Zoekresultaten 1-50 van de 1713 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:59 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-592/AL/OV

    Verzetbeslissing. De raad verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:32 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-842/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Niet gebleken van overtreding van de gedragsregels 15, 9 en 25. In zoverre ongegrond. Wel heeft verweerster onjuistheden gepresenteerd tijdens het bemiddelingsgesprek bij de deken. In zoverre gegrond. Verweerster heeft daarmee in strijd gehandeld met de kernwaarde integriteit in de zin van artikel 10a Advocatenwet. De raad rekent verweerster dit handelen in strijd met de kernwaarde integriteit zwaar aan. Gelet op de aard van het gegrond bevonden tuchtrechtelijke verwijt acht de raad een voorwaardelijke schorsing voor de duur van twee weken passend en geboden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:69 Hof van Discipline 's Gravenhage 240381 240382

    Deze zaak betreft het handelen van een advocaat van gefailleerden. Het hoger beroep richt zich tegen de ongegrond verklaarde klachtonderdelen a), e) en f). Klagers - curatoren - verwijten verweerder het medeplegen van witwassen, het niet voldoen aan de op hem rustende onderzoeks- en vergewisplicht in de zin van artikelen 7.1 en 7.3 Voda en handelen in strijd met de in artikel 10a Advocatenwet neergelegde kernwaarde integriteit door het meewerken aan heling, bedrieglijke bankbreuk en/of valsheid in geschrift, althans het faciliteren van het onttrekken van gelden aan de faillissementsboedel. De raad van discipline heeft alle klachtonderdelen (a) tot en met f)) ongegrond verklaard. Het hof sluit zich bij dat oordeel van de raad aan en bekrachtigt het oordeel van de raad.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:33 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-069/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over handelen in strijd met meldingsplicht op grond van Wwft kennelijk-niet ontvankelijk omdat uit de overgelegde stukken op geen enkele wijze is gebleken dat klager door het vermeend handelen van verweerder direct in zijn belang is getroffen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:60 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-797/AL/GLD

    Klacht over de advocaat van de wederpartij in een langdurig erfrechtelijk geschil. Na een deels uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis is verkoop van een onroerende zaak uit de nalatenschap bevolen met benoeming van een rentmeester voor de verkoop en zo nodig machtiging tot verkoop op basis van dat vonnis bij uitblijven toestemming van de cliënt van verweerder. Die cliënt heeft hoger beroep ingesteld. Verweerder heeft daarna de rentmeester schriftelijk gewezen op de gevolgen van de verkoop tegen de kennelijke wil van zijn cliënt. De rentmeester heeft daarna de verkoop opgeschort totdat partijen overeenstemming hadden bereikt. Naar het oordeel van de raad stond het verweerder vrij om als partijdige belangenbehartiger zijn brieven aan de rentmeester te sturen. De advocaat van klager kon daarop reageren, en heeft dat ook gedaan. Van een dreigende toonzetting is geen sprake geweest. Dat is zo ook niet door de rentmeester opgevat. De beslissing van de rentmeester kan verweerder tuchtrechtelijk niet worden verweten. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:70 Hof van Discipline 's Gravenhage 250021 250022 250023 250024

    Deze zaak betreft een klacht over twee advocaten die rechtsbijstand hebben verleend, de advocaat-klachtfunctionaris en een advocaat-bestuurder van een advocatenkantoor. Klagers verwijten verweerders onvoldoende zorgvuldigheid en/of onvoldoende deskundigheid te hebben betracht in de wijze waarop zij twee zaken van klagers hebben behandeld. De Raad van Discipline heeft klagers 1 tot en met 3 en 5 tot en met 9 niet-ontvankelijk verklaard voor zover de klacht is gericht op het geschil met de familie A. De raad heeft de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Het hof sluit zich aan bij dat oordeel van de raad. De klacht is ook in hoger beroep op alle klachtonderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:34 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-070/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over handelen in strijd met meldingsplicht op grond van Wwft kennelijk-niet ontvankelijk omdat uit de overgelegde stukken op geen enkele wijze is gebleken dat klager door het vermeend handelen van verweerder direct in zijn belang is getroffen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:61 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-887/AL/MN

    voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij van klager. Niet is gebleken van grievende uitlatingen, schending vertrouwelijkheid of onvoldoende professionele distantie van verweerder. Deels kennelijk niet-ontvankelijk, deels kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2023:182 Hof van Discipline 's Gravenhage 230012

