Zoekresultaten 1-50 van de 2456 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:207 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-503/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster met haar handelen niet de grenzen overtreden van de haar toekomende vrijheid als advocaat van de wederpartij van klaagster. Verweerster heeft bij haar partijdig optreden voor haar cliënt voldoende oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van klaagster. Zo mocht verweerster een selectie foto's overleggen. Het lag op de weg van klaagster om daartegen verweer te voeren. Daarnaast stond het verweerster vrij om tijdens een zitting een bewijsvoorstel te doen zoals gedaan. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:201 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-120/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de mediator. Klacht deels niet-ontvankelijk, omdat die te laat is ingediend. Voor zover ontvankelijk, is de klacht ongegrond. Verweerster was niet gehouden een neutraal beëindigingsbericht aan partijen te sturen. Verweerster heeft toegelicht hij zij de overeenkomst heet opgesteld en wat daarbij een rol heeft gespeeld. Daarmee heeft zij niet partijdig en evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Verweerster hoefde er niet op bedacht te zijn dat het beëindigingsbericht later (door de wederpartij) in de civiele procedure zou worden ingebracht. Het bericht was onderdeel van de mediation, waarvoor geheimhouding gold.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:208 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-559/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klager wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht wegens het ontbreken van een eigen rechtstreeks belang bij de klacht over verweerder.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:202 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-186/DH/DH

    Raadsbeslissing. Dekenbezwaar over onder kwaliteit en kantoororganisatie. Er is sprake van tekort schieten in de schriftelijke vastlegging c.q. dossieropbouw. Ook is de waarneming niet goed op orde. Daarvoor is recent aan verweerster een coachtingstraject opgelegd, maar dat traject was nog niet aangevangen op het moment van indiening van het dekenbezwaar. Niet verwacht kan worden dat verweerster haar praktijk zo snel al weer op orde zou hebben. De raad ziet hierin aanleiding om voor dit deel af te zien van het opleggen van een maatregel. Dat is anders voor de geheimhoudersstukken die onversnipperd in een container zijn weggegooid en daar door de buren zijn aangetroffen. Hoewel verweerster stelt de juiste instructies te hebben gegeven aan haar ondersteunen personeel, is het toch niet goed gegaan. De raad weegt daarbij zwaar mee dat verweerder niet adequaat heeft gereageerd op het moment dat de deken liet weten dat geheimhoudersstukken waren aangetroffen. Verweerster heeft deze (nog steeds) niet ingezien. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:197 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-692/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een familiekwestie. Klacht deels niet-ontvankelijk, omdat de klacht te laat is ingediend. Voor zover ontvankelijk is de klacht over de kwaliteit van de bijstand deels gegrond. Verweerster is op meerdere punten tekortgeschoten in de behartiging van klagers belangen, onder meer door zonder toelichting of berekening een jaaropgave in te dienen, waar de rechtbank vervolgens geen rekening mee heeft gehouden. Verweerster heeft aangifte tegen klager gedaan naar aanleiding van door hem bij de Geschillencommissie ingediende stukken. Verweerster heeft daarmee niet gehandeld als een betamelijk advocaat, omdat er geen noodzaak was om aangifte te doen en verweerster niet vooraf overleg heeft gevoerd met de deken. Zij heeft daarbij ook haar geheimhoudingsplicht geschonden door een e-mail uit haar dossier aan de politie te overleggen. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:203 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-274/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de faillissementscurator. Verweerder kon en mocht opdracht geven voor een taxatie van de woning van klagers. Niet gebleken dat verweerder het taxatieproces heeft beïnvloed. Niet gebleken van enig tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerder. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:198 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-723/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:204 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-731/DH/DH/H

