht dat en waarom het in het belang van zijn cliënten was om ook klaagster in de faillissementsprocedure te betrekken en vervolgens ook aan haar nog eens indiening van een faillissementsrekest aan te kondigen. Op basis van de verweerder ter beschikking staande informatie kon hij menen dat zijn cliënten mogelijk (ook) een vordering op klaagster hadden. Dat verweerder, met het doel de levering van het chalet aan zijn cliënten te bewerkstelligen, ook klaagster in de faillissementsprocedure te betrekken, kan hem gelet op het voorgaande niet tuchtrechtelijk worden verweten. De klacht dat verweerder intimiderend en escalerend tegen klaagster heeft opgetreden, is, voor zover de klacht ziet op het handelen of nalaten van verweerder van voor 28 november 2021, met toepassing van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet niet-ontvankelijk. Voor het overige is de klacht ongegrond. Van intimiderend of escalerend gedrag is niet gebleken.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:49 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-613/AL/OV
- Datum publicatie: 23-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:49
Ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:23 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-778/DB/ZWB
- Datum publicatie: 23-02-2026
- Datum uitspraak: 23-02-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:23
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Verweerder heeft klaagster bij het beëindiging van de adviesrelatie te absoluut aangegeven dat zij geen problemen meer zou kunnen krijgen met haar huurder. Gelet op het feit dat klager eerder had aangegeven te overwegen om de huur te verhogen, had verweerder een voorbehoud moeten maken zodat enig misverstand hierover niet kon ontstaan. Dat verweerder geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de door hem gemaakte fouten, is niet gebleken. Voor zover klaagster stelt schade geleden als gevolg van de door verweerder gemaakte fouten, is de tuchtrechter onbevoegd. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:34 Raad van Discipline Amsterdam 25-907/A/A
- Datum publicatie: 20-02-2026
- Datum uitspraak: 09-02-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:34
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is in beide klachtonderdelen kennelijk ongegrond. Door verweerster is terecht aangevoerd dat zij als advocaat van de wederpartij van klaagster de door haar cliënte verstrekte gegevens heeft uitgewerkt in de brief van 2 april 2025 aan klaagster. Verweerster mocht daarbij uitgaan van de juistheid van deze door haar cliënte verstrekte gegevens. Dat er voor verweerster aanleiding bestond om aan de inhoud hiervan in redelijkheid te twijfelen en daarom te controleren, heeft klaagster niet onderbouwd en dit is de voorzitter ook niet gebleken. Het stond klaagster daarnaast vrij om inhoudelijk op de brief van verweerster reageren en het niet eens te zijn met de door verweerster namens haar cliënte uitgewerkte gegevens en sommatie.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:35 Raad van Discipline Amsterdam 25-905/A/A 25-908/A/A
- Datum publicatie: 20-02-2026
- Datum uitspraak: 09-02-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:35
Voorzittersbeslissing; klacht niet-ontvankelijk vanwege een niet-verschoonbare termijn overschrijding (artikel 46g, lid 1 onder a Advocatenwet).
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:30 Raad van Discipline Amsterdam 26-013/A/A
- Datum publicatie: 20-02-2026
- Datum uitspraak: 09-02-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:30
Voorzittersbeslissing; klacht over een advocaat in andere hoedanigheid (redacteur juridisch tijdschrift). Niet gebleken is dat verweerder met zijn nevenwerkzaamheden als redacteur het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:31 Raad van Discipline Amsterdam 25-912/A/A
- Datum publicatie: 20-02-2026
- Datum uitspraak: 09-02-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:31
Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening is kennelijk ongegrond. Verweerder heeft geprobeerd aan zijn zorgplicht te voldoen, nadat hij had begrepen dat er mogelijk fatale termijnen liepen die nog gered konden worden. Klaagster stelt dat het door verweerder gelegde contact met de Belastingdienst prematuur was, maar daarvan was volgens verweerder geen sprake en dit is de voorzitter ook niet gebleken. Als 23 april 2025 de laatste dag van een lopende bezwaartermijn zou zijn geweest, had verweerder mogelijk verwijtbaar gehandeld als hij niet meteen op die dag bezwaar had ingediend. Een advocaat mag zich daarbij niet enkel op interpretaties van niet professionele anderen verlaten, maar dient zelf vast te stellen of er mogelijk termijnen lopen. Het is de voorzitter niet gebleken dat de kwaliteit van dienstverlening ondermaats is geweest. Er is geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door verweerder.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:32 Raad van Discipline Amsterdam 25-911/A/A
- Datum publicatie: 20-02-2026
- Datum uitspraak: 09-02-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:32
Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is kennelijk ongegrond. Het is de voorzitter niet gebleken dat de kwaliteit van dienstverlening van verweerder ondermaats is geweest. Naar het oordeel van de voorzitter is door verweerder gemotiveerd betwist dat hij klager onder druk zou hebben gezet en hem zou hebben opgedragen om ter zitting te zwijgen. Dit volgt ook niet uit de inhoud van het proces-verbaal van de zitting. Hieruit blijkt dat ter zitting ook door klager het woord is gevoerd en dat door verweerder (uitgebreid) verweer is aangedragen. Daarbij heeft klager, blijkens het proces-verbaal, ter zitting desgevraagd naar voren gebracht dat de zitting ook buiten aanwezigheid van een tolk, mocht doorgaan. Het besluit om de zitting voort te zetten, is hierop door de rechtbank genomen. Ook ten aanzien van dit onderdeel kan verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:39 Raad van Discipline Amsterdam 26-030/A/A
- Datum publicatie: 20-02-2026
- Datum uitspraak: 16-02-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:39
Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij. Niet is komen vast te staan dat verweerster onzorgvuldig is omgegaan met de vertrouwelijke stukken van klager in een bestuursrechtelijke procedure. Klacht is in zoverre kennelijk ongegrond. Voor zover klager de juridische zorgvuldigheid en professionaliteit van verweerster in twijfel trekt, geldt dat dit een aangelegenheid is tussen verweerster en haar cliënte waar klager als wederpartij buiten staat. In zoverre is de klacht kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang van klager.