    De raad heeft klachtonderdelen a), b), c) en e) terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat de klacht te laat is ingediend. Mogelijk waren op 2 november 2018 nog niet alle gevolgen van de verweten gedragingen aan klagers bekend, maar dat leidt niet tot een verlenging van de vervaltermijn. In de drie jaar waarin de vervaltermijn liep, zijn blijkens de eigen stellingen van klagers ook de gevolgen aan hen bekend geworden. Dat die gevolgen een doorlopend effect hebben en ook vandaag de dag nog een rol (kunnen) spelen, maakt dit niet anders. De beroepsgronden van klagers falen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:62 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-081/AL/NN

    voorzittersbeslissing. Klacht over bestuurder van een kantoor. Verweerster was op de achtergrond op de hoogte van de weigering van een kantoorgenoot om wegens betalingsachterstand van klagers op grond van het kantoorbeleid op enig moment haar opdracht neer te leggen. Ook was verweerster als bestuurder op de hoogte van de gang van zaken bij de klachtenfunctionaris. Verweerster heeft naar het oordeel van de voorzitter op zorgvuldige wijze gehandeld richting klagers. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:63 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-106/AL/GLD

    voorzittersbeslissing. Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht over verweerder omdat hij te laat heeft geklaagd. Van een verschoonbare termijnoverschrijding is de voorzitter niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:58 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-484/AL/NN/D

    Verweerster heeft in drie zaken samengewerkt met een voormalige advocaten. Deze voormalige advocaat is vóór deze samenwerking door de Raad van Discipline van het tableau geschrapt en hij was ten tijde van deze samenwerking daarom geen advocaat meer. Desondanks heeft de voormalige advocaat deze zaken behandeld en dat gebeurde niet onder de verantwoordelijkheid van verweerster. Zij heeft in die zaken feitelijk slechts gefungeerd als doorgeefluik. Verweerster heeft hiermee gehandeld in strijd met artikel 46 Advocatenwet en de kernwaarden onafhankelijkheid, deskundigheid en integriteit. De raad rekent dit verweerster zwaar aan. Bij de oplegging van de maatregel houdt de raad verder sterk rekening met het tuchtrechtelijke verleden van verweerster. De raad heeft haar tweemaal een voorwaardelijke schorsing opgelegd. Eén van die veroordelingen zag - net als de onderhavige zaak - mede op een samenwerking die ertoe heeft geleid dat zij niet volledig onafhankelijk is geweest en de kernwaarden onafhankelijkheid, partijdigheid, deskundigheid en integriteit in gevaar heeft gebracht. Verder neemt de raad in aanmerking dat verweerster het verwijtbare van haar handelen niet inziet. Tijdens het onderzoek van de deken, in het door haar ingediende verweerschrift (waarin alle verwijzingen naar jurisprudentie onjuist of niet relevant zijn) en op de zitting van de raad heeft zij volhard in haar stelling dat zij op een correcte wijze heeft gehandeld. De raad is - rekening houdend met alle feiten en omstandigheden - van oordeel dat alleen kan worden volstaan met een onvoorwaardelijke schorsing. De raad zal verweerster een schorsing opleggen voor de duur van twaalf weken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:47 Raad van Discipline Amsterdam 25-757/A/A 25-758/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond. Dat verweerder 1 juridische kernpunten over het hoofd heeft gezien of dat het advies van verweerder 1 op enige andere wijze niet voldeed aan de vereiste deskundigheid, is de raad niet gebleken. Klachtonderdeel a) is daarom ongegrond. De raad stelt verder vast dat het e-mailbericht van 24 april 2025, met daarin opgenomen een schikkingsvoorstel aan klager, is geschreven door verweerder 2 in de hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Verweerder 1 heeft deze e-mail niet mede ondertekend en het is de raad niet gebleken dat hij betrokkenheid heeft gehad bij het opstellen van dit bericht, noch dat hij zich op andere wijze intimiderend of agressief jegens klager zou hebben uitgelaten. Klachtonderdeel b) is ten aanzien van verweerder 1 daarom niet-ontvankelijk. Voor wat betreft verweerder 2 is de raad van oordeel dat geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Verweerder 2 heeft in het e-mailbericht van 24 april 2025 geprobeerd het geschil met klager in der minne te schikken door een afkoopbedrag voor te stellen tegen finale kwijting, waaronder het afzien van een klacht door klager. Verweerder 2 heeft daarbij naar het oordeel van de raad gemotiveerd toegelicht dat het doel hiervan was om het geschil met klager te beëindigen zonder dat er nog zou worden “nagetrapt”. Naar het oordeel van de raad mocht verweerder 2 dit voorstel zo doen. Dat klager dit als intimiderend heeft ervaren, maakt niet dat sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klachtonderdeel b) is ten aanzien van verweerder 2 daarom ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:31 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-452/DB/LI