    Herzieningsverzoek niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:199 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-020/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:205 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-493/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over deken. Verweerder heeft het vertrouwen in de advocatuur niet geschaad. Verweerder heeft gehandeld overeenkomstig de Leidraad dekenaal klachtonderzoek 2025. Klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:206 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-497/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de ex-partner deels niet-ontvankelijk omdat de klacht te laat is ingediend. Klachten voor het overige kennelijk ongegrond, omdat van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen niet is gebleken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:200 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-064/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een familierechtelijke kwestie in alle onderdelen ongegrond. De civiele vordering was geen onderdeel van de opdracht en verweerster heeft de documenten in het licht van de gegevens opdracht beoordeeld. Duidelijk was hoe een en ander zou verlopen en verweerster heeft ook steeds regie gevoerd. De communicatiefout is slordig, maar niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Het ingediende verzoekschrift voldoet aan de professionele standaard. Het is niet ongebruikelijk dat klaagster en haar gemachtigde daarvoor zelf veel informatie moesten aanleveren.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:185 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-551/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. Klacht van een derde. De voorzitter verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:181 Raad van Discipline Amsterdam 26-259/A/A

    Raadsbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij ongegrond. Niet gebleken is dat verweerder een (potentiële) getuige heeft beïnvloed of bewust onjuiste informatie heeft verstrekt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:194 Raad van Discipline Amsterdam 26-160/A/A

    Raadsbeslissing. Klaagster vindt dat verweerder niets voor haar heeft gedaan, hij haar nergens over heeft geïnformeerd, haar onheus heeft bejegend en onaangekondigd aan haar huis stond. De raad oordeelt dat het klachtonderdeel met betrekking tot de informatieplicht gedeeltelijk gegrond. Het klachtonderdeel met betrekking tot het onaangekondigde bezoek aan huis is gegrond omdat verweerder de gedraging erkent. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. De raad oordeelt dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en legt daarvoor de maatregel waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:188 Raad van Discipline Amsterdam 26-496/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht kennelijk ongegrond. Het betreft een klacht van een advocaat over een andere advocaat. De voorzitter heeft niet kunnen vaststellen dat verweerster klager bewust onjuiste informatie heeft verschaft in haar reactie op de vraag of er al een toevoeging was verstrekt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:182 Raad van Discipline Amsterdam 26-141/A/NH

    Raadsbeslissing; ongegronde klacht over de eigen advocaat in een strafzaak. Van verweerder hoefde niet verwacht te worden dat hij het op ambtseed opgemaakt proces-verbaal in twijfel trok. Geen van de andere professionele procespartijen heeft dat in eerste aanleg gedaan. Het enkele feit dat het de nieuwe advocaat van klager wel was opgevallen dat het proces-verbaal onjuistheden bevatte, betekent niet zonder meer dat het verweerder tuchtrechtelijk verweten kan worden dat het hem niet was opgevallen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:195 Raad van Discipline Amsterdam 26-171/A/NH

    Raadsbeslissing. Klaagster klaagt voor zichzelf en voor haar kinderen over de kwaliteit van de dienstverlening van verweerster. De kinderen zijn meerderjarig, zodat klaagster geen wettelijk vertegenwoordiger meer is van de kinderen. In zoverre is klaagster niet-ontvankelijk. De raad oordeelt dat het recht van klaagster om te klagen deels is vervallen. De klachten waarin klaagster wel ontvankelijk is, worden ongegrond verklaard. Op een advocaat rust een inspanningsverplichting, geen resultaatverplichting.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:189 Raad van Discipline Amsterdam 26-494/A/NH

    Voorzittersbeslissing; klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft niet onzorgvuldig gehandeld door zich terug te trekken. Verweerder heeft niet de kernwaarde partijdigheid geschonden door geen procedure te starten. Niet gebleken is dat verweerder de deken onjuist heeft geïnformeerd of anderszins onzorgvuldig is geweest. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:183 Raad van Discipline Amsterdam 25-880/A/A

    Raadsbeslissing; verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:196 Raad van Discipline Amsterdam 26-075/A/A 26-099/A/A

