We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 641-660 van de 2017 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:32 Hof van Discipline 's Gravenhage 250139

    Het gaat in deze tuchtrechtelijke procedure om een klacht tegen verweerder, die heeft opgetreden als vereffenaar in een nalatenschap. De Raad van Discipline in het ressort Den Haag (hierna: de raad) heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof onderschrijft dat oordeel en bekrachtigt de beslissing van de raad. Zie ook 250139, de samenhangende klachtzaak tegen de advocaat van de vereffenaar.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:19 Raad van Discipline Amsterdam 26-057/A/DH/W

    Raadsbeslissing; wrakingsverzoek niet-ontvankelijk, althans kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:24 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-440/AL/MN

    De raad heeft geoordeeld dat verweerder heeft opgetreden tegen klaagster, terwijl hij eerder - in het kader van onderhandelingen over een samenwerking tussen klaagster en zijn cliënte - werkzaamheden voor klaagster heeft verricht. Verweerder heeft daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Omdat niet is gebleken dat klaagster schade heeft ondervonden als gevolg van het handelen van verweerder en gelet op de omstandigheid dat verweerder niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld, zal met de oplegging van een waarschuwing worden volstaan.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:27 Hof van Discipline 's Gravenhage 250354

    Beklag artikel 3 ongegrond. Het beklag heeft betrekking op het niet aanwijzen van een advocaat voor een door hem te doorlopen bodemprocedure tegen de Staat op grond van onrechtmatige rechtspraak. Het hof is van oordeel dat deken zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat indien klager het niet eens is met de uitspraak van de rechtbank, het op de weg ligt van klager om hoger beroep in te stellen tegen deze uitspraak. Het rechtsstelsel kent specifieke correctiemechanismen in de vorm van rechtsmiddelen, zoals hoger beroep en cassatie, als een rechter een (vermeende) onjuiste beslissing neemt. Indien klager zich niet met een uitspraak kan verenigen, dient hij, zoals de deken terecht aan de afwijzing ten grondslag heeft gelegd, van die rechtsmiddelen gebruik te maken. Naar het hof begrijpt heeft klager hiervoor een verzoek tot aanwijzing van een advocaat ingediend bij de deken. Nu ten tijde van het verzoek om aanwijzing een rechtsmiddel openstond was op dat moment redelijkerwijs geen succes te verwachten van een procedure tegen de Staat op grond van onrechtmatige rechtspraak.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:25 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-441/AL/NN

    klager beklaagt zijn eigen (asielrecht)advocaat dat zij hem niet heeft geïnformeerd over een brief aan de IND waarin zij haar beperkte beschikbaarheid in een periode vanwege persoonlijke omstandigheden heeft doorgegeven. De raad begrijpt dat klager is geschrokken toen hij later die brief in het IND-portaal aantrof. Alhoewel verweerster die informatie toen beter wel schriftelijk had kunnen delen met klager, begrijpt de raad de daarbij door haar gemaakte afwegingen. Klager is door de handelwijze van verweerster feitelijk ook niet in zijn belangen geschaad. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:28 Hof van Discipline 's Gravenhage 250352

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Klager heeft – ondanks herhaalde uitnodiging daartoe door de deken op 4 en 25 september 2025 – niet aangetoond dat hij zich voldoende heeft ingespannen om eerst zelf een advocaat te vinden die hem kan bijstaan in de door klager gewenste procedure. Het verweer van klager dat hij het Juridisch loket niet kon bereiken alsook zijn eigen samenvatting van wat advocaten van zijn zaak vonden, maakt dit niet anders. Klager kon ook telefonisch of via internet contact opnemen met advocaten in Nederland. De deken heeft het aanwijzingsverzoek van klager daarom op juiste gronden afgewezen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:25 Hof van Discipline 's Gravenhage 260006

    Het hof verwijst de klacht niet. Een tuchtklacht tegen een deken is geen middel om de inhoud van een dekenvisie over de klacht tegen een andere advocaat ter discussie te stellen of een manier voor klager om te ageren tegen een proceshandeling van de deken. Een tuchtklacht is daarvoor niet bedoeld en daarmee wordt er dan ook misbruik van gemaakt.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:26 Hof van Discipline 's Gravenhage 260012

