Zoekresultaten 1-50 van de 1870 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:136 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-002/AL/NN

    Klager heeft de wederpartij van de advocaat bijgestaan als adviseur. Klager is ontvankelijk in zijn klacht omdat de advocaat in een processtuk uitdrukkelijk refereert aan klager. Vanwege de partijdige positie van een advocaat, stond het de advocaat vrij om het rapport van klager in een kritisch daglicht te stellen. De advocaat heeft zich niet onnodig grievend uitgelaten over klager. De raad verklaart de klachtonderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:168 Hof van Discipline 's Gravenhage 260177

    Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. De klacht die klager over de deken heeft ingediend heeft betrekking op het onderzoek van de deken van de klacht van klager over mr. L. De klacht van klager over de deken kan daarom niet los worden gezien van de klacht van klager over mr. L. Om die reden is er van een zelfstandige klacht over de deken geen sprake. Als klager de klacht over mr. L niet had ingetrokken had klager, na betaling van het griffierecht, die klacht kunnen voorleggen aan en laten beoordelen door de raad. Binnen de kaders van die procedure had klager naar voren kunnen brengen op welke punten het vooronderzoek van de deken van de klacht van klager over mr. L (in het bijzonder de visie van de deken dat klager daarbij geen eigen belang zou hebben) niet deugde, en de raad tot een andere conclusie had behoren te komen dan de deken. De raad is namelijk (evenals het hof) niet gebonden aan de bevindingen van de deken uit hoofde van het vooronderzoek.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:112 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-614/DH/DH 25-670/DH/DH/D

    Klacht en samenhangend dekenbezwaar over gebrek aan onafhankelijkheid en belangenverstrengeling. Verweerder is blijven optreden, ondanks tegenstrijdige belangen. De tegenstrijdigheid nam nog verder toe toen verweerder het ontslag van (de vennootschap van) klaagster als bestuurder van de vennootschap bewerkstelligde en zichzelf als bestuurder en een kantoorgenoot als feitelijk vereffenaar van de vennootschap aanstelde. Verweerder had bovendien jarenlang een zakelijke en vriendschappelijke band met de familie gehad en daardoor kennis en inzicht gekregen in de financiële, juridische en administratieve gang van zaken bij de familie. Deze informatie heeft hij later gebruikt bij zijn optreden als (indirect) bestuurder van D BV en in de procedures tegen klaagster en D Holding BV. Sprake van handelen in strijd met kernwaarden onafhankelijkheid, partijdigheid, vertrouwelijkheid en integriteit. Voorwaardelijke schorsing van vier weken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:125 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-278/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kantoorgenoot van een curator. Verweerders naam is ten onrechte vermeld in een taxatierapport. Dat kan verweerder niet worden verweten, aangezien niet hij maar de taxateur dat rapport heeft opgesteld. Dat sprake zou zijn van ‘ongeoorloofde delegatie van curatorstaken’ is dan ook niet gebleken en door klagers overigens op geen enkele manier onderbouwd. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:131 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-642/AL/NN

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:119 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-696/DH/DH

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:113 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-891/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft een eerste letselschadezaak voor klaagster behandeld. De klacht ziet erop dat hij haar tweede letselschadezaak heeft verwaarloosd. Verweerder stelt dat hij deze opdracht niet heeft aangenomen. Niet gebleken dat voor deze tweede zaak een advocaat-cliënt relatie tot stand is gekomen. Klaagster heeft hiertoe onvoldoende gesteld. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:126 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-280/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Niet gebleken waarom de informatie die verweerster heeft ingebracht onjuist zou zijn en waarom verweerster dat had moeten weten. De tuchtrechter kan niet oordelen over in de procedure ingenomen stellingen en verweren. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:132 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-694/AL/NN

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:120 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-717/DH/DH

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:114 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-890/DH/DH/D