    Raadsbeslissing. Het betreft een klacht over de curator (verweerder sub 1) en over de advocaat van de curator (verweerder sub 2). Er wordt geklaagd over verschillende handelingen die verweerders hebben verricht in het faillissementstraject. Verder wordt de curator ernstige belangenverstrengeling verweten. De raad heeft alle klachtonderdelen ongegrond verklaard. Klagers hebben onvoldoende toegelicht waarom zich in dit geval een onaanvaardbare belangenverstrengeling heeft voorgedaan en evenmin dat en in welke zin de gedragingen van de curator het vertrouwen in de advocatuur hebben geschaad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:184 Raad van Discipline Amsterdam 26-408/A/NH

    Raadsbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij. De klacht is gegrond voor zover verweerder in zijn pleitnota onjuiste informatie heeft verkondigd (gedragsregel 8) en zich onnodig grievend over klaagster heeft uitgelaten (gedragsregel 7). De raad ziet af van het opleggen van een maatregel. Klaagster heeft immers op de zitting in de onderliggende procedure op deze informatie kunnen reageren waardoor de schade voor klaagster beperkt is gebleven. Bovendien heeft verweerder op de zitting van de raad inzicht getoond in zijn handelen en kent verweerder geen tuchtrechtelijk verleden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:185 Raad van Discipline Amsterdam 26-029/A/A

    Raadsbeslissing; verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:198 Raad van Discipline Amsterdam 25-877/A/A 25-879/A/A

    Raadsbeslissing; verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:192 Raad van Discipline Amsterdam 26-189/A/A/D

    Raadsbeslissing; gegrond dekenbezwaar. Verweerster heeft ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door zich in haar processtukken te vereenzelvigen met haar cliënten en daarmee de vereiste professionele deskundigheid niet in acht te nemen. Hiermee heeft verweerster in strijd gehandeld met de kernwaarde onafhankelijkheid. Daarnaast vertonen de processtukken van verweerster een ernstig gebreken in kwaliteit. Dit heeft niet alleen geleid tot afwijzing of niet-ontvankelijkverklaring van verzoeken, maar heeft de procedure van haar cliënten bovendien vertraagd. Behalve onbetamelijk vindt de raad de gedragingen van verweerster ook zorgelijk, omdat verweerster geen inzicht in de laakbaarheid van haar handelen heeft getoond. Verweerster heeft de adviezen en instructies van de deken niet opgevolgd. Ook op het concept van het dekenbezwaar heeft verweerster geen inhoudelijke reactie gegeven. Evenmin is verweerster op de zitting van de raad verschenen, zodat de raad niet bekend is met het verweer van verweerster. Gelet op deze omstandigheden, is de raad - ondanks het feit dat verweerster niet eerder tuchtrechtelijk veroordeeld is - van oordeel dat oplegging van een voorwaardelijke schorsing van acht weken passend en geboden is. De raad ziet gelet op de ernst van de verweten gedragingen aanleiding om naast de algemene voorwaarde aan deze voorwaardelijke schorsing een bijzondere voorwaarde te verbinden, namelijk een op kosten van verweerster te volgen coachingstraject met een coach, gespecialiseerd in het personen- en familierecht.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:186 Raad van Discipline Amsterdam 26-600/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht kennelijk ongegrond. In het kader van zijn verweer stond het verweerder vrij om collegiaal overleg te voeren met andere betrokken advocaten en de deken te informeren over geconstateerde patronen in de tuchtklachten. Het stond verweerder eveneens vrij om de president van de rechtbank over klagers handelen te informeren.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:294 Hof van Discipline 's Gravenhage 250013

    Klaagster heeft een klacht ingediend over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. De klacht is door de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de raad) gedeeltelijk gegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad op twee klachtonderdelen. De eigen overtuigingen van verweerster in haar processtukken over het gedrag van klaagster missen een objectief verifieerbare onderbouwing. Verweerster had daarom terughoudender behoren te zijn in de stelligheid van haar uitlatingen door duidelijk(er) aan te geven dat wat zij naar voren bracht de mening/visie van haar cliënt was in plaats van die stellingen te poneren als feiten. Het hof is verder van oordeel dat verweerster onvoldoende professionele distantie heeft betracht en met haar cliënt is gaan meeprocederen. Verweerster gaf naast het standpunt van haar cliënt namelijk ook haar eigen visie op de zaak en zij steunde expliciet het standpunt van haar cliënt. Verweerster heeft daarmee in strijd gehandeld met de kernwaarde onafhankelijkheid. Het hof heeft de maatregel verzwaard door het opleggen van een berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:180 Raad van Discipline Amsterdam 26-052/A/A