    Klacht tegen de deken wordt niet verwezen. Een (tucht)klacht tegen een deken is geen middel om zich te verzetten tegen de werkwijze van de deken in het onderzoek naar de klacht tegen een andere advocaat. Het tuchtrecht is daarvoor niet bedoeld. Voor de kwestie waarover wordt geklaagd is een andere klachtenprocedure met voldoende waarborgen omkleed.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:22 Hof van Discipline 's Gravenhage 250130

    Verweerder trad in zijn hoedanigheid van advocaat op als contactpersoon voor een gemeente. De Raad van Discipline heeft geoordeeld dat niet is gebleken dat verweerder bij de invulling van zijn rol als contactpersoon verder is gegaan dan het zijn van (slechts) aanspreekpunt. Verweerder heeft over de invulling van zijn beide rollen helder gecommuniceerd. De raad ziet geen reden waarom verweerder als advocaat, naast het zijn van contactpersoon voor de gemeente, in dit geval niet ook als procesadvocaat van de gemeente tegen klager had mogen optreden. Naar het oordeel van de raad conflicteren deze twee hoedanigheden in dit geval niet met elkaar en is van belangenverstrengeling geen sprake. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:18 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-539/DB/LI

    Verzet. De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:23 Hof van Discipline 's Gravenhage 240373

    Het betreft een klacht tegen de eigen advocaat. Verweerder heeft klagers bijgestaan in fiscaal-strafrechtelijke procedures. De raad heeft geoordeeld dat verweerder niet met de zorgvuldigheid heeft gehandeld die van een redelijk bekwame en redelijk handelend advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Voor ogenschijnlijk beperkte inspanningen, waarbij de inhoudelijke werkzaamheden vooral door een collega-advocaat lijken te zijn verricht, heeft verweerder forse declaraties aan klagers gestuurd. Ook heeft verweerder onvoldoende laten zien over de (strafrechtelijke) vakkundige kennis te beschikken die noodzakelijk was voor een goede behandeling van de zaken. Verder is niet gebleken dat verweerder klagers op enig moment heeft geadviseerd over hun positie in de betreffende procedures of over hun procedurele kansen en risico’s. Tot slot heeft verweerder niet transparant gedeclareerd. De raad heeft de klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond verklaard en heeft als maatregel een voorwaardelijke schorsing van vier weken, met kostenveroordeling, passend geacht. Het hof verklaart het hoger beroep tegen het door de raad ongegrond verklaarde klachtonderdeel c) -inhoudende dat verweerder op de zitting van 20 oktober 2022 een ongeïnteresseerde en niet-actieve houding heeft getoond- gegrond en legt als maatregel een onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van zes weken op.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:19 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-747/DB/LI

    Raadsbeslissing. Ingetrokken klacht. De klacht gaat over de door verweerster verleende bijstand aan klager in een arbeidsgeschil en de afwikkeling en overdracht van het dossier. In de klacht maakt klager verweerster verwijten ten aanzien van de kwaliteit van de verleende rechtsbijstand, de financiële gang van zaken, de communicatie en het overdragen van het dossier aan de opvolgend advocaat. Nadat klager de raad had bericht de klacht te willen intrekken, hebben de deken en verweerster de raad bericht dat er in hun visie geen redenen van algemeen belang zijn om de behandeling van de klacht voort te zetten. Gelet op de tussen partijen bestaande familierelatie en het feit dat de klacht (grotendeels) ziet op een (vermeende) schending van de kernwaarde deskundigheid, is de raad van oordeel dat er geen redenen zijn van algemeen belang om de behandeling van de klacht voort te zetten. De behandeling van de klacht zal worden gestaakt.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:24 Hof van Discipline 's Gravenhage 240370