    Gegrond dekenbezwaar over handelen in strijd met de kernwaarde integriteit en financiële integriteit. Verweerder is strafrechtadvocaat. Het OM heeft een signaal aan de deken afgegeven, omdat verweerder in het kader van een opsporingsonderzoek naar drugshandel in beeld was gekomen. Verweerder heeft in de daaropvolgende gesprekken met de deken wisselend c.q. tegenstrijdig verklaard, terwijl van hem verwacht moge worden dat hij eerlijk, betrouwbaar en transparant zou zijn. Verder heeft verweerder gebankierd met de derdengeldenrekening. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:127 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-354/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een advocaat die de buurvrouw van klagers is. Klagers hebben geen eigen, rechtstreeks betrokken belang bij hun klachten over het onzorgvuldig omgaan met cliëntgegevens of de naleving van advocatuurlijke regelgeving. Daarin zijn zij kennelijk niet-ontvankelijk. Klacht over de realisatie van een bijgebouw door verweerster en een geschil over de erfgrens is kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat het vertrouwen in de advocatuur is geschaad.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:133 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-774/AL/NN

    Klacht over de eigen advocaat. In het klachtdossier ontbreekt een schriftelijke vastlegging in een brief, e-mail of andere correspondentie van een gedegen voorlichting over de aanpak en de kans van slagen van de zaak van klager. Dat komt voor risico van de advocaat en levert een ernstige schending op van gedragsregel 16 en de kernwaarde deskundigheid. Maatregel onvoorwaardelijke schorsing van vier weken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:121 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-262/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een erfrechtelijk geschil. Uit het dossier volgt geen aanknopingspunt dat verweerder zich schuldig heeft gemaakt of medeplichtig is aan oplichting en/of valsheid in geschrifte. Ook wordt klager niet gevolgd dat verweerder de rechtbank heeft misleid. De civiele rechter heeft over het door verweerder gelegde beslag geoordeeld dat dit niet onrechtmatig is geweest en dat geen sprake was van misbruik van recht. Het is niet aan de tuchtrechter om in dit civiele oordeel te treden. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:115 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-148/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk vanwege ne bis in idem. Klacht verder kennelijk ongegrond, omdat het feit dat verweerder eerder geen verweer heeft gevoerd en niet ter zitting is verschenen in tuchtprocedure geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen oplevert.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:128 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-286/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht betreft weliswaar een ander feit, maar ziet op hetzelfde feitencomplex als de eerdere klacht tegen verweerster. Ook in de eerdere klacht is over verweersters e-mail van 10 augustus 2023 geklaagd. De voorzitter houdt het ervoor dat klaagster toen bekend is geworden met de e-mail en daar toen ook over had kunnen klagen. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk vanwege strijd met de beginselen van een behoorlijk tuchtprocesrecht.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:134 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-906/AL/NN

    Klacht over de eigen advocaat. De raad heeft geoordeeld dat verweerder de advocaat van klager was ondanks het ontbreken van een opdrachtbevestiging en verweerder aan klager niets in rekening bracht. De advocaat heeft niet voldoende voortvarend opgetreden in de zaak van klager. Ook had de advocaat klager uit eigen beweging moeten vertellen dat hij van kantoor was gewisseld. Klager is zelf advocaat geweest en is lang meegegaan in het sluimerende proces zonder opdrachtbevestiging en zonder facturen van de advocaat. De advocaat heeft een lange staat van dienst en een blanco tuchtrechtelijk verleden en heeft inzicht getoond in het foutieve van zijn handelen. Dit alles leidt tot de maatregel van een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:122 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-264/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk omdat niet tijdig is geklaagd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:116 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-572/DH/DH

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:129 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-287/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de opvolgend advocaat in hoger beroep in een kwestie over vaderschap. Van nalatigheid door verweerster is niet gebleken. In het appelschrift was al aandacht besteed aan de door klaagster genoemde punten. Het was niet verweersters taak dat nog eens allemaal te herhalen. Verweerster heeft klaagster terecht gewezen op de mogelijkheid om cassatie in te stellen en heeft toegelicht waarom herziening/herroeping op dat moment niet mogelijk was. Klachten kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:135 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-038/AL/NN