    Raadsbeslissing; verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:193 Raad van Discipline Amsterdam 26-180/A/A

    Raadsbeslissing; ongegronde klacht over de eigen advocaat in een strafzaak. Hoewel het beter was geweest als verweerster een telefoonnotitie van het gesprek tussen haar en klager had gemaakt over het instellen van hoger beroep, biedt het klachtdossier in dit geval voldoende bevestiging voor het standpunt van verweerster dat klager bij zijn eerste keuze bleef om geen hoger beroep in te stellen. Verder bestaat er geen regel die advocaat-stagiaires verplicht om zonder dat daarnaar gevraagd wordt te melden dat hij of zij nog advocaat-stagiaire is en de praktijk onder toezicht van een patroon uitoefent.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:187 Raad van Discipline Amsterdam 26-525/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht niet-ontvankelijk. De klacht is ingediend buiten de driejaarstermijn van artikel 46g lid 1 onder a) Advocatenwet, waardoor klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen. Niet is gebleken dat klaagster gedurende de driejaarstermijn niet heeft kunnen klagen of dat er sprake is van de in artikel 46g lid 2 Advocatenwet bedoelde situatie. Ook is niet gebleken van bijzondere omstandigheden waardoor termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:292 Hof van Discipline 's Gravenhage 260369

    Afwijzing verzoek tot verwijzing (artikel 46c lid 5 Advocatenwet). Het klachtrecht is niet bedoeld om te klagen over procedurele beslissingen die een deken tijdens een klachtonderzoek neemt. Klager heeft eerder, op 1 juli 2026 en 17 juli 2026, ook klachten ingediend over procedurele beslissingen van een andere deken in een andere klachtprocedure. Die klachten zijn bij beslissingen van 23 juli 2026 en 6 augustus 2026 (ook) niet verwezen naar een andere deken (HvD 23 juli 2026, ECLI:NL:TAHVD:2026:235 en HvD 6 augustus 2026, ECLI:NL:TAHVD:2026:255). Indien verzoeker in het klachtonderzoek over mr. G of een aanverwante kwestie opnieuw een klacht over een procedurele beslissing van de deken bij het hof indient, dient verzoeker er ernstig rekening mee te houden dat die klacht wegens misbruik van klachtrecht niet in behandeling wordt genomen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:293 Hof van Discipline 's Gravenhage 260368

    Afwijzing verzoek tot verwijzing (artikel 46c lid 5 Advocatenwet). Klaagster heeft op 20 augustus 2026 bij de deken een klacht ingediend over een gedraging van mevrouw mr. P op 14 augustus 2026. De deken kan de klacht van klaagster over mr. P uitsluitend in behandeling nemen als mr. P op 14 augustus 2026 heeft gehandeld als advocaat of als advocaat in een andere hoedanigheid. Nu daarvan geen sprake is, mist de deken de wettelijke bevoegdheid om de klacht van klaagster over mr. P in behandeling te nemen. Dit volgt uit artikel 46c lid 1 Advocatenwet. De deken kon klaagster dan ook geen ander bericht sturen dan hij op 21 augustus 2026 heeft gedaan (niet in behandeling nemen van de klacht).