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:48 Raad van Discipline Amsterdam 26-033/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht is (kennelijk) niet-ontvankelijk. Er is sprake van misbruik van recht en van een schending van het ne bis in idem-beginsel. Deze klacht ziet (wederom) op het handelen van verweerder in het geschil tussen klager en F. Daarnaast is (ook) sprake van een overschrijding van de termijn zoals genoemd in artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:49 Raad van Discipline Amsterdam 25-903/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de kwaliteit van dienstverlening kennelijk ongegrond. Verweerder heeft de belangen van klager behartigd met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwaam en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mocht worden verwacht. Verweerder heeft klager adequaat geïnformeerd over hoe klagers zaak ervoor stond en welk verweer het beste kon worden gevoerd om ontruiming te voorkomen. Dat verweerder klager niet in al zijn wensen en eisen heeft gevolgd, leidt niet tot de conclusie dat verweerder is tekortgeschoten in zijn dienstverlening. Aan verweerder komt als dominus litis immers de vrijheid toe de zaak te behandelen zoals hem dat juist voorkomt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:50 Raad van Discipline Amsterdam 26-077/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht is niet-ontvankelijk vanwege overschrijding driejaarstermijn.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:28 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-432/DB/ZWB/D

    Dekenbezwaar. Ontvankelijkheid: Verweerder heeft aangevoerd dat de deken geen belang heeft bij beoordeling van het dekenbezwaar nu het alsnog verkrijgen van een stageverklaring, vereist om als advocaat hernieuwd op het tableau te kunnen worden ingeschreven, een feitelijke onmogelijkheid is geworden. Verweerder heeft daarnaast aangevoerd dat er evenmin een algemeen belang bestaat bij het verkrijgen van een inhoudelijk oordeel van de raad, omdat het onderwerp van het dekenbezwaar (integriteit en strafbare feiten) geen verfijning, verheldering of toelichting van de bestaande tuchtrechtspraak behoeft. De raad is van oordeel dat de deken wel ontvankelijk is. Dat de kans op een hernieuwde inschrijving van verweerder op het tableau thans reeds nihil is, maakt naar het oordeel van de raad niet dat de deken bij het vragen van een tuchtrechtelijke reactie geen belang (meer) heeft. Gezien de ernst van de door de rechtbank bewezen verklaarde strafbare feiten is het algemeen belang bij het geven van een tuchtrechtelijke reactie en het daarmee samenhangende signaal aan de beroepsgroep en het publiek naar het oordeel van de raad gegeven, ook indien die tuchtrechtelijke reactie geen verfijning, verheldering of toelichting van bestaande tuchtrechtspraak oplevert.Inhoudelijk: Verweerder heeft zich schuldig gemaakt aan de handel in cocaïne, het witwassen van grote geldbedragen en aan ondergronds bankieren, waarbij hij financiële regelgeving heeft overtreden, die bedoeld is om de integriteit van het betalingsverkeer in de maatschappij te waarborgen. Deze strafbare feiten zijn in het licht van de beroepsuitoefening absoluut ongeoorloofd en ondermijnen het vertrouwen in de advocatuur.Verweerder voldoet niet aan de in de Voda gestelde eisen om het beroep van advocaat uit te mogen oefenen, doordat hij niet beschikt over een verklaring van voltooide stage en doordat hij geen kantoor houdt. Verweerder heeft de belangen van zijn cliënten geschaad, althans heeft het risico genomen deze belangen te schaden, doordat hij heeft geweigerd zijn medewerking te verlenen aan een behoorlijke waarneming van zijn praktijk tijdens zijn detentie. De gegrond bevonden tuchtrechtelijk verwijten leveren een schending op van de kernwaarden van de advocatuur. Gegrond. Schrapping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:29 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-829/DB/MN

