Zoekresultaten 661-680 van de 1906 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:3 Hof van Discipline 's Gravenhage 250444

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Met de deken is het hof van oordeel dat uit het cassatieadvies – dat voldoet aan de daaraan te stellen (zorgvuldigheids)eisen – volgt dat een cassatieprocedure geen redelijke kans van slagen heeft. Op deze grond mocht de deken het aanwijzingsverzoek van klager afwijzen (ECLI:NL:TAHVD:2018:44). Artikel 13 Advocatenwet is niet bedoeld voor de situatie dat klager reeds beschikt over een (negatief) cassatieadvies. Een aanwijzingsverzoek op grond van artikel 13 Advocatenwet leidt er ook niet automatisch toe dat een aangewezen advocaat zijn werkzaamheden verricht op basis van een toevoeging, zoals klager lijkt te veronderstellen. Als klager dat wil, kan hij op eigen kosten een advocaat zoeken die een second opinion wil geven.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:262 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-389/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening. Verweerder is ingeschakeld voor het hoger beroep in de alimentatiezaak. Ook een andere advocaat heeft in deze zaak bijstand aan klaagster verleend. Hoewel de gemaakte afspraak bijzonder te nomen is, is het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klaagster was hiermee bekend en heeft bovendien zelf met verweerder gecorrespondeerd en hem verzoeken gedaan. Geen sprake van dat verweerder zonder overleg met klaagster is ingeschakeld. Verweerder heeft de opdrachtbevestiging per abuis niet aan klaagster gestuurd. Daarvan kan hem in de gegeven omstandigheden geen verwijt worden gemaakt. Ook andere verwijten zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:275 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-705/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat-gemachtigde van een advocaat in een tuchtprocedure. De eerdere klacht is ongegrond bevonden door het hof van discipline. Daarom bestaat geen aanleiding om in het geval van verweerder tot een andere uitkomst te komen over materieel gezien dezelfde kwestie. Klacht kennelijk ongegrond. Misbruik van recht-bepaling.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:269 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-717/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk omdat deze te laat is ingediend en deels kennelijk niet-ontvankelijk omdat klager daarbij geen eigen, rechtstreeks betrokken belang heeft.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:263 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-391/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een familiezaak. De kwaliteit van verweersters bijstand aan klaagster is onvoldoende geweest. Niet vast te stellen is dat zij klaagster op de relevante momenten heeft geïnformeerd en geadviseerd, bijvoorbeeld voorafgaand aan het vertrek uit de echtelijke woning door klaagster en na ontvangst van het (voor klaagster negatieve) vonnis in kort geding. De processtukken van verweerster voldoen niet aan de professionele standaard, doordat zij op diverse punten veel (te) weinig informatie en/of onderbouwing bevatten. Niet blijkt verder dat er enig besef is geweest van de gevolgen van het voor klaagster negatieve vonnis in kort geding voor het verzoek voorlopige voorzieningen, dat kort daarna werd behandeld en op dezelfde onderwerpen (waaronder de woning) zag. Verweerster heeft op meerdere momenten en meerdere punten onzorgvuldig en in strijd met de kernwaarde deskundigheid gehandeld. Berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:1 Hof van Discipline 's Gravenhage 250103

    Klaagster overlijdt enkele dagen voor de mondelinge behandeling bij het hof. Anders dan in eerdere beslissingen (onder meer ECLI:NL:TAHVD:2016:49) ziet het hof geen aanleiding om voor de processuele gevolgen van het overlijden van klaagster aansluiting te zoeken bij art. 47a Advocatenwet. Het hof beslist op grond van wat over en weer in hoger beroep is aangevoerd. Beide partijen zijn in beroep niet-ontvankelijk: klaagster heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de raad om verweerster geen maatregel op te leggen en zij heeft daarnaast nieuwe klachten aangevoerd. Verweerster heeft in het verweerschrift (na afloop van de appeltermijn van 30 dagen) beroepsgronden gericht tegen het gegrond verklaarde klachtonderdeel.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:2 Hof van Discipline 's Gravenhage 250128

    Artikel 13 beklag ongegrond. Ook als de vordering die klager wil instellen niet is verjaard, heeft deze onvoldoende kans van slagen. Bovendien kan klager daarmee niet bereiken wat hij eigenlijk wil.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:233 Raad van Discipline Amsterdam 25-365/A/A 25-366/A/A