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:109 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-723/DB/LI

    Ambtshalve beslissing tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke schorsing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:182 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-803/AL/NN

    Verzetbeslissing. De raad verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:183 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-109/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klacht over klachtfunctionaris is door de raad ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:184 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-566/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:290 Hof van Discipline 's Gravenhage 260001

    Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft in een erfrechtelijke procedure een verklaring van haar cliënte op de zitting van de rechtbank voorgelezen. Klager klaagt erover dat verweerster zich hiermee onnodig grievend heeft uitgelaten en ten onrechte feitelijke informatie heeft verstrekt waarvan zij wist, althans behoorde te weten dat deze onjuist was. De raad heeft in een verzetprocedure geoordeeld dat het eerste klachtonderdeel slaagt en aan verweerster de maatregel van waarschuwing opgelegd. Verweerster komt hiertegen in beroep. Het hof sluit zich aan bij de beoordeling van de raad wat betreft de gegrondverklaring van het klachtonderdeel, maar acht het passend en geboden de zwaardere maatregel van berisping op te leggen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:291 Hof van Discipline 's Gravenhage 250383

    Het betreft een klacht over de eigen advocaat. Klager verwijt verweerster drie rechtszaken te hebben gevoerd zonder daarvoor een opdracht van klager te hebben gekregen. Daarnaast verwijt klager verweerster een drietal gedragingen in de privésfeer. Verweerster heeft deze klachtonderdelen weersproken. De raad heeft het eerste klachtonderdeel deels en de klachtonderdelen over de gedragingen in de privésfeer niet-ontvankelijk verklaard. Voorzover het eerste klachtonderdeel ontvankelijk was is dit ongegrond verklaard. Klager komt daartegen in beroep. Het hof verklaart in hoger beroep het klachtonderdeel 1 niet-ontvankelijk voor zover dit ziet op het handelen of nalaten van verweerster voor 22 juli 2021 en ongegrond voor zover dit klachtonderdeel ziet op handelen of nalaten van verweerster vanaf 22 juli 2021 en vernietigt de raadsbeslissing uitsluitend in zoverre.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:190 Raad van Discipline Amsterdam 26-554/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Klacht in alle onderdelen niet-ontvankelijk vanwege overschrijding klachttermijn van drie jaar. Van informatie waarvan klager pas na klachttermijn kennis heeft genomen, waardoor hij zijn klacht niet eerder heeft kunnen indienen, is niet gebleken. Ook is niet gebleken dat sprake is van (zeer) bijzondere omstandigheden op grond waarvan de termijnoverschrijding toelaatbaar (verschoonbaar) zou kunnen worden geacht.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:197 Raad van Discipline Amsterdam 26-087/A/NH

    Raadsbeslissing. Naar het oordeel van de raad is niet gebleken dat verweerster willens en wetens de rechtbank onjuist heeft geïnformeerd. De klacht wordt daarom ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:191 Raad van Discipline Amsterdam 26-603/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Ne bis in idem. Klacht is gebaseerd op hetzelfde feitencomplex als eerdere klacht waarover de raad heeft geoordeeld. De verwijten die klaagster verweerster maakt zijn al in de eerdere beslissing aan de orde gekomen. Klaagster kan daar niet opnieuw over klagen. Klacht is kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:288 Hof van Discipline 's Gravenhage 260052

    Vernietiging. Waarschuwing. Klaagster heeft een klacht ingediend over verweerster die als advocaat optrad voor een voormalig cliënt van het kantoor van klaagster. De klacht houdt in dat verweerster zich in een e-mail op agressieve en onnodig grievende wijze heeft uitgelaten over klaagster en haar kantoorgenoot, in die e-mail feitelijke en juridische standpunten heeft ingenomen waarvan zij wist dan wel behoorde te weten dat deze onjuist waren en daarbij aan klaagster en haar kantoorgenoot een termijn van nul dagen heeft gegeven om te reageren. De raad heeft geoordeeld dat het ging om een spoedeisende kwestie en dat het handelen van verweerster in de gegeven omstandigheden onvoldoende aanleiding vormt voor het maken van een tuchtrechtelijk verwijt aan verweerster. De klacht is door de raad dan ook ongegrond verklaard. Klaagster is het met die beslissing niet eens en heeft hoger beroep ingesteld. Het hof vernietigt de beslissing van de raad, verklaart de klacht gegrond en legt aan verweerster de maatregel van een waarschuwing op. Naar het oordeel van het hof heeft verweerster te snel gehandeld, en zich teveel laten leiden door haar client, zonder zelf voldoende onderzoek te doen naar de spoedeisendheid, belang en gegrondheid van de zaak.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:289 Hof van Discipline 's Gravenhage 260026