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerder in of buiten rechte informatie heeft verstrekt waarvan hij weet, althans behoort te weten, dat deze onjuist is, noch dat hij zich onnodig grievend over klager heeft uitgelaten. Als door klager erkend staat vast dat hij meerdere klachten tegen L heeft ingediend. Het stond verweerder vrij om in het kader van de behartiging van de belangen van zijn cliënt de context te schetsen in dat verband melding te maken van het aantal ingediende klachten. Verder staat vast dat het Openbaar Ministerie in de sepotbeslissing heeft vermeld dat niet tot de verdere vervolging van klager werd overgegaan omdat er naar het oordeel van het Openbaar Ministerie onvoldoende bewijs was. Klager heeft zich beklaagd over L omdat deze in de visie van klager aan de kinderen had moeten melden dat klager onschuldig was bevonden. Het was de taak van verweerder om namens L tegen die klacht verweer te voeren en in dat verband in het verweerschrift de feitelijke grondslag van die klacht te weerleggen. Dat heeft verweerder ook gedaan. Verweerder heeft namens L gesteld: “Daarin staat niet dat klager onschuldig is bevonden. Er staat dat er onvoldoende bewijs is. Dat is wezenlijk iets anders. Klager kon dus sowieso niet aan wie dan ook de mededeling doen dat klager onschuldig was bevonden.” Die stelling is niet feitelijk onjuist en mocht verweerder in het kader van de behartiging van de belangen van zijn cliënt poneren. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:45 Raad van Discipline Amsterdam 25-680/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is ongegrond. Onder verantwoordelijkheid van verweerster is een beroepsfout gemaakt door een termijn te laten verlopen. Niet iedere beroepsfout levert evenwel tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen op. Verweerster heeft gedaan wat zij in de ontstane situatie als een redelijk handelend advocaat behoorde te doen. Zij heeft haar excuses aangeboden en daarna de noodzakelijke inspanningen verricht om de gemaakte fout te doen herstellen. Klager is gecompenseerd in de kosten en het is de raad niet gebleken dat klager verder nadelige gevolgen heeft ondervonden van het handelen van verweerster.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:46 Raad van Discipline Amsterdam 25-655/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is niet-ontvankelijk bij gebrek aan rechtstreeks belang voor klagers. Het vermeend verwijtbaar handelen van verweerder richt zich enkel en alleen tot het bestuur. Het handelen kan daarom ook alleen het bestuur, als vertegenwoordiging van de Vereniging, in zijn belang raken en hierover kan slechts het bestuur klagen. Klagers, als leden van de Vereniging staan hier buiten.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:30 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-578/DB/OB

    Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:27 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-050/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening door de eigen advocaat. Niet gebleken dat verweerster haar afspraken niet is nagekomen, onvoldoende heeft gecommuniceerd of haar werkzaamheden op onzorgvuldige wijze heeft beëindigd. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:40 Raad van Discipline Amsterdam 26-029/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de kwaliteit van dienstverlening kennelijk ongegrond. Van enige belangenverstrengeling bij verweerster is de voorzitter niet gebleken. Verweerster lijkt zich juist steeds voor klager te hebben ingespannen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:41 Raad van Discipline Amsterdam 25-673/A/A/D

    Dekenbezwaar dat samenhangt met klacht 25-669. Verweerster heeft vrijwel niets gedaan voor haar cliënt, die daarover een klacht heeft ingediend bij de deken. Tijdens het onderzoek van de deken reageert verweerster eerst traag en daarna niet meer. Net als de deken ziet de raad in het gedrag van verweerster een zorgwekkend patroon. De raad legt aan verweerster een voorwaardelijke schorsing voor de duur van twee weken op. Als bijzondere voorwaarde legt de raad aan verweerster de verplichting op om zich gedurende zes maanden te houden aan de aanwijzingen van de deken aangaande haar praktijkvoering.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:68 Hof van Discipline 's Gravenhage 250363

    Verzet na afwijzende verwijzing ongegrond. Het hof ziet op basis van het onderzoek in verzet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan die van de voorzitter. Klager heeft zijn klacht over mr. H ingetrokken en zijn klacht over mr. O is reeds ter verdere behandeling naar de raad toegestuurd. De Advocatenwet voorziet niet in de mogelijkheid voor verweerster in haar hoedanigheid van deken – en evenmin voor het hof – om een ingetrokken klacht alsnog tegelijk met een andere klacht (waarin reeds een dekenonderzoek heeft plaatsgevonden) door te sturen naar de raad voor verdere behandeling. Klager kan, als hij dat wil, opnieuw een klacht indienen over mr. H bij verweerster die deze dan zal onderzoeken waarna klager ook die klacht, na voldoening van het griffierecht, ter verdere behandeling naar de raad van discipline kan laten doorsturen. Reeds daarom is er ook geen sprake van strijd met de artikelen 6 en 13 EVRM zoals klager stelt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:42 Raad van Discipline Amsterdam 25-669/A/A

    Klacht tegen de eigen advocaat. Verweerster heeft klager in een familiezaak in de steek gelaten. Zij nam zijn zaak in behandeling, werd vervolgens ziek, maar informeerde haar cliënt niet. Als gevolg hiervan is geen verweer gevoerd in een rechtbankprocedure. De klacht is gegrond, maar de raad legt geen maatregel op. Dat gebeurt in het met deze zaak samenhangende dekenbezwaar (25-673).