    Raadsbeslissing. Klachten van advocaten over advocaten (over en weer) zijn deels niet-ontvankelijk wegens gebrek aan rechtstreeks belang en deels ongegrond. Uitgangspunt is dat ook in tuchtrechtelijke aangelegenheden waarheidsvinding prevaleert en daardoor relevante informatie niet snel buiten beschouwing zal worden gelaten. De raad ziet geen aanleiding of bijzondere omstandigheden op grond waarvan anders zou moeten worden geoordeeld. Dat mr. DW zich toegang heeft verschaft tot de WhatsAppconversatie van mr. K, en deze informatie vervolgens heeft ingebracht in de procedures, wordt naar het oordeel van de raad gerechtvaardigd door de (uit deze informatie volgende) handelswijze van mr. K en de inhoud van de aangetroffen WhatsAppgesprekken. Dat mr. DW hiermee het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad, is de raad niet gebleken. Daarnaast is naar het oordeel van de raad geen sprake van het door mr. K doen van uitlatingen die het vertrouwen in de advocatuur hebben geschaad. De raad weegt hier met name in mee dat mr. K de betreffende uitlatingen in besloten kring en daarmee niet in de openbaarheid heeft gedaan en dat het nooit de bedoeling (van mr. K) is geweest om de uitlatingen op enige wijze in de openbaarheid te laten komen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:234 Raad van Discipline Amsterdam 25-447/A/A

    Raadsbeslissing. Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:174 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-811/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht van een derde. Niet gebleken dat verweerster haar cliënte heeft geadviseerd om een privédetective in te schakelen. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door het rapport in het geding te brengen. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:235 Raad van Discipline Amsterdam 25-371/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Niet ter discussie staat dat verweerder gedragsregel 12 (oud) heeft overtreden door tijdens een mondelinge behandeling een beroep te doen op confraternele correspondentie. Volgens verweerder zou dat in dit geval – kort gezegd – om meerdere redenen gerechtvaardigd zijn. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder echter onvoldoende onderbouwd dat er zodanige bijzondere omstandigheden bestonden dat de overtreding van gedragsregel 12 (oud) werd gerechtvaardigd. De klacht is in zoverre gegrond. De overige klachtonderdelen worden ongegrond verklaard. De raad legt geen maatregel op. De raad neemt daarbij in aanmerking dat de betreffende confraternele correspondentie later alsnog door verweerder, met instemming van de advocaten van klaagsters, in het geding is gebracht. De raad weegt ook de houding van verweerder mee, waarbij hij excuses heeft gemaakt aan de advocaten van klaagster en op de zitting van de raad heeft toegegeven dat hij anders had kunnen handelen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:236 Raad van Discipline Amsterdam 25-415/A/A 25-417/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaten van de wederpartij. Verweerders hebben executoriale derdenbeslagen gelegd zonder vooraankondiging. Niet in geschil is dat verweerders in strijd hebben gehandeld met gedragsregel 6 lid 2 door executoriaal derdenbeslag te laten leggen zonder klaagster of haar advocaat hierover voorafgaand te informeren. Verweerders hebben echter betoogd dat in dit geval het belang van hun cliënten zich ertegen verzette om klaagster en/of haar advocaat van hun voornemen kennis te geven. Op grond van de toelichting van verweerders en de overgelegde gedingstukken komt de raad tot het oordeel dat in dit geval sprake is van een uitzonderlijk geval, waarbij een bijzonder belang van de cliënten van verweerders zich heeft verzet tegen voorafgaande kennisgeving van het executoriaal derdenbeslag. De raad acht het beslag zoals dat is gelegd ook niet disproportioneel. Verweerders hebben niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld en de klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:237 Raad van Discipline Amsterdam 25-785/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Niet gebleken dat verweerster klager heeft opgelicht en misbruik heeft gemaakt van zijn kwetsbare positie. Verweerster heeft op zorgvuldige wijze met klager gecommuniceerd over de aanpak van de zaak, heeft hem steeds uitleg gegeven over de door hem te ondertekenen stukken en heeft de zaak behandeld zoals mocht worden verwacht. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:173 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-683/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Niet gebleken dat verweerder zonder opdracht een matige brief heeft opgesteld en daarvoor onredelijk hoge declaraties heeft gestuurd. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:272 Hof van Discipline 's Gravenhage 240305

    De klacht betreft een klacht tegen de eigen advocaat. Verweerder heeft de vennootschap bijgestaan en volgens klagers heeft hij haar belangen niet op deskundige en zorgvuldige wijze behartigd en buitensporig veel in rekening gebracht. Het betreft een hoger beroep van verweerder. Volgens het hof is verweerder tekortgeschoten in zijn zorgplicht en heeft hij gehandeld in strijd met de kernwaarde (financiële) integriteit. Het hof legt aan verweerder een voorwaardelijke schorsing in de uitoefening van de praktijk op voor de duur van vier weken met een proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:273 Hof van Discipline 's Gravenhage 240317