    Bekrachtiging met uitzondering van de opgelegde maatregel. Berisping in plaats van waarschuwing. Klager heeft een klacht ingediend over zijn voormalig advocaat. Klager en zijn voormalige compagnon waren beiden (middellijk) bestuurder en ieder voor 50% (middellijk) aandeelhouder van een B.V., toen er tussen hen beiden een geschil is ontstaan. Sinds juli 2024 is klager enig bestuurder van de B.V.. Verweerder, die eerder ook klager en zijn persoonlijke B.V. heeft bijgestaan, heeft klager laten weten dat klagers voormalige compagnon en de aan hem gelieerde ondernemingen verweerder hebben verzocht hen bij te staan in het geschil met klager. Klager heeft daar bezwaren tegen geuit, wegens strijd met gedragsregel 15. De raad heeft de klacht gegrond verklaard. Daarvoor is aan verweerder een waarschuwing opgelegd. Verweerder is het daarmee niet eens en heeft hoger beroep ingesteld bij het hof. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad, zij het op andere gronden, en met uitzondering van de opgelegde maatregel. Het hof legt aan verweerder de maatregel van een berisping op. Het hof is van oordeel dat in het midden kan blijven of informatie waar verweerder mogelijk over beschikte daadwerkelijk van belang was of kon zijn bij de behandeling van de zaak van klagers voormalige compagnon, omdat het hof doorslaggevend acht dat het in de perceptie van klager wel zo was en ook redelijkerwijs kon zijn. Het hof is van oordeel dat sprake is van redelijke bezwaren bij klager tegen de ontstane verstrengeling. Daarmee is niet voldaan aan de voorwaarde van gedragsregel 15 lid 3 onder c, zodat er geen ruimte is om een uitzondering te maken op de hoofdregel dat niet mag worden opgetreden tegen een (voormalige) cliënt. Ook daarbuiten is het hof niet gebleken dat het optreden van verweerder te rechtvaardigen viel. Daarmee is niet alleen de voornoemde gedragsregel in het geding, maar ook de kernwaarde partijdigheid.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:181 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-322/AL/NN/D

    Dekenbezwaar. De raad is van oordeel dat verweerder serieus is tekortgeschoten als advocaat. Niet alleen in zijn taakopvatting als advocaat, die juist kritisch en pro-actief moet zijn in het belang van de cliënten, maar ook omdat sprake is van juist zeer kwetsbare en ook vaak niet-mondige cliënten in de Wvggz- en Wzd-zaken die verweerder doet. Verweerder lijkt niet in te zien dat zijn jarenlange werkwijze niet altijd (meer) het beste is voor de belangen van zijn cliënten. Zij hebben er recht op door hun advocaat gehoord en gezien te worden. Het is de taak van de advocaat om tijdig voor een zitting contact met cliënten te zoeken en hun wensen bij de rechter aan de orde te stellen, in plaats van zich (te) snel te refereren op basis van eigen aannames. Dat verweerder zijn eigen financiële belangen meeweegt bij de keuze of hij als advocaat gaat stoppen of niet, is zorgelijk. Dat mag nooit de drijfveer van een advocaat zijn. De raad legt een onvoorwaardelijke schorsing op voor de duur van 12 weken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:285 Hof van Discipline 's Gravenhage 260344

    Beklag op grond van artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Het hof is van oordeel dat de deken in redelijkheid tot haar standpunt kon komen dat een cassatieberoep in deze zaak geen redelijke kans van slagen heeft, gelet op de feitelijkheid en begrijpelijkheid van het door het gerechtshof gegeven oordeel. In de beklagprocedure heeft klaagster geen feiten en omstandigheden naar voren gebracht die tot de conclusie zouden moeten leiden dat het standpunt van deken onjuist is en het zinvol zouden maken een advocaat aan te wijzen voor het uitbrengen van een cassatieadvies. Volgens vaste rechtspraak van het hof levert de omstandigheid dat een procedure geen redelijke kans van slagen heeft een gegronde reden op als bedoeld in artikel 13 lid 2 Advocatenwet om een verzoek tot aanwijzing van een advocaat af te wijzen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:286 Hof van Discipline 's Gravenhage 260077