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:43 Raad van Discipline Amsterdam 25-686/A/A

    Klacht tegen de eigen advocaat. Verweerder heeft klager 2 en de ondernemingen van klager 1 bijgestaan in een geschil met een gemeenschappelijke schuldeiser. Klager 1, die in persoon klaagt, is in de klacht niet-ontvankelijk om dat hij niet belanghebbend is. De klachten van klager 2 zijn ongegrond. Het is de raad niet gebleken dat verweerder met zijn bijstand aan de ondernemingen en klager 2 tegenstrijdige belangen heeft gediend. Het is de raad ook niet gebleken dat verweerder excessief of anderszins onbetamelijk heeft gedeclareerd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:55 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-079/AL/MN

    voorzittersbeslissing. De klacht van klager is te laat ingediend. Nu van een verschoonbare termijnoverschrijding niet is gebleken, wordt klager niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:44 Raad van Discipline Amsterdam 25-661/A/A

    Klacht tegen een advocaat in andere hoedanigheid. Klaagster is eigenaar van een zelfbouwkavel. Verweerder is voorzitter van de dorpsraad van klaagsters woonplaats. Verweerder heeft de gemeente, namens de dorpsraad, verzocht om handhavend op te treden omdat de woning volgens de dorpsraad niet voldeed aan de vergunning. De raad is van oordeel dat klaagster in haar klacht ontvankelijk is. Weliswaar trad verweerder niet op als advocaat van de dorpsraad, maar voor zijn werkzaamheden als voorzitter van de dorpsraad maakte hij wel gebruik van zijn zakelijke e-mailadres. Hij verrichtte bovendien juridische werkzaamheden. De raad is daarom van oordeel dat het tuchtrecht van toepassing is. De klachten van klaagster (rauwelijks procederen, ongepaste uitlatingen, onduidelijkheid over hoedanigheid van advocaat) zijn ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:56 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-538/AL/GLD

    De raad verklaart een klacht tegen de eigen advocaat ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:57 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-582/AL/MN

    De raad verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:67 Hof van Discipline 's Gravenhage 250360

    Verzet ongegrond. Het hof ziet geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan die van de voorzitter. De voorzitter heeft overwogen dat het indienen van een klacht niet de geëigende wijze is om een weigering van verweerder om een advocaat aan te wijzen aan de orde te stellen en dat de klacht verder geen (andere) omschrijving bevat van enig handelen of nalaten van verweerder. Klaagster heeft in het verzet geen gronden aangevoerd die zien op de toetsingsmaatstaf of de feiten die aan de beslissing van 6 november 2025 ten grondslag liggen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:63 Hof van Discipline 's Gravenhage 250381

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De mogelijkheid die artikel 13 Advocatenwet biedt om een advocaat aangewezen te krijgen, is in beginsel beperkt tot zaken waarin de bijstand door een advocaat verplicht is gesteld. Die situatie doet zich hier niet voor. De deken is, anders dan zij heeft aangevoerd, wel bevoegd een advocaat aan te wijzen, maar zij kan in een dergelijk geval een aanwijzing van een advocaat achterwege laten. Indien klager een procedure verkiest boven aanvaarding van de aangeboden woning kan klager die procedure zonder bijstand van een advocaat starten omdat procesvertegenwoordiging in huurgeschillen bij de kantonrechter niet verplicht is. Klager kan in die procedure ook (zo klager dat wil) hulp of bijstand van een niet-advocaat vragen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:64 Hof van Discipline 's Gravenhage 250389

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Klager heeft om aanwijzing van een advocaat gevraagd in een fiscale procedure. Het belastingrecht wordt beschouwd als een gespecialiseerd onderdeel van het bestuursrecht en in het bestuursrecht is bijstand door een advocaat niet verplicht. Uit de stukken in het dossier leidt het hof af dat klager tijdig een uitgebreid beroepschrift heeft kunnen indienen. De door klager aangehaalde uitspraken van het hof zien op andere situaties dan die van klager, waarbij het hof voorts opmerkt dat de door klager aangehaalde citaten niet in deze uitspraken te vinden zijn. De omstandigheid dat klager geen machtiging heeft toegestuurd is blijkens de beslissing van 12 november 2025 voor de deken niet redengevend geweest om het aanwijzingsverzoek af te wijzen. De de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de toetsing door de deken van een aanwijzingsverzoek ex artikel 13 Advocatenwet.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:65 Hof van Discipline 's Gravenhage 250386

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Uit het dossier blijkt dat klaagster bijstand van een advocaat wenst in een bestuursrechtelijke procedure. In het bestuursrecht is bijstand door een advocaat niet verplicht. Reeds om die reden is het beklag van klaagster tegen de afwijzingsbeslissing van de deken ongegrond. Voorts heeft klaagster reeds zelf bezwaar ingediend tegen het besluit. De deken heeft haar afwijzende beslissing op juiste gronden genomen en klaagster erop gewezen dat zij zich door iemand anders dan een advocaat kan laten bijstaan alsook met het Juridisch Loket contact kan opnemen. Hetgeen klaagster verder heeft aangevoerd, geeft het hof geen aanleiding anders te oordelen dan de deken heeft gedaan.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:66 Hof van Discipline 's Gravenhage 250398