    Klacht over de eigen advocaat. Aannemelijk is dat de advocaat uren heeft gedeclareerd die hij niet heeft gemaakt ofwel dat de advocaat voor de door hem die dag wel verrichte werkzaamheden veel meer tijd in rekening heeft gebracht dan deze werkzaamheden hebben geduurd. De advocaat heeft in strijd gehandeld met de kernwaarde financiële integriteit. Verder heeft de advocaat op ongepaste wijze gedreigd met het starten van kortgedingprocedure tegen klager. Maatregel onvoorwaardelijke schorsing voor vier weken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:123 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-269/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een advocaat in de hoedanigheid van executeur van een nalatenschap. Klacht deels niet-ontvankelijk omdat daarover te laat is geklaagd. Het is in beginsel niet aan de tuchtrechter om geschillen te beslechten over het optreden van een executeur. Dat is aan de kantonrechter. Niet gebleken dat verweerder het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:117 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-611/DH/DH

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:130 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-289/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Verweerder heeft niet klachtwaardig gehandeld door een second opinion te geven aan een (voormalig) cliënt van klaagster en het door klaagster opgebouwde dossier in te zien. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:111 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-444/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:124 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-277/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een advocaat in de hoedanigheid van hulppersoon van een curator. Verweerder is aanwezig geweest bij een taxatie van een woning. Van actieve betrokkenheid bij het taxatieproces, anders dan verweerders enkele fysieke aanwezigheid, is niet gebleken. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:118 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-641/DH/RO

    Gegrond verzet: in de voorzittersbeslissing is het juiste toetsingskader opgenomen, maar dit is niet juist toegepast. Anders dan de voorzitter, is de raad van oordeel dat klager in december 2021 weliswaar het volledige dossier heeft ontvangen, maar dat niet van hem verwacht wordt dat hij dat volledig nakijkt. Pas in mei 2022 is klager bekend geworden met de e-mailwisseling van september 2021. De klacht is dan ook ontvankelijk. Verweerder was echter niet gehouden de betreffende mailwisseling met klager te delen, omdat deze gen belangrijke c.q. relevante informatie bevatte. De mailwisseling zag namelijk op een heel andere situatie. Klacht daarom ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:106 Raad van Discipline Amsterdam 25-709/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening en excessief declareren. Verweerder heeft het vertrouwen in de advocatuur geschaad door te handelen in strijd met de in de advocatuur belangrijke kernwaarden deskundigheid en (financiële) integriteit. Dat is tuchtrechtelijk verwijtbaar. De aard en ernst daarvan rechtvaardigen de oplegging van een maatregel. In dat verband rekent de raad het verweerder zwaar aan dat hij op geen enkel moment schriftelijk aan klager heeft bevestigd welk risico er kleeft aan de processtrategie om de verklaring van klager te wijzigen, terwijl er al een andersluidende verklaring van klager in het strafdossier zat. Door deze processtrategie wordt de in zedenzaken zo belangrijke betrouwbaarheid van (de verklaring van) de verdachte, klager, aangetast. Verder rekent de raad het verweerder zwaar aan dat hij excessief voor de verrichte werkzaamheden heeft gedeclareerd in een relatief eenvoudig strafdossier van beperkte omvang en dat hij klager voorafgaand aan zijn werkzaamheden geen inschatting heeft gegeven van de totale kosten. Ook het niet maandelijks verstrekken van overzichten, zoals door het kantoor van verweerder toegezegd, en de onoverzichtelijke en niet transparante opdrachtbevestiging en declaraties, waardoor ook ter zitting onduidelijkheid bestond over wat er in totaal is gedeclareerd en welke declaraties klager heeft betaald, is ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar. Voorwaardelijke schorsing van vier weken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:107 Raad van Discipline Amsterdam 25-710/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Verweerster heeft ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door excessief te declareren, vooraf geen kosteninschatting te geven, geen transparante opdrachtbevestiging en declaraties te verstrekken en door geen maandelijkse overzichten te verstrekken. Dit raakt aan de kernwaarde (financiële) integriteit. De aard en ernst daarvan rechtvaardigen de oplegging van een maatregel. Daarbij weegt de raad mee dat excessief is gedeclareerd in een relatief eenvoudig strafdossier van beperkte omvang. Ook weegt de raad mee dat verweerster voorafgaand aan de werkzaamheden geen inschatting heeft gegeven van de werkzaamheden en bijbehorende totale kosten en dat er door de onoverzichtelijke en niet transparante opdrachtbevestiging en declaraties ook ter zitting onduidelijkheid bestond over wat er in totaal is gedeclareerd en welke declaraties klager heeft betaald. Tot slot weegt de raad mee dat verweerster ter zitting heeft erkend dat er geen maandelijkse urenoverzichten zijn gestuurd, dat verweerster feitelijk niet de behandelend advocaat in de strafzaak van klager is geweest en dat aan verweerster niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:129 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-241/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:167 Hof van Discipline 's Gravenhage 250305

