Zoekresultaten 1-20 van de 2152 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:99 Hof van Discipline 's Gravenhage 250151
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 03-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:99
Gegronde klacht tegen de eigen advocaat over een ontoereikende dienstverlening en communicatie in een artikel 12 Sv procedure. Bekrachtiging met verbetering van gronden. Berisping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:98 Hof van Discipline 's Gravenhage 250188
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 03-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:98
Wederzijds appel. Klager verwijt zijn advocaat dat hij de belangen van klager in meerdere opzichten niet correct heeft behartigd, waarmee hij alle kernwaarden van artikel 10a Advocatenwet heeft geschonden. De raad heeft één klachtonderdeel deels gegrond verklaard (met berisping), namelijk voor zover verweerder klager niet heeft geïnformeerd dat het budget van de rechtsbijstandsverzekeraar was overschreden. Het hof vernietigt dit deel van de beslissing, omdat de raad bij de beoordeling buiten de klacht is getreden. Voor het overige volgt bekrachtiging, waarmee de klacht in alle onderdelen ongegrond is.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:97 Hof van Discipline 's Gravenhage 250191
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 03-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:97
Klager heeft een klacht ingediend tegen zijn eigen advocaat in een familiekwestie over de kwaliteit van de geleverde bijstand. De raad van discipline heeft deze klacht ongegrond verklaard en nieuwe klachten buiten beschouwing gelaten. Het Hof van Discipline bekrachtigt de beslissing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:96 Hof van Discipline 's Gravenhage 250207
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 03-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:96
Verwijt aan advocaat van de wederpartij dat hij zich onnodig grievend over klager heeft uitgelaten. De raad heeft de klacht gegrond verklaard met waarschuwing opgelegd. Het hof volstaat met een gegrondverklaring zonder oplegging van een maatregel. Verweerder heeft de onjuistheid gecorrigeerd (het ging om belaging en niet om mishandeling) en de vermelding had een functioneel karakter.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:95 Hof van Discipline 's Gravenhage 250214
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 03-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:95
Klacht tegen eigen advocaat over dienstverlening en ontijdige onttrekking ongegrond. Bekrachtiging beslissing raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:94 Hof van Discipline 's Gravenhage 250315
- Datum publicatie: 03-04-2026
- Datum uitspraak: 03-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:94
Klager klaagt over de informatievoorziening door zijn eigen advocaat. De raad van discipline heeft geoordeeld dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door klager niet schriftelijk te informeren over de termijn voor het instellen van hoger beroep. Ook heeft hij niet aan klager bevestigd dat hij geen hoger beroep zou instellen. Verweerder heeft klager daarmee de mogelijkheid ontnomen om eventueel een andere advocaat te zoeken voor het instellen van hoger beroep. De raad heeft verweerder de maatregel van een berisping opgelegd. Het Hof van Discipline vernietigt de beslissing van de raad voor zover het de opgelegde maatregel betreft en legt verweerder de maatregel van een waarschuwing op.Klager klaagt over de informatievoorziening door zijn eigen advocaat. De raad van discipline heeft geoordeeld dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door klager niet schriftelijk te informeren over de termijn voor het instellen van hoger beroep. Ook heeft hij niet aan klager bevestigd dat hij geen hoger beroep zou instellen. Verweerder heeft klager daarmee de mogelijkheid ontnomen om eventueel een andere advocaat te zoeken voor het instellen van hoger beroep. De raad heeft verweerder de maatregel van een berisping opgelegd. Het Hof van Discipline vernietigt de beslissing van de raad voor zover het de opgelegde maatregel betreft en legt verweerder de maatregel van een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:93 Hof van Discipline 's Gravenhage 260072
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 02-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:93
Verzet na afwijzende verwijzing ongegrond. Een klacht tegen een deken is geen middel om de wijze waarop die deken - een nog lopend - onderzoek verricht naar een klacht over een advocaat ter discussie te stellen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:92 Hof van Discipline 's Gravenhage 260068
- Datum publicatie: 02-04-2026
- Datum uitspraak: 02-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:92
Afwijzing van verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. De klacht van klaagster heeft betrekking op het dekenaal onderzoek dat verweerster heeft uitgevoerd in een nieuwe (derde) klacht die klaagster over mr. V heeft ingediend. Een klacht over een deken is geen middel om de inhoud van een dekenvisie op een klacht over een andere advocaat ter discussie te stellen. Klaagster kan de klacht over mr. V, na betaling van het griffierecht, voorleggen aan de raad van discipline en laten beoordelen door de tuchtrechter. Binnen de kaders van die procedure kan klaagster naar voren brengen op welke punten de visie van verweerster (in haar hoedanigheid van deken) volgens klaagster niet deugt en dat de tuchtrechter tot een andere conclusie zou moeten komen dan verweerster. Daarom zal de voorzitter de klacht over verweerster niet verwijzen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:91 Hof van Discipline 's Gravenhage 250030D