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De mogelijkheid de deken te verzoeken een advocaat aan te wijzen, is een aanvullende voorziening voor het geval de rechtzoekende niet op eigen initiatief een advocaat weet te vinden die bereid is hem of haar bijstand te verlenen. Deze aanvulling op de in beginsel vrije advocaatkeuze maakt dat de deken een ruime beleidsvrijheid toekomt bij het aanwijzen van een advocaat en daarom in het algemeen niet gehouden is een advocaat aan te wijzen. Die ruime beleidsvrijheid brengt ook mee dat de deken niet gehouden is de advocaat te verplichten iedere door een klager gewenste procedure te voeren. De aan te wijzen advocaat heeft hierin een eigen afweging te maken. Daarnaast is het uitgangspunt dat in beginsel slechts één keer een advocaat wordt aangewezen. De omstandigheid dat klager het niet eens is met het procesadvies van de hem toegewezen advocaat brengt niet zonder meer mee dat een andere advocaat moet worden aangewezen. Van bijzondere omstandigheden die daartoe is deze zaak wel aanleiding zouden moeten geven, is naar het oordeel van het hof geen sprake.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:20 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-431/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. De klagers, twee advocaten, klagen over de advocaat van een voormalig cliënt van hun kantoor. De raad oordeelt dat de klacht ongegrond is en dat de raad zich niet aan de indruk kan onttrekken dat klagers lichtvaardig tot het indienen van een klacht zijn overgegaan. Het in een spoedeisende kwestie als de onderhavige verzenden van een e-mail, waarin een onjuiste term wordt gebruikt en een korte reactietermijn wordt gegeven, vormt naar het oordeel van de raad in de gegeven omstandigheden namelijk onvoldoende aanleiding voor het maken van een tuchtrechtelijk verwijt aan verweerster. Klagers worden namelijk als juridisch professionals geacht de inhoud van de gewraakte e-mail op de juiste waarde te kunnen schatten. Anders dan klagers hebben gesteld is naar het oordeel van de raad uit de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht bovendien geenszins gebleken dat verweersters cliënt door de inhoud van verweersters e-mail ertoe is aangezet om tegen klagers te blijven ageren, noch dat door toedoen van verweerster de belangen van klagers anderszins onnodig of op een ontoelaatbare manier zijn geschaad. Klagers hebben betoogd dat zij veel belang hechten aan de door advocaten onderling te betrachten welwillendheid en dat zij verweerster verwijten in strijd met de te betrachten welwillendheid te hebben gehandeld. Dat betoog laat zich maar moeilijk rijmen met het feit dat klagers direct na ontvangst van het gewraakte e-mailbericht de indiening van een tuchtklacht hebben aangekondigd, de uitnodiging van de deken voor een bemiddelingsgesprek zonder gerechtvaardigde reden hebben afgeslagen en om onverwijlde doorzending van de klacht aan de raad hebben verzocht, zonder dat daaraan de gebruikelijke tweede schriftelijke ronde was voorafgegaan. De raad kan zich dan ook niet aan de indruk onttrekken dat klagers in de onderhavige kwestie lichtvaardig tot indiening van een tuchtklacht zijn overgegaan.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:22 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-831/AL/NN 25-833/AL/NN

    Voorzittersbeslissing in twee identieke klachten van een advocaat (in loondienst) en het bedrijf (klager 2) tegen dezelfde verweerder. De cliënt van verweerder heeft per abuis onder een e-mail aan klager 2 een lint van e-mails meegestuurd. Die e-mails zijn daarna ook bij klager 1 bekend geworden. Een van die mails betrof correspondentie tussen die cliënt en verweerder. Het is evident niet de bedoeling geweest dat die e-mail bij klagers terechtkwam, zodat in die zin geen sprake is van een opzettelijke belediging. Die vertrouwelijke cliënt-advocaat e-mail kan naar het oordeel van de voorzitter, zonder toestemming van verweerder of bemiddeling door de deken, niet ten grondslag liggen aan de klachten. Hoewel de gewraakte opmerking zeker grievend is, hadden klagers daarvan geen kennis mogen nemen of had dit anderszins openbaar gemaakt mogen worden. Naar het verdere oordeel van de voorzitter is verweerder niet verantwoordelijk voor de e-mails van zijn cliënt. Dat verweerder daarop inhoud heeft uitgeoefend en heeft geprobeerd om via die weg zijn tuchtklacht van tafel te krijgen, is de voorzitter uit de stukken niet gebleken. Overige verwijten zijn niet vast te stellen. Klachten kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:23 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-376/AL/MN