    Het betreft een klacht tegen een (voormalig) kantoorgenoot van de (voormalige) eigen advocaat van klagers. Verweerder is betrokken geraakt bij het incasseren van een vordering op klagers betreffende de fiscaal-strafrechtelijke kwestie van klagers waarin de (voormalig) eigen advocaat van klagers bijstand heeft verleend. Verweerder heeft gedreigd de bijstand aan klagers te beëindigen indien klagers achterstallige declaraties niet zouden voldoen en hij heeft zekerheden van klagers geëist ter dekking van deze declaraties. Toen de betalingen uitbleven, heeft hij rechtsmaatregelen getroffen. Volgens klagers heeft verweerder hen hiermee ernstig geïntimideerd en ontoelaatbaar onder druk gezet. Het betreft een hoger beroep van verweerder. Het hof komt – net als de raad – tot een gegrondverklaring van de klachtonderdelen en legt aan verweerder de maatregel op van een voorwaardelijke schorsing van zes weken met een proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:274 Hof van Discipline 's Gravenhage 240350 240351

    Het betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. De Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de raad) heeft geoordeeld dat verweerder niet heeft gehandeld als een behoorlijk advocaat betaamt doordat hij de gezamenlijke woning van zijn cliënte en de wederpartij niet heeft verlaten nadat hem dat verzocht was. De raad heeft aan verweerder de maatregel van waarschuwing opgelegd. Verweerder is van deze beslissing in hoger beroep gekomen. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:275 Hof van Discipline 's Gravenhage 250163

    De deken verwijt verweerder in dit dekenbezwaar dat hij in strijd met de kernwaarden (financiële) integriteit en onafhankelijkheid heeft gehandeld. Met een beroep op zijn geheimhoudingsplicht heeft verweerder bij de Raad van Discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch (hierna: de raad) geen inhoudelijk verweer gevoerd. De raad heeft geoordeeld dat er in strijd is gehandeld met de kernwaarde (financiële) integriteit en heeft aan verweerder de maatregel opgelegd van schorsing voor de duur van 26 weken. In hoger beroep heeft verweerder alleen inhoudelijk verweer gevoerd tegen het bezwaar dat hij financieel niet zorgvuldig (integer) heeft gehandeld. Het oordeel van de raad dat verweerder heeft gehandeld in strijd met de kernwaarde integriteit staat daarmee vast. Het hof komt tot het oordeel dat verweerder niet zorgvuldig heeft gedeclareerd en ziet (mede gelet op het feit dat het tot een deels andere beslissing dan de raad komt) aanleiding om de maatregel te matigen in die zin dat aan verweerder de maatregel zal worden opgelegd van een schorsing voor de duur van 12 weken waarvan 6 weken voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:172 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-762/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht over het niet tijdig bekendmaken van de datumbepaling door de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:278 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-320/AL/NN

    De raad heeft vastgesteld dat verweerder een belangrijk stuk niet bij de rechtbank heeft ingediend en een vonnis van de rechtbank niet onverwijld aan klager, zijn cliënt, heeft gestuurd. Terwijl dat vonnis al was gewezen, heeft hij nog dagenlang met klager gecommuniceerd over het indienen van stukken, alsof dat nog tot de mogelijkheden behoorde. Verweerder heeft hiermee gehandeld in strijd met artikel 46 en de kernwaarde deskundigheid. In het nadeel van verweerder wordt ook rekening gehouden met een tuchtrechtelijke uitspraak uit 2020 waarin een vergelijkbare klacht tegen verweerder over gebrekkige communicatie en schending van gedragsregel 16 gegrond is verklaard. De raad heeft in die beslissing overwogen dat gelet op de ernst van het handelen in beginsel de oplegging van een (voorwaardelijke) schorsing op zijn plaats is, maar vanwege een aantal (persoonlijke) omstandigheden een berisping wordt opgelegd. De raad constateert dat deze eerdere veroordeling er niet toe heeft geleid dat verweerder in de zaak van klager wel overeenkomstig de regels heeft gehandeld. Integendeel, verweerder heeft ook klager ernstig benadeeld door zijn nalaten. De raad is in deze zaak van oordeel dat gelet op aard en de ernst van het handelen van verweerder en de eerdere veroordeling, niet kan worden volstaan met een berisping. De raad is van oordeel dat de oplegging van een voorwaardelijke schorsing van acht weken passend en geboden is.