- Datum publicatie: 30-03-2026
- Datum uitspraak: 30-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:91
Dekenbezwaar. Verhouding tuchtrechter, burgerlijke rechter en bestuursrechter. De (bevoegde) deken (Limburg) heeft de Unit Financieel Toezicht Advocatuur (hierna: Unit FTA) van de Nederlandse Orde van Advocaten verzocht bij verweerder een onderzoek te verrichten naar de naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (hierna: Wwft), het beheer van derdengelden alsmede ontvangst van contante gelden. Door de Unit FTA is aan de deken en verweerder een definitief rapport verstrekt. Omdat de deken zich geconflicteerd achtte, heeft hij voor de beoordeling en de opvolging van dit rapport deze beoordeling en opvolging overgedragen aan de deken Oost-Brabant. De deken Oost-Brabant heeft na beoordeling een dekenbezwaar tegen verweerder ingediend. Uit HvD 15 november 2021, ECLI:NL:TAHVD:2021:214 is af te leiden dat de deken bij aanvang van enig in het kader van het toezicht te verrichten onderzoek niet hoeft te kiezen tussen een bestuursrechtelijk traject en een tuchtrechtelijk traject. De deken is ingevolge de Advocatenwet en de Wwft toezichthouder als bedoeld in artikel 5:11 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en als zodanig maakt hij gebruik van de in titel 5.2 Awb bedoelde (publiekrechtelijke) bevoegdheden. Hieruit volgt dat (ook) bij een tuchtrechtelijk onderzoek de deken gebruik maakt van de in titel 5.2 Awb bedoelde bevoegdheden. De tuchtrechter moet oordelen over de al dan niet juiste toepassing door de deken van deze bestuursrechtelijke bevoegdheden als de deken een dekenbezwaar indient. Het is voor een betrokkene onevenredig bezwarend zijn als betrokkene het geschil over de uitoefening van de in titel 5.2 Awb bedoelde bevoegdheden in en voor een tuchtrechtelijk onderzoek via een beroepsprocedure bij de burgerlijke rechter aan de orde zou moeten stellen naast de procedure bij de tuchtrechter. Het hof komt tot het oordeel dat de aard van de toezichthoudende taken en bevoegdheden van de deken in de weg staan aan het overdragen van deze taken en bevoegdheden aan iemand die niet ondergeschikt is aan de deken en waarbij niet is gewaarborgd dat de taken en bevoegdheden die de deken als wettelijk aangewezen toezichthouder moet uitoefenen binnen zijn invloedssfeer blijven, zoals in dit geval is gebeurd. Daarbij komt dat in ieder geval de grondslag voor de overdracht van de zaak in dit geval ook zodanig onduidelijk en gebrekkig is geweest, dat het rechtszekerheidsbeginsel is geschonden. Het dekenbezwaar moet niet-ontvankelijk worden verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:90 Hof van Discipline 's Gravenhage 250460
- Datum publicatie: 30-03-2026
- Datum uitspraak: 27-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:90
Ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:9 Hof van Discipline 's Gravenhage 250062
- Datum publicatie: 13-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:9
Klaagsters hebben een klacht ingediend tegen de advocaat van de wederpartij in een procedure bij de Ondernemingskamer. In hoger beroep is niet in geschil dat verweerder meerdere brieven naar de Ondernemingskamer heeft gestuurd, zonder daarvan een afschrift te sturen aan de wederpartij en daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Verweerder is echter van mening dat de klacht over dit handelen niet-ontvankelijk is, omdat sprake is van schending van het ne bis in idem-beginsel. Verder voert verweerder in hoger beroep aan dat, als de klacht al ontvankelijk is, aan hem een te zware maatregel is opgelegd. Het hof oordeelt dat niet sprake is van ne bis in idem. Met betrekking tot de maatregel staat feitelijk vast dat verweerder met opzet de naar de Ondernemingskamer gestuurde brieven niet aan de wederpartij heeft gestuurd om deze op achterstand te zetten. Het hof acht deze opzet verzwarend voor de maatregel. De maatregel wordt bevestigd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:89 Hof van Discipline 's Gravenhage 250458
- Datum publicatie: 30-03-2026
- Datum uitspraak: 27-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:89
Beklag artikel 13 ongegrond. De deken hoefde geen advocaat aan te wijzen voor een procedure in een huurzaak bij de kantonrechter, omdat die procedure geen verplichte procesvertegenwoordiging kent.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:88 Hof van Discipline 's Gravenhage 250457
- Datum publicatie: 30-03-2026
- Datum uitspraak: 27-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:88
Beklag artikel 13 ongegrond. De deken kan geen advocaat aanwijzen voor een procedure in een huurzaak bij de kantonrechter, omdat die procedure geen verplichte procesvertegenwoordiging kent.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:87 Hof van Discipline 's Gravenhage 250417
- Datum publicatie: 30-03-2026
- Datum uitspraak: 27-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:87