    Verzetbeslissing. De raad verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:21 Hof van Discipline 's Gravenhage 250140

    Bekrachtiging beslissing raad. Berisping. Verweerder heeft in hoger beroep zijn stelling gehandhaafd dat hij klaagster in een huurgeschil als vriendendienst van advies heeft voorzien. Het hof is, met de raad, van oordeel dat klaagster ervan mocht uitgaan dat verweerder haar als advocaat bijstond. Van verweerder mag als advocaat worden verwacht dat hij vanaf het begin af aan duidelijk is over zijn rol en daarover duidelijk communiceert en correspondeert, zodat daarover geen misverstand kan ontstaan. Dat betekent dat verweerder op het moment dat klaagster zich tot hem wendde ofwel duidelijk had moeten aangeven en bevestigen dat hij als advocaat in de huurkwestie voor haar zou optreden, waarna hij de huurkwestie dan ook met de nodige voortvarendheid had moeten oppakken, ofwel duidelijk had moeten aangegeven dat hij daarvoor niet over de vereiste expertise beschikte, waarna hij klaagster uitdrukkelijk had moeten adviseren een advocaat in te schaken die wel over die expertise beschikte. Niet is gebleken dat verweerder daaraan heeft voldaan. Het hof sluit zich voorts aan bij de overwegingen en conclusies van de raad over de communicatie van verweerder met klaagster en de zorgvuldigheid en voortvarendheid die van verweerder verwacht mochten worden en neemt die over. Verweerder heeft gehandeld in strijd met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt, wat hem tuchtrechtelijk te verwijten is.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:17 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-704/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een incassozaak. De verwijten dat in de door verweerster verzonden sommatiebrief buitensporige extra kosten worden gevorderd, die bij een andere partij thuishoren, dat verweerster geen afstand heeft genomen van het pestgedrag van haar cliënte door met opzet een e-mail te sturen op het algemene e-mailadres van klaagsters onderneming, zodat klaagsters collega’s de e-mail hebben kunnen lezen, terwijl klaagster de e-mail wegens een technische storing niet heeft ontvangen, dat zij, ondanks betaling van de volledige vordering niet het bericht heeft gestuurd dat de zaak was afgewikkeld en dat zij niet op klaagsters e-mail van 18 december 2024 heeft gereageerd zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:12 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-675/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. Verweerder is binnen de aan hem toekomende vrijheid als dominus litis gebleven. Niet gebleken dat hij onvoldoende bekend was met het dossier. Niet kan worden vastgesteld dat verweerder klager bewust fout heeft geïnformeerd over de bevoegdheid van de kantonrechter. Verweerder kan niet worden verweten dat een derde partij niet is gedagvaard, omdat klager hem daarover nooit heeft geïnformeerd. Verweerder mocht bij klager aandringen om een reactie, gelet op een beperkt houdbaar voorstel dat hij had ontvangen van de wederpartij. Verweerder heeft zijn werkzaamheden ook mogen neerleggen. Klacht in zoverre ongegrond. Geen belang bij de klacht over de declaraties, omdat hij binnen het budget van de rechtsbijstandsverzekeraar is gebleven en zodoende alleen de verzekeraar daarbij belang heeft.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:13 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-650/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klachten over het onjuist of onvolledig informeren van de rechtbank ongegrond, omdat dit niet is voorzien van onderbouwing en ook door verweerder is betwist. Verweerder mocht onderhandelen met klagers advocaat; dat klagers advocaat (mogelijk) in strijd met gedragsregel 15 handelde is diens eigen verantwoordelijkheid, niet die van verweerder. Klacht ongegrond.