    Klacht over advocaat in haar hoedanigheid van deken. De klacht ziet op de manier waarop verweerster met een brief van klager is omgegaan. Verweerster valt daarvan geen tuchtrechtelijk verwijt te maken. Verweerster had uit de brief niet hoeven opmaken dat dit een nieuwe klacht betrof. De brief bevat namelijk geen concrete klacht maar een verzoek om reactie c.q. duidelijkheid op klagers vragen. Verweerster heeft daar correct en zakelijk op gereageerd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:130 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-246/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:126 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-866/AL/GLD

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de huwelijkse voorwaarden van klager en haar echtgenoot bij de rechtbank op te vragen. Het opvragen van de huwelijkse voorwaarden stond verweerster in het belang van haar cliënte vrij en zij had daar geen toestemming van klaagster voor nodig. Het huwelijksgoederenregister is een openbaar register bedoeld voor derdenwerking, zodat echtgenoten onderling beschermd zijn tegen aanspraken van derden op hun privévermogens. Het staat niet vast dat het opvragen van huwelijkse voorwaarden uit dit register door een advocaat namens een cliënt evident niet mag. Ook binnen de advocatuur is het niet duidelijk of er een algemene regel is dat het opvragen van huwelijkse voorwaarden door advocaten zonder toestemming van betrokkenen niet is toegestaan. Klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:127 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-882/AL/MN

    Raadsbeslissing. Gegronde klacht over eigen advocaat. Kwaliteit van de dienstverlening. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door er niet (tijdig) voor te zorgen dat klager en verweerder de zitting samen online zouden kunnen bijwonen. Daardoor is de mogelijkheid tot communicatie van klager met verweerder tijdens de zitting in negatieve zin beïnvloed. Ook het niet schriftelijk informeren van klager over de uitsluitingsclausule en de gevolgen daarvan is tuchtrechtelijk verwijtbaar. De aard en ernst van deze gegronde tuchtrechtelijke verwijten rechtvaardigen de oplegging van een maatregel. Daarbij houdt de raad rekening met alle omstandigheden van deze klachtzaak, waaronder het door verweerder ter zitting getoonde zelfinzicht en het door verweerder gewijzigde intakeformulier dat op zijn kantoor wordt gebruikt in echtscheidingszaken. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:128 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-016/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in echtscheidingskwestie. Bij het indienen van het echtscheidingsverzoek is verweerster niet over een nacht ijs gegaan. Verweerster is op basis van haar eigen waarneming tijdens haar gesprekken met de man en naar aanleiding van de informatie van de bewindvoerder/mentor van de man en de zorgverantwoordelijke in het verzorgingstehuis uiteindelijk tot de conclusie gekomen dat de man zijn wil kon bepalen ten aanzien van het echtscheidingsverzoek. De aan de orde zijnde CIZ-indicatie betekent niet automatisch dat een advocaat voor de betreffende cliënt nooit een verzoek tot echtscheiding mag indienen. De man stond ook niet onder curatele, dus hij was niet handelingsonbekwaam en de kantonrechter heeft de man toestemming gegeven voor het starten van de echtscheidingsprocedure. De bewindvoerder heeft zich daar evenmin tegen verzet. Klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:166 Hof van Discipline 's Gravenhage 250387

    Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft in een faillissementskwestie kennis genomen van een machtiging tot binnentreden die door de rechtbank abusievelijk niet naar de curator is gestuurd, maar naar het advocatenkantoor van verweerder. De brief waarin de machtiging was opgenomen, was niet gericht aan een specifieke geadresseerde, maar “Aan ieder die dit aangaat”. Verweerder heeft nadat hij kennis had genomen van de inhoud van deze brief contact opgenomen met de curator en zijn cliënt geïnformeerd, aan wie ook de brief van de rechter-commissaris is doorgestuurd. Het hof bekrachtigt het oordeel van de raad dat deze handelwijze van verweerder tuchtrechtelijk niet verwijtbaar is.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:125 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-855/AL/NN

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. De raad kan niet vaststellen dat verweerder de handtekening van de heer Y op de vaststellingsovereenkomst (vso) heeft laten vervalsen. Geen van partijen heeft het betreffende document van de vso dat overgelegd en ter zitting is het ook niet duidelijk geworden hoe de heer X namens de heer Y heeft getekend en of daar bijvoorbeeld ‘in opdracht’ of ‘per opdracht’ bij is gezet, zodat de raad over de gang van zaken rondom de door de heer X namens de heer Y gezette handtekening verder niet kan oordelen. Verder oordeelt de raad dat de omstandigheid dat de heer Y de vso voorafgaand aan zijn akkoord niet had gelezen, dat hij niet wist waar hij akkoord mee ging en dat het hem pas later duidelijk werd wat werkelijk was vastgelegd, verweerder niet kan worden verweten. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:165 Hof van Discipline 's Gravenhage 260167

    Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46 c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet bedoeld om het hof te verzoeken te interveniëren in een lopend klachtonderzoek van een deken, waartoe het hof overigens ook geen wettelijke bevoegdheid heeft. Evenmin is het klachtrecht bedoeld om te klagen over procedurele beslissingen die een deken tijdens het klachtonderzoek neemt (zoals het hanteren van termijnen).

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:124 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-267/AL/MN

    Voorzittersbeslissing over de eigen advocaat in een letselschadeclaim. Naar het oordeel van de voorzitter is verweerster op zorgvuldige wijze voor klager opgetreden. Verweerster was bij haar handelen beperkt door het juridisch kader van een letselschadezaak. Niettemin heeft zij de van klager ontvangen berichten op zijn verzoek ook aan de wederpartij, medisch adviseur en deskundige verstrekt. Vast staat dat die informatie van klager door de deskundige ook in zijn beoordeling is betrokken. Toen verweerster bemerkte dat klager en zij uiteenlopende visies op de wijze van aanpak van de zaak kregen, heeft zij klager gewezen op de mogelijkheid om een second opinion via DAS te vragen. Gezien de stand van zaken in het dossier, de constatering van verweerster dat zij - anders dan klager - geen redelijke kans van slagen meer zag, kon verweerster niet anders dan besluiten om met haar werkzaamheden in de zaak van klager te stoppen. Dat heeft zij naar het oordeel van de voorzitter op zorgvuldige wijze gedaan door klager tijdig en duidelijk te wijzen op de ophanden zijnde verjaring en zijn mogelijkheden. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:121 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-126/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. De klacht van een derde wordt deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:122 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-183/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart de klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de klachttermijn.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:123 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-198/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:62 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-257/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Voor zover de klacht betrekking heeft op schending van de AVG is de raad niet bevoegd. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond omdat niet is gebleken dat verweerder feiten heeft gesteld waarvan hij de onjuistheid kende of behoorde te kennen, noch dat hij zich onnodig grievend over klaagster heeft uitgelaten.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:63 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-258/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht van een derde. Voor zover de klacht strafrechtelijke kwalificaties bevat is de raad niet bevoegd. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond omdat niet is gebleken dat verweerder feiten heeft gesteld waarvan hij de onjuistheid kende of behoorde te kennen, noch dat hij zich onnodig grievend over klager heeft uitgelaten.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:64 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-256/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat in de hoedanigheid van deken. De voorzitter stelt vast dat de klacht ziet op optreden van verweerster in de periode van 7 juni 2021 tot 17 maart 2022. De voorzitter overweegt dat klaagster, die al ruim 25 jaar werkzaam is als advocaat, bekend mag worden verondersteld met de wettelijke regeling van de vervaltermijnen voor tuchtklachten. Klaagster heeft zich bij brief van 2 mei 2025, derhalve na het verstrijken van de in artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet bedoelde termijn, met een klacht over verweerster tot het Hof van Discipline gewend. Niet is gebleken dat klaagster niet eerder dan op 2 mei 2025 heeft kunnen klagen. Van een verschoonbare termijnoverschrijding is geen sprake. Dat sprake zou zijn van de in artikel 46g lid 2 Advocatenwet bedoelde situatie is voorts evenmin gebleken. Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:162 Hof van Discipline 's Gravenhage 260040