    Beklag artikel 13 ongegrond. De deken heeft op goede gronden geweigerd aan klaagsters herhaalde verzoek te voldoen nadat hij eerder een advocaat had aangewezen. Dat klaagster het kennelijk niet eens is met de wijze waarop de aangewezen advocaat de zaak aanpakt is geen reden voor aanwijzing van een nieuwe advocaat. De deken heeft in dit verband terecht naar eerdere uitspraken van het hof van discipline verwezen zoals HvD 14 februari 2011, ECLI:N:TAHVD:2011:YA1409, HvD 10 juli 2017, ECLI:NL:TAHVD:2017:142. Artikel 13 Advocatenwet voorziet er niet in dat een advocaat in alle opzichten aan de wensen van een client dient te voldoen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:62 Hof van Discipline 's Gravenhage 260032

    Klacht over deken wordt niet verwezen. Uit de formulering van de klacht en de onderbouwing blijkt niet op welke concrete gedragingen van verweerster de klacht betrekking heeft. Niet duidelijk is waar verweerster zich tegen zou moeten verweren. De algemene verwijten en het onbehoorlijke taalgebruik maken dat deze klacht naar het oordeel van de voorzitter niet voor verwijzing in aanmerking komt.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:51 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-105/AL/NN

    Naar het oordeel van de raad heeft klager tijdig geklaagd. Op grond van de stukken en de betwisting door verweerster kan de raad niet vaststellen dat verweerster niet doelmatig heeft gehandeld en daardoor onnodige kosten voor klager heeft gemaakt. De juistheid van het verwijt dat verweerster er bij klager op heeft aangedrongen om zich kort voor een zitting ziek te melden om aanhouding te bewerkstelligen, kan de raad, tegenover de betwisting daarvan door verweerster, evenmin vaststellen. Het verwijt dat verweerster excessief heeft gedeclareerd, is door klager onvoldoende concreet gemaakt. Alhoewel voor de raad het totaalbedrag van € 52.000,- hoog voorkomt, en opvalt dat verweerster voor een juridisch medewerkster haar eigen uurtarief heeft gedeclareerd, is dat alleen onvoldoende om daaraan de conclusie te verbinden dat verweerster excessief heeft gedeclareerd. Het komt de raad voor dat klager uit mededelingen van verweerster heeft opgemaakt dat zijn advocaatkosten fiscaal aftrekbaar zouden zijn voor de inkomstenbelasting maar voor de raad is niet bekend of verweerster dat werkelijk zo tegen hem heeft gezegd of heeft bedoeld te zeggen. Stukken die dat standpunt van klager onderbouwen, ontbreken ook. Klacht ook overigens ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:52 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-025/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. Uit de stukken is de voorzitter gebleken dat er veelvuldig contact en overleg tussen klager en verweerster is geweest en ook dat verweerster bij de behandeling van de zaak van klager rekening heeft gehouden met zijn wensen. Als klager het niet eens was geweest met de aanpak van verweerster, had hij een andere advocaat kunnen zoeken, zoals verweerster ook heeft gezegd. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster de belangen van klager op adequate en zorgvuldige wijze behartigd. Na de ontstane vertrouwensbreuk diende verweerster zich te onttrekken. Dat heeft zij op zorgvuldige en correcte wijze gedaan. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:26 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-633/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Voor zover de klacht ziet op het handelen of nalaten van verweerder van voor 26 november 2021, is de klacht met toepassing van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet niet-ontvankelijk. Niet gebleken dat verweerder in de diverse procedures die hij namens zijn cliënten heeft gevoerd gelogen tegen de rechters en de curator, noch dat hij procedures is gestart op onjuiste gronden. De verwijten dat verweerder zich escalerend en intimiderend heeft gedragen en dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan smaad en laster missen feitelijke grondslag. Klager kan niet worden ontvangen in het klachtonderdeel dat verweerder S ten onrechte in de procedures heeft betrokken, omdat niet is gebleken dat klager door het verweten handelen rechtstreeks in zijn belangen is getroffen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:53 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-140/AL/NN/D