    Klaagster verwijt verweerder zich onnodig grievend jegens haar in haar functie van politieambtenaar te hebben gedragen. De raad heeft de klacht gegrond verklaard en verweerder de maatregel van waarschuwing opgelegd. Verweerder komt daartegen in beroep. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:287 Hof van Discipline 's Gravenhage 260062

    Bekrachtiging. Waarschuwing. Klaagster heeft een klacht ingediend over de kwaliteit van de dienstverlening door haar eigen advocaat, die haar bijstond in een huurgeschil. De klacht komt er in de kern op neer dat verweerder bij het beëindigen van zijn werkzaamheden voor klaagster in het kader van dat huurgeschil, te stellig aan klaagster heeft meegedeeld dat zij geen problemen meer zou kunnen krijgen met haar huurder over de huurprijs. Klaagster heeft er ook over geklaagd dat de klacht die zij hierover bij verweerder heeft ingediend door hem niet voortvarend is opgepakt. En zij vindt dat verweerder zijn verantwoordelijkheid niet neemt. De raad heeft de klachten deels gegrond verklaard, maar oordeelt niet dat klager zijn verantwoordelijkheid niet heeft genomen. De raad heeft aan verweerder een waarschuwing opgelegd. Zowel klaagster als verweerder hebben hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de raad. Het hof bekrachtigt - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - de beslissing van de raad. Het hof herhaalt dat de omvang van de rechtsstrijd in hoger beroep op grond van artikel 56 lid 3 Advocatenwet wordt bepaald door de beroepsgronden die tegen de beslissing van de raad binnen de beroepstermijn zijn aangedragen. Verder geldt op grond van artikel 57 lid 4 Advocatenwet dat het hof onderzoek doet op grondslag van de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:283 Hof van Discipline 's Gravenhage 260340

    Klacht tegen deken niet verwezen. Het klachtrecht is niet bedoeld om te klagen over procedurele beslissingen die een deken tijdens het klachtonderzoek neemt (zoals het toelaten van stukken of het voeren van regie). Klaagster kan, na afronding van het klachtonderzoek door de deken en na betaling van het griffierecht, haar klacht over mr. B laten toetsen door de raad van discipline.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:284 Hof van Discipline 's Gravenhage 260367

    Beklag artikel 13 lid 3 Advocatenwet ongegrond. De derde en thans vierde executieveiling zijn een gevolg van het niet-nakomen door klager van afspraken in de vaststellingsovereenkomst. In de door klager aangevoerde argumenten ziet het hof geen nieuwe feiten of omstandigheden die maken dat de vierde executieveiling een andere (nieuwe) kwestie betreft die los staat van de reeds plaatsgevonden executieveilingen. Dit betekent dat het aanwijzingsverzoek van klager betrekking heeft op dezelfde kwestie waarvoor al eerder aan klager een advocaat is aangewezen. Verder heeft klager in juni 2026 contact gelegd met een advocaat die bereid was klager bij te staan. Klager heeft op 27 juli 2026 laten weten de opdracht niet te kunnen verstrekken vanwege zijn financiële situatie. Dat klager de declaratie volgens zijn zeggen niet heeft kunnen betalen omdat hij het daarvoor benodigde geld niet had ontvangen (van derden), betekent niet dat de deken daarom nu een advocaat moet aanwijzen aan klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:178 Raad van Discipline Amsterdam 26-455/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij. Verweerster heeft in haar verweerschrift met de nodige terughoudendheid gesproken over een vermoeden van fraude met het chargebackproces en niet, zoals klager stelt, van een beschuldiging die als feit wordt gepresenteerd. Verder mocht verweerster zich voor de in haar verweerschrift weergegeven feiten en omstandigheden baseren op het door haar cliënte verschafte feitenmateriaal. Geen sprake van schending van gedragsregels 7 en 8.