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. Klager heeft om aanwijzing van een advocaat verzocht voor een huurgeschil. Zoals de deken terecht heeft aangegeven, moeten huurgeschillen worden aangebracht bij de kantonrechter. Voor een procedure bij de kantonrechter is geen bijstand van een advocaat vereist. Klager mag zelf een procedure voor de kantonrechter starten. Nu op grond van artikel 13 Advocatenwet door de deken alleen een advocaat kan worden aangewezen in zaken waarin vertegenwoordiging door een advocaat is voorgeschreven, dan wel bijstand uitsluitend door een advocaat kan geschieden, is het hof van oordeel dat de deken klagers verzoek om aanwijzing terecht heeft afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:105 Raad van Discipline Amsterdam 26-281/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht niet-ontvankelijk vanwege een niet-verschoonbare termijnoverschrijding.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:163 Hof van Discipline 's Gravenhage 260008

    Hoger beroep niet-ontvankelijk. Verweerder is bij beslissing van de raad van 8 december geschorst in de uitoefening van zijn praktijk als advocaat op grond van artikel 60ab lid 1 Advocatenwet. De raad heeft daarbij de termijn als bedoeld in artikel 60ab lid 5 Advocatenwet (indienen dekenbezwaar) op zes weken bepaald. Verweerder heeft zich op 18 december 2025 uitgeschreven als advocaat. De deken heeft daarop besloten om geen dekenbezwaar in te dienen. Uit artikel 60ab lid 5 Advocatenwet volgt dat de schorsing na de termijn van zes weken van rechtswege vervalt als niet binnen die termijn een dekenbezwaar is ingediend. Nu dat niet is gebeurd, is de aan verweerder opgelegde schorsing in de uitoefening van zijn praktijk als advocaat komen te vervallen. Gelet hierop heeft verweerder geen belang meer bij een beoordeling van de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:164 Hof van Discipline 's Gravenhage 260005

    Het verzet tegen voorzittersbeslissing waarbij een klacht niet is verwezen is ongegrond. Voor zover klager heeft aangevoerd dat de voorzittersbeslissing is genomen zonder dat sprake is geweest van hoor-en wederhoor, wijst het hof erop dat er in de procedure in verzet invulling is gegeven aan dit beginsel door het bieden van de mogelijkheid van verweer, re- en dupliek. Hiervan is door klager en verweerster ook gebruikgemaakt. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan die van de voorzitter. Klager heeft de mogelijkheid gehad om bij de Raad van Discipline zijn standpunt over het dekenbezwaar, de wijze van totstandkoming ervan en het handelen van de deken in dat kader naar voren te brengen. Van die mogelijkheid heeft klager gebruik gemaakt. Dat betekent dat klager niet alsnog zijn bezwaren over -het handelen van- de deken aan de orde kan stellen door middel van een klacht tegen de deken. Daar is het klachtrecht niet voor bedoeld.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:101 Raad van Discipline Amsterdam 26-284/A/NH

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over verweerder in hoedanigheid van deken.