    dekenbezwaar. De deken heeft in haar bezwaar over dezelfde gedragingen van verweerster geklaagd als een cliënt van haar, de heer R. In die klachtzaak (25-105/AL/NN) is op dezelfde dag uitspraak gedaan als in het dekenbezwaar. De raad oordeelt dat onderdeel van het dekenbezwaar ongegrond en de twee andere bezwaren gegrond. De deken is door het onderzoek naar de klacht van de heer R over verweerster bekend geworden met twee e-mails van verweerster aan de heer R. In de e-mail van oktober 2022 heeft verweerster aan de heer R bericht dat haar werkzaamheden voor 90% zagen op haar werkzaamheden in zijn alimentatiekwestie. In haar e-mail van december 2022 heeft verweerster echter aan de heer R bericht dat haar werkzaamheden grotendeels door hem als zakelijk konden worden geboekt. Vast staat dat die declaraties van ruim € 50.000,- zagen op werkzaamheden van verweerster voor de heer R privé, zoals verweerster twee maanden eerder in haar e-mail van oktober 2022 ook aan hem had geschreven. Verweerster heeft niet alleen opzettelijk gelogen in haar e-mail van december 2022 maar heeft daarmee ook valsheid in geschrifte gepleegd en gepoogd mee te werken aan oplichting door de heer R van de Belastingdienst. Dat het zover niet is gekomen, is dankzij de accountant van de heer R die de valse verklaring van verweerster niet wilde gebruiken bij de aangifte van de heer R voor de inkomstenbelasting over 2021. Verweerster heeft naar aanleiding van vragen van de deken over de inhoud van genoemde e-mails van oktober en december 2022 aan de heer R in haar eerste reactie geprobeerd om de waarheid over haar valse verklaring aan de heer R te verdoezelen. Pas na ontvangst van het concept-dekenbezwaar heeft verweerster open kaart met de deken gespeeld. Verweerster heeft met haar handelen op ernstige wijze in strijd met de normen van artikel 46 Advocatenwet en de kernwaarden integriteit en onafhankelijkheid gehandeld en ook op onbetamelijke wijze de deken in haar toezichthoudende taak belemmerd en geprobeerd te misleiden. Alhoewel de zeer grote ernst hiervan een onvoorwaardelijke schorsing zou rechtvaardigen, zeker ook gelet op het tuchtrechtelijk verleden van verweerster, legt de raad aan verweerster een voorwaardelijke schorsing van 26 weken op met een proeftijd van twee jaar en ook een bijzondere voorwaarde. De raad hecht waarde aan het in het voorjaar van 2025 door verweerster gestarte coaching traject bij collega-advocaat. De raad hoopt, net als de deken tijdens de zitting heeft verklaard, dat die coaching zal resulteren in een verbetering van de bedrijfsvoering van verweerster, zodanig dat hierover geen klachten meer worden ingediend. Omdat de deken tijdens de zitting ook heeft verklaard dat verweerster inhoudelijk een goede advocaat is, en verweerster medische problemen heeft gehad, is de raad bereid om verweerster nog één laatste kans te geven.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:54 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-764/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:50 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-695/AL/MN

    Verweerster wordt beklaagd in haar (toenmalige) hoedanigheid van deken. Naar het oordeel van de raad heeft verweerster met haar handelwijze niet het vertrouwen in de advocatuur geschaad. Zij heeft op verzoek van de advocaat van de wederpartij van klaagster in het kader van haar toezichthoudende taak een onafhankelijk feitenonderzoek gedaan naar een haar toegezonden document dat volgens de advocaat van de wederpartij door klaagster in de procedure in hoger beroep als productie was ingebracht en vals was. Die productie betrof een e-mail op naam van een voormalig advocaat van klaagster. Die advocaat heeft zich op zijn geheimhoudingsplicht beroepen bij vragen van de wederpartij over de echtheid van genoemde e-mail. Verweerster heeft de vermeende schrijver/advocaat van de e-mail gehoord. Niet valt in te zien dat ook klaagster als ontvanger van die e-mail gehoord had moeten worden. De informatie die verweerster van de voormalig advocaat heeft gekregen viel onder de bescherming van haar eigen geheimhouding. Niet is gebleken dat verweerster die geschonden heeft, of van de onderzochte advocaat. Vervolgens heeft verweerster in een e-mail aan de advocaat van de wederpartij haar bevindingen gemaild. Die verklaring is in door de wederpartij in het geding gebracht. Klaagster heeft daarvan toen kennis genomen en daartegen verweer gevoerd. Verweerster heeft klaagster de gelegenheid geboden om het volgens klaagster juiste document alsnog te onderzoeken. Van dat aanbod heeft klaagster om haar moverende redenen geen gebruik gemaakt. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:24 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-752/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Voor zover de klacht ziet op het handelen of nalaten van verweerder van voor 25 juli 2022, is deze met toepassing van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet niet-ontvankelijk. De raad is van oordeel dat niet is gebleken dat verweerder klager niet op de juiste wijze heeft bijgestaan. Vast staat dat verweerder de strategie en de aanpak van de zaak met klager heeft afgestemd en conform die afgesproken aanpak heeft gehandeld en dat verweerder de processtukken steeds tijdig in concept aan klager heeft voorgelegd en met klagers instemming heeft ingediend. Klager heeft ter zitting van de raad naar voren gebracht dat het hem dwarszit dat er geen juridische consequenties zijn verbonden aan het feit hij niet heeft meegetekend bij de bedrijfsoverdracht. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder in dit verband toereikend gemotiveerd toegelicht dat hem uit de overdrachtsakte was gebleken dat klager niet had meegetekend, maar dat dit ook niet was vereist omdat de onderneming niet aan klager is overgedragen. Dat klager niet heeft meegetekend bij de bedrijfsoverdracht in de verdelingskwestie heeft volgens verweerder geen juridisch relevante betekenis hetgeen verweerder naar het oordeel van de raad, voldoende heeft onderbouwd.. Dat verweerder de benodigde kennis van het erfrecht mist en klager had moeten verwijzen naar een advocaat met de juiste kennis is de raad op basis van de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht evenmin gebleken. De klacht is, voor zover ontvankelijk, in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:61 Hof van Discipline 's Gravenhage 260027