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Bij de beslissing op een verzoek om aanwijzing van een advocaat toetst de deken aan de voorwaarden op grond van artikel 13 Advw. Het geschil waarvoor klager om aanwijzing van een advocaat verzoekt, komt in de kern neer op een huurrechtgeschil. Huurgeschillen kunnen worden aangebracht bij de kantonrechter. Daarvoor is geen bijstand van een advocaat vereist. De deken heeft het verzoek om aanwijzing terecht afgewezen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:86 Hof van Discipline 's Gravenhage 250411 250412
- Datum publicatie: 30-03-2026
- Datum uitspraak: 27-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:86
Hoger beroep na beslissing op verzet. Het hof constateert op basis van de beroepsgronden dat het klager in feite gaat om een inhoudelijke herbeoordeling van de tuchtklachten. Dat is echter niet mogelijk vanwege het appelverbod. Dat volgens klager sprake is van een onjuiste beoordeling van tuchtklachten levert geen schending op van fundamentele rechtsbeginselen en ook los daarvan heeft het hof geen schending daarvan vastgesteld. Het hof concludeert dan ook dat het appelverbod niet kan worden doorbroken.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:85 Hof van Discipline 's Gravenhage 230129H3
- Datum publicatie: 30-03-2026
- Datum uitspraak: 27-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:85
Herzieningsverzoek van (tweede) herzieningsbeslissing naar aanleiding van een beslissing van het hof op grond van artikel 13 Advw niet-ontvankelijk. Het herzieningsverzoek is feitelijk een verkapt hoger beroep, en daarvoor is het middel van herziening niet bedoeld. Misbruik van recht.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:84 Hof van Discipline 's Gravenhage 250190
- Datum publicatie: 25-03-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:84
De klacht van klager gaat over de advocaat van de wederpartij. Met betrekking tot het onderdeel dat verweerder in strijd met het toepasselijke procesreglement niet tegelijkertijd een afschrift van zijn bericht aan de rechtbank aan klager heeft gestuurd, acht het hof deze omissie van verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klager had de cliënt van verweerder zonder opvragen van verhinderdata gedagvaard waarop verweerder de rechtbank daarop heeft geattendeerd en om een nieuwe datum heeft verzocht. Niet is gebleken dat klager in zijn belangen is geschaad doordat hij het betreffende bericht een dag later ontving van de rechtbank. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:83 Hof van Discipline 's Gravenhage 250189
- Datum publicatie: 25-03-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:83
De klacht gaat over een advocaat in zijn hoedanigheid van deken. In tegenstelling tot de raad acht het hof een uitlating die verweerder over een gedraging van klager heeft gedaan in een artikel over klager in een regionale krant tuchtrechtelijk verwijtbaar. Omdat dit oordeel dient als signaalfunctie betreffende de omgang door advocaten in hoedanigheid van deken met de pers en andere vormen van sociale media heeft het hof de klacht gegrond verklaard zonder oplegging van een maatregel.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:82 Hof van Discipline 's Gravenhage 240196
- Datum publicatie: 25-03-2026
- Datum uitspraak: 23-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:82
Klacht over de advocaat van de wederpartij. Het hof bekrachtigt het oordeel van de raad dat verweerder zich in een krantenartikel onnodig grievend heeft uitgelaten over klager, die op dat moment een publieke functie bekleedde, zonder dat dit enig redelijk doel diende en waarmee de belangen van klager onnodig zijn geschaad. Verweerder heeft hiermee in strijd gehandeld met de kernwaarde integriteit. Hoewel het beroep van klager tegen een ander klachtonderdeel slaagt, legt ook het hof de maatregel van berisping op. Het laakbare gedrag van verweerder acht het hof daartoe zelfstandig dragend.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:81 Hof van Discipline 's Gravenhage 240375
- Datum publicatie: 25-03-2026
- Datum uitspraak: 20-03-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:81
Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een familierechterlijk geschil. Klager verwijt verweerster dat zij zich onnodig grievend over hem heeft uitgelaten. De raad heeft de klacht ongegrond verklaard, ook het hof komt tot de conclusie dat verweerster de grenzen van het betamelijke in deze familierechtelijke kwestie niet heeft overschreden. Vanwege haar partijdige positie als advocaat van de ex-echtgenote van klager stond het verweerster vrij om in het familierechtelijke geschil het onderzoeksrapport Onmacht in het hoger beroep over te leggen nu zij daarbij voldoende heeft toegelicht dat het doel van het rapport was om het namens haar cliënte ingenomen standpunt over ouderverstoting te onderbouwen. Het hof acht van belang dat verweerster heeft uiteengezet welke overeenkomsten haar cliënte ziet tussen de in het onderzoeksrapport vermelde situatie en de familierechtelijke kwestie over de kinderen van partijen, dat zij heeft toegelicht wat uit dat rapport relevant was voor de zaak van haar cliënte en dat haar cliënte daarmee op geen enkele manier wilde insinueren dat klager ook zoiets zou kunnen doen of dat het leven van de kinderen in gevaar is.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 108
- Volgende pagina zoekresultaten