    Verzoek om verwijzing naar een raad van discipline in een ander ressort niet-ontvankelijk. Artikel 46aa lid 3 Advocatenwet is niet van toepassing omdat de klacht niet is gericht tegen een advocaat-lid van de raad. Ook overigens is er geen wettelijke grondslag om het verzoek toe te wijzen. Het verzoek kan niet worden toegewezen. Omdat de wettelijke grondslag voor het verzoek ontbreekt zal het hof het verzoek om verwijzing van de behandeling van de klacht van klaagster over verweerder naar een raad van discipline in een ander ressort niet-ontvankelijk verklaren.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:25 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-632/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. De klacht dat verweerder klaagster ten onrechte heeft betrokken in een faillissementsprocedure en ten onrechte aan klaagster een faillissementsprocedure heeft aangezegd is ongegrond. De raad is van oordeel dat verweerder genoegzaam gemotiveerd heeft toegelicht dat en waarom het in het belang van zijn cliënten was om ook klaagster in de faillissementsprocedure te betrekken en vervolgens ook aan haar nog eens indiening van een faillissementsrekest aan te kondigen. Op basis van de verweerder ter beschikking staande informatie kon hij menen dat zijn cliënten mogelijk (ook) een vordering op klaagster hadden. Dat verweerder, met het doel de levering van het chalet aan zijn cliënten te bewerkstelligen, ook klaagster in de faillissementsprocedure te betrekken, kan hem gelet op het voorgaande niet tuchtrechtelijk worden verweten. De klacht dat verweerder intimiderend en escalerend tegen klaagster heeft opgetreden, is, voor zover de klacht ziet op het handelen of nalaten van verweerder van voor 28 november 2021, met toepassing van artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet niet-ontvankelijk. Voor het overige is de klacht ongegrond. Van intimiderend of escalerend gedrag is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:49 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-613/AL/OV

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:23 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-778/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Verweerder heeft klaagster bij het beëindiging van de adviesrelatie te absoluut aangegeven dat zij geen problemen meer zou kunnen krijgen met haar huurder. Gelet op het feit dat klager eerder had aangegeven te overwegen om de huur te verhogen, had verweerder een voorbehoud moeten maken zodat enig misverstand hierover niet kon ontstaan. Dat verweerder geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de door hem gemaakte fouten, is niet gebleken. Voor zover klaagster stelt schade geleden als gevolg van de door verweerder gemaakte fouten, is de tuchtrechter onbevoegd. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:34 Raad van Discipline Amsterdam 25-907/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is in beide klachtonderdelen kennelijk ongegrond. Door verweerster is terecht aangevoerd dat zij als advocaat van de wederpartij van klaagster de door haar cliënte verstrekte gegevens heeft uitgewerkt in de brief van 2 april 2025 aan klaagster. Verweerster mocht daarbij uitgaan van de juistheid van deze door haar cliënte verstrekte gegevens. Dat er voor verweerster aanleiding bestond om aan de inhoud hiervan in redelijkheid te twijfelen en daarom te controleren, heeft klaagster niet onderbouwd en dit is de voorzitter ook niet gebleken. Het stond klaagster daarnaast vrij om inhoudelijk op de brief van verweerster reageren en het niet eens te zijn met de door verweerster namens haar cliënte uitgewerkte gegevens en sommatie.